|
|


In 1945 verscheen het eerste avontuur van deze klassieke stripserie in de krant 'De Nieuwe Standaard'. Hoewel deze eerste
serie verhalen de titel 'De avonturen van Rikki en Wiske' had en verder alleen tante Sidonia er in voorkwam, was dit toch
het startsein voor één van de meest succesvolle strips die België ooit heeft voortgebracht: Suske en Wiske.
Ik denk dat vrijwel iedereen op enig moment wel eens de avonturen van dit tweetal heeft gelezen en in aanraking kwam met
de reeks die door Willy Vandersteen geschapen is en waaraan menigeen warme herinneringen bewaard.
Willy Vandersteen (eigenlijk voluit Willebrord Jan Frans Maria Vandersteen) werd op 15 februari 1913 in Antwerpen
geboren. Al op jonge leeftijd bleek dat de jonge Willy een talent had voor tekenen en daarbij beschikte over een levendige
fantasie. Later ging hij dan ook in de avonduren tekenlessen volgen aan
de Antwerpse Akademie voor Schone Kunsten. Ook werkte hij mee in het atelier van zijn vader die beeldhouwer en
ornamentmaker was. Eerst was hij alleen timmerman maar kort daarna
ook decorateur. Terwijl hij als etalageontwerper een opdracht uitvoerde bij het Antwerpse warenhuis Innovation, vond er
een belangrijke gebeurtenis plaats. Hij moest iets uit een Amerikaans modetijdschrift overtekenen op een paneel. Maar
zijn oog viel, toen hij het blad doorbladerde, op iets anders. Een artikel over strips. Toen besloot Willy Vandersteen
om striptekenaar te worden.
Zijn eerste werk was 'De lollige avonturen van Pudifar' voor het blad 'De Dag'. Dit tekende
hij onder het pseudoniem 'Will'. Tijdens de tweede wereldoorlog werkte hij als grafiek-omzetter in een landbouw- en
voedingsbedrijf. Om de tijd wat vrolijker door te komen maakte hij in de marge van de bladen tekeningen. Zijn omgeving
herkende zijn talent en Willy Vandersteen mocht dit talent verder aanwenden. En zo kwam hij in contact met de Nederlander
Meuwissen, die al sinds 1936 het blad Bravo uitgaf en op zoek was naar nieuw tekentalent. Dit had hij gevonden en
Willy Vandersteen begon strips voor hem te maken. Gedurende de rest van de oorlog bleef hij tekenen. De oorlogsjaren
zouden meer dan een halve eeuw later alsnog een schaduw over Willy Vandersteen werpen, maar daarover later meer.
In 1944 zette hij een belangrijke stap. Met de opgedane ervaring en een idee ging hij naar de Standaard Uitgeverij. Het idee
dat Willy Vandersteen had was een nieuwe reeks stripverhalen met als hoofdfiguren Suske en Wiske. En men zag wel iets
in zijn idee hoewel het nog een aantal maanden duurde vooraleer het eerste verhaal in de krant 'De Nieuwe Standaard'
verscheen. Maar op 30 maart 1945 was het dan zover. Door de krant was de reeks wel omgedoopt naar
'De avonturen van Rikki en Wiske'. Direct al was de vertelling bij het publiek een groot succes. Toch was er een man niet
geheel gelukkig met de reeks. En dat was Willy Vandersteen zelf. De naam Rikki vond hij niet volks genoeg en bovendien
leek hij teveel op Kuifje. Daarnaast was hij de oudere broer van Wiske, terwijl Willy Vandersteen liever een jongen van
gelijke leeftijd had als tegenspeler voor het meisje. Dit leidde in het tweede verhaal alsnog tot het ten tonele
verschijnen van Suske. In het verhaal 'Op het eiland Amoras' leren de twee elkaar kennen en de eeuwige vriendschap was
geboren.
Het grote succes dat deze strip geworden is, behoefd nauwelijks te worden toegelicht. Zoals al opgemerkt zijn de avonturen
van Suske en Wiske al door vele generaties verslonden. Naast deze serie maakte Willy Vandersteen natuurlijk ook nog andere
stripreeksen, denk hierbij maar aan 'De Rode Ridder' of de serie 'Bessy'.
Nog iets over de Suske en Wiske albums. De eerste 66 verhalen verschenen in twee kleuren. Deze werden van 1959 tot 1967
uitgegeven. In dat laatste jaar verscheen het verhaal 'De poenschepper' als eerste album in volledige kleuren. De eerste 66
verhalen zouden later (grotendeels opnieuw getekend en wel) ook worden opgenomen in kleur. Dit is de reden dat op de
achterzijde van ieder album de nummering begint bij 67.
Willy Vandersteen bleef 1974 de verhalen schrijven en tekenen. Vanaf dat moment zou Paul Geerts de serie van hem overnemen,
waarbij ook Marc Verhaegen een bijdrage leverde. Op 28 augustus 1990 overleed Willy Vandersteen.
Na zijn dood staken verhalen de kop op dat Willy Vandersteen gedurende de tweede wereldoorlog betrokken zou zijn geweest
bij de culturele collaboratie. Een eerste onderzoek leverde hiertoe geen bewijzen. Omdat de geruchten echter aan bleven
houden werd in 2009 en 2010 een nieuw onderzoek uitgevoerd op verzoek van de familie Vandersteen en Standaard Uitgeverij.
Ditmaal kwamen er wel bewijzen boven tafel waaruit bleek dat Willy Vandersteen onder het pseudoniem Kaproen antisemitische
prenten tekende in 1942 en 1943. Opmerkelijk genoeg tekende Willy Vandersteen in 1943 ook prenten tegen de bezetter onder
een ander pseudoniem, namelijk WIL.
Helena Vandersteen gaf namens de familie een reactie: "Als kinderen van Willy Vandersteen zijn we geschrokken dat hij
de auteur is van die tekeningen. Het paste niet bij het beeld dat wij hadden en de manier waarop wij onze vader gekend
hebben. Nadat wij zekerheid hadden, hebben we de uitgeverij gevraagd om het volledige verhaal in boekvorm te publiceren.
Wij hebben de artiest Willy Vandersteen nooit als een heilige willen voorstellen. Wie zijn artistieke nalatenschap wil
eren, moet ook de zwarte bladzijden durven erkennen." (bron citaat: nl.wikipedia.org/wiki/Kaproen_(cartoonist))
Natuurlijk is het goed dat de feiten boven water zijn gekomen en de wijze waarop de familie Vandersteen met deze feiten
is omgegaan verdient alle respect. Standaard Uitgeverij stelde in een reactie dat deze onthullingen, naar verwachting,
geen gevolgen zullen hebben voor de populariteit van Suske en Wiske. Deze klassieke stripserie moet los gezien worden
van de handelingen van Willy Vandersteen. Zijn werk behoort tot het Vlaamse culturele erfgoed en heeft zeer velen vele
plezierige uren verschaft. De lotgevallen van Suske en Wiske staan garant voor veel plezier.
|

Op een regenachtige dag rijden tante Sidonia, Suske en Wiske in een auto langs de kades van de haven. Ze zijn naarstig op
zoek naar Lambik want hun vriend had een verontrustend briefje achtergelaten. Gelukkig vinden ze hem op tijd. Wat blijkt?
Lambik is failliet. Hij vindt zichzelf een mislukking en besluit te verdwijnen om pas weer terug te keren wanneer hij
zijn fortuin heeft gemaakt. Tijdens zijn wandeling treft hij de zwerver Fantamoer. Aan hem geeft Lambik zijn laatste geld.
Maar dan treft Lambik een zwevend pak geld. Hij rent er achteraan en komt zo in de herberg van Mazoetan en zijn vrouw
Belzabel. Het echtpaar laat hem een blanco contract tekenen waarna het echtpaar met de bliksem lijkt te verdwijnen. Zes
maanden gaan voorbij en niemand hoort nog iets van Lambik maar dan staat er een aankondiging in de krant. De rijke en
geslaagde zakenman Lambik komt terug naar België. De vrienden gaan, in gezelschap van Jerom, naar het vliegveld om
Lambik te begroeten. Maar zij krijgen een nare verrassing want Lambik is veranderd en wil hen niet meer kennen. Hij is
volledig onder de invloed van Mazoetan en Belzabel en denkt alleen nog maar een geld verdienen. Veel geld!
De vrienden volgen Lambik naar zijn reusachtige kantoorgebouw waar ook de zwerver Fantamoer staat. Naast hem staat een
bord met hierop de tekst "Draag elkanders lasten".

Omdat dit niet de Lambik is die zij kennen besluiten Suske en Wiske die avond het kantoorgebouw van Lambik te doorzoeken.
Met opnameapparatuur verbergen zij zich in zijn kantoor en zien de volgende dag hoe Lambik de ene na de andere transactie
doet. Dan horen ze ook waar hun vriend tegenwoordig woont, namelijk op een kasteel in Pulderwezel. Maar ze zien nog veel
meer. Het personeel zijn geen mensen, maar poppen. En in de brandkast zat het geld al wat die dag verdient was.
Jerom, Suske en Wiske arriveren net op tijd bij het kasteel van Lambik om zijn personeel te zien vluchten. De reden? Er
is een zwevend hemd in het kasteel en dat was voor hen toch wel de druppel. Lambik stort ineen. Hij is doodsbang om alleen
te blijven. Omdat zij nog steeds Lambik als hun vriend beschouwen, besluiten Suske, Wiske, Jerom en tante Sidonia om de
rol van het personeel op zich te nemen. Het zwevende hemd was het werk van Fantamoer die ook nu weer naast een bord staat.
Ditmaal heeft het de tekst "Volhardt in het goede". En volgens Fantamoer is Lambik in groot gevaar. Zijn vrienden komen dus
net op tijd. Maar hoe kunnen zij hem helpen?
Het verhaal 'De poenschepper' verscheen in maart 1967 als album. Eerder al had het in een tweetal kranten gestaan
in 1966. De moraal van het verhaal zal duidelijk zijn. Lambik verkoopt zijn ziel aan de duivel in ruil voor geld
en aanzien. Alleen het materiele telt nog voor hem en andere menselijke eigenschappen, zoals mededogen en naastenliefde,
zijn niet meer aan hem besteedt. Daarnaast toont Willy Vandersteen nog een scène waarin tante Sidonia als provo
(ook wel hippie) een bezoek brengt aan een kroeg. Het is duidelijk dat Willy Vandersteen niet veel op had met deze
stroming die in de jaren 60 zo van zich deed spreken. Langharig geteisem en werkschuw werden ze wel genoemd. Een mening
die de tekenaar lijkt te delen, afgaande op de manier waarop ze worden geportretteerd.
|

