111 De Schat Van Beersel

Suske en Wiske - De Schat Van Beersel

Sinds enige jaren worden er op het binnenplein van het kasteel van Beersel toneelvoorstellingen gegeven. Die avond wordt het werk 'Geen verlof voor de musketiers' opgevoerd. Onder de belangstellenden die naar de voorstelling komen kijken zitten ook Lambik, Suske en Wiske. Iedereen kijkt gespannen naar het toneel waar zojuist een schermduel wordt uitgevochten. Lambik kan het niet laten om te laten merken dat hij degene is die de acteurs het schermen heeft geleerd. Bovenop de ringmuur staat de actrice die de rol van kasteelvrouw speelt. Wanneer zij echter omhoog kijkt ziet ze iets waar ze zo van schrikt dat ze van de muur valt. Nu ziet ook het publiek een reusachtige groene vleermuis bovenop de toren. Het geheimzinnige wezen duikt naar beneden en brengt een akelig gegil voort. Het wezen scheert over de hoofden van de toeschouwers, om weer in een torenvenster te verdwijnen. Er breekt paniek uit, maar niet bij onze vrienden. Direct gaan Lambik en Suske de toren in waar het wezen naar binnenging. Met grote passen rent Lambik de trap op met Suske in zijn voetspoor. Maar hoe ze ook zoeken in de toren, het wezen is onvindbaar. Wiske is beneden gebleven en heeft de vleermuis niet meer naar buiten zien komen. Maar waar is het dan gebleven? De gids Isodoor zegt dat hij de verklaring wel weet. Voor een goede pint wil hij onze vrienden wel vertellen wat er aan de hand is op het kasteel van Beersel. In het kasteel van Beersel uit de strip Suske en Wiske, tekening van Willy Vandersteen Eenmaal in de 'Herberg van de ridder' haalt Isodoor een bundel oude gravures te voorschijn. Hij vertelt dat de vleermuis een spook is dat sinds 1438 in het kasteel ronddoolt. In die tijd ging de heer van Beersel, Hendrik van Witthem III, er prat op dat hij de beste valken had. Dit was het werk van zijn valkenier. Op een dag liet de zoon van de valkenier de beste valk ontsnappen. De man wilde zijn kind niet verraden en kreeg de schuld. Hendrik van Witthem liet de valkenier in de vergeetput gooien. De moeder van de valkenier was een heks en zij betoverde een vleermuis, waarbij ze ook een vervloeking uitsprak. Telkens wanneer de reuzenvleermuis zou verschijnen kwam er onheil over het slot van Beersel. Toen het slot in 1489 door de Brusselaars werd aangevallen, verscheen het wezen. Dit zorgde voor zo'n grote paniek dat het kasteel viel. Dan vertrekt Isodoor. Maar wanneer de gids de herberg verlaat valt er een stukje perkament uit de stapel gravures die hij bij zich heeft. Wiske wil het oprapen maar ziet plots de vleermuis voor het raam. Het wezen dringt naar binnen en raapt het papier dat op de grond ligt op. Lambik zet direct de achtervolging in en ziet dat Isodoor is aangevallen door het wezen. Jammer genoeg raakt hij het spoor kwijt maar beseft wel dat het wezen een verkleed mens moet zijn. Eenmaal thuis komt Wiske met het perkament op de proppen, ze heeft kans gezien om de aanvaller voor de gek te houden. Nu lezen de vrienden dat er in het slot een geheime schatkamer moet zijn. De zoektocht naar de schat van Beersel kan beginnen, maar ze zijn niet de enige die op zoek zijn.

Het verhaal 'De schat van Beersel' verscheen in 1952 en werd gepubliceerd in het stripblad Kuifje. Dit verhaal hoort dan ook bij wat later de blauwe reeks zou gaan heten. Dit zijn Suske en Wiske-verhalen die Willy Vandersteen speciaal voor het stripblad Kuifje tekende op verzoek van Hergé, de bedenker van Kuifje. De verhalen werden uitgegeven met een blauwe omslag waaraan de serie dan ook zijn bijnaam ontleent. De verhalen uit de blauwe reeks zijn wat volwassener dan de vertellingen die Willy Vandersteen normaal maakte. Dit gebeurde op verzoek van Hergé. Dit is ook de reden dat tante Sidonia, professor Barabas en Jerom niet in de verhalen voorkomen en Suske, Wiske en Lambik iets anders getekend worden. De schat van Beersel is het vierde verhaal uit de blauwe reeks. Het Kasteel van Beersel bestaat echt en is te vinden in de Belgische provincie Vlaams-Brabant. Ook een aantal van de hoofdpersonages, zoals Hendrik III van Wittem en Filips van Witthem, zijn authentiek. Evenals het beleg en de verwoesting van het kasteel door de Brusselaars. Door toedoen van Maximiliaan van Oostenrijk moesten de Brusselaars het kasteel van Beersel weer opbouwen. Bij de herdruk in volledige kleuren zijn de tekeningen wel gebleven zoals ze waren, wel werden de plaatsjes opnieuw ingekleurd. Het verhaal 'De schat van Beersel' behoort tot de meest populaire Suske en Wiske vertellingen en is met recht een klassieker.

