101 De kaartendans

Suske en Wiske - De kaartendans

Tante Sidonia, Suske en Wiske maken op een dag een ritje met de auto en komen zo bij een voddenmarkt terecht. Ze besluiten om er eens rond te kijken. Op een zeker moment komen ze bij een handelaar die onder meer een grote speelkaart, een ruiten dame, te koop aanbiedt. Terwijl Wiske de kaart bekijkt schrikt ze, want ze ziet een traan over de wangen van de dame lopen. Natuurlijk denkt iedereen dat Wiske het zich verbeeldt heeft, het was vast een regendruppel of zo. Maar Wiske houdt vast aan haar mening en vraagt aan tante Sidonia of ze de kaart mag kopen. Terwijl tante Sidonia naar de prijs informeert verschijnt er plots een andere man die direct grote interesse heeft in de kaart. Hij biedt het dubbele van wat tante Sidonia denkt te gaan betalen. De marktkoopman, B. Hucht, besluit dan dat ze morgen maar terug moeten komen. Eenmaal thuis laat Wiske het er niet bij zitten. Toch zou dit het einde van het verhaal zijn geweest als er geen vreemd telefoontje was gekomen. Omdat tante Sidonia meent iets te streng te zijn geweest gaat ze die avond op bezoek bij de koopman. Dan blijkt dat de man die de kaart ook wilde hebben deze, tegen betaling, heeft weggehaald. Omdat het geval tante Sidonia niet zint, gaat ze op bezoek bij Lambik en Jerom. Al snel houden de vrienden krijgsraad en besluiten ze op zoek te gaan naar de man die de ruiten dame heeft meegenomen. Nu lukt het ze wel om de man te vinden, maar hij heeft de kaart aan zijn opdrachtgeefster meegegeven. De vrouw is nog maar net weg. Omdat de vrouw een zakdoekje achterliet, wordt de hulp ingeroepen van Tobias (zie het album 'Het hondenparadijs'). Suske verdedigt de harten heer, tekening van Willy Vandersteen Dit brengt hen inderdaad op het spoor van de vrouw. En tot hun grote verrassing blijkt het een goede bekende te zijn. Het is niemand minder dan Anne-Marie van Zwollem. Voordat ze echter in het kasteel aankomen hebben Suske en Wiske een als markies verklede man met een detector zien lopen. Het blijkt dat de vader van Anne-Marie op zoek is naar holle ruimtes. Waarom weet echter niemand. Omdat de Van Zwollem niet wil vertellen waar hij naar op zoek is, maar wel de nodige schade aan het kasteel toebrengt, wordt de hulp van Lambik en Jerom ingeroepen. Zij maken Van Zwollem enthousiast voor de ruimtevaart. Dit lijkt een goede zet te zijn totdat hij een raket in elkaar knutselt. Dit loopt met een ongeluk af. Toen iedereen bezig was met de raket van Van Zwollem was Wiske alleen bij de ruiten dame. En weer zag zij de kaart huilen. Ook nu wordt haar verhaal als een sprookje afgedaan. Wel heeft Van Zwollem onthuld waar hij naar op zoek was. Een geheime gang naar een kasteel op de bodem van de vijver. Volgens de vader van Anne-Marie heeft markies Matuvu in 1717 de ruiten dame op het water gevonden. Wiske is er van overtuigd dat het verhaal waar is en gaat op zoek naar het boek waar Van Zwollem het verhaal in gelezen heeft. Omdat ook nu nog Suske haar niet gelooft, besluit ze de bodem van de vijver zelf te gaan onderzoeken.

Het verhaal 'De kaartendans' uit 1962 behoort tot mijn favoriete Suske en Wiske verhalen. Als kind al had het een grote aantrekkingskracht op mij. Een onder het water verzonken kasteel waarin betoverde speelkaarten tot leven kwamen. Een geheime gang die naar het kasteel toe leidt. Willy Vandersteen was behoorlijk in vorm met dit verhaal. In het album zitten ook weer allerlei verwijzingen naar de periode waarin het album verscheen. Zo is op de eerste pagina van het verhaal Charles de Gaulle te zien die in een boek aan het neuzen is. De titel van het boek, Reizen naar Algerije, was ook niet per ongeluk. In die tijd speelde de onafhankelijkheidsoorlog van Algerije. Van Zwollem denkt aan Gagarin en Glenn (de eerste Rus en de eerste Amerikaan in de ruimte). Het was ook de tijd dat deze landen in de ruimterace waren verwikkeld. Wiske doet een imitatie van Conny Francis, een in die tijd populaire zangeres. In dit verhaal treden ook Anna-Marie van Zwollem en haar vader op, maar dit was niet de eerste maal dat zij voorkwamen. Dat was in het avontuur 'Het sprekende testament' uit 1958.