Tante Sidonia en Wiske brengen een vakantiedag door aan het strand. Wiske vist op krabben maar vangt een oude vaas.
Teleurgesteld gooit ze de vaas achteloos weg wat haar tante wat ongemak bezorgd. Op haar beurt gooit tante Sidonia de
vaas weg terwijl ze Wiske vermanend toe spreekt. De vaas landt nu op het kale hoofd van de man die ook aan het strand is,
professor Barabas. Nadat Wiske de vaas beleefd heeft teruggevraagd gaat ze met haar tante naar huis. Die nacht echter
begint de professor te slaapwandelen en loopt pardoes het huis van Wiske en tante Sidonia binnen. Het blijkt hem in zijn
droom om de vaas te doen. Nadat alle misverstanden uit de weg zijn geruimd toont de professor hen zijn teletijdmachine.
De vaas is in 1551 door Sus Antigoon, kapitein van het galjoen Antverpia, in zee gegooid. Hij en zijn mannen waren
gestrand op een eiland dat ze Amoras hebben gedoopt. Professor Barabas rust een expeditie uit waaraan ook tante Sidonia
en Wiske deelnemen. Met het speciale vliegtuig, de Gironef, wordt koers gezet naar de plek waar het eiland zou kunnen liggen.
Na enige moeilijkheden overwonnen te hebben bereiken ze het eiland. En meteen valt op dat in de middeleeuws uitziende stad
een groep mensen woont die er weldoorvoed uitzien en die een dreigende houding aannemen. De Gironef wordt beschoten en
Wiske valt uit het toestel, pardoes in het water. Maar dit is gezien door een slanke jongen, die bij een groep hoort die
in hutten buiten de stad leeft en die allen mager zijn.

Nadat beide weer op het droge zijn, verneemt Wiske dat de jongen Suske heet en dat hij een nakomeling is van Sus Antigoon.
Ondertussen is het de professor en tante Sidonia niet zo goed vergaan. Nadat zij zijn overmand worden ze voor de leider
der vetten gebracht, een man genaamd Jef Blaaskop. Hij besluit ze in de kerker te laten opsluiten. Gelukkig zijn
Suske en Wiske al bezig plannen te maken om hen te bevrijden. Die nacht graven ze een tunnel en komen uit in de kelders
waar hun vrienden gevangen worden gehouden. Voorzichtig gaan zij verder wanneer er plots een stem uit de muur klinkt.
Na een korte periode van misverstanden blijkt het de stem te zijn van het spook van Sus Antigoon. De stichter van Amoras
is gestorven als gevolg van teveel drank en spookt nu met een fles aan zijn been rond. Maar hij is zeer blij om zijn
nakomeling Suske te zien. Hij besluit het tweetal dan ook te helpen. De bevrijdingsactie lukt maar ten dele. Alleen
tante Sidonia herkrijgt haar vrijheid. De professor is nog in de macht van Jef Blaaskop. Maar het is nog lang niet gedaan
want met de hulp van de mageren gaan onze vrienden alles op alles zetten om de professor te bevrijden en Jef Blaaskop
van zijn troon te stoten.
Het verhaal 'Het eiland Amoras' verscheen van december 1945 tot en met mei 1946 in de krant De Nieuwe Standaard. In 1947
werd het verhaal als album uitgegeven, alleen was de titel oorspronkelijk 'Op het eiland Amoras'. Zoals bekend was dit het
tweede verhaal dat door Willy Vandersteen werd afgeleverd in deze fameuze reeks.

De uitgave die als deel 68 in de serie is opgenomen, betreft een volledig herziene versie. De kaft van het album is
anders dan voorheen maar nog belangrijker ook de tekeningen in het album zelf zijn volledig herzien in de jaren 60.
Hoe groot het verschil is, is zeer goed te zien wanneer de twee afbeeldingen die zijn opgenomen worden vergeleken. Het
plaatje heeft in beide gevallen betrekking op hetzelfde stukje verhaal. Het is duidelijk dat de uiteindelijke stijl
waarin Suske en Wiske verhalen zouden worden getekend in 1945/1946 nog grotendeels ontwikkeld moest worden. Naast de aanpassing
van de tekenstijl is ook de tekst in het verhaal herzien. Zo is de strijdkreet van Suske in de uitgave uit 1967
"Antigoon vooruit", terwijl dit in de oorspronkelijke uitgave nog "Seefhoek vooruit" was. Seefhoek was
de Antwerpse wijk waar Willy Vandersteen werd geboren. Maar er waren meer aanpassingen. Wanneer het avontuur ten einde
is en Suske met Wiske en tante Sidonia naar Antwerpen meegaat, krijgt hij zijn eerste kennismaking met de beschaving. In
1946 kijkt Suske door een verrekijker vanuit de Gironef en ziet een tentoonstelling van moderne oorlogstuigen. In 1967
was de wereld al een stuk verandert en ditmaal houdt Wiske een transistorradio bij Suske waarbij hij hoort dat er in
Vietnam 250.000 kinderen slachtoffer waren geworden van de oorlog die zich toen afspeelde in dit land.
Zoals in de inleiding al werd vermeldt was Willy Vandersteen niet gelukkig met het eerste verhaal.

Het personage van Rikki keert in dit verhaal dan ook niet terug. In plaats daarvan komt Suske op het toneel en is de
klassieke combinatie geboren. Ook professor Barabas en zijn teletijdmachine worden in dit verhaal geïntroduceerd.
Lambik en Jerom zijn op dat moment nog niet verzonnen door Willy Vandersteen en maken dan ook geen deel uit van het
verhaal. Overigens is ook de naam Amoras een verwijzing naar de jeugd van de tekenaar en schrijver van de strip. In zijn
kinderjaren at Willy Vandersteen vaak pudding van het merk Saroma, wanneer de letters van dit woord in omgekeerde volgorde
worden gespeld krijg je Amoras. Naar dit eiland zouden Suske en Wiske in de toekomst vaker terugkeren. In het verhaal
zelf zit met de onderdrukking van de mageren door de vetten een strijd om gerechtigheid, eerlijkheid en vrijheid besloten.
De vetten onder Jef Blaaskop houden de welvaart voor zichzelf en sluiten een deel van de bevolking hiervan uit. Een
situatie die door de komst van het drietal uit België en de opstand die daaruit voortvloeit verandert. Op het
eiland Amoras blijkt de bevolking aan een strijd voldoende te hebben gehad om de les te leren dat zij allen in welvaart
konden leven en gelukkig konden zijn. Zoals Willy Vandersteen het verwoorde in het verhaal "Voor hen was één les voldoende".
Een opmerking die in de originele uitgave ongetwijfeld verwijst naar de oorlogshandelingen die zojuist waren beëindigd,
terwijl nog geen 30 jaar eerder de eerste wereldoorlog tot een einde was gekomen. Maar ook in 1967 was dit nog steeds
een actuele kreet want de wereld was al weer een aantal conflicten verder en zag er weer een op de televisie aan zich
voorbij trekken. Wat dat betreft is er ook nu in de 21ste eeuw jammer genoeg nog niet veel veranderd. Het personage van
Rikki tenslotte zou pas in 2003 in de reeks terugkeren met het verhaal 'De gevangene van Prisonov'.
|

Nadat Lambik zich door zijn ochtendritueel heeft heen geworsteld herinnert hij zich dat hij zijn goede vrienden die dag
had uitgenodigd voor een picknick. Het gaat er gezellig aan toe wanneer hij eenmaal met tante Sidonia, Suske en Wiske de
plek van bestemming heeft bereikt. Dan horen zij een gerommel in de verte. Wat nu? Onweer op zo'n stralende dag? Lambik
besluit het geluid eens te gaan onderzoeken. Terwijl hij rustig voort wandelt ziet hij twee mannen snel een steengroeve
uit rennen. Lambik meent dat zij zich haasten omdat het een beetje onweert. Eenmaal in de groeve valt zijn oog op een
wig in een steen en ernaast ligt een hamer. Lambik zou Lambik niet zijn als hij de wig niet eens een flinke tik zou geven.
Maar het onweer was niet de reden dat de mannen zich zo haasten, zoals Suske en Wiske op een bord zien. Zij zijn Lambik op een
afstandje gevolgd. Op het moment dat Lambik de hamer laat neerkomen laten de mannen de explosieven in de groeve op afstand
ontploffen. Gelukkig mankeert Lambik niet al te veel en gaan Suske en Wiske hem terugbrengen. Maar Wiske werpt een blik in
de nu zichtbare grot en meent beweging te zien. Suske wil er niets van horen en het viertal keert huiswaarts. Het laat
Wiske echter niet los en het lukt haar om Suske mee te krijgen naar de grot. Gespannen gaan de twee vrienden de grot in
en zien in de verte warempel licht. Zij weten niet wat zij zien. Daar zitten de drie bosgeesten Twistorix, Pintorix en
Zanziorix!

