121 De duistere diamant

Suske en Wiske - De duistere diamant

Terwijl Wiske niet om haar "zang"kunsten wordt gewaardeerd en noodgedwongen buiten haar oefeningen doet, komt Jerom een bezoekje brengen. Hij heeft net een nieuwe baan, op het ministerie waar hij naar eigen zeggen al mee is begonnen. Jerom doet niets meer maar heeft wel een briefje meegenomen van Lambik. Op zijn eigen typische wijze nodigt Lambik zijn vrienden uit om mee op vakantie te gaan. Jerom blijft liever op het ministerie. Lambik heeft een kamer gehuurd op een boerderij. Tante Sidonia, Suske en Wiske maken graag van het aanbod gebruik. Na even de weg te hebben gevraagd komen ze aan bij de Ganzenhoeve. De eigenaresse is een jonge vrouw genaamd Alwina. Omdat het hek gesloten is stapt Wiske uit maar voor ze ook nog maar iets heeft kunnen doen lijkt het hek vanzelf open te gaan. Natuurlijk is Wiske reuze benieuwd hoe het hek vanzelf openging maar volgens Alwina moet het de wind zijn geweest. Nadat de vrienden geïnstalleerd zijn maken ze nader kennis met Alwina. De jonge vrouw bewoont de hoeve alleen en fokt er pluimvee. Zij is de laatste telg van de familie, die de hoeve eeuwenlang beheerde. Suske en Wiske zijn naar buiten gegaan om nogmaals bij het nog openstaande hek te gaan kijken. Er lijkt niets aan de hand tot dat het hek uit zichzelf dicht gaat. Wiske vermoed dat er iets vreemds aan de hand is. Lambik heeft het plan opgevat om die avond nog op konijnen te gaan jagen bij een ven waar altijd mist hangt. Volgens Alwina komt dat door de moerassen. Lambik kan zich daar beter niet in wagen. Er is ook nog een legende. Men gelooft dat in het ven een spooktoren staat, waarin soms een klok luidt. De mist en het moeras weerhouden iedereen ervan te gaan kijken. Lambik vindt het verhaal maar lariekoek en trekt er in het donker op uit. Wanneer hij begonnen is met jagen hoort Lambik plots een klok luiden en herinnert zich de legende. De konijnen zijn op slag vergeten. Nieuwsgierig waagt hij zich verder in de mist en ziet plots het silhouet van een toren opdoemen. Alwina met Suske en Wiske, tekening van Willy Vandersteen Nadat hij wat in de problemen is gekomen strompelt Lambik het moeras uit waarbij het geheimzinnige klokgelui hem op de vlucht doet slaan. Wanneer de anderen de volgende ochtend wakker worden is Lambik nog niet teruggekeerd. En weer heeft Wiske een vreemde ervaring want de waterpomp beweegt uit eigen wil. In het bos vinden Suske en Wiske Lambik terug die, eenmaal bijgekomen, zijn belevenissen vertelt. Bij een volgende verkenningstocht in het bos vinden Suske en Wiske in een inham een zwarte diamant. Bij de diamant zitten ook wat papieren maar die gooien ze achteloos weg. Maar de papieren worden door iemand opgeraapt. Omdat Alwina vergeten is om de huur te betalen komt baron Rijkopers die zelf innen. Het gesprek komt op de zwarte diamant die de baron direct koopt. Alleen is de diamant zomaar een steen van grote waarde geworden. En er is nog iets vreemds aan de hand. Tante Sidonia was sinds de vondst van de diamant de somberheid zelve. Maar nu de diamant verkocht is kan ze niet meer stoppen met lachen en is ze weer haar oude vrolijke zelf. Baron Rijnkopers organiseert een presentatie voor de pers. Tijdens de presentatie verdwijnt de diamant en worden Suske en Wiske beschuldigt van de diefstal. Ze gaan er vandoor en horen bij toeval dat Alwina aan tante Sidonia vertelt dat zij afstamt van tovenaars die in de middeleeuwen in dit domein woonden. De klok lijkt haar te roepen. Wiske neemt de leiding en samen met Suske gaat ze naar professor Barabas. De geleerde heeft net de teletijdmachine verbeterd. Wiske wil de ganzenhoeve omstreeks 1400 zien. Inmiddels is de diamant weer terecht en verdenkt niemand Suske en Wiske meer, maar dat weten ze niet. Wanneer de politie bij de professor aanbelt denken Suske en Wiske dat ze gearresteerd gaan worden en duiken de teletijdmachine in. De twee suizen naar voorbij eeuwen en zo komen in de buurt van de Ganzenhoeve in de 15de eeuw terecht. Wanneer Wiske een foto maakt wordt ze aangezien voor een heks. Wanneer ze op de brandstapel dreigt terecht te komen komt Suske als haar redder. Maar er is een grote overmacht. Gelukkig is er hulp onderweg. In de jeep snellen Lambik, tante Sidonia en Alwina dankzij de teletijdmachine naar de 15de eeuw voor het begin van een opmerkelijk avontuur in de 15de eeuw.

Het avontuur 'De duistere diamant' werd in 1958 uitgegeven. Eerst in de krant en in hetzelfde jaar als album. Wanneer je de teksten leest die Willy Vandersteen in het scenario heeft verwerkt, merk je iets van wat hij in het verhaal stopt. Op pagina 25 wanneer de jeep arriveert verschijnt er een drakendoder. Wiske zegt dat Lambik het de man niet al te kwalijk moet nemen, hij kent immers geen jeep. De reactie van Lambik is dat hij geen atomen kent maar daarom nog niet het Atomium van Brussel zal aanvallen. In deze terloopse opmerking zit een thema. Namelijk de vrees voor iets wat men niet kent of begrijpt en daar agressief of in ieder geval afwijzend op reageert. Dit thema komt ook terug in het personage van Alwina. Zij is anders dan de anderen waardoor iedereen haar uit de weg gaat. Zij wordt niet geaccepteerd om wie ze is door andere mensen omdat zij niet is zoals de anderen. Maar los daarvan, het blijft ook gewoon een leuk verhaal om te lezen. Nog een feitje, dit verhaal was het eerste uit de stripreeks waar een speelfilm van is gemaakt. Dit gebeurde in 2004.

