131 Het zingende nijlpaard

Suske en Wiske - Het zingende nijlpaard

Egypte 1950. Aan de oever van de Nijl ligt het rijk van farao Tutankoffi. Omdat het land ver weg ligt van de moderne wereld is de farao er in geslaagd de oude Egyptische beschaving in zijn rijk te bewaren. Op een dag verschijnt prins Tof-fentip die om de hand vraagt van de dochter van de farao, prinses Banylon. De farao beseft dat de prins niet weet wat er gebeurd is en neemt hem mee naar een andere kamer. Daar ligt een nijlpaard op een bank. De farao stelt het dier voor als zijn dochter. Enige tijd geleden maakte vader en dochter en tochtje toen ze in een oase een stenen beeld van de sfinx met de bruine ogen vonden. Ze rusten wat uit aan de voet van het beeld terwijl de prinses een lied zong. Plotseling sprak de sfinx. De prinses moest bij het beeld blijven en iedere dag voor het beeld zingen. Toen de farao weigerde werd Banylon omgetoverd in een nijlpaard en kan alleen maar terug in haar mensengestalte als de farao een ander zingend nijlpaard naar de sfinx brengt. De farao weet niet hoe hij de betovering ongedaan moet maken. Zijn grootvader wist wel hoe toverkracht gebruikt kon worden, maar daarvoor moet de farao de gouden trompet hebben die zijn grootvader toverkracht gaf. En deze is in de loop der tijd in Europa terecht gekomen. Prins Tof-fentip besluit dat hij de gouden trompet zal vinden. Hij gaat de hulp inroepen van zijn neef, prins La-meling. De neef heeft een kristallen bol waarmee hij ver weg kan kijken. Ze komen ze er achter dat ze naar Nederland moeten gaan. Onze vrienden hebben natuurlijk nog geen enkele weet van deze gebeurtenissen. Op een zekere avond komen Wiske en Lambik terug van een voorstelling van het poppentheater. Om wakker te blijven zingen ze liedjes maar krijgen een discussie over een van de liedjes. Het gevolg is dat ze toch een ongeluk hebben met de auto. Wiske heeft niets, maar Lambik blijft bewusteloos nadat hij met zijn hoofd tegen een boom is aangekomen. Hij heeft een barst in zijn schedel en dat maakt van Lambik een slaapwandelaar. De gewetens van Lambik, tekening van Willy Vandersteen Zo loopt hij op een nacht al slapend door de stad en stapt pardoes het museum binnen, waarvan merkwaardig genoeg de voordeur openstaat. Want lambik is niet de enige die in de nacht het museum is binnengegaan. Ook La-meling loopt er rond. Hij wil de gouden trompet vinden, maar niet om aan zijn neef te geven. Hij wil de trompet voor zichzelf hebben en zo met prinses Banylon trouwen. Nu vindt de onbetrouwbare neef de gouden trompet wel, maar hij raakt in botsing met de slaapwandelende Lambik. En zonder dat Lambik het weet heeft hij nu de gouden trompet in bezit. De volgende ochtend leest Lambik in de krant over de roof van de trompet en tot zijn grote schrik valt de gouden trompet uit zijn bed. Vervuld van schaamte gaat Lambik er vandoor en besluit dienst te nemen in het Franse vreemdelingenlegioen. Tante Sidonia, Suske en Wiske vinden een briefje in zijn slaapkamer. Geen moment denken ze dat hun vriend een dief is. Er moet een andere verklaring zijn en dus gaan ze op onderzoek uit in het museum. Hier vinden ze een naamkaartje van prins La-meling met hierop de naam van het hotel waar hij logeert. Eenmaal in het hotel is La-meling al weg, ze vinden wel zijn neef prins Tof-fentip. Zo horen ze over de geschiedenis van het zingende nijlpaard. Dankzij een uitvinding van professor Barabas kunnen de vrienden en prins Tof-fentip nu ook de reis maken richting Marokko. Lambik wordt ondertussen naar het fort Pachac-Rhoet gestuurd. Eenmaal aangekomen blijkt dat het garnizoen in een hevige strijd verwikkeld is. Hoe gaan onze vrienden ervoor zorgen dat de betovering wordt verbroken en La-meling van zijn snode plannen weerhouden wordt?