102 De dromendiefstal

Suske en Wiske - De dromendiefstal

Wanneer Lambik terugkeert na een reis door Cambodja wordt hij op het vliegveld opgewacht door zijn vrienden. Nu is hij niet erg spraakzaam over zijn reis, hoe zeer iedereen ook aandringt. Maar hij heeft wel geschenkjes meegenomen. Echter wanneer Suske in een reistas van Lambik wil kijken, krijgt hij het op zijn heupen. Niemand mag blijkbaar weten wat er in de tas zit. Natuurlijk zijn Suske en Wiske nieuwsgierig. Op het moment dat een hond er met de tas vandoor dreigt te gaan, achtervolgt Lambik het dier maar krijgt hij wel een ongeluk. Hij komt in het ziekenhuis terecht waar hij zijn vrienden vertelt dat de tas alleen maar een grap was om iedereen nieuwsgierig te maken. Nu lijkt het er allemaal niets mee te maken te hebben maar in de dagen die daarop volgen wordt iedereen nogal prikkelbaar. Jerom, tante Sidonia en Wiske lijken om het minste of geringste nogal aangeschoten te reageren. Op een avond gaat Suske naar bed en begint fijn te dromen over dappere avonturen die hij als astronaut zou willen beleven. Opeens verdwijnt de droom van Suske en wordt hij wakker door de wind, terwijl hij toch meent het raam gesloten te hebben. De volgende dag wordt het er niet beter op. Tante Sidonia kan niet meer normaal een kop koffie inschenken en ook Wiske heeft last van concentratie problemen. Tijdens het volgende bezoek aan Lambik die nog in het ziekenhuis ligt, vertelt tante Sidonia van hun zonderlinge stoornissen. Volgens Lambik hebben ze last van gebrek aan R.E.M. Maar daarna wil hij er niets meer over zeggen. Slybox en Lambik uit de strip Suske en Wiske, tekening van Willy Vandersteen De rit naar huis verloopt iets anders dan verwacht en Suske en Wiske gaan te voet verder. Van een man horen ze dat er onbekende vliegende voorwerpen zijn gesignaleerd en wanneer ze zelf het verschijnsel waarnemen, bespreken ze hun bevindingen met Jerom. Hierna blijft het even stil over het vliegende voorwerp maar de irritaties blijven wel. Wanneer Suske het even zat is maakt hij op een avond een wandeling en ziet een vreemd geklede en vermomde man witte bladen door de brievenbus gooien. De man ontkomt maar vreemd genoeg dromen ze alle drie goed. Althans totdat de droom onderbroken wordt. Maar de volgende ochtend ontwaakt iedereen weer met een stralend humeur. Ook Jerom heeft een blanco brief gekregen en via een schoenafdruk kunnen ze achterhalen wie de brievenschrijver is. Het blijkt Lambik te zijn. Ondertussen heeft ook professor Barabas uitgedacht wat er aan scheelt. En hij heeft geconcludeerd dat het een gebrek is aan R.E.M. slaap, een bepaalde fase in de nachtelijke rust. Door een advertentie in de krant achterhalen de vrienden waar Lambik is gebleven, want hij was al lang niet meer in het ziekenhuis. Wanneer ze allemaal weer thuis zijn, vertelt Lambik wat hij in Cambodja te weten is gekomen. Hij heeft de door het oerwoud overwoekerde ruïnes van Angkor Vat bezocht. Hij ontdekte een geheime gang en ontmoette zo Javara, een oude tovenaar en afstammeling van de machtige Khmers. Volgens Lambik zijn er wezens van de planeet Etwoil naar de aarde gekomen om hun dromen te stelen. Van Javara leerde hij hoe hij met onzichtbare inkt, gemaakt van paddenstoelen, dromen aan mensen kan geven. Wanneer Jerom bij wijze van test gaat liggen slapen en begint te dromen verschijnt er plots een ruimteschip naast hun huis die de droom van Jerom steelt. Om de mensen te helpen om weer te dromen vertrekken Suske, Wiske, Lambik, Jerom en professor Barabas naar Cambodja. Maar wat te doen aan de ruimtewezens van de planeet Etwoil?

Het verhaal 'De dromendiefstal' dateert uit 1969. Het verhaal draait voor een groot deel om de R.E.M. slaap die, toen het album verscheen, nog niet zo heel lang bekend was. De rapid eye movement (R.E.M.) werd in 1953 door Eugene Aserinsky en Nathaniel Kleitman ontdekt en in het blad Science beschreven. Een aantal jaren later ontdekte William Dement dat ook katten een R.E.M. slaapfase hadden en hij bedacht de term. Deze ontwikkelingen zijn ongetwijfeld nieuws geweest en hebben zo mogelijk geleidt tot een idee voor een verhaal bij Willy Vandersteen. Het bezoek aan Cambodja en de de ruïnes van Angkor hebben bij een andere serie van Willy Vandersteen ook al eens een rol gespeeld. De Rode Ridder beleeft er het avontuur 'De val van Angkor', maar hij is er wel een paar eeuwen eerder dan Suske en Wiske natuurlijk.