122 De kale kapper

Suske en Wiske - De kale kapper

Lambik heeft niet bepaald zijn dag. Waar hij ook gaat of staat, iedereen lijkt het op zijn hoofdbedekking (of juist het ontbreken hiervan) te hebben. En wanneer hij bij tante Sidonia binnenstapt, is het nog niet voorbij. Jerom heeft namelijk zijn haar laten groeien. Hij heeft de kans gekregen om zanger te worden in een beatband en dan is lang haar wel een voorwaarde. Terwijl de vrienden aan het praten zijn gaat de telefoon. Het is professor Barabas. Er is iets aan de hand met de teletijdmachine en hij roept de hulp van zijn vertrouwde vrienden in. Eenmaal in het laboratorium van de geleerde horen ze wat er aan de hand is. De professor had gelezen over een wonderbaarlijk haargroeimiddel dat een volk uit de vroegste geschiedenis van het Midden-Oosten, de Establieten, bezat. Omdat de wetenschapper meende dat hij veel mensen een plezier zou kunnen doen door het geheim van het haargroeimiddel te achterhalen, ging hij hiernaar op zoek met de wonderlijke machine. Hij was echter nog maar net begonnen of de teletijdmachine haperde. Wel hoort hij nu af en toe een geluid als het trillen van een snaar. Om de teletijdmachine te kunnen herstellen moet deze naar een speciaal atelier worden gebracht. En hiervoor heeft hij de hulp van zijn vrienden ingeroepen. Natuurlijk is dit niet tevergeefs. Lambik, Jerom, Suske en Wiske gaan met de teletijdmachine geladen in een vrachtwagen op weg naar het atelier. Tijdens de rit regent het pijpenstelen en het begint ook te onweren. Dilijla velt Jerom uit de strip Suske en Wiske, tekening van Willy Vandersteen Wanneer Jerom, om de moed er in te houden, een lied begint te zingen, springt de voorruit. Lambik kan niets meer zien en de rit eindigt in een verlaten schuur. Omdat ze toch niet verder kunnen besluiten ze de nacht dan maar in de schuur door te brengen. Suske en Wiske doen die nacht wel een opmerkelijke ontdekking, die ze niet vertellen aan Lambik en Jerom. De volgende ochtend komt Tante Sidonia komt Suske en Wiske halen. De twee rennen naar de auto en doen heel geheimzinnig. Die nacht komt tante er al achter wat Suske en Wiske gevonden hebben. Ze hebben in een dubbele wand van de teletijdmachine de drie zonen van koning Teknozias aangetroffen. Wanneer Lambik en Jerom op bezoek komen leren zij de drie jongens ook kennen. Ze werden per ongeluk door professor Barabas naar het heden gehaald toen hij aan het zoeken was. Elvisius speelt trommelongo, Ringorias speelt guitafon en Humperbram speelt op de saxofazuin. Zodra de jongens wat spelen bedekt Lambik zijn oren. Hij kan maar slecht tegen wat hij kattengejank noemt. Maar er is nog iets aan de hand. Het drietal is niet meer welkom bij de Establieten. Ze protesteren tegen de wantoestanden in de welvaartsstaat waar hun vader koning van is. Daarom dragen ze lang haar, opzichtige kleding en maken ze wilde muziek. Omdat het gesprek weer op het kale hoofd van Lambik komt vertrekt hij en ontmoet hij Jerom die op een terras zit. Van de krachtpatser hoort Lambik dat de moeder van de drie jongens, Maomi, een wonderbaarlijk haargroeimiddel bezit. En dat is nu net waar Lambik op zit te wachten. Via een telefoontje komt hij er achter dat de teletijdmachine het weer doet. Onder een vals voorwendsel neemt Lambik de drie jongens meer naar het laboratorium van de professor en flitst met hen terug in de tijd. Hij is van plan de jongens te ruilen voor het haargroeimiddel. Eenmaal op weg redt Lambik de verleidelijke Dilijla van twee Tilisfijnen en gaat met haar mee naar het paleis van koningin Moami. Ondertussen zijn ook Suske en Wiske in het tijdperk aangekomen en gaan op zoek naar Lambik en de jongens. Hun vriend heeft ondertussen een afspraak met de koningin. Als hij de jongens met kort geknipte haren terugbrengt krijgt hij het haargroeimiddel van de koningin. Maar zo eenvoudig zal het allemaal niet gaan. Want er ligt voldoende gevaar op de loer. En niet iedereen is wie het lijkt te zijn.

Het verhaal 'De kale kapper' verscheen in 1971. Willy Vandersteen heeft in dit deel verwijzingen verwerkt naar de jeugdcultuur van die tijd, namelijk de hippiecultuur. De namen van de drie zonen van de koning zijn natuurlijk verwijzingen naar Ringo Starr, Elvis Presley en Engelbert Humperdinck. Ook het gegeven dat Jerom zijn haar moet laten groeien omdat hij als zanger bij een band gaat beginnen is een dergelijke verwijzing, kijk nog maar eens naar de foto's van de bands uit het begin van de jaren 70. Lambik omschrijft de drie jongens op verschillende manieren, maar ze doen wel denken aan de kreet "langharig werkschuw tuig", zoals hippies ook wel werden omschreven door het meer conservatieve deel van de bevolking.
Natuurlijk heeft Wily Vandersteen ook nog een tweede inspiratiebron in het verhaal verweven. De belevenissen die Jerom heeft met Dilijla zijn uiteraard afgeleid van het overbekende Samson (of Simson) en Delila uit het Oude Testament. Vecht Jerom tegen de Tilisfijnen, Samson had van doen met de Filistijnen, een (zeevarend) volk dat zich aan het eind van het 2e millennium v.Chr. op de kuststrook in het zuiden van Kanaän (Libanon) vestigde. In het Bijbelse verhaal schoor Delila het hoofd van Samson kaal, die hierdoor zijn kracht verloor en gevangen werd genomen door de Filistijnen. Jerom overkomt min of meer hetzelfde met de verleidelijke Dilijla. Het knappe van dit alles is dat je, ook al weet je dit niet, toch een vermakelijk verhaal voorgeschoteld krijgt. Zeker toen ik jong was zag ik veel verwijzingen natuurlijk niet, maar dat weerhield mij er niet van te genieten van het Suske en Wiske avontuur. Dit is waarschijnlijk ook de kracht van de reeks die door Willy Vandersteen is gecreëerd en die daardoor tijdloos is geworden.