Het avontuur 'Het zingende nijlpaard' werd in 1950/51 eerst in de krant gepubliceerd. De eerste albumuitgave was in 1951. De prinsen Tof-fentip en La-meling maken hier voor het eerst hun opwachting. In het verhaal 'het vliegende bed' uit 1959 komen Suske en Wiske hen weer tegen (in de vierkleurenreeks werd dit avontuur uitgegeven onder nummer 124). Het is duidelijk dat dit verhaal stamt uit de beginperiode van Suske en Wiske, met name de rol van professor Barabas die dan nog lang niet de voorname geleerde is die hij later in de serie zou worden, is hier een voorbeeld van.

132 De stierentemmer

Suske en Wiske - De stierentemmer

Over de autoweg van Breda naar Antwerpen rijdt een auto met hoge snelheid terwijl de lichten uit zijn. De inzittenden weten niet dat de auto wordt opgewacht door twee gemaskerde kerels. Ze dwingen de auto tot stoppen en willen een hoedendoos stelen. Net op dat moment komen Lambik, Suske en Wiske aangereden. Lambik snelt naar de auto toe en verkoopt een van de kerels een fikse klap waarmee hij hen op de vlucht doet slaan. Maar ook de auto die belaagd werd gaat er vandoor nadat de hoedendoos weer in de auto gehesen is. Lambik hoort nog wel een vrouw "Santa madola" zeggen. Ondank is 's werelds loon meent Lambik zodra de auto wegrijdt zonder een bedankje. De volgende dag vertelt Lambik in geuren en kleuren wat er gebeurt is aan tante Sidonia. Zodra hij echter de woorden van de vrouw uit de auto herhaalt valt Sidonia flauw. Wanneer ze weer bij is gekomen vertelt Sidonia dat ze een nicht had die vroeger met vis leurde maar later een Spanjaard trouwde. Zij kon het woord madonna niet goed uitspreken, ze maakte er altijd madolla van. De herinnering deed tante Sidonia flauw vallen. Om haar zinnen te verzetten gaat tante Sidonia die avond naar de schouwburg. Er treedt een Spaanse zangeres op genaamd Carmensita Falasol en zodra ze haar ziet weet Sidonia het zeker, dit is haar nicht Net de Anker. Maar midden in het optreden slaan de twee boeven alsnog toe. Ze stelen de hoedendoos. Wiske en Sprotje uit de strip Suske en Wiske, tekening van Willy Vandersteen Vliegensvlug zijn Lambik, Suske en Wiske ter plaatse nadat Sidonia hen gebeld heeft. Suske en Wiske zien hen vluchten met een auto en achtervolgen de boeven. Zodra de mannen stoppen sluipt Wiske naar de auto van de boeven toe en is net op tijd om een kind uit de hoedendoos te zien kruipen. Maar het jongetje maakt zoveel lawaai dat de twee mannen doorhebben dat Wiske hen heeft meegenomen. Met een list lukt het hen om de boeven te verjagen maar het kind is er zelf ook vandoor gegaan. Het jongetje komt uiteindelijk op een rijdende trein terecht. Ondertussen is Lambik ook aangekomen op de plek en ze gaan met de auto achter de trein aan. Terwijl de drie vrienden het jongetje proberen te redden heeft tante Sidonia de zangeres nee naar huis genomen en luistert naar haar geschiedenis. In Spanje heeft ze een man leren kennen, Don José del Rondello, en ze kregen een kind, Sprotje. Tijdens een bombardement in de burgeroorlog raakte ze haar man kwijt en heeft hem nooit meer teruggezien. Om de kost te verdienen voor Sprotje en haarzelf is ze toen gaan zingen. En dat is haar goed afgegaan. Toen begonnen de bandieten haar te achtervolgen om Sprotje te ontvoeren maar waarom weet ze niet. De pogingen om Sprotje in veiligheid te brengen falen uiteindelijk. De twee mannen ontvoeren het kleine ventje. Ze hebben wel een kaart gevonden van de twee boeven en daaruit blijkt dat ze naar Andoulasië in Spanje gaan. Natuurlijk laten de vrienden het er niet bij zitten. En zo reizen ze de volgende dag af naar het Iberisch schiereiland.