112 De groene splinter

Suske en Wiske - De groene splinter

Op een zekere dag zijn Lambik, Suske en Wiske onderweg naar het vliegveld van hun aeroclub. De rit voert hen langs een groot landgoed dat helemaal door hekwerk met prikkeldraad is omgeven. Het drietal vindt het maar raar dat iemand zijn bos zo afsluit voor andere mensen. Maar eenmaal aangekomen op het vliegveld zijn ze het bos vergeten. Ze willen die dag een experiment doen. Lambik zal een parachutesprong maken en een zend en ontvangsttoestel meenemen om zo contact te houden met de grond gedurende de val. Wiske blijft aan de grond om de radio te bedienen en Lambik en Suske stijgen op. Volgens plan springt Lambik uit het toestel, hoewel niet helemaal volgens plan. Want in zijn verstrooidheid vergeet Lambik zijn valscherm. Gelukkig dat Suske snel kan reageren zodat er geen brokken van komen. Het experiment gaat goed maar Lambik landt wel midden in het bos dat omheind is. Eerst krijgt hij te maken met een waakhond, maar hier weet onze vriend wel raad mee. Dan verschijnen er twee mannen, gekleed in rode overals en met blauwe maskers voor hun ogen. Bovendien zijn ze gewapend. Wanneer het tweetal weg is ontdekt Lambik in een bosje een soort periscoop. Inmiddels zijn ook Suske en Wiske het terrein opgekomen en kijken samen met Lambik door de periscoop. Ze zien een reusachtig ondergrondse zaal waar een zwarte vlek op de vloer aan het verdwijnen is. Wanneer ze de periscoop draaien zien ze een roerloze man op de grond liggen. Dankzij de waakhond vinden de drie vrienden de toegang tot de ondergrondse ruimte. Eenmaal beneden verzorgen ze de bewusteloze man. Maar ze zien ook iets wat toch wel zeer vreemd is, namelijk een zwevende steen. Lambik en Lollo uit de strip Suske en Wiske, tekening van Willy Vandersteen Terwijl Lambik de steen van het plafond haalt is de bewusteloze man weer bijgekomen en houdt Suske en Wiske onder schot. Hij denkt ze horen bij afvalligen van de blauwe maskers. De man voert het tweetal weg en Lambik denkt dat hij nu een kans heeft om de man uit te schakelen. Maar dan gebeurt er iets vreemds met de vloer. Deze begint te smelten. De man die Suske en Wiske meenam komt Lambik waarschuwen want hij weet inmiddels dat onze vrienden geen kwaad in de zin hebben. Uit de gesmolten vloer komt een rode machine gekropen. Uit het voertuig komen twee mannen, die ook een blauw masker dragen, die direct het vuur openen. Lambik probeert zich in het gevecht te mengen maar veel helpen doet het niet. Het tweetal kan de hand leggen op de zwevende steen en verdwijnen weer. Omdat hij gewond is geraakt vertelt kapitein Person aan het drietal zijn geschiedenis. Tijdens de Tweede Wereldoorlog leidde hij een groep geleerden en ontdekte een gebied met voorhistorische plantengroei. Ze ontcijferden een rotstekening en ontdekten dat er een meteoor is ingeslagen, de meteoor bestond uit metaal dat lichter is dan lucht. Na afloop van de oorlog besloten de geleerden om het metaal geheim te houden. Toch wilden ze de meteoor opsporen. Daarom bouwden ze de machine die zojuist in de grond verdween en S.T.M.I wordt genoemd. De twee mannen, Northon en Muller, die hem aanvielen willen de meteoor vinden om het metaal aan de hoogstbiedende te verkopen. Nu is er ook een S.T.M.II en kapitein Person vraagt onze vrienden om Northon en Muller tegen te houden. Om dit te doen moeten onze vrienden naar het voorhistorische gebied reizen. Deze plek zal vol gevaren blijken te zijn, maar ze maken ook een vriendje, Lollo de Atanosaurus.

Het verhaal 'De groene splinter' stamt uit 1957 en maakt ook onderdeel uit van de eerder genoemde Blauwe Reeks. Door de aankomst in de prehistorische wereld met dinosauriërs lijkt het verhaal welhaast een voorloper van 'Jurrassic Park'. In het verhaal maakt Willy Vandersteen gebruik van een wereld waar de tijd heeft stilgestaan en waar zich nog wezens bevinden die in de rest van de wereld al lang zijn uitgestorven. Jules Verne gebruikte dit uitgangspunt ook in zijn roman 'Naar het middelpunt der aarde', waar in 2008 ook een film van is gemaakt.

113 Het geheim van de gladiatoren

Suske en Wiske - Het geheim van de gladiatoren

Wij zijn in het tijdperk waarin de Romeinen heel Gallië in handen hebben. Er zijn nog maar een paar Gallische stammen die in opstand komen tegen de Romeinen. Lambik behoort tot de stam der Belgae, een van de opstandige stammen, en op een dag loopt hij een Romeinse patrouille tegen het lijf. Na een kort gevecht nemen de Romeinen Lambik gevangen. Ze gaan hem meenemen naar Rome om er als gladiator te vechten. Zijn verdwijning wordt al snel bekend in het paaldorp en Suske en Wiske, zijn twee dikke vrienden, varen de rivier af om Lambik te zoeken. Wanneer ze zien dat Lambik aan boord van een Romeins schip wordt gebracht, besluiten een poging te wagen. Maar wanneer ze aan boord willen klimmen worden ze ontdekt en in het ruim van het schip aan de riemen geklonken. Het schip voert hen naar Rome. Wanneer ze het laatste deel te voet afleggen en bij in Rome zijn wordt Lambik door een man in een purperen mantel uitgekozen en meegenomen. Suske en Wiske moeten worden opgesloten in de kerkers van het circus van Rome. Als de man in de purperen mantel niet terugkomt, moeten ze sterven. Wanneer Lambik de de geheimzinnige man bij een rotswand aankomen, moet Lambik de ingang vrijmaken. De man gaat een spelonk binnen waar hij met een geleerde praat over proeven. Lambik moet buiten wachten. Titus de leeuw met Lambik uit de strip Suske en Wiske Dit gaat hem echter vervelen en maakt een tochtje in de buurt. Hier maakt hij kennis met een loslopende leeuw met kiespijn. Hij helpt het dier van de pijn af en gaat weer met de gemaskerde man mee. Onderweg worden ze gestopt door een groep opstandige gladiatoren die Lambik willen bevrijden. Een legende zegt dat een geheimzinnige gladiator hen eens zal aanvoeren en de keizer ten val zal brengen. De poging om Lambik te bevrijden lukt echter niet en hij komt bij Suske en Wiske in de kerker terecht. De volgende dag moet Lambik in het circus vechten als gladiator en wint onverwachts het gevecht. Terwijl het publiek juicht dringen opstandelingen de keizerlijke loge binnen. Het is Lambik die Nero redt. Wanneer de opstandelingen worden weggevoerd wordt Lambik gewaarschuwd door een van hen. De schim zal Lambik straffen voor dit verraad. Als dank geeft Nero het drietal de vrijheid en zijn ze vanaf dan Romeinse burgers. Bovendien wordt Lambik het hoofd van de Pretoriaanse wacht, de lijfwacht van de keizer. De drie opstandelingen ontsnappen en in de cel treft Lambik de boodschap aan dat de Schim zijn grootste vijand zal zijn. Het volk mort ondertussen. Er is honger. Om ervoor te zorgen dat het leger de keizer trouw blijft, moet er goud zijn om hen te betalen. Maar de schatkist is bijna leeg. Om aan goud te komen gaat Nero graan verkopen aan een Egyptische bemanning die hier goud voor zullen geven. Lambik wordt met de opdracht belast. Het zal een eerste treffen worden met zijn nieuwe gevaarlijke tegenstander de Schim.