123 De zwarte zwaan

Suske en Wiske - De zwarte zwaan

Tante Sidonia werkt sinds enige tijd als gids bij de wereldtentoonstelling in Brussel. Zolang zij afwezig is, gaan Suske en Wiske uit logeren bij Lambik en Jerom. Nu halen hun twee vrienden altijd rare streken uit, maar daar is iedereen inmiddels wel aan gewend. Wanneer Suske en Wiske bij het huis van de twee vrienden arriveren zien ze door de tuin een gemaskerde man lopen met een grote zak op zijn rug. Een inbreker die net zijn slag heeft geslagen! Suske bedenkt zich geen seconde en tackelt de man. Maar wat blijkt? Het is geen inbreker maar Lambik in vermomming. Lambik en Jerom werken allebei voor de pers, alleen bedenken zelf de verhalen die ze voor de krant schrijven. Zodra Wiske door heeft dat het tweetal de boel bedriegt wil ze de redacteur van de krant bellen. Omdat Lambik en Jerom beloven geen verhalen meer te verzinnen ziet ze er van af. En hun eerste klusje is de aankomst van de beroemde hond Bessy. Het klusje loopt echter uit op een concurrentieslag tussen Lambik en Jerom om als eerste bij Bessy te zijn. Zo worden de twee elkaars geduchte rivalen. Suske en Wiske profiteren van de situatie door hen allebei van nieuwtjes te voorzien, tegen een vergoeding voor hun spaarpot. Dit gaat enige tijd zo door maar op een gegeven moment is Jerom niet meer geïnteresseerd in de nieuwtjes van Suske en Wiske. Hij zegt hen niet meer nodig te hebben. Maar toch levert hij het ene na het andere exclusieve verhaal af. De aparte scooterstijl van Lambik, tekening van Willy Vandersteen En dat terwijl Jerom er vaak helemaal niet geweest is. De drie vrienden breken zich het hoofd hoe dat mogelijk is. Wanneer ze de kamer van Jerom doorzoeken vinden ze daar een briefje van iemand die zich de zwarte zwaan noemt. Zou dat er iets mee te maken kunnen hebben? Ze besluiten Jerom te gaan volgen. Nu heeft de dubbelgespierde wel door dat Lambik hem volgt, maar Suske en Wiske ziet hij over het hoofd. De zwarte zwaan blijkt een zigeunerin te zijn die verliefd is op Jerom. In haar magische bol is ze in staat om alle gevraagde beelden te laten verschijnen die Jerom vraagt. Hier maakt hij dan een foto van en schrijft het verhaal. Nu is er nog wel een klein probleem. De zwarte zwaan wordt bewaakt door haar twee broers Lasido en Remifa. En zij willen geen vreemde mannen bij hun zus hebben. Nu vormt het tweetal voor Jerom natuurlijk geen partij, maar hij heeft de zwarte zwaan beloofd haar broertjes geen pijn te doen. Dus ziet hij zich genoodzaakt naar de woonwagen van de zigeunerin te sluipen. Zo ook deze keer wanneer Suske en Wiske hem volgen. Per toeval zien de twee broers Jerom dit keer en dankzij de hulp van Suske en Wiske worden de zigeunerbroers misleid. Eenmaal thuis vertelt Jerom aan Lambik hoe de vork in de steel zit en ze besluiten weer samen te gaan werken. Maar Lasido en Remifa weten nu waar Jerom woont en sturen een duidelijke waarschuwing. Als hij hun zus niet met rust laat volgt er een vendetta. Dit houdt Lambik en Jerom echter niet tegen en alles zou ook wel goed zijn gegaan als Wiske zich er niet mee had bemoeit. Gelukkig weten ze zich te redden maar nu zijn rapen wel een beetje gaar. Wanneer Lambik en Jerom, die dankzij de foto een triomf vieren, weer naar de zwarte zwaan willen gaan blijkt zij verdwenen te zijn. Al snel komen de vrienden er achter dat zij met haar broers naar Spanje is vertrokken. Ergens in de buurt van Barcelona gaan ze een vergadering bijwonen van zigeuners. Bovendien willen de broers dat de zwarte zwaan met iemand van haar eigen volk, de Gitanos, trouwt. Er zit voor de vrienden dan ook niets anders op dan ook af te reizen naar het zonnige zuiden waar een spannend avontuur in het verschiet ligt.

Het verhaal 'De zwarte zwaan' werd in 1958 in de De Standaard en Het Nieuwsblad gepubliceerd. De albumuitgave volgde in 1959. In het verhaal, dat wel sterk leunt op stereotyperingen maar wat voor het tijdvak waar het in verscheen niet ongebruikelijk was, is voor tante Sidonia ditmaal maar een klein rolletje weggelegd. Zij werkt immers op de wereldtentoonstelling die in Brussel is georganiseerd. Hiermee wijst Willy Vandersteen alvast vooruit naar de Expo 58 die in Brussel werd gehouden en waarvan het Atomium nog steeds de stille getuige is. In dit deel is ook een kleine gastrol weggelegd voor de hond Bessy, een andere stripreeks van Willy Vandersteen waar in 1952 mee was begonnen.