Het avontuur 'De stierenvechter' stamt uit 1950. Het is een verhaal met vele wendingen dat zich afspeelt in het zuiden van Spanje. Andoulasië is een verwijzing naar Andalusië en Servela verwijst naar Sevilla. Naast de verwikkelingen over de ontvoering van Sprotje (een klein visje, maar hoe kan het ook anders want zijn moeder heeft vis verkocht) speelt het stierengevecht ook een belangrijke rol. Willy Vandersteen maakt duidelijk dat hij het nut er niet van inziet en het een wrede manier van vermaak vindt. Dit komt vooral tot uiting wanneer Lambik in de arena het publiek uitmaakt voor 'domme bloeddorstige massa' en even verderop zegt dat hij de stier niet gaat doden want hij is geen dierenbeul. Een prima statement wat mij betreft.
Maar er is nog wel iets met de vierkleurendruk. Deze mist namelijk een aantal plaatjes op de laatste pagina ten opzichte van de eerste uitgaven in 1950. In de latere versie eindigt het verhaal met het afscheid op het vliegveld Servela. Oorspronkelijk zitten er nog zes plaatjes in het verhaal. Tijdens de vlucht terug naar huis hangt Lambik namelijk een spandoek aan de staart van het vliegtuig waarop te lezen is dat het volgende avontuur van Suske en Wiske de volgende dag begint en dat de titel 'De stalen bloempot' is. Deze plaatjes zijn waarschijnlijk gebruikt in de uitgave in de bekende kranten waarin de verhalen altijd verschenen en zijn bij de eerste uitgaven blijven staan. Bij de kleuren herdruk zijn ze verwijdert.