Wat natuurlijk opvalt aan het verhaal 'Het geheim der gladiatoren' is dat het zich afspeelt in de tijd van de Romeinen en dat er nooit iets zich in het heden afspeelt. Dit komt doordat dit een verhaal uit de blauwe reeks is, waarin bijvoorbeeld professor Barabas niet voorkomt. En dus ook geen teletijdmachine. In het verhaal komt ook een man voor die Archimedes wordt genoemd. Dit zal een verwijzing zijn naar Archimedes van Syracuse, een Griek die ver voor de tijd van Nero leefde. Grappig is de leeuw Titus die onze vrienden menigmaal uit een benarde positie bevrijdt.

114 De tartaarse helm

Suske en Wiske - De tartaarse helm

Na hun avontuur in Monaco vestigt Lambik zich in een Kempische villa en geeft er schermlessen. Terwijl Lambik zijn les geeft oefenen Suske en Wiske ieder hun eigen sport in de buitenlucht. Het is Wiske die als eerste ziet dat een oude man door een pachter wordt mishandeld. Dat laat Suske niet zomaar gebeuren. Nadat de bruut is weggejaagd nemen Suske en Wiske de oude man mee naar het huis van Lambik om hem te verzorgen. Ze bieden aan dat de oude man kan blijven tot hij hersteld is, maar hij wil weer vertrekken. Echter, voor hij weggaat kijkt hij de twee vrienden indringend aan. Die avond prijst Lambik zijn twee vrienden voor de hulp die ze de oude man hebben gegeven, maar ze moeten ook voorzichtig blijven. Nog diezelfde avond keert de oude man terug en dringt het huis van Lambik binnen. Op een of andere manier laat hij Suske en Wiske gehypnotiseerd naar beneden komen. Lambik wordt half wakker van het gestommel en denkt met een inbreker van doen te hebben. De man vertelt dat hij een aan lager wal geraakte hypnotiseur is. Als dank voor hun hulp wil hij de drie vrienden een mooi avontuur laten beleven. Hij brengt hen onder hypnose en het drietal waant zich in het Brugge van de 13de eeuw. Ze zijn hun geheugen kwijt en denken dat ze op zoek zijn naar meester Giovanni Rabakol. Maar voordat ze het bezoek gaan brengen stelt Lambik voor om eerst in een herberg een kruik bier te gaan drinken. Marco Polo en Wiske, tekening van Wily Vandersteen Terwijl ze zitten te drinken brengt een Italiaanse zeeman een kruik naar binnen bestemd voor kapitein Rabakol. Plots staat een een man met een groene mantel op en steekt in de kruik waarna hij verdwijnt. Tot ieders verbazing komt er een dwerg met een dolk in de hand uit de kruik gekropen. Dan verliest de dwerg het bewustzijn. Al snel arriveert kapitein Rabakol, door Lambik gewaarschuwd. De dwerg ligt dan al in bed, nog steeds bewusteloos. Ze besluiten de dwerg naar het huis van kapitein Rabakol te brengen zodra het donker is. Omdat Lambik zich wil meten met de kapitein op het gebied van de schermkunst, kruisen ze de degens als tijdverdrijf. Zodra het veilig is brengt Rabakol de dwerg naar zijn huis. Daar hoort hij dat de Doge van Venetië de dwerg als boodschapper heeft gestuurd. Er dreigt oorlog met Genua. De man met de groene mantel moet een spion van Genua zijn. Deze man komt net met een groepje helpers aan bij het huis van Rabalko. Hun leider sluipt weg en net op dat moment komen de drie vrienden aangelopen. Lambik rekent af met de helpers van de spion. De man met de groene mantel hoort echter de plannen van Rabalko om naar Venetië te reizen. Wanneer Rabalko en de dwerg naar het schip gaan willen Lambik, Suske en Wiske hen waarschuwen. Maar ze zien hij het schip naar zee vertrekt. Bij toeval komt Lambik er achter dat Rabalko en Luigi, zoals de dwerg heet, op een Genuees schip zijn vertrokken. Op het schip dat eigenlijk Rabalko naar Venetië had moeten brengen wordt de achtervolging ingezet. Na een gevecht op zee worden Rabalko en Luigi bevrijdt en komt het hele gezelschap aan in Venetië. Maar ook daar gaan de aanslagen van de spion van Genua door. Gelukkig is geen van de aanslagen succesvol. Van de Dodge van Venetië hoort Rabalko dat Marco Polo in 1271 naar het Oosten vertrok. Hij is in het gebied van de Grote Koeblai Khan. Marco Polo heeft een machtig wapen ontdekt en iemand moet dit nu komen halen. Omdat bij een nieuwe aanslag Rabalko wel gewond raakt, gaan Lambik, Suske en Wiske in zijn plaats naar het oosten waar een gevaarlijk avontuur wacht.

Het verhaal 'De tartaarse helm' werd voor het eerst gepubliceerd in Kuifje in de jaren 1951/1952. Het album verscheen voor het eerst in 1953. Ook dit avontuur behoort tot de zogenoemde blauwe reeks waarin alleen Lambik, Suske en Wiske voorkomen. Willy Vandersteen werd voor verhaal geïnspireerd door een bezoek aan Venetië en door de helm die hij daarvandaan mee terug bracht. Dit avontuur behoort tot een van de meest populaire Suske en Wiske avonturen. De reis die het drietal onderneemt, waarbij Jeruzalem, Baghdad en vele andere bekende locaties worden aangedaan, maken het, met de humor die er in verwerkt, is tot een onvergetelijk geheel. Met het verstrijken van de jaren heeft dit verhaal niets ingeleverd aan aantrekkingskracht en is daarom terecht een van de klassiekers uit de reeks.