103 De klankentapper

Suske en Wiske - De klankentapper

Nadat hij een wat vreemd gesprek heeft aangehoord terwijl hij de tuin aan het harken was, ontwaard Lambik de postbode. De man heeft een brief om af te leveren. Het is een brief van Van Zwollem en terwijl Lambik bijkomt van een ontmoeting met een boom leest Jerom de inhoud van het schrijven. Van Zwollem nodigt de vrienden uit op het kasteel, nu Anne-Marie met de kinderen op reis is. Nog diezelfde middag vertrekt het gezelschap naar het kasteel. Maar wanneer ze hun eindbestemming in het zicht hebben zien ze grote gaten in het wegdek. Een gevolg van een van de spelletjes die Van Zwollem zo graag speelt. Omdat Lambik een flauwe grap uithaalt met tante Sidonia, gaan Suske en Wiske het gebouw binnen voor wat water maar komen in het kasteel de danseres Nanette Lenoir tegen. En al direct bij de eerste ontmoeting tussen Nanette en Wiske is het foute boel. Het is nogal duidelijk dat de twee meisjes elkaar niet bepaald aardig vinden. Dan komt ook de rest van het gezelschap binnen en Van Zwollem legt uit dat Nanette ook een gast is op het kasteel. Haar rijke ouders zijn voor een onbepaalde tijd op reis en zolang verblijft het Franse meisje op het kasteel. Terwijl Wiske voor het eerst slachtoffer is van een practical joke van Nanette is het Franse meisje met Suske naar haar paard gegaan. En ze maakt snel duidelijk Wiske maar een boerentrien te vinden. Als Suske eens wat minder tijd met Wiske zou doorbrengen en wat meer met haar, stelt Nanette voor. Wiske overhoort het gesprek en wordt razend jaloers. Ze wil net haar revanche halen op haar Franse rivale wanneer er zich iets opmerkelijks voordoet. De ontmoeting met Nanette Lenoir uit de strip Suske en Wiske, tekening van Willy Vandersteen Een man met een uilenmasker probeert Nanette te ontvoeren. Gelukkig is Jerom in de buurt om de poging te verijdelen. De politie wordt gebeld maar die raakt in de buurt van de oude fabriek het spoor kwijt. Nu wil het geval dat Nanette is gaan paardrijden in de buurt van de oude fabriek. Suske snelt naar de plek toe, tot grote ergernis van Wiske, maar met Nanette is niets aan de hand. Wel vinden zij sporen van de man met de uilenkop en dus snellen de beide jonglieden naar huis. Maar de rust is nog lang niet teruggekeerd op het kasteel. De koude oorlog tussen Wiske en Nanette gaat met alle hevigheid door. Gealarmeerd door de informatie dat de uilenkop zich misschien schuilhoudt op de fabriek gaan Lambik en Jerom op onderzoek uit. Maar ze vinden alleen Van Zwollem die ook wel eens voor de uilenkop wil spelen. Ondertussen probeert Wiske haar beste beentje voor te zetten en kookt een maaltijd voor iedereen in het kasteel. Maar Nanette ziet kans om een stuk zeep aan het eten toe te voegen waardoor de opzet van Wiske volledig mislukt. Omdat ze beseft dat haar rivale daar achter zit snelt ze naar het Franse meisje toe. Maar Nanette ligt bewusteloos op de grond. Ze heeft vreselijk nieuws gehoord. In Thailand is het vliegtuig waar de ouders van Nanette inzaten brandend neergestort. De dokter wordt geroepen en de situatie is zeer ernstig. Er moet een ampul komen om het leven van het meisje te redden, maar het lijkt er op dat de uilenkop er alles aan doet om te verhinderen dat het medicijn op tijd het meisje bereikt. Wie staat Nanette naar het leven en waarom? Terwijl ze dit proberen uit te vinden doen de vrienden alles wat in hun vermogen ligt om Nanette te beschermen. Ook professor Barabas mengt zich er in met zijn nieuwste uitvinding.

Het avontuur 'De klankentapper' verscheen oorspronkelijk in 1961. In dit, inmiddels ook klassieke Suske en Wiske avontuur, moeten onze vrienden het opnemen tegen een groep boeven die het op het meisje Nanette voorzien hebben. Willy Vandersteen heeft er een spannend verhaal van gemaakt met veel actie maar ook de nodige humor. Vooral de rivaliteit tussen Wiske en Nanette in het eerste deel van het avontuur brengt de nodige humor met zich mee. Naarmate het verhaal vordert wordt het scenario ook wat steviger en ligt de nadruk meer op het ontmaskeren van de uilenkop en het pakken van de drie boeven. Het apparaat dat de naamgever is van het verhaal duikt eigenlijk relatief laat op in het avontuur. Pas op het einde gaat de uitvinding van professor Barabas een rol spelen. Het duidelijk dat het personage van inspecteur Duval op een werkelijk persoon gebaseerd is. Dit betrof de acteur Charles Korvin (1907-1998) die de rol van inspecteur Duval speelde in de tv serie Interpol Calling. Deze reeks werd in 1959 gemaakt en zal vermoedelijk door Willy Vandersteen bekeken zijn. De klankentapper blijft een uitstekend avontuur dat nog immer fier overeind staat en prima vermaak biedt.

104 De wilde weldoener

Suske en Wiske - De wilde weldoener

Tijdens een wandeling door het park mokt Wiske enigszins omdat Lambik niet bereidt is om een ijsje voor haar te kopen. Ze gaan op een bankje zitten waar al een man zit die zijn krant leest. Wanneer een jong meisje per ongeluk haar bal tegen de broek van de man aan laat komen, eist hij meteen geld. Omdat de vrouw geen geld heeft (haar man is al een tijdje werkloos) geeft Lambik de man wat geld. Omdat zijn bui nu anders is krijgt Wiske alsnog haar ijsje. Die avond is Lambik op bezoek bij tante Sidonia. Jerom blijft thuis om een boek te lezen. Maar plots hoort hij iemand om het huis sluipen en geheel op de eigen Jerom manier velt hij de man. Wanneer Lambik gealarmeerd arriveert, blijkt alles een misverstand. De man is de vader van het meisje die toch iets wilde doen voor de man die zo vriendelijk was. Omdat hij een oud-zeeman is krijgt Lambik een kleine replica van de bekende Taj Mahal. Nadat de man weg is zoekt Lambik meteen wat informatie op en de Taj Mahal blijkt een graftombe te zijn die de XVII eeuw gebouwd is door keizer Shajehan voor zijn stervende vrouw Mumtaz Mahal. Door een klein ongeval (Jerom is nogal slordig met zijn kegelbal) gaat de replica kapot. Maar in de scherven vinden ze een ring. Ongetwijfeld nep meent Lambik, maar toch doet hij hem om. Wanneer hij iets later zijn handen omhoog steekt gebeurd er iets wonderlijks. Iets wat hij meteen met tante Sidonia, Suske en Wiske wil delen. Enigszins geïrriteerd komt tante Sidonia later het huis binnen, ze sliep immers al. En dat Lambik een leuk trucje kent is geen reden om haar wakker te maken. Want wat is er aan de hand? Wanneer Lambik zijn hand waar de ring aan zit omhoog steekt verschijnt er uit het niets geld. lambik als een nogal wilde weldoener, tekening van Willy Vandersteen En zo lopen de drie weer terug naar huis. Maar onderweg zien ze een huilende man in het park. Hij is zijn laatste geld kwijtgeraakt dat bestemd was voor zijn zieke kinderen. Net als tante Sidonia de man wil troosten verschijnt er een wat vreemd uitgedoste Lambik op het toneel. En uit het niets tovert hij geld voor de man. Jammer genoeg had de man het geld verspeeld op de hondenraces. Omdat ze wel kunnen bevroeden dat er problemen van komen gaan Suske en Wiske achter Lambik aan die zich naar een arme buurt begeeft. In de Ulevellensteeg strooit hij met geld en kan Suske en Wiske net voorblijven. Dan koopt hij een auto en gaat naar Armenstein om ook daar geld uit te delen. Maar er ontstaat wel enige wanorde en Lambik beseft dat hij de zaken anders moet aanpakken. Maar ook deze aanpak leidt tot chaos in de stad en bovendien krijgt Lambik de politie achter zich aan. Want die willen wel eens weten waar al dat geld vandaan komt. Nu de eerste pogingen niet het gewenste resultaat hebben gehad, roept Lambik de hulp in van Jerom, tante Sidonia, Suske en Wiske. De vrienden verzinnen een plan om toch geld in arme wijken te bezorgen. Maar de gebeurtenissen hebben ook de aandacht gewekt van andere figuren. Wanneer Wiske buiten wat water wil halen krijgt ze te maken met een Indiër met een witte baard. Wanneer ze vlucht wordt ze gevangen door een andere Indiër die deel uit maakt van een bende geleidt door de valse Rama. Natuurlijk wil de bende de ring hebben. Kortom er gebeurt genoeg om onze vrienden bezig te houden. En natuurlijk moet uitgezocht worden wat er precies met de ring is en wie de man met de witte baard is. En voor het antwoord op deze vragen moeten Suske en Wiske afreizen naar India.