133 De Tuf-Tuf-club

Suske en Wiske - De Tuf Tuf club

Lambik logeert bij tante Sidonia en gaat, na wat in de tuin te hebben gewerkt, even zitten om de krant te lezen. Wiske vestigt zijn aandacht op de bereden politie die voorbijkomt. Aan een omstander vraagt hij wat er aan de hand is. In de omliggende gemeentehuizen is ingebroken en iemand heeft steeds het bevolkingsregister door elkaar gegooid. Omdat het in de omliggende gemeenten al raak was, gaat de politie het gemeentehuis bewaken. Maar ondanks de aanwezigheid van de agenten slaat de onbekende toch weer toe. Volgens een van de agenten leek het net alsof een zwarte vogel door de ruit vloog. Terwijl de commotie binnen hoog is opgelopen, staan er buiten ook nog dienders op wacht. Een verdachte gestalte met een bolhoed op staat naar het gemeentehuis te kijken. Omdat deze persoon niet reageert op de sommatie van de agent, opent deze laatste het vuur en schampt de bolhoed waarop de persoon vlucht. Dit is natuurlijk een spoor dat de politie gaat volgen en al snel komt men uit bij Lambik. Hij heeft bolhoeden en de speurhond van de politie bracht hen naar het huis van Sidonia. Maar de agenten stellen al snel vast dat Lambik er niets mee te maken heeft. Suske en Wiske vinden het maar vreemd dat tante nergens op gereageerd heeft. Wanneer ze haar kamer binnen willen gaan blijkt de deur op slot te zitten. Eenmaal binnen doen ze een opzienbarende ontdekking. Wanneer Lambik weer terug is, na een aanvaring met een zwarte vogel, brengen de twee hem naar Sidonia. Bij haar ligt de geschampte bolhoed, het is duidelijk dat tante er iets mee te maken heeft. Maar wat? Wanneer tante Sidonia weer een beetje is bijgekomen, wil ze uitleggen wat er gaande is. Daarvoor heeft ze het oude familiealbum nodig dat op zolder opgeborgen ligt. Het begon allemaal toen ze het album doorbladerde. Daarin zijn portretten opgenomen van de voorvaderen van Sidonia, zoals de baron van Stiefrijke. Hij was zeer rijk en had een kasteel in Kommersbonten. Op de achterkant van een foto staat een stuk tekst dat over een vloek gaat. Na 1851 zullen er honderd jaar verlopen en dan zal de zwarte raaf de nazaat komen zoeken om de vloek te voltrekken. Er zijn nu honderd jaar voorbijgegaan en Sidonia legde meteen het verband met de inbraken. Inmiddels is de zwarte raaf het huis binnengedrongen. Lambik gaat het tegen de vogel opnemen maar verliest verrassend genoeg. DE vogel blijkt onkwetsbaar en dwingt te drie vrienden om zich om te draaien. In een oude automobiel ontvoerd hij Sidonia naar het verleden. De reis eindigt in Kommersbonten in 1854. de zwarte vogel is net op tijd terug voor een vergadering van een groep gemaskerde mannen die zichzelf de Tuftuf-club noemen. De volgende dag weet Sidonia niet meer wie ze echt is. Ze is er van overtuigd dat ze Sidonia van Stiefrijke is, een nicht van de baron. Welk duister spel wordt daar voltrokken? Gelukkig voor tante Sidonia heeft professor Barabas net een nieuwe uitvinding gedaan. Hij heeft een teletijdmachine uitgevonden. Het ideale middel voor Suske, Wiske en Lambik om tante Sidonia te hulp te komen.

'De Tuf-Tuf-Club' werd voor het eerst uitgegeven in 1952 met als titel 'De tuftuf Klub'. In dit verhaal maak je als lezer kennis met een voorouder van tante Sidonia, baron van Stiefrijke. Van diverse kanten is er op gewezen dat automobielen een rol hebben in dit verhaal dat zich grotendeels afspeelt in 1854. Het duurde echter tot ongeveer 1885 voordat de auto zijn intrede deed. Was dit een een kleine oversight van Willy Vandersteen? Geen idee en het maakt het verhaal er ook niet minder leuk om. Al vanaf de eerste keer dat ik dit avontuur als kind las bleef het mij bij. Het heeft een lekkere geheimzinnige sfeer, een raadsel in het verleden zo je wilt. En blijkbaar vonden meer mensen dit een plezierig verhaal want de naam Tuf-Tuf-Club duikt nogal eens op. Het avontuur was en is een schot in de roos.