115 De gezanten van Mars

Suske en Wiske - De gezanten van Mars

Op 24 juni 1947 worden boven de staat Washington lichtgevende voorwerpen gezien. Men beschrijft ze als discusvormige voorwerpen met lichtgevende randen. Waar ze vandaan komen weet niemand en de wildste theorieën doen dan ook de ronde. Is het een geheim wapen of zijn het ruimteschepen? Lambik is een geestdriftig aanhanger van de theorie dat de vliegende schotels van een andere planeet komen. Hij leest alles waar hij de hand op kan leggen. Op het strand voor zijn bungalow aan de Azurenkust probeert hij Suske en Wiske te winnen voor zijn idee. Hij vertelt dat in de de legenden van Atlantis al over vliegende voorwerpen wordt gerept. Maar het tweetal gelooft er helemaal niets van. Bij toeval waait een blad van Lambik in het gezicht van een andere strandbezoeker. Dit blijkt commandant ter zee Costo, bevelhebber van de dienst voor diepzee-onderzoek, te zijn. Met zijn team is Costo bezig met het bergen van een Grieks wijnschip dat 2.200 jaar geleden zonk. En op een van de amphora's, die nu nog op de zeebodem ligt, heeft hij een afbeelding gezien van een fantastisch luchtschip. Precies zoals op de tekening van het blad van Lambik. Nu is hij direct enthousiast, maar Costo vertelt dat het werk is stil gelegd. Maar Lambik mag zelf naar de amphora's gaan duiken. En dus reist het drietal af naar de ankerplaats van het schip van Costo dat Lycapso is gedoopt. Wanneer ze aan boord gaan treffen ze de kwartiermeester van het schip bewusteloos aan. En ze ontdekken dat de duikspullen in de boot zijn gebruikt. Niet veel later daalt Lambik zelf af op de plek waar het Griekse schip op de zeebodem ligt. Na enig zoekwerk in het wrak vindt hij de vaas met de afbeelding. Nadat hij de vaas naar boven heeft gebracht wil Lambik deze in veiligheid brengen. Jammer genoeg glijdt hij uit en breekt de vaas. Maar binnenin zat een stuk perkament waaruit, volgens lambik, blijkt dat de oude Grieken wisten van het bestaan van vliegende voorwerpen. Direct gaan ze weer op huis aan, hierbij vergetend dat de kwartiermeester bewusteloos was gevonden. Lambik kan geen UFO meer zien, tekening van Willy Vandersteen.jpg Wanneer Lambik het perkament bestudeert is er op de radio een bericht dat boven Nice een vliegende schotel is gezien. Die avond gaat Lambik dan ook de nachtelijke hemel bestuderen tot er pardoes een schotel boven hem vliegt. Direct gaat het drietal er achteraan en slaagt er in foto's te maken van de vliegende schotel. Wanneer ze thuis komen is er een inbreker in het huis van Lambik, maar een agent kan de man verjagen. Wel blijkt het stuk perkament gestolen te zijn. Die nacht krijgt Lambik een telefoontje. Als hij wil weten wie de inbreker was moet hij naar een verlaten hoeve komen. Natuurlijk gaat het drietal hier achter aan. De beller blijkt een man te zijn die Cordin heet. Zijn zoontje Antoine heeft met zijn speelgoed vliegende schotel foto's van de inbreker gemaakt. Op de foto is te zien hoe de inbreker de tas van Lambik weggooit. Snel gaan ze naar de plek en vinden het perkament terug. Op een terras bespreken de vrienden hun geluk. Maar het gesprek wordt ook gehoord door geheim agent X-17 die voor een vreemde mogendheid werkt en wiens echte naam Petaritz is. Hij besluit Lambik in de gaten te gaan houden. Nadat de foto's ontwikkeld zijn, en niet bijster geslaagd zijn, gaat Lambik naar de politie. Maar de agenten nemen Lambik niet serieus. Maar Lambik laat het er niet bij zitten. Hij besluit naar Parijs te gaan om de autoriteiten te overtuigen. Uiteindelijk krijgt hij toegang tot generaal Mesailes. De generaal laat een geleerde, professor Trouvtou, de foto's en het perkament onderzoeken. Terwijl Lambik in de Franse hoofdstad is probeert Petaritz informatie bij Suske en Wiske te ontfutselen. Hij bedreigt hen met een wapen maar ze worden gered door een vliegende schotel en de bestuurder vertelt dat hij echt van Mars komt. Maar Suske en Wiske denken dat het Antoine is. Ondertussen heeft professor Trouvtou zijn eerste onderzoek afgerond en komt tot de conclusie dat de foto's echt zijn. Het document is nog niet ontcijferd en de Dienst voor het Geheimschrift wordt op de zaak gezet, generaal Mesailes waarschuwt alvast de president. Staat de Aarde aan de vooravond van een kennismaking met de bewoners van Mars?

Het verhaal 'De gezanten van Mars' maakt deel uit van de blauwe reeks en later in de rode reeks is heruitgegegeven. Het werd gepubliceerd in Kuifje van 1955 tot 1956. De eerste albumuitgave was in 1956. Dat Willy Vandersteen het avontuur in 1947 laat aanvangen is niet zo vreemd. Op 08 juli 1947 werd in de Amerikaanse media breed uitgemeten verslag gedaan van het Roswellincident. De vermeende crash van een vliegende schotel nabij Roswell staat bij ufo-aanhangers bekend als het belangrijkste ufo-incident ooit. Talrijke getuigen hebben, soms tot aan hun dood, volgehouden dat een buitenaards ruimteschip met buitenaardse lijken is geborgen. (bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Roswellincident).
Deze gebeurtenis is ook in een serie als The X-Files breed uitgemeten en zal ook door Willy Vandersteen gebruikt zijn als inspiratiebron voor dit avontuur. Willy Vandersteen speelt overigens een kleine cameo in dit deel, hij is de Belg die het fenomeen in Nice bestudeert om er een stripverhaal van te maken. Tot slot, commandant ter zee Costo en zijn schip Lycapso zijn verwijzingen naar Jacques Cousteau en zijn bekende schip Calypso dat door John Denver in een liedje onsterfelijk is gemaakt.