Ook het verhaal 'De wilde weldoener' stamt uit 1961. Wily Vandersteen hanteert interessante thema's in zijn verhaal. Rijkdom tegenover armoede, hebzucht tegenover vrijgevigheid. Maar hij speelt ook met het idee wat er zou gebeuren wanneer iemand ineens geld uit begint te delen. Natuurlijk leidt dit tot chaos en ontneemt het veel mensen de inspiratie om nog iets te ondernemen of om verstandig met het geld om te gaan. Rijkdom ligt lang niet altijd in geld besloten maar vaak zegt een gebaar veel meer. Willy Vandersteen brengt dit tot uitdrukking in de dankbaarheid van de vader van het meisje in het begin van het verhaal.

105 De koning drinkt

Suske en Wiske - De koning drinkt

Tante Sidonia, Suske en Wiske hebben een dagje uit en gaan een spiegelpaleis binnen. Na wat grappen komt Sidonia achter een scherm een spiegel tegen. De eigenaar zegt hem gekregen te hebben van een waarzegger die gek is geworden. Toch koopt tante Sidonia de spiegel en neemt het mee naar huis. Zodra Suske en Wiske naar bed zijn gaat ze de spiegel schoonmaken. Ze vindt een briefje waarop staat dat je na drie maal over de spiegel wrijven het verleden zal zien. Dit neemt ze natuurlijk niet serieus. Maar plots klinkt er een harde gil door het huis en Suske en Wiske rennen naar de kamer waar tante Sidonia is. Want zij was het die gilde. Volgens haar is de spiegel betoverd. Nu geloofd Wiske daar niet aan en wrijft drie maal over de spiegel en plots begint in de spiegel een gestalte zichtbaar te worden. Als snel hebben ze door dat het een verre voorouder van tante Sidonia moet zijn. Wanneer een soldaat de vrouw aanvalt worden Suske en Wiske zo kwaad dat ze de spiegel in springen en in het verleden van 600 jaar terug terechtkomen. Na wat verwarring zijn ze in staat om de situatie aan de voorouder van Sidonia, die dezelfde naam draagt, uit te leggen. Sidonia vertelt hen dat zij een van de lijfeigenen is van koning Poefke en dat ze voor hem drankjes en zalven maakt. Maar nu is de koning ziek en niemand weet wat hij heeft. Omdat ze misschien raad weten neemt Sidonia hen mee naar het kasteel. Suske en Wiske komen er achter dat de koning een droge lever heeft en brouwen een pot bier voor de vorst, waardoor deze geneest. Nu moet iedereen in het land bier gaan drinken. Hij noemt zijn volk de Kannekijkers en wanneer hij er achter komt dat de vorige arts opruiende taal uitslaat, verjaagt hij deze. Suske en Wiske worden uit dankbaarheid in de adelstand verheven. Suske ontmaskert koning Cactus, tekening van Willy Vandersteen Samen met koning Poefke gaan Suske en Wiske mee op de jacht. Plots is er echter paniek. Terwijl ze terug rijden beseft Wiske dat ze Schanulleke is vergeten en gaat terug. Op het moment dat ze haar pop vindt verschijnt er een tweekoppige draak. Door een slimme truc lukt het haar echter om de twee koppen van de draak in de knoop te laten geraken. Zo ontkomt zij aan het monster. Nu de rust is wedergekeerd bespreekt Poefke het geval van koning Cactus. Hij wil deze vorst een vaatje bier zenden, maar zijn land ligt achter het gebied van de draak. Suske, Wiske en Sidonia besluiten de gevaarlijke tocht te gaan maken. Onderweg worden ze belaagd door levende bomen en reuzenvleermuizen. Maar dan komt ook nog de confrontatie met de draak. Ditmaal zien ze kans het dier definitief uit te schakelen. Nu was de hoop dat het vaatje bier de situatie tussen Poefke en Cactus zou verbeteren. Maar daar denkt Cactus heel anders over.