134 De witte uil

Suske en Wiske - De witte uil

De broer Lambik, Arthur de vliegende aap, wordt met een zeeschip verwacht die binnenkort de haven zal aandoen. In afwachting van zijn aankomst kuiert Lambik wat door het Chinese deel van de havenstad. Door een rukwind waait zijn hoed van zijn hoofd en Lambik snelt er achteraan. Het hoofddeksel waait de hoek om. Zodra hij de hoek om snelt botst Lambik bovenop een Chinees die net een restaurant verlaat. De Chinees herkent Lambik meteen als de broer van de vliegende aap. Zo op het oog nodigt de Chinees Lambik uit om wat te drinken, iets waar onze vriend natuurlijk altijd voor te porren is. Maar de Chinees heeft een duistere bedoeling met zijn uitnodiging. Zodra Lambik zit, laat de Chinees een bericht overbrengen naar iemand die de Salamander wordt genoemd. De Salamander is de leider van een Chinese bende. Meteen geeft hij zijn instructies. Lambik moet worden meegelokt naar een rookkamer waar hij opium krijgt. Het doel van de bende is Arthur te ontvoeren. Op dat moment komen ook Suske en Wiske aan in de haven, verbaasd dat ze Lambik nergens kunnen vinden. Lang hebben ze niet om daar over na te denken want de Chinese bende probeert hen te verpletteren onder vaten. Gelukkig ontkomt het tweetal. Zo bereiken ze toch het zeeschip waarmee Arthur is gearriveerd. Maar de vliegende aap wordt voor hun ogen ontvoerd. Gelukkig lukt het Suske en Wiske om er achter te komen waar Arthur naartoe gebracht is. Wat zij nog niet weten is dat Lambik zich ook in het pand bevindt. Wiske moet niets van opium hebben, tekening van Willy Vandersteen Ze dringen het pand binnen en horen hoe de Salamander over de radio praat met de grote mandarijn. De bendeleider krijgt zijn instructies. Arthur moet naar de gouden pagode worden gebracht. Dat is een plek in China. Door louter pech komen Suske en Wiske terecht is dezelfde cel waar Lambik ook wordt vastgehouden. De bendeleden voeren ondertussen Arthur weg. De vliegende aap wordt aan boord van een zeeschip gebracht om hem naar China te brengen. Ook de Salamander gaat aan boord. Met een beetje mazzel ontsnappen Suske, Wiske en Lambik uit hun cel. Tijdens de vlucht raken Suske en Wiske het contact met Lambik even kwijt. Wanneer ze hem weer terugvinden heeft hij gerookt van de Pijp der Dwazen. Lambik heeft nu ineens een wat vreemd spraakgebrek en is gekleed als een Chinees. Maar dat is niet alles want hij krijgt ook nog een prachtige lange Chinese haar staart. Omdat de drie vrienden weten dat Arthur ontvoerd is naar China besluiten ze de Gyronef reis klaar te maken en zo de achtervolging in te zetten op de Salamander. Natuurlijk duurt het even maar uiteindelijk vinden ze het zeeschip waarop de Salamander en Arthur zitten. Na enig oponthoud lukt het hen om contact te maken met de kapitein van het schip. Maar eenmaal aan boord blijken de Salamander en Arthur spoorloos verdwenen te zijn. Door een typisch Lambik ongelukje komen ze er achter wat er gebeurt is. De Salamander is met zijn gevangene overgestapt in een onderzeeër. Met het kanon opent de duikboot het vuur op de Gyronef die geraakt wordt. Het drietal besluit met parachutes uit de Gyronef te springen. Suske en Wiske zijn er al snel uit maar Lambik heeft weer enige pech en blijft aan boord. Gelukkig voor hem komt de Gyronef goed terecht op het water. Suske en Wiske hebben minder geluk, ze vallen in de handen van de Salamander. Maar wat willen de Chinezen eigenlijk van Arthur? Het antwoord ligt in een vergeten deel van China.

Het avontuur 'De witte uil' is een van de vroegere verhalen uit de serie. Het verhaal werd oorspronkelijk in de krant gepubliceerd in 1948 en voor het eerst als album uitgegeven in 1950. De vierkleuren uitgave is uit 1972 en is hier en daar opnieuw getekend om meer te voldoen aan het beeld van de Suske en Wiske uit de jaren zeventig. Eigenlijk is er niet zo gek veel te vertellen over dit deel. Het is een grappig avontuur van Suske, Wiske, Lambik en Arthur. Uiteraard moet je het wel in de tijd plaatsen waarin het geschreven werd. Zou het bijvoorbeeld tien jaar later zijn gemaakt, dan had het deel er vast heel anders uitgezien. Een verhaal dus dat hoort bij de beginjaren van Suske en Wiske.