124 Het vliegende bed

Suske en Wiske - Het vliegende bed

Wiske heeft die ochtend wat moeite met wakker worden. Toch is het een dag die goed begint want het is haar verjaardag. Daar horen natuurlijk cadeautjes bij. En het grootste cadeau is dat tante Sidonia Schanulleku heeft laten mechaniseren. De lappenpop kan, nadat ze is opgewonden met de sleutel, lopen. Terwijl iedereen Wiske aan het feliciteren is, loopt Schanulleke de straat op. Lambik besluit haar terug te halen. Maar dit gaat minder eenvoudig dan je zou verwachten. Na een aanvaring met een lantaarnpaal, struikelt hij over een vuilnisbak en is prompt zijn geheugen kwijt. Hij heeft geen idee meer wie hij is. Een passerende agent kent Lambik natuurlijk wel en wil hem naar huis brengen. Maar de verwarde Lambik vertrouwt het niet en gaat er vandoor. Nu gaan wel meer agenten uitkijken naar de verwarde Lambik en het duurt niet lang voor een patrouillewagen hem in het oog krijgt. Opnieuw gaat Lambik er vandoor en het lukt hem om hen af te schudden door een huis in te vluchten. Het begint al laat te worden en Lambik heeft een slaapplaats nodig. Nu heeft hij het geluk in een soort galerie te zijn binnengekomen en op een plek vindt hij een leeg bed. Hier gaat hij slapen. Thuis hebben zijn vrienden ongeduldig op nieuws zitten wachten. Maar op een zeker moment zijn zij ook maar gaan slapen. Het is de telefoon die Wiske wekt. Het is niet de politie met nieuws over Lambik, maar aan de andere kant van de telefoonlijn staat Anne-Marie van Zwollem (zie onder meer het album 'Het sprekende testament'). Ze heeft Schanulleke die ochtend voor de deur van hun kasteel gevonden. He is de lappenpop van Wiske daar terecht gekomen? En waar is Lambik? Natuurlijk gaan tante Sidonia, Suske en Wiske snel naar het kasteel. Nadat Wiske haar pop weer terug heeft valt het Suske op dat hij een hand ziet in de dakgoot van de toren. Zodra ze boven zijn zien ze Lambik in de goot liggen. Na een wat ongelukkige reddingspoging komt hij toch weer op de grond (en zijn hoofd) terecht. De zenuwen van Lambik worden getest, tekening van Willy Vandersteen Het gevolg is dat hij zijn geheugen terug heeft. Maar hij heeft geen idee hoe hij bij het kasteel terecht is gekomen. Het laatste dat hij weet is dat hij in de galerie was. Gelukkig kunnen ze deze weer terugvinden. Samen met Suske en Wiske gaat Lambik nar binnen. Het blijkt een antiquariaat te zijn. Maar eenmaal binnen krijgen ze te maken met een gemaskerde boef. Jammer genoeg lukt het hem te ontkomen. Met enige moeite horen ze van de eigenaar van het antiquariaat, die ze bevrijdt hebben, dat het bed waar Lambik op was gaan liggen kan vliegen. De man wil het bed nooit meer terug zien. Zodra de vrienden vertrekken worden ze gevolgd door een zwarte auto. Gelukkig hebben ze dit snel door en proberen ze hun achtervolger te slim af te zijn. Het blijkt al snel dat het de gemaskerde man is maar ditmaal gebruikt hij ook een vuurwapen. Nadat ze toch het kasteel hebben bereikt, gaan de vrienden op zoek naar het vliegende bed. In de nabije bossen vinden ze het bijzondere voorwerp, maar de gemaskerde man wacht hen op. Nu komen de vrienden er achter dat er nietéén vliegend bed is, maar dat er drie zijn. Omdat de bedden elkaar opzoeken moet het derde bed in het kasteel zijn. In ieder bed zit steeds een deel van een formule die een geleerde, die in 1880 leefde, uitvond. Omdat hij drie zonen had verdeelde hij de formule. De gemaskerde man heeft nu twee delen in bezit. Nu ze het derde bed gevonden hebben in het kasteel, hebben de vrienden het derde deel in handen. In een poging om alle bedden te vinden gaan Suske en Wiske op het derde bed liggen. Gevolgd door Lambik en Sidonia in een jeep vliegen ze naar de plek waar de gemaskerde man zich schuilhoudt. Het plan lijkt goed te gaan. Jammer genoeg gaat Van Zwollem zich ermee bemoeien. Hij wil spelen, maar het gevolg is dat de gemaskerde man ontkomt en het derde bed beschadigd raakt. Wel weten ze nu wie hun tegenstander is. Het is prins La-Meling (zie het album 'Het zingende nijlpaard'). Nadat professor Barabas het derde bed heeft gerepareerd vliegen Suske en Wiske per ongeluk met het bed weg. Ze komen terecht in Egypte waar ze de strijd moeten aangaan met prins La-Meling, want de formule is volgens professor Barabas een gruwelijk iets. Gelukkig krijgen ze wel steun van hun vrienden prinses Banylon en prins Tof-Fen-Tip. Maar het zal niet eenvoudig zijn om de snode plannen van La-Meling te doorkruisen.

Het avontuur 'Het vliegende bed' stamt uit eind jaren 50. Het album verscheen in 1959. zoals wel vaker is het verhaal een verholen waarschuwing omtrent de productie van kernwapens. Dit thema komt vaker terug in de scenario's die Willy Vandersteen heeft geschreven. Het is natuurlijk ook een leuk avontuur op zichzelf en een die velen van de oudere generaties met veel plezier gelezen zullen hebben.

125 De Texasrakkers

Suske en Wiske - De Texasrakkers

Op een ochtend gaat tante Sidonia op bezoek bij lambik. Hij heeft griep en het komt goed uit dat tante er is want dan kan Jerom even boodschappen gaan doen. Op de terugweg ziet Jerom dat de nieuwe buren gearriveerd zijn. En al snel gaat de bel van de voordeur. Wanneer hij deze open doet staat daar de nieuwe buurman, Theofiel Boemerang. De nieuwe buurman is handelsreiziger en laat zich niet gemakkelijk afschepen. Het lukt hem zelfs om de zieke Lambik een kist met Texas Dry Gin aan te smeren. Wanneer Lambik die avond alleen in bed ligt, hoort hij een vreemd geluid uit de kist met gin komen. Wanneer hij de kist doorzoekt treft hij in een van de flessen een klein levend mannetje aan, die zegt een Texas Ranger te zijn. Natuurlijk twijfelt Lambik aan zichzelf maar wanneer de deurbel gaat verstopt hij de fles met de Ranger toch maar onder het bed van Jerom. De persoon aan de deur is weer Theofiel, die gezien heeft dat Lambik iets verstopt heeft. Vele glazen drank later valt Lambik in slaap en wanneer hij de volgende ochtend wakker wordt, kan hij de verstopte fles niet meer vinden. Theofiel moet de fles hebben weggenomen. Inmiddels zijn ook Suske en Wiske gearriveerd en zij geloven natuurlijk helemaal niets van het verhaal dat er in een fles een mini Texas Ranger zat. Ondanks het ongeloof van zijn vrienden probeert Lambik Theofiel op te sporen. Maar hij is net te laat. Theofiel heeft het vliegtuig naar Texas genomen. Eenmaal terug blijkt dat Jerom per abuis zijn bandrecorder aan heeft laten staan en zo horen de vrienden de Texas Ranger praten. Lambik heeft het niet verzonnen! Bovendien ontvangen ze een briefje waarin staat dat Lambik die avond naar het havencafé 'Het Anker' moet komen en de fles moet meebrengen. Wanneer hij die avond de kroeg binnenstapt, ziet hij diverse ongure personen. Hij komt er achter dat een matroos genaamd Bill aan boord van het zeeschip 'The Seahawk' er meer van weet. Theofiel krijgt een uitbrander, tekening van Willy Vandersteen Met meer geluk dan wijsheid komt Lambik heelhuids de kroeg uit maar wordt per ongeluk door Suske op het hoofd geslagen. Daarom zetten ze Lambik in een taxi en gaan de twee vrienden aan boord van het schip. Het lukt ze de matroos te laten praten en hij vertelt dat ene Jim Parasijt de de Texas Rangers heeft verkleind met toverdrank van een oude indiaan heeft gekregen en dat deze bandiet nu het stadje Dumb City in Texas terroriseert. Eenmaal thuis besluiten Suske, Wiske, Lambik en Jerom naar Texas te gaan om Theofiel op te sporen en de Texas Rangers te bevrijden. Ze maken al snel kennis met Jim Parasijt en vinden het eerste spoor van Theofiel. De vrienden nemen hun intrek in het gebouw van de Texas Rangers. Hier vinden ze ook een volledige uitrusting. Het eerste dat Lambik wil gaan doen is praten met sheriff Cooper, maar die wordt ontvoerd door Jim Parasijt. Daarna gaat hij samen met Jerom naar de 'Teddy Boys' saloon. Natuurlijk worden ze uitgedaagd om hun moed te tonen en lambik gaat akkoord met een durfspel met een giftige slang. Er wordt echter vals gespeeld en het is de onderwijzeres van Dumb City, Miss Misses, die Lambik redt. Zij vertelt hoe Jim Parasijt probeert handlangers te werven door jongeren ervan te overtuigen dat er toch geen toekomst is. Want boven de stad staat een dreigende rots die, wanneer hij valt, het stadje zal verpletteren. Dan is daar plots Theofiel. De vrienden gaan direct achter hem aan maar ook Jim Parasijt wil de handelsreiziger spreken. Het gevolg is dat Theofiel er van door gaat en Jim Parasijt weer ontkomt. Het eerste wat de tijdelijke Rangers te doen staat is ervoor zorgen dat de broeinesten waar Jim Parasijt handlangers ronselt verdwijnen. Uiteindelijk krijgen ze ook Theofiel te pakken en de stofzuigerverkoper vertelt dat hij de fles helemaal niet heeft meegenomen. Door het verhaal van de Ranger dacht hij in Texas goede zaken te kunnen gaan doen. Iemand anders moet de fles hebben weggenomen, maar wie? En waar zijn de andere Rangers? En wie is Jim Parasijt in het echt? Genoeg uitdagingen voor onze vrienden in het wilde westen.