Zo'n 2000 jaar geleden zijn deze kwelgeesten door de druïde van de Nerviërs in de grot opgesloten. Maar nu is hun
tijd weer gekomen onheil te brengen. Het lukt Suske en Wiske met moeite om aan de bosgeesten te ontsnappen. Terwijl ze
door het bos vluchten zien ze de auto van Lambik die samen met Jerom is komen kijken waar het tweetal naar toe is. De
bosgeesten maken, op hun beurt, kennis met het onwrikbare karakter van Jerom en met zijn vuisten. Maar de drie kwelgeesten
laten zich niet zomaar uit het veld slaan en volgen op slinkse wijze de vrienden. Lambik gelooft geen woord van het verhaal
en besluit bij professor Barabas te stoppen om zijn mening te vragen. En hier begint het avontuur pas echt. Want het lukt
de drie bosgeesten om gebruik te maken van de teletijdmachine van de professor. Omdat zij verslagen zijn door het stalen
karakter van Jerom zijn de drie kwelgeesten terug gegaan in de tijd om te trachten de voorouders van Jerom in het verderf
te storten. Maar dit laat Jerom niet zomaar gebeuren.
Het verhaal 'De nerveuze Nerviërs' verscheen in de jaren 1963 en 1964 in De Standaard en Het Nieuwsblad. In albumvorm
werd het in 1964 voor het eerst op de markt gebracht. Dit was een album uit de tweekleurenreeks. In maart 1967 werd het
verhaal herdrukt in de bekende versie die nu verkocht wordt. Natuurlijk draait het verhaal om de verleidingen die mensen
omringen en hoe door een overdaad mensen een rommeltje van hun leven maken. De bosgeesten vertegenwoordigen de negatieve
gedragingen die wij als mensen kunnen etaleren, zoals jaloezie, gokverslaving, drankverslaving en desinteresse in onze
naasten om er maar een paar te noemen. Jerom vertegenwoordigt de wilskracht om hier in voldoende mate weerstand aan te
bieden, waarbij je echt wel eens een biertje mag drinken (maar wel met mate). Jerom speelt ditmaal een belangrijke rol in het
verhaal. Hij wordt naar het verleden teruggezonden om de verderfelijke invloed van de drie bosgeesten teniet te doen.
|

Op een avond is Lambik op bezoek bij tante Sidonia om de televisie-uitzending te zien. Na wat gemorrel aan het toestel
neemt Lambik plaats in een gemakkelijke stoel. Jerom wordt ook nog verwacht. De sterkste man ter wereld is naar de dokter
geweest om zich te laten onderzoeken. Dan gaat de deurbel en Wiske haast zich om de deur te openen voor hun vriend. Want
het is inderdaad Jerom die aangebeld heeft. Maar hij is niet alleen. Bij de dokter heeft hij barones Lamer de Rodeldal
leren kennen. En zij heeft Jerom als huisknecht in dienst genomen. Die avond zal Jerom al met de barones meegaan naar het
kasteel van Rodeldal. Het vertrek van Jerom komt natuurlijk wel plots voor onze vrienden, maar zo gaan die dingen. Wiske
geeft haar pop Schanulleke mee met Jerom, als aandenken. Na het vertrek van Jerom horen de vrienden een aantal dagen niets
van hem. Maar wanneer de melkboer aan de deur is hoort tante Sidonia dat Jerom weer snel terug zal zijn. Volgens de melkboer
spookt het op het kasteel van Rodeldal. Hoewel Lambik luchtig doet over het spookverhaal en de brief van Jerom er ook geen
melding van maakt, laat het tante Sidonia toch niet los. Ze kan er de slaap niet van vatten en besluit naar het kasteel te
bellen. Al snel heeft ze Jerom aan de lijn.

Maar tijdens hun gesprek klinkt er een hard rommelend geluid. Jerom zegt ook niet te weten wat het is maar het geluid is
iedere nacht rond 12 uur te horen. De hele geschiedenis zit tante Sidonia dwars. En dus gaat zij de volgende dag, in
gezelschap van Lambik, Suske en Wiske, naar het kasteel te Rodeldal. Jammer genoeg hebben ze onderweg pech met de auto en
moeten ze het laatste stuk lopen. Terwijl ze te voet onderweg zijn komen de vrienden een landloper tegen die ook al zegt
dat het spookt op het kasteel. Met enige moeite komt het gezelschap binnen in het kasteel. Want wat blijkt? De landloper
die ze onderweg tegenkwamen is ook in het kasteel en hij had de bel onklaar gemaakt. Maar Jerom heeft de man al
uitgeschakeld. Althans dat lijkt zo maar wanneer niemand oplet is de landloper verdwenen. De vrienden blijven die nacht op
het kasteel en horen nu allen het vreemde geluid. Maar wat nog gekker is, is dat Jerom zich vreemd gedraagt. Weer is de
landloper het kasteel binnengedrongen maar Jerom zegt dat hij hem niet kon achterhalen. Lambik gelooft er geen woord van.
Maar hoe dan ook, de vier vrienden zijn vast van plan het raadsel van het kasteel van Rodeldal op te lossen.
Het verhaal 'De spokenjagers' is ontstaan in 1956. In dat jaar verscheen het ook in albumvorm. De tekenstijl was al zoals
die in nummer 70 uit de reeks te zien. Alleen was het album uit 1956 in de bekende rode en blauwe tweekleur. In het verhaal
noemt Wiske haar lappenpop Schalulleke. Dit was de naam van het popje oorspronkelijk in de uitgaven die in België
werden uitgebracht. In de oudere Nederlandse versies wordt het popje aangeduid als Schabolleke. De uiteindelijke naam
Schanulleke kreeg het popje van Wiske in het album 'De schone slaper' uit 1965. Hoewel de vierkleuren heruitgave uit 1966
stamt werd de oude naam nog steeds gehanteerd.
De spoken waar Suske en Wiske met hun vrienden opjagen zijn ontstaan door de lasterpraatjes van de barones over haar broer.
Hij was burgermeester maar is door haar schuld een gebroken man en landloper geworden. De spoken komen terug om haar te sarren
voor haar lasterpraat. In zekere zin vertegenwoordigen de spoken het geweten dat gaat spreken wanneer iemand door het
verspreiden van laster een ander schade berokkend. Er kan enige jaren overheen gaan, maar als je een geweten hebt gaat het
knagen. En dat is het gegeven wat Willy Vandersteen in het verhaal heeft verwerkt. De spoken verdwijnen wanneer haar broer
de barones vergeeft, het geweten wordt weer schoon.
|

Suske en Wiske maken met Lambik een wandeling in het bos. Wiske ergert zich een beetje aan de flauwe mopjes van Lambik,
maar de stemming is opperbest. Haar oog valt op een eekhoorn en enthousiast volgt ze het dier. Tot haar verbazing (en die
van Suske en Lambik) komen ze in het bos plotsklaps een tram tegen. Het voertuig staat pardoes in het bos geparkeerd. Het
drietal gaat aan boord van het voertuig en doet alsof ze een ritje door de stad maken. Maar dan gaat de tram opeens rijden!
Gelukkig lukt het Lambik om het trammetje tot stilstand te brengen en enigszins geschrokken verlaten zij het bos. Maar
Lambik laat het er niet bij zitten en de volgende dag gaat hij inlichtingen inwinnen bij de trammaatschappij. Daar probeert
men Lambik af te poeieren maar hij is niet voor een gat te vangen. Het lukt hem om tot bij de directeur van de
trammaatschappij te komen. Dan geeft de directeur opening van zaken aan Lambik. De tram die ze gezien hebben was tram 7.
Het werd jaren geleden afgeschaft toen de nieuwe wagens in bedrijf werden genomen. De Wattman (wat bestuurder betekent)
moest ontslagen worden. Maar hij wilde geen afscheid nemen van zijn tram 7. Hij verdween met zijn voertuig en omdat de
bestuurder al op hoge leeftijd was, heeft de directeur de zaak zo maar gelaten. Later hoorde de directeur dat de Wattman
dood was. Maar die ochtend ontving de directeur plots een briefje met hierop de tekst "Wattman zal weer rijden".

Lambik merkt op dat het een flauwe grappenmaker moet betreffen. Maar hij heeft de woorden nog niet uitgesproken of de
telefoon op het bureau van de directeur gaat over. En zodra hij de hoorn opneemt horen ze luid en duidelijk "Wattman zal weer rijden".
Omdat het geval hem natuurlijk interesseert besluit Lambik om de zaak uit te zoeken. Want hoe kan een dode Wattman nu een
tram besturen. Maar dat de tram bestuurd wordt zien tante Sidonia, Suske en Wiske met eigen ogen. Die avond keren zij met
een taxi terug naar huis wanneer ze plots tram 7 zien rijden. De chauffeur van de taxi doet nogal moeilijk en het
drietal stapt uit. Suske en Wiske nemen een sprintje en belanden rap een boord van tram 7. Maar er zijn meer mensen die de
activiteiten van tram 7 volgen. Sir Oldays, een fanatieke verzamelaar, wil hoe dan ook tram 7 aan zijn collectie toevoegen
en volgt het trammetje op de voet. Om de wagen van Sir Oldays te ontwijken neemt de tram een scherpe bocht en de bestuurder
raakt bewusteloos. Suske neemt de besturing over en het lukt hem om de tram terug te brengen naar de plek in het bos. Daar
komt Wattman weer bij kennis en vertelt zijn verhaal aan Suske en Wiske. Tram 7 is meer dan een oud trammetje verteld hij.
Het is een symbool voor alles wat moet wijken voor de snelle vooruitgang. Wattman moet nog 7 ritten maken om recht te
hebben op zijn pensioen. Wattman heeft jaren aan de tram gewerkt zodat deze weer rijden kon en nu wil hij de laatste 7
ritten maken. Jammer genoeg is Sir Oldays inmiddels ook gearriveerd en verleidt Wattman tot een weddenschap. Wie een race
wint krijgt de tram. Natuurlijk kiezen onze vrienden, samen met Lambik, Jerom en tante Sidonia de zijde van Wattman. Het
beloofd een spannende tijd te worden.
Het album 'Wattman' in november 1966 en was een nieuw verhaal. Dat de aankleding van Wattman en voor een deel die van
Suske en Wiske tijdens het avontuur gebaseerd is op de Amerikaanse comic held Batman is natuurlijk overduidelijk. De
term Wattman was ook een oude Vlaamse uitdrukking voor een trambestuurder. De link was waarschijnlijk snel gelegd. In het
verhaal zitten diverse toespelingen en grappen. Maar ook een andere Willy Vandersteen held komt kort voor in het verhaal
en wel de rode ridder. Bevlogenheid met het werk en een scherpe veroordeling van de
wijze waarop de samenleving zich ontwikkeld liggen ten grondslag aan de verhaallijn. Het verhaal bestaat ook min of meer uit
twee gedeelten. Tot het moment dat de boeven Pakmor en Ratwa op het toneel verschijnen staat echt Wattmanen zijn 7 ritten
centraal. In het tweede gedeelte komen de personages via de teletijdmachine van de professor onder meer terecht in het
stenen tijdperk. Daar wordt net een oorlog gevoerd om alle andere oorlogen te voorkomen. Dit gedeelte van het verhaal
wordt nadrukkelijker gebruikt om een aanklacht tegen oorlog te laten horen.