116 De bronzen sleutel

Suske en Wiske - De bronzen sleutel

Suske, Wiske en Lambik zijn vakantie aan het vieren in Manton aan de Middellandse zee. Lambik staat op het balkon te genieten van het uitzicht wanneer hij opmerkt dat er in de kamer naast hem een graaf een telegram krijgt. Blijkbaar noopt het bericht de graaf om direct te vertrekken. In zijn haast laat de man het bericht op zijn tafel liggen. En door een speling van de wind belandt het telegram in de kamer van Lambik. Nieuwsgierig leest Lambik het bericht. De graaf heet Brocca en hij krijgt te horen dat het zwarte jacht gisteren is aangekomen en dat hij naar Mocano moet komen. Het bericht is ondertekend met een raadselachtige X. Nu besteed Lambik er verder geen aandacht aan. Suske en Wiske gaan duiken bij Cap Sint Martin en ondertussen leest Lambik brochure over Mocano. De huidige vorst is René III en in het verleden was Mocano onder Arabisch bestuur. Per toeval ziet Lambik op de zeebodem een reuzenmerou die Prosper wordt genoemd. Lambik besluit ook te gaan duiken om jacht op het dier te maken. Maar hij wordt door het dier meegesleurd in de richting van Mocano. Suske en Wiske springen in de auto en rijden zo snel mogelijk naar het nabijgelegen prinsdom Mocano. Lambik dreigt echt in de problemen te komen wanneer Prosper naar de bodem duikt en de hand van Lambik in de lijn vast zit. Gelukkig is er een andere duiker, die een rood masker draagt, in de buurt om Lambik uit zijn benarde positie te bevrijden. Eenmaal aan boord van de zwarte boot van de geheimzinnige duiker vraagt deze aan Lambik om een wederdienst. Hij moet een bronzen sleutel opduiken. Maar zijn luchtflessen zijn leeg en hij kan zelf niet zo diep duiken. Uiteraard is Lambik genegen om zijn redder te helpen en duikt de sleutel voor hem op. Wat ze niet weten is dat in de schaduw graaf Brocca hen heeft afgeluisterd. Een onstuimige hereniging in de strip Suske en Wiske, tekening van Willy Vandersteen Zodra ze de bronzen sleutel op de boot hebben gekregen bedreigt hij hen met een vuurwapen. Gelukkig zijn Suske en Wiske net gearriveerd en voorkomen dat de sleutel in de handen van Brocca valt. Omdat zowel Brocca als de man met het rode masker vluchten, blijven de drie vrienden achter met de bronzen sleutel. Omdat ze er nu toch zijn, gaan ze Mocano bekijken. Ze gaan zitten op een terras bij het prinselijke paleis en daar blijkt er telefoon te zijn voor Lambik. De geheimzinnige duiker heeft hem gebeld en spreekt met hem af om middernacht in de tropische tuin zodat Lambik de sleutel af kan geven. Terwijl Lambik probeert te achterhalen wie hem gebeld heeft, ontvoerd de chauffeur van Brocca, Yuan, Suske en Wiske. Ze worden naar een verlaten hut gebracht waar Brocca hen afluistert en zo aan de weet komt dat Lambik die avond een ontmoeting heeft. In het paleis heeft Brocca een helper, de geheimzinnige X. Nu wil het toeval dat Lambik in het paleis terecht komt en het verhaal doet tegen Rongoir, de luitenant van de wacht. Jammer genoeg blijkt hij de geheimzinnige X te zijn. Lambik kan door het raam ontkomen en brengt 's nachts de sleutel naar de duiker met het rode masker. Brocca probeert de duiker neer te schieten wanneer hij het water in vlucht maar raakt de sleutel die in het water valt. Op de bodem slikt Prosper de sleutel in. Genoeg problemen om op te lossen dus. Gelukkig zijn Suske en Wiske ontsnapt en worden ze herenigd met Lambik. Wanneer prins René III de gebeurtenissen hoort, benoemd hij Lambik tot luitenant van de wacht. De drie vrienden moeten, gesteund door de geheimzinnige duiker, het hoofd bieden aan de dreiging van Brocca en zijn kornuiten.

Het avontuur 'De bronzen sleutel' was een deel uit de blauwe reeks die Willy Vandersteen maakte voor het stripblad Kuifje. Het verscheen vanaf 02 Maart 1950 in het weekblad. Twee jaar later verscheen het verhaal als album. Het prinsdom Mocano is uiteraard een verwijzing naar Monaco en prins René III is gebaseerd op prins Reinier III van Monaco. In het avontuur zijn vele wendingen opgenomen en de verhaallijn is iets omvangrijker dan de gewone verhalen uit de Suske en Wiske reeks. Dit zal zijn grondslag vinden in de wens van Hergé om in Kuifje een ietwat andere Suske en Wiske neer te zetten. Op het einde van het verhaal verschijnt er zelfs een brachiosaurus en dit kan zeker als vernieuwend worden gezien.