'De Texasrakkers' werd in De Standaard en Het Nieuwsblad uitgegeven in 1959. In datzelfde jaar verscheen ook het album. Willy Vandersteen haalde zijn inspiratie voor uit avontuur uit de tv serie 'Tales of the Texas Rangers', die in de jaren 50 werd uitgezonden. Dit avontuur betekent ook de introductie van Theofiel Boemerang, die ook in andere verhalen voorkomt zoals 'De windmakers' en 'De wolkeneters'.

126 De windmakers

Suske en Wiske - De windmakers

Na het avontuur in Texas (zie het vorige album) is Theofiel Boemerang met zijn vrouw Celestien naast tante Sidonia komen wonen. De vrouw van Theofiel doet nogal uit de hoogte en de verkoper zelf slaagt er in Lambik weer een onzinnige aankoop te laten doen. Per toeval loopt Lambik langs de deur terwijl er een brief op de deurmat valt. De brief is afkomstig van het V.D.V. Lambik heeft geen idee waar de afkorting voor staat en krijgt ook niet de tijd om de brief nader te bekijken. Want zodra hij de kamer binnenloopt wordt het licht uit gedaan. Wanneer Lambik de schakelaar weer om zet is de brief verdwenen. Een zoektocht naar de verdwenen brief levert niets op. Tante Sidonia vraagt Lambik haar tuin te verzorgen en ontdekt dan dat de kippen van Theofiel het graan uit haar tuin eten. Terwijl ze hierover enigszins bakkeleit ziet Lambik de postbode naderen. In zijn hand zit een brief die veel lijkt op de eerdere brief van de V.D.V. De postbode wil de brief echter niet in de hand van Lambik leggen maar staat er op om de brief door de brievenbus naar binnen te duwen. Lambik spint naar de voordeur, heeft een onzachte aanraking met een schoffel, maar zet door. Maar zodra hij bij de deurmat komt vind hij helemaal niets. De brief is verdwenen. Om rustig te worden gaat Lambik even de tuin in maar schrikt als hij een muurschildering van V.D.V. aantreft. Jerom neemt Lambik even mee naar buiten en wil gelijk het gras water geven, maar dan komt Theofiel klagen dat hij overlast heeft van het water. Het een lijdt tot het ander en er ontstaat een burenruzie. Wanneer er weer een brief van de V.D.V. arriveert en Lambik weer mis grijpt is hij er klaar mee. Hij gaat naar huis. Inmiddels hebben ook Theofiel en zijn vrouw tekenen van de geheimzinnige V.D.V. in hun huis waar genomen. De postbode brengt een bijzondere brief uit de strip Suske en Wiske De ruzie wordt bijgelegd en samen bespreken ze wat ze gaan doen. Suske en Wiske gaan de volgende dag naar een jeugdkamp, maar ze hebben een enorme rommel gemaakt. Voor straf moeten ze die opruimen en het lijkt er op dat ze helemaal niet weg mogen. Tante Sidonia strijkt echter met haar hand over haar hart en de twee vrienden vertrekken alsnog. Zodra Suske en Wiske weggaan ziet Lambik weer de postbode aankomen. Hij heeft een brief bij Theofiel in de bus gedaan, er zaten niet genoeg postzegels op de brief en de huishoudster heeft bijbetaald. Nu lukt het Lambik wel om de brief te pakken te krijgen maar dan blijkt deze in een vreemde taal geschreven te zijn. Lambik is zo in beslag genomen door de brief dat hij helemaal niet in de gaten heeft dat hij midden in een overval terecht is gekomen. Lambik wordt ontvoerd en de politie organiseert een klopjacht. Gelukkig lukt het Lambik zelf om te ontkomen en voor even is hij de held. Opnieuw ontstaat er ruzie tussen tante Sidonia en Celestien. Tante Sidonia schrijft een brief naar Suske en Wiske dat de buren zijn niet langer welkom zijn. Lambik en Jerom verzorgen de tuin van tante Sidonia en Lambik ontdekt dat er veel slakken aanwezig zijn. Ook de Boemerangs hebben last van de slakken. Lambik ziet dat de buren alles met kalk vol smeren en doet hetzelfde. Die nacht hoort tante Sidonia een enorm gekraak. Wanneer ze samen met Lambik en Jerom naar buiten gaat zien ze enorme slak in de tuin. Zelfs Jerom lukt het niet om het dier op te tillen. De politie wordt gebeld maar die denken dat het weer een burenruzie is en doen niets. Na een versterkende maaltijd lukt het Jerom toch om de reuzenslak terug te dringen. Maar het duurt niet lang voordat er meer van die reuzenslakken verschijnen. En dan is er nog de brief die iedereen vergeten lijkt te zijn. Nou ja, bijna iedereen. Lambik gaat stappen zetten.