|

Onze vrienden zijn door professor Barabas uitgenodigd op het kasteel waar hij momenteel werkzaam is. En zo stuurt Lambik
op een mistige herfstavond de auto over de weg. Eindelijk komt het kasteel dan in zicht, maar plots remt Lambik de wagen.
Hij mompelt dat hij iets ongelooflijks gezien heeft en verlaat de auto en rent de trappen op. Maar wat meent Lambik gezien
te hebben? Wel, een twee decimeter hoog figuurtje dat er precies uitziet als de professor. Natuurlijk gelooft niemand hem en
enigszins bezorgd om Lambik bellen ze aan. Een levensgrote professor Barabas opent de deur en heet hen welkom. Hoewel de
avond schijnbaar normaal verloopt zit het geval Wiske dwars. Zeker omdat de professor haar en Suske de toegang tot een
ruimte ontzegt heeft, iets wat hij anders nooit doet. Maar haar onderzoek levert ogenschijnlijk niets op. Ogenschijnlijk
want Wiske heeft aan een aantal knoppen gedraaid en nu is een miniatuur Sidonia op pad. Dan geeft de professor opening van
zaken. De kleine poppetjes zijn een uitvinding van hem. Jammer genoeg struikelt Lambik wanneer hij met een schakelkast
loopt en een van de figuurtjes gaat op de loop. Gelukkig is Jerom nogal snel te voet en hij achterhaalt het poppetje in de
naburige haven. Om zijn dorst te lessen gaat Jerom een kroeg binnen waar hij op een bijzondere wijze kennismaakt met de
Turk Kemal. Later op de avond brengt Jerom de aangeschoten zeeman naar zijn schip wat binnenkort terugvaart naar Istanboel.

Jerom heeft echter zijn hielen nog niet gelicht of Kemal wordt door een groep Bulgaren, onder leiding van de
onderwereldfiguur Boris, aangevallen. Natuurlijk schiet onze sterke vriend Kemal direct te hulp en het klusje is gauw
geklaard. Maar Kemal heeft een verzoek aan Jerom. Boris en zijn bende zitten achter het kromzwaard uit de Aya Sofia-moskee
aan. En Kemal heeft dit zwaard in beheer. Zou Jerom het zwaard voor hem willen bewaren? Natuurlijk stemt Jerom in met dit
verzoek. Nadat Jerom is teruggekeerd op het kasteel heeft tante Sidonia die nacht een vreemde droom. Met hierin een rol
voor het kromzwaard dat Jerom bewaart. Ook Istanboel en een oud huis in die stad komen in haar droom voor. Nadat zij
geschrokken wakker is geworden en het bewuste zwaard onder ogen krijgt, wordt de zenuwtoestand van tante Sidonia er niet
beter op. In haar droom zag Sidonia een gedaante die vertelde de schede te hebben dat bij het zwaard hoort. Omdat Lambik
zich laatdunkend uitlaat over Kemal, loopt een boze Jerom naar buiten, de storm in. Suske en Wiske zien hoe hij getroffen
wordt door de bliksem en merken dat hij zijn geheugen kwijt is. Jerom verdwijnt verward in de nacht. Het wordt het begin van een avontuur
dat onze vrienden naar Turkije brengt en waar zij kennis zullen maken met de oeroude Byzantijnse kruisvaarder Stantijn.
Zij hopen het geheim van het kromzwaard te achterhalen en hun vriend Jerom terug te vinden.
Het verhaal 'Jeromba de Griek' verscheen als album voor het eerst in 1966. Dit was in de tweekleurendruk. Eerder verscheen
het van oktober 1965 tot en met februari 1966 in de krant. Het album kwam dus al snel in herdruk in volledige
kleur. Het scenario is losjes gebaseerd op de film Zorba de Griek, uit 1964 van regisseur Michael Cacoyannis.
Hierin trekt een wat stijve Brit naar Griekenland en maakt kennis met de Griek Zorba. Op Kreta ontstaan in de kleine
gemeenschap allerlei verwikkelingen met dramatische gevolgen. Ook nu heeft het Suske en Wiske verhaal weer een onderliggende
boodschap. Omdat Jerom (die zijn geheugen kwijt is) meent een Griek te zijn, is dat voor Kemal voldoende reden om een hekel
aan zijn voormalige vriend te krijgen. Nadat uiteindelijk het kromzwaard in de schede terug is in de Aya Sofia-moskee en
Kemal de inscriptie leest (Weest allen broeders), laat hij zijn vooroordeel tegen de Grieken varen. Ook de oude kruisvaarder
vindt nu eindelijk zijn lang verdiende rust en verdwijnt. De vastgeroest vooroordelen vormen overigens ook de link naar de
eerder genoemde film. Ook daar spelen sentimenten en vooroordelen een grote rol in het verhaal.

|

Wanneer Wiske thuis komt wacht haar een verrassing. Lambik heeft besloten dat hij een groot goochelaar en illusionist wil
worden. Hiertoe volgt hij sinds kort een schriftelijke cursus en nu wil hij zijn vrienden van zijn reeds verworven
vaardigheden laten genieten. Het eerste trucje gaat prima, maar wanneer hij zijn act voortzet heeft dit een nogal explosieve
uitwerking. Verbolgen dat de truc mislukt is en dat tante Sidonia enigszins boos is geworden, besluit Lambik dan maar
professor Barabas op te zoeken. Dan kan de geleerde van zijn kunsten genieten. Lambik doet zijn best om de aandacht van
professor Barabas te trekken maar het is duidelijk dat de geleerde in zijn hoofd met iets heel anders bezig is. Zodra
Lambik echter een ei uit zijn zak haalt dat hij wil laten verdwijnen, valt het kwartje bij de geleerde. Professor Barabas
heeft een bericht uit de ruimte opgevangen. Deze klinkt als het gepiep van een vogel. En dankzij Lambik kwam Barabas op het
idee dat het bericht over een ei moet gaan. De professor stuurt Lambik op pad om Sidonia, Suske en Wiske te halen zodat ook
zij deelgenoot worden van het nieuws. Onderweg kan Lambik de aandrang niet weerstaan om wat trucs te proberen en zo komt
hij in gesprek met een agent. Aan de diender vertelt Lambik van de vondst van Barabas, maar er luisteren nog een paar oren
mee. Een zwerver heeft alles gehoord en vertelt dit op zijn beurt aan een geheimzinnig figuur die de Spin wordt genoemd.

Nadat alle vrienden zijn gearriveerd gaat de professor nog aan de slag om het hele bericht te ontcijferen. Het bericht uit
de ruimte is afkomstig van de planeet Lactano. Zij bestuderen de aarde en maken zich zorgen om de kernproeven die de mensen
nemen. Vanaf Lactano is een reusachtig ei naar de aarde gestuurd. Barabas benadrukt dat het bericht van de andere planeet
geheim moet blijven om geen paniek te veroorzaken. Wat het bericht echter niet vertelt is waar het ei neer gaat komen. En
dus kunnen de vrienden alleen maar afwachten. Lambik zet zijn goochelaarskunsten de komende dagen voort en maakt zo kennis
met de oude goochelaar Diavolo. Hij wil Lambik onder zijn hoede nemen. Omdat er nieuwe signalen zijn ontvangen wordt Lambik
gebeld om naar het huis van Barabas te komen. Diavolo is in zijn gezelschap. Terwijl de oude goochelaar wacht gaat Lambik
mee naar de werkruimte van de professor. Het ei zal gaan neerkomen het Braziliaanse oerwoud bij Mato Grosso. En dus gaan
de vrienden zich opmaken om af te reizen naar Zuid-Amerika. Maar zij zullen een gevaarlijke tegenstander krijgen op hun
tocht. Want Diavolo blijkt in werkelijkheid de crimineel Krimson te zijn. en hij wil hoe dan ook het ei in handen krijgen.
En dat Krimson een gevaarlijke tegenstander is blijkt maar eens te meer. Suske en Wiske vallen in zijn handen. Jerom en
Lambik reizen hen achterna. Zij moeten voorkomen dat Krimson beslag legt op het ei en tegelijkertijd Suske en Wiske
bevrijden. En dat in het gevaarlijke oerwoud.
Ook het verhaal 'Het zoemende ei' is in de vierkleurenreeks een heruitgave. Het verhaal zelf werd van mei 1964 tot en met
september 1964 gepubliceerd in De Standaard en Het Nieuwsblad. In dat jaar verscheen het ook in albumvorm in de
tweekleurenreeks. En ook nu heeft Willy Vandersteen een boodschap in het verhaal gelegd, namelijk tegen kernwapens en
oorlog in het algemeen. Maar in dit album verschijnt ook een aartsvijand van Suske en Wiske, namelijk Krimson.
Nu is het niet de eerste maal dat deze misdadiger in de reeks voorkomt. Hij debuteerde in het album 'Het rijmende paard'
uit 1963. Daarna kwam hij voor in het verhaal 'De sissende sampan' uit hetzelfde jaar. De ontmoeting in het avontuur
'Het zoemende ei' is de derde maal dat Krimson opduikt en het zou zeker niet de laatste keer zijn. In de meeste
vertellingen streeft Krimson hetzelfde doel na, namelijk de volledige controle over de mensheid. Om dit doel te bereiken
kan hij beschikken over een misdaadorganisatie. In latere jaren zal het personage verder worden uitgediept en krijgt hij
bepaalde, vaste karaktertrekjes.

|

Lambik is gegrepen door een leus op een aanplakbiljet. "Helpt elkander" wordt er aangeprezen. En dat is iets wat
Lambik meteen in de praktijk wil gaan brengen. De eerste poging is, hoe goed bedoeld ook, niet helemaal een succes. Maar
bij de tweede poging komt Lambik er achter dat een man gebruik maakt van zijn goedgelovigheid en hem zo geld aftroggelt.
Als klap op de vuurpijl krijgt Lambik het ook nog eens aan de stok met een agent. De diender laat zich gelukkig overtuigen
door Suske en Wiske die het voorval ook hebben gezien. Maar de oplichter is er dan al vandoor. Met een slecht humeur komt
Lambik aan bij de woning van tante Sidonia. En de dag van Lambik wordt er niet beter op. Het blijkt namelijk dat hij de
schilder die in het huis van Sidonia bezig was al vast helemaal betaald heeft. Ook nu had die man een mooi verhaal waar
Lambik ingelopen is. Het werk in het huis is maar half af en de schilder laat niets meer van zich horen. Wanneer Sidonia
achter het gebeuren komt ontsteekt ze in toorn tegen Lambik. En dit is de druppel voor Lambik. Hij besluit om zijn medemensen
niet meer te geloven. In zijn ogen zijn het allemaal leugenaars en bedriegers. En zo stormt hij het huis uit. Suske en Wiske
gaan hem achterna en zien hem uitvallen tegen een andere schilder. En dit trekt de aandacht van iemand in een grote zwarte
auto. Na een kort praatje stapt Lambik in en de auto gaat er vandoor.