Het verhaal 'De koning drinkt' behoort tot de oudste Suske en Wiske verhalen. Suske en Wiske in 1947, tekening Willy Vandersteen Het dateert oorspronkelijk uit 1947 toen het gepubliceerd werd in De Standaard en De Nieuwe Gids. In 1949 volgde de eerste album uitgave. Het duurde tot de heruitgave van de verhalen in de vierkleurenserie dat 'De koning drinkt' weer verscheen. Zoals wel vaker werd het album opnieuw getekend. Ik heb dezelfde scène met koning Cactus hiernaast opgenomen. Niet alleen zijn de personages opnieuw getekend, ook de positie van de verschillende karakters in het plaatje werd aangepast. Natuurlijk was in de loop der jaren veel meer ervaring opgedaan hoe het beste een gebeurtenis kon worden weergegeven. Op Internet is te lezen dat Willy Vandersteen zich zeer waarschijnlijk had laten inspireren door het schilderij "De Koning Drinkt" van Jacob Jordaens. Dat het verhaal zelf tot de eerste vertellingen behoort, is ook te merken aan het scenario zelf. Het is wat steviger dan in latere jaren, zoals blijkt uit de gevechten met de vleermuizen. Ook hebben nog lang niet alle karakters een vaste plek in de reeks. Zo verscheen professor Barabas wel in het eerdere album 'Het eiland Amoras', maar komt hij ditmaal niet voor.

106 De charmante koffiepot

Suske en Wiske - De charmante koffiepot

Op weg terug naar huis heeft Lambik een vervelende ervaring met een andere treinpassagier. Nog steeds uit zijn humeur gaat hij te voet onderweg naar het huis van tante Sidonia. Plots ziet hij licht in een anders verlaten huisje. Lambik besluit de zaak eens te onderzoeken en komt zo Suske en Wiske tegen, die het ook opgevallen was dat er ineens licht brandt in de woning. Omdat er niemand te zien is besluit Lambik naar binnen te gaan om polshoogte te nemen. Wiske waarschuwt hun vriend om uit te kijken want er wordt gezegd dat het spookt in dit huis. Lambik gelooft er niets van en stapt onvervaard het huis binnen, Tot zijn grote schrik krijgt hij echter antwoord wanneer hij roept om het spook. Snel vlucht hij het huis uit. Wiske kan Suske overhalen om als volgende naar binnen te gaan. Wanneer ze alle drie binnen zijn zien ze voetsporen en besluiten deze te volgen. Ze leiden rechtstreeks naar het huis van tante Sidonia. Binnen treft Lambik de lomperik aan die hij in de trein tegen was gekomen. De man blijkt ploegbaas te zijn van het bouwbedrijf B.Tonarmé. Ze zijn van plan om het huisje af te breken en er een groot kantorencomplex te gaan bouwen. Nu weet niemand waar de eigenaresse van het huisje, juffrouw Sorsjeere, gebleven is. Op een dag was ze vertrokken. Wel heeft ze Sidonia, als naaste buur, nog een brief gestuurd en haar gevraagd op het huisje te letten. Tante Sidonia is dan ook niet van plan om de firma B.Tonarmé zomaar zijn gang te laten gaan. Teut en Soline uit de strip Suske en Wiske, tekening van Willy Vandersteen Omdat Lambik toch nog met de stem die hij eerder hoorde in zijn maag zit, besluit hij later die avond nogmaals een kijkje te gaan nemen. Wanner de volgende dag Jerom langs komt en dan blijkt dat Lambik helemaal niet thuis geweest is, gaan de vrienden naar het huisje. Hier vinden ze een enigszins verwarde Lambik. In een kast zou een spook zitten, maar ze vinden alleen een oude koffiepot. Eenmaal terug in huis schrikt lambik wanneer hij de koffiepot ziet, want volgens Lambik kan de koffiepot praten. Natuurlijk gelooft niemand hem. En wanneer ze de proef op de som nemen, komt er geen stom woord uit het voorwerp. Jerom werpt de koffiepot het raam uit maar er gebeurt iets wonderbaarlijks wanneer deze op de grond valt in de tuin. De koffiepot zegt "au". Wanneer niemand oplet, sluipt Lambik naar buiten en treft de betoverde koffiepot in het huisje. De koffiepot, die Teut heet, is betoverd door juffrouw Sorsjeere. En Teut wacht trouw op haar terugkeer. Op een zeker moment neemt Lambik Teut mee naar het café maar de reacties van de mensen is niet veelbelovend. Zodra ze er achter komen dat de koffiepot kan praten, breekt er paniek uit. Teleurgesteld besluiten Lambik en Teut de nacht in het huisje door te brengen. Hier worden ze de volgende ochtend wakker doordat de ploegbaas van het bouwbedrijf, Tjaf, met zijn mannen op de deurstoep staat. Dan verschijnt uit het niets juffrouw Sorsjeere, wat Tjaf doet besluiten om te vertrekken. Wanneer daarna Suske en Wiske bij het huisje komen is er van juffrouw Sorsjeere geen spoor te bekennen. Omdat niemand in Teut gelooft besluit Lambik om met zijn nieuwe vriend de wijde wereld in te trekken. Maar ook hier wachten vele gevaren.

Het verhaal 'De charmante koffiepot' verscheen voor het eerst in 1969/1970 in de krant. Daarna werd in 1970 de eerste albumuitgave gedaan. Ook ditmaal neemt Willy Vandersteen geen blad voor de mond en wijst op de richting die de consumptiemaatschappij van het westen uit gaat. Meer, meer en nog eens meer, en geen ruimte voor sprookjesachtige idealen. Uit het verhaal blijkt ook wel dat hij niet veel op had met het maoïsme. De rol die Teut vervuld lijkt op die van de sprekende hond Tobias (zie onder meer Het hondenparadijs). Ook hier een wezentje dat kan praten door betovering en de afwijzing van de maatschappij. Ook het liefdesverdriet en de hereniging met Soline lijkt op die van Dolly en Tobias. Alleen vertrekken de twee ditmaal wel naar een ander oord. In het verhaal zitten weer de nodige woordspelingen verwerkt (denk maar aan B. Tonarmé voor beton armé, Frans voor gewapend beton). Maar er zijn er nog meer. Dit avontuur is een prima en tijdloos verhaal.