'De Windmakers' is in 1959 in de krant verschenen en de eerste albumuitgave was in 1960. Voor de tweede keer maakt de handelsreiziger Theofiel Boemerang zijn opwachting in een verhaal. Ditmaal verschijnt ook zijn vrouw Celestien. Het is duidelijk te merken dat dit verhaal gemaakt is tijdens de koude oorlog die toen op zijn hoogtepunt aan het komen was. Twee jaar later zou de Cuba crisis beginnen. De angst voor de gevolgen van een eventuele kernoorlog hebben duidelijk invloed gehad op het scenario. Willy Vandersteen laat Suske en Wiske samen met andere kinderen het voorbeeld geven door te trachten naar elkaar te luisteren en het met elkaar proberen te vinden in plaats van strijd te zoeken.

127 De knokkersburcht

Suske en Wiske - De knokkersburcht

Lambik komt die ochtend terug van een reis naar Engeland. De vrienden hebben afgesproken dat ze hem gaan ophalen in Hoek van Holland. Al snel bereiken ze met de trein hun bestemming en wachten op de aankomst van de boot uit Harwich. Zodra de boot aanlegt, zien onze vrienden lambik als een razende aan wal stormen. Lambik blijkt namelijk een reuze honger te hebben. Engeland is een mooi land voor de ogen, maar niet voor de maag aldus Lambik. Zodra de honger van lambik gestild is reizen de vrienden naar huis. Als verrassing heeft Lambik voor iedereen loten gekocht in Engeland. De trekking was de dag ervoor dus nu moeten ze naar de radio luisteren om te horen of ze ook iets gewonnen hebben. Na enig oponthoud lukt het om de radio werkend te krijgen. En zowaar, op énén van de loten is een prijs gevallen. Het lot van Wiske blijkt goed te zijn voor "The Knockercastle" in Schotland. Er wordt snel naar Engeland geschreven en al gauw komt de bevestiging. Maar daarmee is het natuurlijk ook voor de buitenwereld bekend geworden. Dit levert een merkwaardig bezoek op van een reporter met een reusachtig fototoestel. De man, die zegt Johan Sebastian de Brabander te heten. Zodra de opname is gemaakt neemt de reporter ijlings de benen. Hoewel de man zich vreemd gedraagt, zien de vrienden er geen probleem in en besluiten te toasten op hun geluk. Jerom gaat een fles wijn halen uit de kelder en ontdekt een zonderlinge rokende vlek op de grond. Niet veel later steekt er een soort periscoop uit de vlek omhoog van waaruit tegen Jerom gepraat wordt. Jerom doet zijn hand zeer wanneer hij het apparaat een klap geeft. Wanneer lambik daarna in de kelder gaat kijken is de periscoop weg en is er een zwarte vlek achter gebleven. Jerom uit 1954 uit de strip Suske en Wiske De vlek in de kelder verdwijnt in zijn geheel, maar de periscoop duikt weer op in de woonkamer. Maar dat is nog niet alles. Met een dolk is een dreigbrief aan de voordeur bevestigd. Het briefje is ondertekend door de Black Hand Clan. Dan is daar plots de periscoop weer die de vrienden waarschuwt dat aan de voorkant van het huis er nog iemand bezig is. En inderdaad treffen ze aan de voorkant van het huis nog een briefje aan. Maar ditmaal is het een uitnodiging, vergezelt met een parel, om vooral naar Schotland te komen. Dit briefje is ondertekend door de Clean Foot Clan. Nadat ze zelfs beschoten zijn met een oude buks besluiten de vrienden beraad te houden. Voor Wiske hoeft het niet meer. Maar wanneer die nacht twee Schotten met elkaar vechten in het huis van tante Sidonia en Schanulleke is meegenomen naar Schotland, is er geen keuze meer. Onze vrienden gaan zich wagen aan een nieuw avontuur. Maar voordat ze vertrekken wordt al wel vast het raadsel van de periscoop opgelost. Het is een nieuwe uitvinding van professor Barabas die hij de Terranef noemt. Met behulp van zijn nieuwe uitvinding reizen Suske, Wiske, Lambik en Jerom naar Schotland. Wanneer ze bij de Knokkersburcht aankomen zien ze twee groepen hooglanders met elkaar vechten. Omdat ze toch een dak boven hun hoofd nodig hebben gaan ze naar een herberg. Ze zien alleen niet dat deze herberg bij de Black Hand Clan hoort. De herberg wordt gedreven door Mac Truffel en zijn dochter Ellen. Zodra Mac truffel er achter komt wie Wiske is, zet hij hen buiten. Op naar de burcht dan maar. Daar wacht de leider van de Clean Foot Clan op hen om hulp aan te bieden. Het blijkt dat beide clans op zoek zijn naar een kistje waarin een toverformule zou zitten. De clan die het kistje bezit is machtiger dan de andere clan. Het wordt nog een heel karwei om deze ruzie te sussen.

'De knokkersburcht' verscheen in 1953 in de kranten en het eerste album dateert uit 1954. Het is dan voor het eerst dat onze vrienden in Schotland terecht komen en alle karakteristieke beelden die bij dit land horen komen dan ook naar voren. In ieder geval de beelden zoals ze in 1954 gemeengoed waren. Dus kilten, vechten, de Schotse spelen, alles komt voorbij. Dat er spiegelbeeld personen in het verhaal verwerkt zijn die recht tegenover elkaar staan lijkt mij een mooie verwijzing van Willy Vandersteen naar het gegeven dat wij allemaal goed en slecht in ons dragen. Zoals gezegd dateert het origineel uit begin jaren vijftig. De latere vierkleurenversie is soms opnieuw getekend, iets wat wel vaker voorkwam. De Jerom die bij dit deel is afgebeeld is de versie uit de jaren vijftig. Zoals te zien is, is onze gespierde vriend later wel wat bijgewerkt.