Wanneer Lambik weer opduikt gedraagt hij zich uiterst merkwaardig, zelfs voor zijn doen. Eerst zit hij in de ijskast, dan
onderhoudt hij contact met een persoon in de zwarte wagen die Suske en Wiske eerder gezien hebben, ene meneer X.
Uiteindelijk lukt het de vrienden om wat informatie uit Lambik te krijgen. De man die hij ontmoet heeft wil hun vriend koud
en gevoelloos maken. Zo hard als een bikkel wil Lambik worden want hij is het zat dat er met zijn goede hart gesold wordt.
En die nacht verdwijnt Lambik dan ook, maar gelukkig heeft hij zich eerder laten ontvallen dat hij naar Luxemburg wilde gaan.
En dus vertrekken Sidonia, Jerom, Suske en Wiske ook naar dit land. Ze wilde toch al eens aan grotonderzoek doen en dat
kan ook prima in het hertogdom. Met de auto doorkruisen ze Luxemburg maar vinden eerst geen spoor van Lambik. Dan zien ze de zwarte wagen
staan waar Lambik ooit ingestapt is. Ze besluiten de wagen te volgen en komen uit bij een groot domein dat volledig ommuurd is.
Natuurlijk gaan Suske en Wiske op onderzoek uit. Ze komen er achter dat de eigenaar van het landgoed ene mijnheer Eldemelcher
is. In de auto vond Wiske een aantal papieren waarop ook de naam van Lambik staat in verband met iets wat operatie Altenfels
genoemd wordt. Wanneer ze wat later met tante Sidonia onderzoek gaan doen in een grot komen ze, dankzij een kat, uit bij
een oud beeld van een vrouw. Het beeld draagt ook de naam Altenfels. Dit kan geen toeval zijn, maar wat heeft het met
Lambik te maken? Omdat de touwladder waarmee ze zijn afgedaald verdwijnt, moeten ze op zoek naar een andere uitgang en die
vinden ze ook. De kat, die het drietal heeft gadegeslagen, maakt ook van de nieuwe uitgang gebruik. Ze komen bij een
ruïne uit op een berg bij het dorp Altenfels. De burgemeester vertelt aan onze vrienden de legende dat de kater van
de gravin (de vrouw van het beeld) door zijn speciale blik mensen kon genezen van egoïsme. Ook horen ze dat Eldemelcher
het dorp wil afbreken om een groot hotel te bouwen. En Lambik staat onder de invloed van de kille Eldemelcher. Wat nu toe
doen? Maar dan verschijnt de kater van de gravin, Siegfried de koddige kater. En bijzonder is hij zeker.
In 'De koddige kater' heeft Willy Vandersteen egoïsme en waartoe dit kan leiden centraal gesteld. Lambik, van nature
een goede lobbes, verliest zijn vertrouwen in zijn medemens na een aantal grote teleurstellingen. Mensen maken misbruik
van zijn goedgelovigheid om hem geld af te troggelen. Iets wat je helaas ook nu nog maar al te vaak hoort en ziet in de
media. Maar Lambik slaat helemaal door naar het andere einde van het spectrum en gaat, onder de leiding van Eldemelcher,
alleen nog leven voor winst en eigen belang. De gevolgen voor zijn medemensen laten hem koud. Gelukkig is de kater Siegfried
in staat om hem met zijn blik te genezen, hoewel ook deze koddige kater bij de les moet worden gehouden want ook hij heeft
een tweede belang (de genegenheid van de poes Nonoletta). Uiteraard loopt het hele verhaal goed af en wordt Lambik weer
zijn oude zelf. Het verhaal van De koddige kater verscheen van september 1964 tot en met januari 1965 in de kranten De
Standaard en Het Nieuwsblad. De eerste album uitgave (ook weer een deel uit de tweekleurenreeks) verscheen in 1965. Ook
nu volgde al ras de herdruk in volledige kleur.

|

Professor Barabas heeft zijn vrienden uitgenodigd voor een vakantie aan boord van zijn jacht. Opgetogen melden de vrienden
zich dan ook op de kade waar het schip van de professor ligt afgemeerd. Alleen wil de oorspronkelijke stuurman niet meer
meevaren. Hij heeft recent een zeemonster gezien en weigert uit te varen. Gelukkig is er een andere stuurman, Jakke, die er
geen probleem in ziet om uit te varen. En zo neemt de beloofde vakantie toch een aanvang. Ook Jakke zegt het monster gezien
te hebben en het nieuws staat inmiddels ook in de krant. Terwijl het jacht van de professor in het kanaal vaart komt er een
dichte mist opzetten. En uit de dikke mist duikt plots een duistere gedaante op. Een botsing is onvermijdelijk en het jacht
zinkt. Jakke verdwijnt met het stuurwiel in zijn hand in de mist. Onze vrienden zijn echter in het water terecht gekomen en
klimmen aan boord van het gevaarte. Het blijkt geen monster maar een schip te zijn. Terwijl ze op het dek zijn verdwijnt
tante Sidonia in het schip. Even later zijn ook professor Barabas, Suske en Wiske verdwenen. Lambik en Jerom vinden
zichzelf terug op een rubberboot nadat ze een slaapmiddel hebben gedronken. Maar in de verste zien ze het schip en gaan
aan boord. Via een luik horen ze de kapitein van het schip, Kwovadis, in zichzelf praten. Hij denkt dat de wereld zal
vergaan door vuur en heeft een moderne ark van Noach gebouwd. Van alle bevolkingsgroepen heeft hij vertegenwoordigers aan
boord genomen om het menselijke ras te laten overleven.

Uiteindelijk mogen ook Lambik en Jerom aan boord blijven. Hoewel mogen, alle mensen zijn gedwongen aan boord van het schip
te blijven omdat zij allen zijn behandeld met een stroom. En als een van hen vlucht ontploft het schip. Inmiddels is Jakke
terug in de bewoonde wereld en de luchtmacht begint de zoektocht naar het schip van Kwovadis. Na een kort gevecht trekken
de vliegtuigen zich terug maar dan stoomt de marine op. Omdat het schip van Kwovadis op een mijn loopt en begint te zinken
laat hij alle mensen van boord vertrekken en zet de stroom uit. Iedereen gaat van boord, behalve Kwovadis. Hij verdwijnt met
zijn schip. De schipbreukelingen komen terecht op een klein eiland en kiezen een leider. Tante Sidonia wordt gekozen als
president van het Mini Mierennest, zoals ze het eiland noemen. Professor Barabas, Lambik en Jerom krijgen functies in de
staf van Sidonia. Zo af en toe zijn er wel geschillen tussen de mensen op het eiland, maar Jerom handhaaft de vrede.
Maar dan duiken er vijandige levende planten op. Nu worden de eilandbewoners geholpen door een onbekende. En deze onbekende
biedt wel vaker de helpende hand. Wie kan dit zijn? En dan komt de eerste aardschok. Is het eiland gedoemd om ten onder te
gaan?
Het verhaal 'Het mini mierennest' verscheen in 1967 en was een nieuw verhaal. Ook nu werd het verhaal eerst in de twee
bekende kranten gepubliceerd voordat het in albumvorm verscheen. Dit avontuur combineert elementen uit twee boeken van Jules Verne
(1828-1905) met een pittige kritiek op de wereldgemeenschap. Allereerst de boeken van de Franse schrijver Jules Verne.
Het eerste deel van 'Het mini mierennest' is gebaseerd op de roman 'Twintigduizend mijlen onder zee' (1870). In dit boek is
ook sprake van een mysterieus zeemonster. Anders dan Suske en Wiske gaan de hoofdpersonages uit de roman van Verne bewust
op zoek naar dit monster, maar ook dit blijkt een schip te zijn (de Nautilus) waarvan Nemo de kapitein is. De
hoofdpersonages worden ook tegen hun wil aan boord van het schip gehouden. Net als de ark van Kwovadis wordt de Nautilus
aangevallen en lijkt het schip uiteindelijk ten onder te gaan. De hoofdpersonages kunnen ontsnappen. Het tweede deel van
'Het mini mierennest' is gebaseerd op een andere roman van Jules Verne en wel 'Het geheimzinnige eiland' (1874). Ditmaal komen
de hoofdpersonen, die met een luchtballon reizen (komt ook een beetje terug in het Suske en Wiske avontuur) terecht op een
schijnbaar onbewoond eiland. Ook zij krijgen hulp van een onbekende. Op het einde van het verhaal vinden ze de Nautilus en
Nemo op een afgelegen deel van het eiland, zoals onze vrienden Kwovadis in de baai ontdekken. Verder is er de verwijzing
naar de ark van Noach en behoeft uiteraard geen uitleg. Daarnaast uit Willy Vandersteen in Het mini mierennest nogal wat
kritiek op de ontwikkelingen in de wereld. Oorlog, hebzucht, de slappe houding van de internationale gemeenschap wanneer
er gewelddadige conflicten ontbranden (zie het stukje met Jerom wanneer Sitting Chief en Rajam vechten) heeft hij allemaal
in het verhaal verwerkt. En dat op een manier dat je er toch om kunt lachen. Een knappe prestatie.