117 De toornige tjiftjaf

Suske en Wiske - De toornige tjiftjaf

Tante Sidonia, Suske, Wiske, Lambik en Jerom zijn de stad ontvlucht. Ze hebben een caravan in de vrije natuur en brengen daar hun dagen door. Suske en Wiske hebben plezier door de vogels te voeren, tante Sidonia leest haar boek en Lambik en Jerom zijn er met het fototoestel op uitgetrokken. In de verte ziet Lambik een tjiftjaf neerstrijken. De tjiftjaf is één van de eerste zangvogels die terugkeren van hun winterverblijf. Het vogeltje blijft perfect zitten voor een paar mooie foto's. Maar Jerom vertrouwt het niet. En naar al snel blijkt terecht. Het diertje zit gevangen op een kruk met vogellijm. De twee vrienden bevrijden de tjiftjaf en gaan terug om hun handen (of in het geval van Lambik gezicht) te wassen. Dit is echter nog maar het begin. In een veld vindt Wiske een hele groep vogeltjes die zijn doodgedrukt door het net van een jager. Jerom gaat op zoek naar de man die het net heeft neergelegd. Wanneer hij deze man in de nek grijpt, is het de tussenkomst van Lambik die er echter voor zorgt dat de man kan ontkomen. Dit leidt natuurlijk tot een fikse ruzie. Tante Sidonia vindt er zo niets meer aan en dus gaat het hele gezelschap op weg naar huis. Enkele weken gaan voorbij zonder dat Lambik of Jerom langskomt. Jerom gaat langs de mensen met een petitie tegen de vogelvangst, maar dit valt lang niet overal in goede aarde. Nadat hij net een aantal tegenstanders wat manieren heeft bijgebracht wordt hij door een lokale politieagent ervan beschuldigt dat hij zich verkleedt als een reuzen tjiftjaf en mensen aanvalt. Lambik heeft schik om Jerom, tekening van Willy Vandersteen.jpg Wanneer er echter weer een aanval is door de geheimzinnige vogel en Jerom bij de agent is, blijkt dat de klerenkast niet de vermomde vogel is. De agent en Jerom vinden een briefje waarin de toornige tjiftjaf aankondigt dat hij alle vogelbeulen zal bestrijden. Nu is het briefje geschreven op papier dat speciaal voor tante Sidonia wordt gemaakt. Natuurlijk herkent Jerom het papier en gaat snel naar het huis van tante. Hoewel hij natuurlijk niet zeker weet dat tante Sidonia de toornige tjiftjaf is, waarschuwt hij haar wel om vooral niets illegaals te doen. Eerst denken Suske, Wiske en tante Sidonia nog dat niemand anders het papier zal herkennen, maar dat is een misrekening. Al snel staat er een agent in burger voor de deur om tante Sidonia mee te nemen naar het bureau. Wanneer de politieman wordt aangevallen door de toornige tjiftjaf blijkt de onschuld van tante. Wanneer ze weer alleen zijn beseffen ze dat Lambik voor de boze vogel moet spelen. Ze besluiten naar de caravan te gaan om daar echter een vastgebonden Lambik aan te treffen. Hij is ook aangevallen door de toornige tjiftjaf en is woest. Maar als ook Lambik niet de geheimzinnige vogel is, wie dan wel? De situatie met Lambik blijkt echter al snel een rookgordijn. Hij is wel degelijk de toornige tjiftjaf. Hij wil de wereld redden van jagers en insecticiden in het Natuurbeschermingsjaar. In eerste instantie voert Lambik een eenzame strijd maar wordt al snel geholpen door Suske en Wiske. Gaandeweg beginnen steeds meer mensen zich ermee te bemoeien, voorstanders en tegenstanders. Het duurt dan ook niet lang voordat heel België in beroering is. Dat Jerom, die inmiddels journalist is geworden, hen niet wil helpen is een tegenvaller. Maar er worden ook successen geboekt. Dan duikt de Vogelschrikbrigade op en hebben de vrienden er een gevaarlijke tegenstander bij gekregen.

Waren de vorige albums uit de Suske en Wiske serie herdrukken van de blauwe reeks, 'De toornige tjiftjaf' was een heel nieuw verhaal. Het verscheen in 1970 in de bekende kranten en werd als album in 1971 uitgebracht. Willy Vandersteen roerde het milieu aan. Een bewustwording die zich toen maatschappelijk langzaam begon in te zetten. De mens pleegt roofbouw op de natuur en Willy Vandersteen maakte dit tot een thema in het verhaal. Meer specifiek vroeg hij aandacht voor het vogeltjes vangen dat in België nog legaal was. De vogels werden gevangen voor de volière of om op te eten. En net als in het album, bracht de publicatie de nodige deining in België. Maar zoals altijd stelde Willy Vandersteen met humor iets aan de kaak en wist hij menig lezer ook te vermaken met zijn kritische scenario. Prima gedaan!

118 De gouden cirkel

Suske en Wiske - De gouden cirkel

Lambik en Jerom gaan op een dag naar tante Sidonia toe. Nu hebben ze een behoorlijke afwas staan, maar daar denken ze een slimme oplossing voor te hebben. Jammer genoeg voor hun kent Sidonia haar pappenheimers en is ze hen te slim af. Terwijl tante Sidonia, Suske en Wiske schik hebben gaat de telefoon. De vrolijkheid is direct over want het is professor Barabas die belt om te zeggen dat zijn laatste uur geslagen heeft. Direct rijden de vrienden naar het huis van de geleerde. Wanneer Jerom de deur van het laboratorium wil forceren wordt hij tegengehouden door de politie. Professor Barabas heeft hen ook gebeld omdat hij al voorzag wat zijn vrienden zouden gaan doen. Hij heeft de politie vertelt dat hij een bestralingsmethode heeft ontdekt om radioactiviteit te bestrijden. Maar de geleerde is er zelf het slachtoffer van geworden en is nu zelf radioactief. Omdat de professor dodelijke stralen uitstraalt mag niemand zomaar het laboratorium betreden. Wanneer Lambik buitenom loopt kan hij via het raam naar binnen kijken en ziet hij de professor in de lucht zweven. Via een microfoon kan de professor nog vertellen dat bestraling met capsules Xo25 hem kunnen redden, maar hij weigert om daar gebruik van te maken. Dan verschijnt professor Robijn, de assistent van professor Barabas. Hij vertelt dat de professor tegen zijn wil gered kan worden als er mensen zijn die hun leven in de waagschaal willen stellen. Wiske licht haar aanvaller een pootje, tekening van Willy Vandersteen De capsules zijn door de professor uitgedeeld aan collega's tijdens de reis naar het Verre Oosten. Tussen de spullen van de professor vinden ze foto's van de geleerden die van Barabas de capsules moeten hebben gekregen. Maar er staat niet bij wat hun namen zijn. Wel kunnen de vrienden achterhalen in welk land en stad iedere geleerde moet wonen. De capsules moeten zich bevinden in Tokio, Manilla, Hong-Kong, Bangkok, Calcutta, Delhi, Caïro en Istanboel. Wat ze nu nodig hebben is een isolatiecabine in een vliegtuig. Er is één capsule in België, hiermee kunnen ze al beginnen om de professor te bestralen. Nu moeten ze zorgen dat er een vliegtuig komt. De vrienden bellen de hele nacht en krijgen van de KLM een vliegtuig, de Russen zenden een geïsoleerde cabine en uit Amerika komt een apparaat om de cabine te bedienen. Maar er nog een probleem. Alle gesprekken zijn afgeluisterd door twee mannen, Snoeffel en Gaffel. Ze wachten de vrienden op bij het huis van Lambik. Ze vertellen dat ze in dienst zijn van een trust van chemische producten die alle capsules opeist na het ongeluk van professor Barabas. Lambik heeft geen boodschap de miljoenen die de trust heeft geïnvesteerd en wanneer Snoeffel en Gaffel hardnekkig blijken te zijn, zet Jerom zet ze buiten de deur. Nu moet de professor uit het laboratorium worden gehaald en naar het vliegtuig worden gebracht. Lambik neemt de taak op zich. Helaas trapt Lambik op een spijker wanneer hij Barabas een beschermend pak aantrekt. Hierdoor raakt Lambik ook aangetast door de straling. Omdat Snoeffel en Gaffel ervoor hebben gezorgd dat de piloten niet komen opdagen, besluiten Lambik en Jerom zelf als piloot op te treden. Met de KLM Constellation 717 vertrekken de vrienden naar het Verre Oosten. Het duurt echter niet lang voordat er een geranium uit het hoofd van Lambik begint te groeien. Het eerste teken dat hij ook is aangetast door de straling. Wanneer hun vliegtuig landt in Kevlavik op IJsland om te tanken proberen Snoeffel en Gaffel opnieuw om de capsule te bemachtigen. Maar ook nu mislukt hun opzet. En zo vliegen de vrienden verder, op de hielen gezeten door Snoeffel en Gaffel. Een gevecht tegen de klok is begonnen.