128 Het brommende brons

Suske en Wiske - Het brommende brons

Op een zekere avond komt Wiske nogal laat terug en wil met de trein naar huis. Door de luidspreker op het station hoort Wiske dat de trein een station voor de stad zal blijven staan. Van de conducteur hoort ze dat het komt doordat het spoor hersteld moet worden. Er zit dus niets anders op dan dat Wiske het laatste deel te voet moet afleggen naar huis. Ze is nog niet ver wanneer ze een oude man een ladder op ziet klauteren. Tot haar verbazing begint hij met een borstel een bronzen madonna beeldje schoon te poetsen. Plots maait een auto de ladder weg, de chauffeur stopt niet en rijdt door. Met een smak valt de oude man naar beneden. Wiske, die alles gezien heeft, haast zich naar de gevallen man toe. Gelukkig blijkt de schade mee te vallen. De man, die Gabriël heet, heeft alleen zijn enkel verstuikt. Ze zet de man in zijn kar en wil met hem vertrekken wanneer ze zich realiseert dat ze Schanulleke verloren heeft. Een motorrijder dreigt over de lappenpop heen te rijden. Maar met een snoekduik voorkomt Wiske dit. Gabriël woont in een vervallen molen. De man vertelt dat hij een werknemer van monumentenzorg was en nu in de nachtelijke uren de beelden poetst. Dit doet hij sinds hij gepensioneerd is. Hij vertelt dat hij de denkgolven van standbeelden kan opvangen dankzij een steentje dat hij van fee Fantasia heeft gekregen. Gabriël wil Wiske het steentje geven, hij zal het in Schanulleke stoppen. Maar er is nog iets. Gabriël is alleen thuis als er drie sterren boven de molen staan. Wanneer Wiske weer weggaat op weg naar huis gelooft ze niet veel van het verhaal. Maar toch knaagt de twijfel. Wat nu als het eens waar is? Daarom loopt ze door het park waar een aantal bronzen beelden staan. Het eerste beeld dat ze tegenkomt is dat van een bronzen herderinnetje. Als ze het nu toch eens probeerde? En tot haar stomme verbazing hoort ze het beeld met haar "praten". Wanneer Wiske de naam van Gabriël laat vallen vertrouwt het bronzen herderinnetje haar. Wiske en Gabriel, tekening van Willy Vandersteen Ze vertelt Wiske dat ze twee verdacht uitziende kerels heeft horen praten. De twee hadden het over een vakbond voor inbrekers in de stad onder de naam Het Zwarte Masker. Ze zouden de hele stad willen terroriseren met bankovervallen en diefstallen. Geschrokken beseft Wiske dat ze iets moet doen. Voor de zekerheid vraagt ze om bevestiging aan een bronzen beeld van een dichter dat vlakbij staat. En het verhaal klopt. Wanneer de dichter vraagt om informatie over het herderinnetje dat hij niet kan zien, heeft Wiske geen tijd voor hem. Ze moet de politie waarschuwen! Maar de eerste agent die ze tegenkomt gelooft uiteraard geen woord van haar verhaal. Zeg nu zelf, sprekende beelden, kom zeg. Wanneer ze thuis komt heeft Wiske al evenmin succes met haar verhaal. Suske, tante Sidonia, Lambik en Jerom kijken haar aan met een glazige blik vol ongeloof. Lambik en Jerom besluiten de man op te zoeken die haar dit onzinverhaal heeft wijsgemaakt. Maar aangekomen bij de oude molen is het maar al te duidelijk dat deze al jaren onbewoond is. Daarom gaat het tweetal maar een pint drinken. Maar eenmaal in de kroeg worden ze afgeluisterd door een vreemd figuur zodra ze het over Het Zwarte Masker hebben. De man belt naar ene Feesles. Hij geeft opdracht om uit te zoeken wat Lambik en Jerom weten, maar dit komt de boef duur te staan. Met Jerom moet je niet dollen. Nu weten ze wel dat Wiske gelijk had over de vakbond voor inbrekers. Ondertussen heeft de dichter in het park het herderinnetje een naam gegeven, Mira. De volgende dag voorkomen Suske en Wiske, dankzij informatie van een bronzen beeld, een bankoverval. Dit alles noopt de vrienden om de handen in een te slaan en zich bezig te gaan houden met Het Zwarte masker.

Het verhaal 'Het brommende brons' dateert uit 1971 en werd voor het eerst als album uitgegeven in 1972. Het verhaal is een mix van een sprookje (de steen en Gabriël), ontluikende romantiek (Mira en haar dichter) en de opkomst van criminaliteit in een georganiseerde vorm (Het Zwarte Masker). Het ene element loopt gracieus over in het andere. Het zijn Suske en vooral Wiske die de verschillende verhaalelementen verbinden. In de zijlijn is er het liefdesverhaal tussen het herderinnetje en de dichter. De zelfingenomen ijdelheid dreigt even roet in het eten te gooien maar uiteindelijk vinden de twee elkaar op een aparte manier. Dit avontuur is een erg leuk verhaal, ook zoveel jaren na het verschijnen.

129 Prinses Zagemeel

Suske en Wiske - Prinses Zagemeel

Wanneer Suske en Wiske op de groentemarkt zijn voor boodschappen treffen zij daar ook hun vriend Lambik aan. Hij is bezig de omtrek van de hoef van een paard te tekenen. Ze kunnen het niet laten om een grapje met hem uit te halen. Maar wanneer ze hem vragen waarom hij zo met het paard bezig is, doet Lambik geheimzinnig en gaat naar huis. Dit kan de nieuwsgierigheid van Wiske natuurlijk niet hebben en besluit ze naar het huis van hun vriend te gaan. Het duurt niet lang eerdat ze Suske belt. Samen zien ze iets vreemd in de tuin van hun vriend. Ze zien Lambik in zijn tuin zitten met een zak voor zijn mond en een paardentuig om. Dit vraagt om uitleg. Nu wil Lambik het wel uitleggen op voorwaarde dat ze ergens iets gaan drinken. Onderweg vertelt Lambik dat er volgens hem maar één middel is om de mensen in vrede te laten leven, namelijk ze allemaal paardenmanieren te leren. Wanneer ze op een terrasje zitten is hij nog volop in zijn betoog. Maar dit wordt hardhandig onderbroken wanneer een man struikelt over de teugels van Lambik. De man, die Sidi-ben-Moka heet, verontschuldigt zich tot zijn oog valt op Schanulleke. Hij wil, koste wat het kost, de lappenpop van Wiske kopen. Natuurlijk weigert Wiske, wat de man ook biedt en hij druipt af. Maar niet lang. Met een ferme sprint schiet hij langs onze vrienden en trekt Schanulleke uit de handen van Wiske en gaat er vandoor. De achtervolging mislukt en Sidi-ben-Moka ontkomt met de lappenpop. Ze horen nog wel dat hij roept dat roept dat Shehera-Sa-Ga-Mell naar het Oosten zal wederkeren. Niet veel later komen ze er achter dat Sidi-ben-Moka door een auto geschept is en dat ze hem naar het gasthuis hebben gebracht. In het land van Prinses Zagemeel Wat niemand echter heeft gezien is dat Sidi-ben-Moka Schanulleke heeft laten vallen en dat de lappenpop eenzaam in de goot is blijven liggen. Wanneer ze in het ziekenhuis aankomen, blijkt pas dat Schanulleke verdwenen is. Wat niemand dan al weet is dat Lambik Schanulleke gevonden heeft. Die nacht droomt Sidi-ben-Moka over Schanulleke en vliegt naar haar toe. Hij belt aan bij Lambik. Hij wil Schanulleke ruilen tegen een toverspreuk uit het Boek der Sterren waarmee Lambik zijn paardenplannen kan verwezenlijken. Hoewel Lambik even in de verleiding komt, weigert hij. Omdat Sidi-ben-Moka naar de smaak van Lambik te veel lawaai maakt, zet hij de radio aan. Terwijl hij dit doet, legt Sidi-ben-Moka de hand op Schanulleke. Maar er gebeurt tegelijk iets wonderlijks. Sidi-ben-Moka verdwijnt met Schanulleke en de helft van de toverspreuk in de radio. Lambik heeft nu maar een deel van de spreuk en wanneer hij de woorden "Ikhe beni ena ez el" uitspreekt gebeurt er iets onverwachts. Hij veranderd voor de helft in een paard en heeft een spraakgebrek. Hij belt direct Suske en Wiske die hun ogen amper kunnen geloven wanneer ze hem zien. Om weer normaal te worden moet lambik ook de rest van de toverspreuk hebben. Die is bij Sidi-ben-Moka die ook Schanulleke heeft. Dus moeten ze de man gaan opsporen. Wiske komt er achter dat het Radio Instituut heeft gehoord dat het ontvangsttoestel van Radio Bagdad plots defect was. Toen men onderzoek deed zat Sidi-ben-Moka in het toestel. En dus wordt de gyronef klaar gemaakt voor een reis naar het verre Irak.