|

Lambik, Suske en Wiske kamperen ergens aan een waterkant. Het regent die avond behoorlijk en de tent lekt. Wiske besluit
dan maar naar buiten te gaan om de tent te repareren. Maar terwijl ze hiermee bezig is ziet ze tot haar grote schrik een
auto van de weg slippen en in een sloot terechtkomen. Direct alarmeert zij Lambik en Suske. Vlug haast het drietal zich
door de regen naar de auto toe en beginnen de chauffeur, die gewond is, te verbinden. Na een klein misverstand in het
donker besluiten ze de man, op het oog een zeeman, naar hun tent te brengen. De man is versuft en mompelt een paar woorden.
Hieruit leiden zij af dat de man bang is dat er een kist uit zijn wagen gestolen zal gaan worden. Omdat Lambik per abuis
een slaapmiddel ingenomen heeft moeten Suske en Wiske er met z'n tweeën op uit. Bij de auto aangekomen zien ze hoe
inderdaad twee mannen bezig zijn om een kist mee te nemen. Suske en Wiske trachten de mannen tegen te houden maar slagen
hier niet in. Omdat zij nu hulp nodig hebben en Lambik nog steeds slaapt, bellen ze tante Sidonia die direct in het
gezelschap van Jerom naar hen toe komt. Onderweg stuiten Sidonia en Jerom op de twee mannen die de kist gestolen hebben,
maar dit weten zij nog niet. Maar even verder ligt de kist pardoes op de weg. Natuurlijk nemen Sidonia en Jerom de kist
mee. Nadat tante Sidonia weet hoe de vork in de steel zit besluit zij dat de kampeerpartij voorbij is en het hele
gezelschap reist naar huis.

Eenmaal thuis komt er wat duidelijkheid in de zaak. Allereerst blijkt de inhoud van de kist te leven. Het is een zeemeermin
die naar de naam Nikki blijkt te luisteren. De man met wie zij reist, vertelt dat zijn dagboek in zijn auto ligt en verliest
dan weer het bewustzijn. Dus gaat Jerom op pad om dit dagboek te halen. De man heet Jan van Dieperdale en was een duiker.
Tijdens het duiken heeft hij Nikki gevonden in de Golf van Thessaloniki in Griekenland. Hij besloot het duikersvak op te
geven en staat nu met Nikki op kermissen. Twee voormalige scheepsmaten, kapitein Hanker en stuurman Rhoer, willen Nikki
ontvoeren. Hietoe hebben zij al eens een poging gewaagd en dus vluchtte Van Dieperdale. Een vlucht die in de sloot eindigde.
Maar Hanker en Rhoer handelen niet op eigen houtje. Zij werken voor het bedrijf Sjam & Foeters, Internationale Financiering.
Iedereen gaat er namelijk vanuit dat Nikki afkomstig moet zijn uit het legendarische stad Alanta. Iets wat door Nikki
bevestigd wordt. In deze stad zijn de parels van het geluk. En dit is iets waar Sjam & Foeters de hand op willen leggen.
Met dit doel bellen zij dan ook naar tante Sidonia. Zij stellen voor om ook een expeditie voor onze vrienden te financieren,
in ruil voor een kaart of voor Nikki. In ruil voor de kaart gaan onze vrienden akkoord met het voorstel. Alleen stribbelt
Lambik nogal tegen. Hij gelooft er niet aan en weigert dan ook mee te gaan. Om het onderzoek te kunnen doen krijgen beide
partijen een bathyscaaf (een speciaal voor diepzeeonderzoek gebouwde onderzeeboot). Onze vrienden noemen die van hen de
IJzeren schelvis en professor Barabas rust de duikboot uit. En zo begint het avontuur dat de vrienden naar de bodem van de
Golf van Thessaloniki brengt. Het belooft een spannende race te worden. Maar speelt iedereen wel eerlijk?
Het verhaal 'De ijzeren schelvis' dateert uit 1954/1955. Vanaf september 1954 tot en met februari 1955 werd het avontuur
gepubliceerd in de kranten De Standaard en Het Nieuwsblad. In 1955 verscheen het voor het eerst als album. Deze eerste uitgave
behoort nog tot de zogenoemde ongekleurde reeks. De illustraties werden afgedrukt op respectievelijk blauwe en rode pagina's.
In 1965 kwam het verhaal in herdruk in de tweekleurenserie. Pas in derde instantie werd het avontuur in de volledige
kleurenreeks opgenomen. Dat het verhaal al wat ouder is, is goed te zien aan de tekeningen. Het is wat minder gepolijst
dan in latere jaren. De naam van de verzonken stad Alanta is uiteraard een verwijzing naar de legende van Atlantis.
Willy Vandersteen heeft diverse woordgrappen in het verhaal verwerkt, denk maar aan de namen Hanker (voor anker) Rhoer
(voor roer). Ook nu is er weer een onderliggende boodschap. De zoektocht naar de parels van het geluk en deze mee te nemen
is het verkeerde uitgangspunt. Wanneer een aantal parels kapot worden gegooid verschijnt de tekst
"Men vindt het geluk niet door het te zoeken, doch door het te geven". Een mooie gedachte.
|

Op een warme dag besluit Lambik om een grap uit te halen met een serveerster. Maar deze heeft een snedig antwoord voor onze
vriend. Goedgehumeurd vervolgt Lambik zijn weg. Maar het lijkt wel steeds warmer te worden. Dan komt hij Suske en Wiske
tegen. Het tweetal wil graag naar de dierentuin maar het ontbreekt hen aan geld voor de toegang. Daarop besluit Lambik dat
hij hen zal trakteren op een bezoek. En dus lopen de drie al snel in de dierentuin wanneer er zich wat opmerkelijke zaken
voordoen. Een vrouw vlucht het apenverblijf uit omdat ze meent dat ze een van de apen heeft horen praten. Dan raakt Wiske
haar radio kwijt aan een van de apen, nu laat Lambik het er niet bij zitten en gaat het hok binnen om de radio terug te
halen. Wanneer Suske en Wiske met een opzichter terug komen heeft Lambik het kleinood in zijn handen, maar hij begint zich
wel wat vreemd te gedragen. Lambik neemt afscheid en wandelt alleen verder. Thuisgekomen vertelt Wiske het zonderlinge
gedrag van Lambik aan tante Sidonia. Zij houdt het er op dat de warmte een rol zal hebben gespeeld. Maar dan komt er een
bericht over de radio. De toenemende hitte is volgens een observatorium te wijten aan een meteoriet die met grote snelheid
de aarde nadert. Men maakt ook melding dat professor Barabas heeft gewaarschuwd voor ernstige gevolgen.
Natuurlijk willen de vrienden contact met de professor maar in de krant staat dat Barabas uit zijn woning is verdwenen. Daarom
gaan ze naar het huis van Lambik en Jerom. Ze komen juist op tijd aan om hun auto te zien wegrijden.

En dus rijdt Sidonia achter hen aan. Maar Lambik doet zijn best om het contact te vermijden. Toch treffen zij enige tijd
later de auto in een stille straat aan. Tante Sidonia besluit om het tweetal hun vet te geven. Echter wanneer ze bij de
auto komt treft zij niet Lambik en Jerom aan, maar twee apen! Sidonia is haar zenuwen kwijt en dan valt het Suske op dat
zij zich aan de achterzijde van de dierentuin bevinden. En dus klimmen ze over de muur en zien in de verte de twee apen
waar tante Sidonia gewag van maakte. Wanneer de apen een hok in gaan besluiten Suske en Wiske hen te volgen. Eenmaal in
het hok blijken de apen die ze gezien hebben Lambik en Jerom in vermomming te zijn geweest. Ook de professor is vermomd
in de dierentuin. De aap die eerder de radio van Wiske afpakte was de professor in vermomming. De professor is namelijk
tot de conclusie gekomen dat de meteoor ervoor zorgt dat de apen verstandig worden, enkele kunnen al praten. En dan blijkt
dat er toch maar weinig verschil is tussen de apen en de mensen. Onder leiding van Go Rilla willen ze de macht grijpen.
Wat nu te doen?
Het verhaal 'De apekermis' uit 1965 houdt de lezer een behoorlijke spiegel voor. Willy Vandersteen laat de apen zich
gedragen als op macht beluste mensen, compleet met het circus wat daarbij hoort. In dit verhaal zit natuurlijk ook een
grote invloed van de James Bond films. Op de kaft staat Lambik in een klassieke 007 pose. In 1965 kwam de vierde Bond film
(Thunderball) uit met Sean Connery als de Britse geheim agent. Wat verder wel opvalt, is dat er in dit deel best wel wat
geweld zit verwerkt. Wel op een humoristische wijze natuurlijk maar voor een Suske en Wiske avontuur is het toch meer dan
anders. Het verhaal 'De apekermis' werd eerst gepubliceerd in De Standaard en Het Nieuwsblad en daarna als album uitgegeven.
Dit alles in 1965 in de tweekleurenreeks. Ook dit deel was dus een heruitgave in de volledige kleurenreeks.
|

Verdiept in de krant van die dag loopt professor Barabas over straat. De geleerde is ontsteld door de inhoud van de
berichten. Het raakt hem zo dat hij enigszins verstrooid is op het moment dat hij aanbelt bij het huis van tante Sidonia.
Zij merkt natuurlijk direct dat de professor uit zijn doen is en Barabas maakt van zijn hart geen moordkuil. Want waar
bestaat het laatste nieuws uit? Oorlog, opstand, machtsmisbruik om er maar een paar te noemen. Vertwijfeld vraagt hij zich
af hoe het mogelijk is dat de mens nog steeds oorlog voert. In de kamer horen ook Suske en Wiske zijn betoog en Wiske zegt
dat zij de juiste persoon weet aan wie de professor zijn vragen kan stellen. In haar lesboek staat een afbeelding van het
het schilderij 'De dulle griet' van Pieter Bruegel de Oude. En omdat de professor de teletransfor heeft uitgevonden, kan
hij het beeld van de dulle griet tot leven wekken. Aan haar kan hij dan zijn vragen stellen. Nadat ook Lambik en Jerom zijn
gearriveerd worden zij op de hoogte gebracht van het plan. Nog diezelfde dag staan de vrienden voor het museum
Mayer van den Bergh in Antwerpen om het schilderij te fotograferen. De professor krijgt vrije toegang tot het museum dat voor
die dag gesloten is. Na hard werken staat de teletransfor recht voor het bewuste schilderij. Na een druk op de knop en een
verblindende lichtflits komt de dulle griet in de afgesloten cabine van het apparaat terecht.