107 De sprietatoom

Suske en Wiske - De sprietatoom

Aangelokt door het mooie weer gaan Suske en Wiske er op uit. Ze trekken door het Kempenland. Wanneer de avond nadert worden (met enige moeite) de tenten opgezet. Die nacht breekt er echter noodweer uit waardoor de twee vrienden zich gedwongen zien om onderdak te gaan vragen. Gelukkig mogen Suske en Wiske bij een boer in de stal slapen. Maar er is bij deze boer iets vreemds aan de hand. Wanneer ze slapen denkt Wiske ineens aan Schanulleke. Wanneer ze haar hand uitsteekt heeft ze echter iets heel anders beet. Een miniatuur mannetje, dat leeft. Onder het roepen van de naam Santavas gaat hij er snel vandoor. Suske en Wiske rennen achter het kleine mannetje aan en zien in het donker een molen opdoemen. Omdat opeens een scherpe lichtstraal vanuit de molen de omgeving afzoekt, zoeken de twee vrienden dekking. Natuurlijk willen ze weten wat er aan de hand is en gaan de molen in. Zij zien het kleine mannetje maar een hand van onbekende pakt het mannetje op terwijl deze weer Santavas roept. Angstig geworden gaat het tweetal op zoek naar de uitgang waarbij het Wiske opvalt dat er veel spriet (een soort bruinkool) in de molen ligt. Omdat ze geen spoor meer kunnen ontdekken gaan Suske en Wiske terug naar de hoeve. Hier vinden ze echter hun rugzakken voor de deur en hoe ze ook kloppen, er wordt niet meer opengedaan. En daar is Lambik uit de strip Suske en Wiske, tekening van Willy Vandersteen Wanneer ze thuis komen vertellen ze hun belevenissen aan tante Sidonia. Maar die gelooft er geen woord van. Wel is er een verrassing gekomen, van professor Barabas. Hij heeft een speciale auto uitgevonden die niet op benzine loopt maar op gewoon voedsel. Het autootje heet Vitamitje. Suske en Wiske maken er een ritje mee naar het landgoed van de professor. De geleerde heeft zijn landgoed goed beveiligd want hij heeft een grote uitvinding gedaan. Hij is er in geslaagd een handvol sprietatomen te splitsen en weer samen te voegen. Met de straling kan hij mensen, dieren en voorwerpen tot wel honderd keer kleiner maken. Als deze uitvinding in de verkeerde handen valt, zijn de gevolgen niet te overzien. En nu komt het slechte nieuws, want de formule is gestolen. De dief heet Santavas en was de helper van de professor. Nu zij deze naam horen vertellen ze de geleerde van hun avontuur. Natuurlijk zijn Suske en Wiske vastbesloten om de formule terug te halen. En dus gaan ze met Vitamitje onderweg en komen een wat vreemde kwibus tegen, genaamd Lambik.

Het avontuur 'De sprietatoom' behoort tot de vroegste Suske en Wiske verhalen. Willy Vandersteen bracht het in 1946 in de bekende kranten. Twee jaar later verscheen het voor het eerst in albumvorm. Zoals al eerder te zien was, werden de verhalen van Suske en Wiske in de beginjaren op een andere manier getekend dan later. Dit deel vormt hierop geen uitzondering. Ook nu ziet Lambik er in het oorspronkelijke verhaal er behoorlijk anders uit. Dit is overigens wel het verhaal waarin de man met de zes haren op het hoofd voor het eerst zijn opwachting maakte. Natuurlijk is het personage nog niet zoals wij Lambik door de jaren heen hebben leren kennen, dit zou in de loop van de jaren gaan gebeuren. Vitamintje en Santavas zouden ook nog terugkeren, maar niet als vaste bezetting van de Suske en Wiske avonturen.

108 Twee toffe totems

Suske en Wiske - Twee toffe totems

Het zit Lambik niet bepaald mee. Het is hartje winter en de verwarming van zijn huis heeft het begeven. Dus belt hij naar tante Sidonia of hij een tijdje mag komen logeren. En dat komt eigenlijk wel van pas, want tante Sidonia heeft het een en ander te stellen met Suske en Wiske. Wanneer hij, na een klein ongeval, aankomt blijkt al snel wat er aan de hand is. Suske en Wiske zijn opstandig en willen de wereld verbeteren. Vooral Wiske vindt dat de ouderen er een potje van gemaakt hebben met alle vervuiling, oorlogen en verpeste steden. Natuurlijk ziet Lambik dat heel anders en het duurt dan ook niet lang of het drietal heeft het behoorlijk met elkaar aan de stok. Nu is er nog wel iets anders gaande. Het lijkt er op alsof Schanulleke heeft leren praten. Volgens de lappenpop van Wiske komt dit doordat ze verwaarloosd werd. Wiske had alleen oog voor de bandopnemer en de transistor maar door meditatie heeft Schanulleke leren praten. En ze geeft Suske en Wiske advies hoe ze Lambik het beste kunnen aanpakken. Het gaat van kwaad tot erger en ten einde raad besluit tante Sidonia Jerom te bellen. Eenmaal aangekomen probeert Jerom te bemiddelen maar zonder al teveel succes. Wel laat Wiske zich het geheim van Schanulleke ontvallen. Woudlopers in Canada uit de strip Suske en Wiske, tekening van Willy Vandersteen Inmiddels zit de lappenpop op een speelgoedvliegtuigje waarmee ze naar het huis van professor Barabas vliegt. Op de voet gevolgd door de rest van het gezelschap. De professor is weer verstrooid als altijd maar uiteindelijk lukt het Jerom om tot hem door te dringen. Volgens de geleerde is het niet zo moeilijk om een antwoord te krijgen op de tegenstelling tussen jong en oud. De computer zal het antwoord geven. Jammer genoeg luistert Lambik niet helemaal goed en voordat het volledige antwoord er is, vernield hij de computer. Om toch een antwoord te krijgen schiet professor Barabas een andere oplossing in het hoofd. Hij heeft wel eens gelezen over twee totems in het oude Canada die het antwoord op deze vraag hadden. En dus worden Suske, Wiske, Lambik en Jerom naar het Canada van de woudlopers geflitst. Het duurt dan niet lang voordat ze de eerste indiaan tegenkomen. Lambik probeert aan de weet te komen waar de twee totems zich bevinden. Helaas is de indiaan niet al te vriendelijk maar hij vertelt nog wel dat ze nooit door de jachtvelden van de Iroknizers zullen komen. Niet lang daarna zien onze vrienden rooksignalen. Dankzij het lezen van de avonturen van Bessy kunnen ze de signalen ontcijferen. En de voortekenen zijn niet goed want de Iroknizers graven de strijdbijl op. Kunnen onze vrienden hun onderlinge verschillen bijleggen en de twee totems bereiken?