Het verhaal 'Prinses Zagemeel' werd in de krant gepubliceerd van november 1947 tot en met maart 1948. Een jaar later verscheen het voor het eerst als album. Het avontuur is gebaseerd op de sprookjes van Duizend-en-één-nacht. Denk maar aan de verwijzing naar de veertig rovers en een berg die Sesam heet. De latere heruitgave in de vierkleurenreeks heeft ditmaal geen verandering teweeg gebracht met eerdere uitgaven, de tekenstijl is die van de jaren 40.

130 De steensnoepers

Suske en Wiske - De steensnoepers

Sinds enige tijd heeft Lambik een eigen bedrijf. Is er iets kapot dan kan men Lambik bellen die het dan komt repareren. Ook die dag gaat de telefoon. Hij wordt gebeld voor een klus met een gesprongen waterleiding. Maar in tegenstelling tot wat hij beweert, komt Lambik niet meteen. Hij ziet de klanten vooral als inkomstenbron. Uiteindelijk komt hij dan toch en wanneer de leiding gemaakt is, wil Lambik op huis aan. Die avond stormt het en de bolhoed van Lambik waait het kanaal in. Wanneer hij het hoofddeksel uit het water vist ziet hij iets vreemds, de periscoop van een duikboot. Eenmaal thuis blijkt dat Sidonia gebeld heeft. De ijskast is stuk. Met de nodige tegenzin gaat Lambik naar het huis van zijn vrienden. Maar zo hoort hij wel dat Suske ook een periscoop heeft gezien. Hij maakt het karwei ook niet af en gaat naar huis. Net wanneer hij voor de buis zit wordt er aangebeld. Twee gespierde mannen voeren hem mee naar hun baas. Ze brengen hem naar de villa van mijnheer Poweril. In de kelder is er een motorpomp defect. Lambik moet deze repareren. Toen Lambik net binnenkwam was Poweril aan de telefoon. Hij is bezig bergen te kopen. De twee kleerkasten brengen Lambik hardhandig naar de kelder en laten hem begaan. Maar door toeval vindt Lambik een luik in de kelder. Wat hij in het luik vindt blijft nog even geheim, maar wat het ook is het heeft een positief effect gehad op Lambik. De volgende ochtend is hij in het huis van tante Sidonia om de ijskast verder te repareren. Hij heeft zelfs bloemen meegebracht. Toko uit Suske en Wiske, tekening van Willy Vandersteen Nadat Lambik alles heeft gemaakt gaat hij naar huis. Daar komen net de twee mannen van Poweril aan die opnieuw aanbellen. Maar ditmaal is het Jerom die de deur opendoet. En dat hebben de twee mannen geweten. Niet veel later liggen ze een stuk verder op straat. Jammer genoeg komt dan net Lambik thuis zodat ze hem toch mee kunnen nemen. Jerom vindt de gereedschapstas en auto van Lambik. Hij besluit naar het huis van tante Sidonia te gaan. In de gereedschapstas heeft Lambik een boodschap geschreven. Als er iets met hem gebeurt, moet men in de kofferbak van de auto kijken. Maar wanneer de vrienden dit doen, blijkt deze leeg te zijn. Twee dagen lang horen ze niets van Lambik. Er ontstaan echter wel mysterieuze gaten in het huis van tante Sidonia. Suske denkt dat hij de veroorzaker van de gaten gevangen heeft, maar niets blijkt minder waar. Gelukkig is Lambik ondertussen ontsnapt uit de handen van Poweril en komt hij naar tante Sidonia toe. En hij heeft het wezentje bij zich dat de gaten veroorzaakt en dat hij in het huis van Poweril heeft gevonden. Zo leren onze vrienden Toko de Toeketoe kennen. De Toeketoes zijn een voorhistorische diersoort die in een verborgen vallei in de Tunesische woestijn leven. En, zeer opmerkelijk, ze snoepen steen. Poweril vond Toko toen hij door een zandstorm ver van zijn vallei geblazen was. Hij hield Toko gevangen om hem te verplichten te vertellen de vallei te wijzen, want hij wil hun spijsverteringsgestel doorgronden en een steenmonopolie stichten. Daarom koopt Poweril overal ter wereld bergen op. Ook professor Barabas is zeer verbaast wanneer hij met Toko kennis maakt. De geleerde stelt direct de gyronef ter beschikking zodat onze vrienden de Toeketoes kunnen gaan helpen. Poweril gaat ook naar Tunesië. Hij heeft een duikboot waarmee hij koers naar het zuiden zet. Onze vrienden gaan echter alles op alles zetten om hem dwars te zitten en de Toeketoes te helpen.

Het avontuur 'De steensnoepers' uit 1971 was het laatste verhaal dat Willy Vandersteen zelf tekende. Hierna liet hij de productie van de verhalen over aan Studio Vandersteen onder leiding van Paul Geerts. In albumvorm verscheen dit verhaal voor het eerst in 1972. In het scenario heeft Willy Vandersteen als thema's honger en uitbuiting gekozen. De Toeketoes zijn stenen gaan eten toen zij nog geen vrede kenden in een bepaalde streek verdiende de massa net genoeg om producten van enkele grote producenten af te nemen. Deze grote producenten verkregen veel macht en de Toeketoes zonderden zich af en leerden in duizenden jaren om steen te eten. Het vergelijk met de macht van grote westerse multinationals en productie in de derde wereld is goed aan te wijzen. Een situatie die nog steeds voortduurt in een groot aantal gevallen.