En een tel later komt een woest uitziende vrouw, met zwaard in hand, uit de cabine gestormd. Al snel volgt de voorstelronde
maar wanneer de professor zijn eerste vraag stelt gaat het mis. Het woord oorlog werkt op de dulle griet als een rode lap
op een stier. In de woeste uitval die volgt vernielt ze de teletransfor en Jerom en Lambik moeten haar tot bedaren brengen.
Nadat zij gekalmeerd is brengt de professor met hulp van de anderen de vernielde machine naar zijn laboratorium om het te
repareren. De dulle griet blijft achter onder het wakende oog van Lambik. Natuurlijk gaat dit niet lang goed en de dulle
griet richt een ravage aan op straat. Nadat Lambik haar weer te pakken heeft besluit hij de woeste vrouw naar de kelder
van het huis van Sidonia te brengen. Nadat Wiske een op een brandstapel vastgebonden Schanulleke heeft gevonden komt ook
Sidonia aan de weet dat ze een extra gast heeft, want dit had Lambik haar niet verteld. De dulle griet wil niets liever
dan er alleen vandoor gaan om oorlog en brandstichting te beginnen. Bovendien heeft ze een hekel aan de lappenpop van
Wiske, voor haar het toppunt van onschuld. Ze probeert alle zwakheden uit te buiten om haar doel te bereiken. Overigens
heeft de dulle griet altijd een houten kistje bij zich en de vrienden vragen zich af wat daar wel niet in mag zitten. Maar
kunnen zij de dulle griet in bedwang houden totdat de professor de teletransfor heeft hersteld?
Wat het onderliggende thema van het verhaal 'De dulle griet' is laat zich niet moeilijk raden. Ook ditmaal zet Willy Vandersteen
zich af tegen de oorlogsvoering waarbij de oorlog in Vietnam, die op dat moment steeds meer begon te ontbranden, prominent
wordt genoemd. Een belangrijk element in het verhaal is het schilderij van Pieter Bruegel de Oude. Hij vervaardigde het
schilderij Dulle Griet ergens tussen 1561 en 1564 en het bevindt zich ook nu nog steeds in het museum te Antwerpen.
Over de betekenis van het schilderij is al veel gepubliceerd. Op het doek is de dulle griet een laaiende reuzin die uit de
hel komt met de buit onder de linkerarm. Om haar heen gaan de gevechten door en laaien de vlammen van de hel op de
achtergrond op. Rechts op het schilderij zijn ook andere vrouwen te zien die er lustig op los slaan. Wellicht de
inspiratiebron van Willy Vandersteen voor de kleine dulle grietjes in de strip? Over de juiste interpretatie van het
echte schilderij lopen de meningen van de deskundigen uiteen, zoals een korte zoekslag op Internet aantoont.
Pieter Bruegel de Oude komt overigens wel vaker voor in de Suske en Wiske strip, denk maar aan het verhaal 'Het Spaanse spook'.
Maar Willy Vandersteen laat ook wat typische menselijke zwakheden naar voren komen in het verhaal. Lambik wordt gepaaid
door de opmerkingen dat hij zo intelligent is. Bij Sidonia wordt de kaart van het wondermiddel voor een perfect uiterlijk
uitgespeeld. Rest nog te vermelden dat het verhaal dateert uit 1966 en eerst als tweekleurendruk verscheen voor het in de
huidige reeks werd heruitgegeven.
|

Tante Sidonia kijkt met Suske en Wiske naar de televisie. De nieuwsberichten zijn niet al te vrolijk. In de buurt is een
dorp getroffen door natuurgeweld en ze besluiten om even naar de plaats van de ramp te gaan kijken. Wanneer ze de ravage
aanschouwen slaat plots het weer om. Dus gaan ze weer onderweg naar huis. Op de terugweg slaat de bliksem in een eeuwenoude
eik. Gelukkig kan tante Sidonia de vallende boom nog net ontwijken met de auto. De omgevallen en ontwortelde boom blokkeert
de weg. Er is echter iets wat hun aandacht trekt. Onder de eik vinden ze een afgesloten put. Pogingen om de deksel te
verwijderen lopen op niets uit en Sidonia vindt het welletjes. Terwijl ze terug rijden leest Wiske echter een plakkaat voor
die ze bij de put gevonden heeft. Volgens het plakkaat is het een vergeetput waar in de 16de eeuw een vrouw in is opgesloten.
De vrouw heette Antanneke en ze zou een toverheks zijn geweest. Nu toch wel nieuwsgierig geworden rijden ze terug. Maar nu
is het deksel plotsklaps van de put. Door een klein ongelukje valt tante Sidonia in de vergeetput waar alleen nog een bezem
in staat. Wanneer ze de bezem als ladder wil gebruiken vliegt ze pardoes de put uit. Verbijsterd zien Suske en Wiske haar
op de bezem door de lucht vliegen. Uiteindelijk lukt het Sidonia om te landen. Wanneer Suske en Wiske weer bij haar zijn
besluiten ze gedrieën op de bezem plaats te nemen en naar het huis van Lambik en Jerom te vliegen.

Alleen Jerom is thuis en natuurlijk gelooft hij geen woord van het verhaal. Zeker niet aangezien de auto van Sidonia
bij het huis geparkeerd staat. Maar hoe is die daar nu gekomen? Boos om het ongeloof van Jerom loopt Wiske naar binnen
om de bezem te halen. In haar boosheid realiseert ze zich eerst niet dat de heks Antanneke zich ook in kamer bevindt.
Maar dit duurt niet lang en wanneer iedereen binnen is vertelt Antanneke wat er in het verleden is voorgevallen. Toen
ze in de vergeetput werd gegooid heeft ze zichzelf in slaap getoverd. De blikseminslag heeft haar gewekt en nu is ze van
zins om veel leed over de mensenheid uit te storten. Het lukt Jerom door een slimmigheidje om Antanneke op te sluiten.
Inmiddels is Lambik ook thuisgekomen en hij is verbolgen dat de mensen de zeven werken van barmhartigheid niet meer kennen.
Omdat hij hierover maar doorgaat gaan Sidonia, Suske en Wiske naar huis. Jerom besluit om naar bed te gaan. En dus blijft
Lambik alleen achter met Antanneke. Zij vertelt hem dat een tovenaar de harp met de zeven snaren heeft verstopt. Hierdoor
worden de zeven werken van barmhartigheid niet meer uitgeoefend door de mensen. Natuurlijk laat Lambik zich in de luren
leggen en Antanneke kan ontsnappen. Nu moeten de vrienden haar wel achterna want Antanneke is van plan om de harp te
vernietigen. Het wordt een lange reis die hen zelfs naar het Ierland van de 16de eeuw brengt.
Het verhaal 'De zeven snaren' verscheen in 1967 in de Belgische kranten en werd in 1968 als album uitgegeven. Naast gewoon
een leuk verhaal heeft Willy Vandersteen ook nu weer een onderliggende boodschap in de vertelling verwerkt. Neem de
geschiedenis van Antanneke die zij aan professor Barabas vertelt. Spilzucht, slechte bestuurlijke beslissingen en
corruptie. Het geld wordt niet besteedt aan zaken die het leven van de mensen kan verbeteren maar aan andere zaken.
Dat klinkt nog akelig actueel.
Ook zit er een element in verwerkt van vervolging. In hetzelfde stuk wordt verhaald over geheime
samenkomsten en trachten te ontkomen aan de beul. En dit alles omdat ze anders dachten over bepaalde zaken. Er is
wel eens gesuggereerd dat dit een verwijzing zou zijn naar de vervolging van de Katharen, maar of dit ook de bedoeling was?
Een ander punt is het gebruik van de zeven werken van barmhartigheid die zien op naastenliefde. In dit geval gaat het om
het afnemen van het toepassen hiervan. Wellicht dat Willy Vandersteen in de periode dat hij het verhaal schreef een
verandering in de samenleving begon waar te nemen die hij niet per se positief vond. Het album dateert immers eind jaren
60 toen er het nodige zich afspeelde, ook in de Belgische en Nederlandse samenleving. Dit ging gepaard met de nodige
maatschappelijke onrust. Het gebruik van de zeven werken van barmhartigheid waar Lambik over loopt te tobben suggereert
in ieder geval dat Willy Vandersteen zich zaken afvroeg aangaande de ontwikkeling die hij waarnaam. Grappig is
natuurlijk dat de eerste persoon aan wie Lambik een vraag stelt op straat over dit onderwerp een getekende Willy Vandersteen
is.
|

Op een goede ochtend wordt Lambik wakker en besluit direct naar de bakker te gaan. Na een klein misverstand over het weer
gaat onze vriend dan toch op pad. Op de terugweg moet hij schuilen voor de regen en wordt zijn aandacht getrokken door
een man die de krant staat te lezen. In de krant staat een bericht over een ongeval met een wagen. Het valt Lambik op dat
er iets niet klopt aan het bericht. Nadat hij weer thuis is bespreekt hij het geval met Jerom en met Suske en Wiske die
bij hen logeren. In het ziekenhuis spreken ze met de gewonde van het ongeluk en volgens die man kwam er iets uit de lucht
vallen. Wanneer het viertal die avond over de weg rijdt zien ze een man in paniek. Hij heeft een onverklaarbare grote massa
gezien. Lambik en Jerom gaan direct op onderzoek uit maar vinden alleen een platgewalste auto. De man (Pauwels) vertelt dat
hij samen met Sanders (de andere gewonde) een berg in de Himalaya beklom en door de lokale bevolking werd gewaarschuwd voor
de wraak van de berg. Maar er was nog een derde lid van de expeditie, professor Alpins. Deze man moet direct gewaarschuwd
worden. Wanneer ze bij het huis van de professor komen ligt het dak naast het huis. Alpins treffen ze bewusteloos aan in
de woning. Jerom ziet dan een donkere massa en Lambik en Pauwels gaan gewapend op onderzoek uit. Maar het blijkt een
misverstand. De donkere massa zijn tanks van het leger die de professor komen beschermen. Samen met het leger gaan ze
achter de massa aan. Na een aantal schoten besluit Jerom te gaan kijken en verdwijnt samen met de massa.