Het verhaal 'Twee toffe totems' dateert van 1970. Hoewel het verhaal in het Canada van de 16de of 17de eeuw speelt, is de rode draad een tijdloos fenomeen. De tegenstelling tussen de jeugd en de ouderen. Willy Vandersteen behandelt dit onderwerp en brengt een aantal bekende punten uit die tegenstelling in het verhaal naar voren. En het zijn maatschappelijke verschijnselen die ook nu nog redelijk vaak in het nieuws komen. Denk maar aan de vergrijzing en de pensioen pijnpunten die tegenwoordig naar voren komen. Een tijdloos fenomeen op een ludieke wijze behandelt in een tijdloze serie.

109 De wolkeneters

Suske en Wiske - De wolkeneters

Lambik en Jerom zitten een spannende western te kijken wanneer de deurbel gaat. Het zijn tante Sidonia, Suske en Wiske die hun vrienden een bezoek brengen. Terwijl iedereen naar binnen gaat bekruipen twee zwerfhonden een naar voorgevoel. Iets wat ze met hun gehuil tot uitdrukking brengen. Om het wat gezelliger te maken wordt de t.v. uitgezet zodat er gepraat kan worden. Een lastige vlieg doet Jerom er toe over gaan om een klap te geven. Maar zover komt hij niet want met een groot kabaal en een harde knal raast er iets door het huis heen. Onze vrienden hebben door dat er iets door het dak van het huis is gekomen en dwars door het huis de kelder in is geslagen. Er is een zeer diepe put in de kelder van het huis ontstaan. Lambik besluit de politie te bellen maar de agent lijkt niet van zins iets te gaan ondernemen. Maar Wiske brandt van nieuwsgierigheid om aan de weet te komen wat er in die put ligt. En daarom neemt ze een foto van het object in de kuil. Omdat het laat is geworden blijven tante Sidonia, Suske en Wiske bij Lambik en Jerom slapen. Maar in de nacht wordt Lambik wakker van een vreemd geluid uit de kelder. Wanneer hij gaat kijken, ziet hij olievlekken op de vloer. Het object is uit de diepe put gekomen! Samen met Jerom volgt hij het spoor van de vlekken en die leiden naar de kamer waar Wiske is gaan slapen. Alleen ligt ze niet in bed. Theofiel houdt zich doof uit de strip Suske en Wiske, tekening van Willy Vandersteen Gelukkig is er niets maar haar gebeurt maar ze is wel heel verdrietig want op de foto is te zien dat het object bij de inslag ook Schanulleke heeft meegesleurd. Dan schiet het Jerom te binnen dat de lappenpop nu gewoon op het bed van Wiske ligt. Maar veel tijd om het geval nader te onderzoeken is er niet want weer gaat de deurbel. Het is de agent die eerder langs kwam maar ditmaal is hij in het gezelschap van het leger. Hij vertelt dat er een dikke betonlaag over het huis van Lambik gestort wordt. En dus moeten de vrienden naar het huis van tante Sidonia. Dan belt professor Barabas en hij vraagt of ze naar hem toe willen komen om over het geval te praten. Eenmaal aangekomen bij het huis van de geleerde blijkt dat er nogal wat verandert is. Het huis lijkt wel een vesting compleet met mijnen, iets wat Lambik aan den lijve ondervindt. De professor laat hen door zijn telescoop kijken en ze zien een ruimteschip waar af en toe objecten in en uit vliegen. Soms komen ze op Aarde terecht en daarom heeft de geleerde het huis van Lambik in beton laten gieten. Zwaar beledigd wil Lambik de geleerde te slim af zijn en gaat via een geheime ingang zijn huis weer in. En hij wordt meegenomen door het geheimzinnige object. Ondertussen is ook tante Sidonia weer vertrokken want het blijkt dat de professor van hen verwacht dat ze naar het ruimteschip toevliegen met de ruimtekruiser die de geleerde ontworpen heeft. Omdat ze nu er achter komt dat Lambik ontvoerd is naar het ruimteschip gaat tante Sidonia toch akkoord met het voorstel van professor Barabas. Jerom gaat naar huis om spullen voor de reis in te pakken en krijgt wat last van zijn buurman, Theofiel Boemerang. De man wil van alles verkopen maar Jerom heeft geen tijd. Het viertal vertrekt met de ruimtekruiser, alleen is er wel een verstekeling aan boord.