In 'De gouden cirkel', een verhaal uit 1960, gaan Suske en Wiske samen met Lambik, Jerom en tante Sidonia op weg om te proberen het leven van professor Barabas te redden. Hun onderneming wordt bemoeilijkt door de tussenkomst van Snoeffel en Gaffel, die koste wat het kost de capsules willen bemachtigen. Dat dit het leven van de professor kost is niet relevant want hun opdrachtgever heeft veel geld geïnvesteerd in het product. En zaken zijn zaken, lees winst maken is heilig en als daardoor anderen het leven laten, dan is dat maar zo. Kapitalisme in zijn slechtste vorm. Dit avontuur is overigens de introductie van Snoeffel en Gaffel die in latere verhalen nogmaals zullen opduiken. Willy Vandersteen kwam op het idee van dit avontuur toen hij een reis naar het Verre Oosten maakte. In 1959 kreeg de directie van De Standaard van de KLM enkele reisjes aangeboden. In het gezelschap van Maria Rosseels, die ook voor de krant werkte, maakte Willy Vandersteen toen de reis wat dit leuke avontuur heeft opgeleverd. Prima investering zou ik zo zeggen.

119 Het sprekende testament

Suske en Wiske - Het sprekende testament

Wanneer de vrienden van een reis naar Japan thuiskomen, wacht hun een onaangename verrassing. De woningen van tante Sidonia en Lambik zijn in een brand te zijn verwoest. Maar de vrienden houden de moed er in en huren een gemeubileerd huisje in een tuinwijk. Ze gaan hun bestaan opnieuw opbouwen. Lambik vindt een kantoorbaantje en Jerom vindt werk in een fabriek. Suske en Wiske helpen tante Sidonia in het huishouden. De dagen gaan monotoon voorbij. Het werk valt de beide vrienden zwaar vanwege de enorme saaiheid. Lambik en Jerom besluiten om modeltreintjes te gaan bouwen om aan de sleur te ontsnappen. Wanneer ze de postbode tegen het lijf lopen blijkt deze een brief te hebben die geadresseerd is aan het kantoor waar Lambik werkt. Om de postbode een extra wandeling te besparen besluit Lambik dat hij de brief morgen zal afgeven. Vanaf het moment dat Lambik de brief in bezit heeft, wordt hij achtervolgt door een kleine witte wolk. De kleine witte wolkjes dienen als vervoermiddel voor beschermengelen en die van Lambik volgt hem nu. Wanneer Lambik de volgende dag de brief aan zijn directeur geeft krijgt hij een vreemde reactie. De directeur kent geen mijnheer X en hij wil de brief nooit meer zien. Verbaasd door de reactie gooit Lambik de brief op de kast waar deze een paar weken blijft liggen en dan wordt vergeten. Wanneer de brief dan plots weer tevoorschijn komt wordt Lambik ontslagen. Ontmoedigt loopt hij over straat met de brief in zijn handen. Wanneer hij vervolgens langs de deur van notaris H. Niks loopt, beseft hij dat de brief wellicht bestemd was voor de notaris. De brief is volgens de notaris een sprekend testament. Van Zwollem uit de strip Suske en Wiske, tekening van Willy Vandersteen De notaris vertelt dat een van zijn cliënten, een zonderling zonder familie, zijn testament op de band liet opnemen. Na zijn dood moest de notaris het testament naar een adres sturen dat bijna op dat van hem leek zodat het lot zou bepalen wie de erfgenaam wordt. Het gaat om een bedrag van een miljoen, maar er is wel een voorwaarde. Met een voertuig naar eigen keuze moet de aspirant erfgenaam aan de 'Rally der duizend gevaren' deelnemen. De eerste reactie van Lambik is dat hij weigert. Eenmaal thuis proberen de vrienden hem van gedachten te doen veranderen, maar Lambik blijft weigeren. Wiske herinnert hem er echter aan dat hij de talisman van prinses Sholofly (zie het album 'De stemmenrover') bezit, die ervoor zorgt dat de bezitter honderd jaar zal worden. Nu is Lambik overtuigd en besluit hij alsnog mee te doen met de rally in een zelfgebouwde trein. Samen met Suske en Wiske gaat Lambik buiten de stad een ritje maken. Nu hij kans heeft om een miljoen te winnen wil hij sommige een kasteel bekijken dat hij wil kopen als hij de erfenis heeft gewonnen. Wanneer ze in de buurt van het kasteel zijn, wordt er vanuit het struikgewas op hen geschoten. Suske rent direct achter de schutter aan om tot zijn verbazing een oudere man te treffen die roept dat hij Davy Crockett is en die op een hobbelpaard probeert te ontkomen. Lambik leek te zijn geraakt maar het projectiel bleek een pijltje met zuignap uit een speelgoedgeweer. Dan verschijnt er een jonge vrouw die de vrienden meeneemt naar het kasteel. De verwarde man heet Van Zwollem en zijn dochter Anne-Marie legt uit dat haar vader zijn verstand verloren heeft nadat hij zijn fortuin is kwijtgeraakt. Wanneer ze terugkeren bij hun trein blijkt de bandopname met het testament verdwenen te zijn. Al snel richt de verdenking zich op de tuinman van het kasteel Dorus. Lambik, Suske, Wiske en Jerom willen hem die avond gelijk aan de tand gaan voelen maar de vogel lijkt gevlogen. Terwijl de vrienden die avond weg zijn krijgt tante Sidonia bezoek van een reuzekat. En onze vrienden zullen snel gaan merken dat deze niet voor de poes is.