Lambik, Suske en Wiske leggen zich er niet bij neer dat Jerom is verdwenen. Ze gaan hem zoeken. Wanneer ze langs het huis
van tante Sidonia rijden zien ze uit de schoorsteen iets wapperen. Het is Sidonia die in paniek is. Nadat ook Wiske is
geschrokken gaat Lambik dapper het huis binnen en komt een reus tegen. Dan verschijnt ook Jerom en hij legt uit dat de
reus, die Bhébé heet, hem naar het huis van Sidonia heeft gebracht. Dankzij een machine van professor Barabas
kunnen ze met Bhébé spreken. Door de bagage van de expeditie die een jaar eerder op de berg was werd de reus
nieuwsgierig. Hij vond ook enkele albums met de avonturen van Suske en Wiske en wilde hen ontmoeten. De vertrapte auto's
waren een ongelukje, Bhébé wilde alleen naar het adres van het avontuurlijke tweetal vragen. Ook vertelt hij dat
in de berg veel goud en diamanten te vinden zijn. Later vertelt de reus, die inmiddels onze taal spreekt, dat hij in een
ijsgrot op de Montladsu woont en dat hij deze grot van alle moderne gemakken wil voorzien. Onze vrienden besluiten
Bhébé te helpen. In een aangepaste gyronef beginnen ze aan de terugreis. In de bergen komt de gyronef in
problemen door een sneeuwstorm en moet een noodlanding maken. Suske en Wiske gaan op verkenning en ontmoeten een kluizenaar.
Maar in de hoge bergen leven ook de Bergbokken. Zij dwingen de kluizenaar om Sidonia en Jerom te hypnotiseren die daarna
hun eigen weg gaan. De route terug naar de Himalaya gaat niet gemakkelijk worden.

Het verhaal 'De brullende berg' werd uitgegeven in 1955/1956 en kwam in dat laatste jaar voor het eerst in een album terecht.
De voorkant van die eerste uitgave ziet er anders uit dan de latere uitgaven. Dat het verhaal tot de vroegere jaren van de
Suske en Wiske avonturen behoort is te zien aan de tekenstijl die WillyVandersteen toen hanteerde. De belijning is wat
dikker en de tekeningen zelf zijn nog niet volledig tot volwassenheid gekomen. Onze helden hebben natuurlijk al wel hun
definitieve vorm, maar het oogt allemaal nog iets ruwer. Toch zijn de originele tekeningen in het verhaal zelf nooit
aangepast, gelukkig maar zou ik zeggen. Want het verhaal heeft veel charme en de manier waarop het gepresenteerd wordt is
tijdloos. Zoals gezegd werd de voorkaft wel hertekent. Al bij de heruitgave uit 1965 was dit het geval. Dit is de kaft die
ook voor de volledig ingekleurde versie werd gebruikt. Als thema heeft Willy Vandersteen ditmaal afgunst (en de daarbij
behorende misleiding en manipulatie) genomen. Het idool van de Bergbokken heet niet voor niets Haf-Ghunst (een woordspeling
op afgunst). Ook de naam van de reus Bhébé is een woordspeling en wel op het Franse woord bébé wat baby
betekent. Er is nog wel iets wat opvalt. Wanneer de Bergbokken beschoten worden en geraakt worden verdubbelen zij zichzelf.
Dit is iets wat ook in het album 'De dulle griet' uit 1966 wordt toegepast op de kleinere grietjes.

|

De ochtend is nog maar nauwelijks begonnen in het huis van tante Sidonia als de telefoon gaat. Het is Lambik die wil laten
weten dat hij een nieuwe auto heeft gekocht die hij natuurlijk komt laten zien. Ze besluiten een tochtje te maken in de
wagen en tante Sidonia neemt plaats achter het stuur. Hoewel ze haar best doet om de aanwijzingen van Lambik op te volgen
vind er toch een ongelukje plaats. Lambik meent al dat hij een takelwagen moet laten komen, maar Wiske stelt voor om Jerom
te halen. Hij krijgt de wagen wel weer goed op de weg. In het huis aangekomen merken Suske en Wiske echter dat Jerom er
niet is. Er ligt zelfs een afscheidsbriefje. Maar wanneer zij Lambik en tante Sidonia op de hoogte brengen stelt deze
laatste dat Jerom ontvoerd moet zijn. De reden is simpel, Jerom kan helemaal niet schrijven. Maar wie heeft Jerom ontvoerd
en waarom? Dan valt het oog van Wiske op een filmcamera waar mogelijk Jerom mee bezig was. Snel laten zij de film
ontwikkelen en inderdaad de ontvoering van Jerom staat op de film. Het gezicht van de dader staat er jammer genoeg niet op
maar wel zien ze dat een van de handschoenen van de dader een genaaide scheur heeft. Direct slaan zij alarm bij de politie
die terstond een grote zoekactie begint. Echter zonder resultaat. Enige tijd later worden Lambik gebeld door een man van
de wegenwacht. Op de weg van Antwerpen naar Brussel heeft hij iets ontdekt over de ontvoering van Jerom. Natuurlijk haasten
onze vrienden zich naar de man die ze bewusteloos in het gras vinden. De man is aangevallen door de ontvoerder van Jerom.
Zo snel mogelijk gaan de vrienden in de achtervolging. De dader rijdt in een rode sportwagen. Een eind verder vinden de
auto, verkreukeld tegen een boom.

Dan zien ze iemand in de verte lopen met een andere persoon over de schouder. Zo snel ze kunnen rennen onze vrienden achter
die persoon aan. Jammer genoeg heeft Lambik een van zijn mindere heldere invallen waardoor ze wat vertraging oplopen. En
dit is net genoeg voor de dader om zichzelf en een bewusteloze Jerom te laten oppikken door een helikopter die het teken
X-37 draagt. Teleurgesteld geven ze de achtervolging op. Ook nu vindt de politie geen aanknopingspunt. In het huis van
tante Sidonia wachten ze vruchteloos op nieuws. Om wat afleiding te hebben gaat Lambik in op een uitnodiging van het
Poppenspel Pats. Hier maakt hij kennis met een man die hem een voorstel doet. Of Lambik geïnteresseerd is in een baan
als clown in het circus? Lambik tekent een contract en gaat naar circus Fantasar, waar hij zich moet melden bij de directeur.
Maar de man blijft uit zicht en Lambik hoort alleen zijn stem. De directeur laat zich de Onzichtbare noemen. In de
wagen van de directeur ziet Lambik een handschoen liggen die hij herkent. Het heeft de genaaide scheur die te zien
was op de film. Maar dat betekent dat hij de ontvoerders van Jerom per abuis op het spoor is gekomen. Lambik alarmeert
tante Sidonia en samen met Suske en Wiske komt zij naar het circus. Ook zij bemachtigen een baantje bij het circus,
vastbesloten Jerom terug te vinden. Maar er is veel meer aan de hand, want wat te denken van die geheimzinnige zwarte
wagen?
Het verhaal 'De circusbaron' werd uitgegeven in De Standaard en Het Nieuwsblad van 1953 tot en met 1954 als 'De cirkusbaron'.

In albumvorm verscheen het in 1954 op de markt. Net als bij het album 'De brullende berg' is aan de tekenstijl te zien dat
het verhaal uit de eerste jaren van de Suske en Wiske reeks dateert. Ook nu is de kaft van de latere heruitgave hertekent.
De voorkant van het album in volledige kleuren is een andere dan die van eerdere uitgaven. Ook aan de personages is te
merken dat de striphelden nog in de eerste fase van ontwikkeling zitten. Jerom loopt nog in een berenvel rond, de kleding
die hij droeg bij zijn introductie in de serie met het verhaal 'De dolle musketiers' uit 1953. Naarmate de jaren
voortschreden besloot Willy Vandersteen Jerom meer alledaags te kleden en leerde hij ook lezen en schrijven. Iets wat hij
in dit verhaal nog niet kan.
Suske en Wiske krijgen te maken met een spionagenetwerk die om bepaalde redenen Jerom ontvoerd hebben.
Natuurlijk loopt alles goed af maar ditmaal hebben ze wel hulp nodig uit een onverwachte hoek. Wat opviel is dat
Willy Vandersteen het personage van Lambik min of meer toelicht in het verhaal. Wanneer de man met de zes haartjes een
bezoek brengt aan het Poppenspel Pats licht de poppenspeler het personage van Lambik wat meer toe als iemand in wie wij
al onze gaven en al onze gebreken verenigd zien. Dit is waarschijnlijk inderdaad de reden waarom het personage van Lambik
zo onmisbaar is in de reeks. Vaak etaleert hij al de misstapjes die wij allen net zo makkelijk kunnen begaan. Zonder hem
zou de strip veel minder leuk zijn.
|
Geraadpleegde bronnen:
nl.wikipedia.org/wiki/Suske_en_Wiske
nl.wikipedia.org/wiki/Willy_Vandersteen
nl.wikipedia.org/wiki/Blauwe_reeks
nl.wikipedia.org/wiki/Kaproen_(cartoonist)
suskeenwiske.ophetwww.net/
suskeenwiske.be/
suskeenwiske.nl/
|