Het verhaal 'De wolkeneters' werd in de jaren 1960 en 1961 gemaakt. Het is de tijd van de eerste bemande ruimtevluchten. En deze ontwikkeling heeft zijn weerslag gehad op het verhaal dat door Willy Vandersteen werd gemaakt. In wezen gaat het ook om de vraag of de ruimtevaart en alle ontwikkelingen en het geld dat ermee gemoeid was, niet beter kon worden besteed aan het oplossen van problemen op Aarde. Een andere tekst voor Jerom uit de strip Suske en Wiske Op een aantal plaatsen in het verhaal komt deze vraag naar voren, iets wat blijkbaar in die tijd ook in de samenleving het geval was. In het jaar dat het verhaal in albumvorm wordt uitgebracht (1961) maakte Gagarin als eerste mens een ruimtereis aan boord van Vostok 1. Op het eind laat Willy Vandersteen Lambik nog een opmerking maken over primaten in de ruimte, dit is een verwijzing naar de resusapen die door de Amerikanen gebruikt werden bij het ruimtevaartprogramma. De eerste was een resusaap die de naam Albert II had. Maar er staan nog meer verwijzingen naar 1960 in het verhaal, of beter gezegd, die stonden er in. Zoals te zien is op de twee afbeelding van Jerom is de tekst bij de kleurenherdruk aangepast. In de originele uitgave van 1960 maakt hij een verwijzing naar de Sovjetleider Chroestsjov. Deze had tijdens een vergadering van de VN met zijn vuist (letterlijk) op tafel geslagen.

110 De zingende zwammen

Suske en Wiske - De zingende zwammen

Hersteld van hun "gouden cirkel" avontuur, zijn Lambik en Jerom te gast bij tante Sidonia om weer op krachten te komen. Lambik besluit om de eendjes in het park te gaan voeren. Aangekomen in het park probeert hij eerst een gesprekje aan te knopen met een man die een krant zit te lezen. Maar deze maakt duidelijk daar niet geïnteresseerd in te zijn. Al iets geïrriteerd gaat onze vriend dan maar het brood verdelen en krijgt het aan de stok met een grote eend. Ondertussen komt een vrouw op Lambik af gelopen en vraagt of hij Marleentje even bij zich wil houden. De hoed van meisje is afgewaaid en die wil de vrouw even gaan pakken. Nu heeft Lambik alleen maar oog voor de eenden en merkt zo niet dat hij al snel alleen een lege jas beet heeft. Al snel is er paniek wanneer Marleentje Daelmans onvindbaar blijkt en men er vanuit gaat dat Lambik haar ontvoerd heeft. Onze vriend moet zich snel uit de voeten maken en verstoppen voor een woedende menigte. Wanneer het donker is wil hij naar de politie gaan om de zaak uit te leggen. Maar Suske, Wiske en Jerom onderscheppen hem. Want in de krant staat dat hij Marleentje Daelmans heeft ontvoerd. Om zijn onschuld aan te tonen moeten ze de echte dader opsporen. Lambik denkt meteen aan de ongelikte beer uit het park. Terwijl Lambik en Jerom op een afgesproken plaats wachten, gaan Suske en Wiske in het park op zoek naar aanwijzingen. Gelukkig vinden ze de krant van de onbekende man en hierop staat zijn adres. De zussen Feriteel uit de strip Suske en Wiske, tekening van Willy Vandersteen Wanneer ze terug gaan komen ze echter Jerom tegen die zich verstopt heeft. De politie heeft Lambik toch gevonden en hem gearresteerd. Wanneer het drietal bij het adres aan komt, probeert de man te vluchten. Gelukkig krijgen ze hem te pakken en nemen de man mee naar het politiebureau. Dan blijkt dat Lambik inderdaad onschuldig is. Volgens de man is Marleentje opgeslokt door een ballon in de vorm van een paddenstoel. Natuurlijk gelooft de politie er geen woord van, zeker niet omdat de man geprobeerd heeft geld te krijgen van de vader van Marleentje. Ze gooien hem in de cel en Lambik mag naar huis. Die avond merkt Wiske dat iemand hun huis in de gaten houdt. Het blijkt de vader van Marleentje te zijn, die wanhopig is. Op de radio horen ze dat een tweede kind verdwenen is, Joke Schuurman. Wiske besluit op eigen houtje wat rond te gaan kijken en treft zowaar een ballon in de vorm van een paddenstoel. Zou het dan toch? Maar het werk van Wiske levert niets op, behalve veel schade dan. Om haar te troosten neemt Lambik iedereen de volgende dag mee naar de kermis. Daar zien ze Frans, de man die de ballonnen verkoopt. Lambik komt er achter dat hij ze koopt van juffrouw Feriteel, die samen met haar zussen ook draaimolens op de kermis heeft staan. Lambik besluit tot een bezoekje en leert zo de zussen Lili, Lolo en Lala Feriteel kennen. Wanneer er dan weer kinderen verdwijnen, lijken de mensen de kermis te gaan mijden. De zussen Feriteel vragen onze vrienden om vanaf dan de kinderen op de kermis in de gaten te houden. Wie zit er toch achter die ontvoeringen? En waar zijn de kinderen gebleven?

Het album 'De zingende zwammen' stamt ook uit 1960. In het openingsplaatje wordt verwezen naar het verhaal 'De gouden cirkel', dat inderdaad aan dit verhaal vooraf ging toen deze werden gepubliceerd. Bij de heruitgave in kleur is deze volgorde losgelaten en komen we 'De gouden cirkel' pas later tegen (deel 118). Willy Vandersteen haalde zijn inspiratie voor dit deel in ieder geval uit de Amerikaanse tv serie Highway Patrol (met Broderick Crawford als Dan Mathews in de hoofrol). Deze misdaadreeks werd tussen 1955 en 1959 gemaakt. Ook wordt de Belgische serie 'Blijf jong' (ook begonnen in 1959) als bron genoemd (met een hoofdrol voor de Vlaamse acteur Jef Burm). Het spel dat in het album even in beeld is en "Op-Jerommeke" wordt genoemd, is ook echt op de markt geweest. Dat de naam Feriteel een verwijzing is naar het Engelse fairy tale, is overduidelijk. Wat nog wel opmerkelijk genoemd kan worden is dat de ontvoering van kinderen in dit verhaal centraal staat. Gelukkig betreft het hier een feeënvergissing.