Het verhaal 'Het sprekende testament' verscheen in 1957 in de krant. Alleen was de titel oorspronkelijk 'Het taterende testament'. Toen het in albumvorm verscheen had het de nu bekende naam gekregen. Dit avontuur betekende het eerste optreden van de heer Van Zwollem en zijn mooie dochter Anne-Marie. Beide personages zouden in toekomstige verhalen ook een rol krijgen zoals in 'Het vliegende bed', 'De klankentapper' en 'De kaartendans'. Dat 'Het sprekende testament' de opvolger was van 'De stemmenrover' blijkt wel uit de verwijzing naar de talisman die Lambik in dit deel heeft gekregen van prinses Sholofly.

120 De geverniste zeerovers

Suske en Wiske - De geverniste zeerovers

In het vorige avontuur wist Lambik met zijn treintje de rally te winnen. En zelfs na het aankopen van het kasteel van de Van Zwollems is hij steeds een rijk man (zie 'Het sprekende testament). Hij kan er royaal van leven. Hij maakt er een gewoonte van om iedere dag maar een armoedige buurt te gaan en geld uit te delen. Natuurlijk maakt Lambik zich hier populair mee maar eenmaal thuis is hij niet te genieten. Hij heeft het afgebrande huis van tante Sidonia laten herbouwen en woont hier samen met Jerom bij in. Lambik vindt dat hij veel te weinig waardering krijgt van zijn vrienden. Ze worden wel enthousiast wanneer blijkt dat Jerom is aangenomen als kapitein op een schip. Ondanks zijn succes als weldoener is Lambik jaloers op het uniform van Jerom. Want hoewel hij geld uitdeelt is het helpen van de armen niet de echte reden voor de actie van Lambik, hij wil in de spotlights staan. Wanneer Jerom die avond vertelt dat het schip waar hij op werkt is verkocht aan een particulier, blijkt Lambik de koper te zijn. Lambik wil met het schip de Afrikaanse kust afvaren en daar als weldoener gaan optreden. Jerom kan aanblijven als kapitein maar wel onder het bevel van Lambik. Na een fikse ruzie met tante Sidonia besluit Lambik tot een andere koers. Hij vaart naar een eiland om zichzelf in de watten te leggen. Omdat ze ongerust zijn op de afloop van dit nieuwe avontuur besluiten tante Sidonia, Suske en Wiske om ook mee te gaan. Ze sluipen als verstekelingen aan boord van het zeeschip Kibmal. Wanneer ze in de haven aankomen zien ze een beschonken zeeman in het water vallen. Om hem te redden werpen ze hem de talisman toe die Lambik van Sholofly had gekregen. De zeeman geeft hen als dank een kruik met vernis die wondere krachten zou bezitten. Hij heeft de kruik gekregen van een fakir. Maar het drietal geloofd zijn verhaal niet echt. Jammer genoeg vergeten ze de talisman terug te vragen zodat deze uit hun leven verdwijnt. Lambik in duel met een piraat, tekening van Willy Vandersteen Het lukt ze om als verstekeling aan boord te komen. Maar de Kibmal is de haven nog niet uit of Lambik begint Jerom achter zijn vodden te zitten. Hij moet van Lambik het hele schip in de verf gaan zetten. De dagen gaan voorbij en het schip ploegt eentonig door de golven. Omdat ze zich vervelen besluit Suske een houten pop van Lambik te maken. Af en toe komt Jerom bij hen kijken. Nu moet hij weer alle meubelen in de vernis gaan zetten. Jerom verdraagt de plagerijen van Lambik echter rustig. Zonder dat hij het weet gebruikt Jerom de vernis uit de kruik van de zeeman. Dan wordt de bemanning onrustig. Volgens hen spookt het op het schip. Zonder dat iemand er aan is geweest is er een stoel verplaatst. Lambik is niet onder de indruk en zet de stoel in zijn eigen kajuit. Maar wanneer de stoep die nacht om onverklaarbare redenen is verdwenen laat Lambik het hele schip doorzoeken. Zo worden de drie verstekelingen ontdekt. Natuurlijk verdenkt Lambik hen ervan dat zij de stoel hebben verplaatst. Uiteraard weten zij nergens van. Wanneer dan de marconist wordt aangevallen door de stoel is voor de bemanning de maat vol. In paniek verlaten zij het schip want de stoel blijkt te leven. Zodra Jerom, die aan het stuur stond, ziet wat er is gebeurd bevrijdt hij zijn vrienden die door de vluchtende bemanning was opgesloten. Nadat het schip in een zware storm terecht is gekomen strand het in de buurt van een eiland. Jerom, tante Sidonia, Suske en Wiske besluiten naar het eiland te gaan. Boos blijft Lambik achter op het gestrande schip. Dan blijkt de pop die Suske heeft gemaakt tot leven te komen. Suske had de pop ook een vernislaag gegeven. De pop noemt zichzelf Limbak. Hij mag aan boord blijven als hij maar niet zo eigenwijs zal zijn als de vrienden van Lambik. Maar al snel botsen de twee en komt ook Limbak op het eiland terecht. In een poging het schip weg te laten varen blaast Lambik het hele schip op. Zo komt ook hij op het eiland terecht. Alleen is het vernis nu ook terecht gekomen op speelgoed piraten die Lambik had meegenomen om mee te spelen. Wanneer deze zeeschuimers tot leven komen wacht onze vrienden een heuse strijd.

Het avontuur 'De geverniste zeerovers' is het derde en laatste deel waarin de talisman die Lambik van Sholofly had gekregen voorkomt. De drie albums waarin de geluksbrenger vorkomt worden ook wel aangeduid als de trilogie van de talisman der Shings. Willy Vandersteen neemt in dit verhaal de tijd om het tot een geheel te laten komen. Wat hij in zijn scenario voor het voetlicht brengt is de vraag over de motivatie die mensen hebben om publiekelijk weldaden te verrichten. Is dit ingegeven vanuit echte goede intenties of wordt het gedaan om het eigen ego te voeden of het geweten te sussen? Het verhaal begon in De Standaard in oktober 1957 en liep tot februari 1958. Toen droeg het de titel De zonnige zageman. Toen het in 1958 als album verscheen werd dit veranderd in De geverniste zeerovers.