91 De speelgoedzaaier

Suske en Wiske - De speelgoedzaaier

Lambik is bij tante Sidonia in de tuin aan het werk. Die avond zal lambik dan ook mee-eten. De postbode heeft die dag een brief gebracht voor lambik die hij aan tafel opent en leest. Om Wiske te plagen vertelt hij eerst niets over de inhoud maar na enig aandringen, onthult hij dat hij is uitgenodigd om deel te nemen aan een TV quiz. Met enig fortuin wordt Lambik zelfs de winnaar van de quiz en zijn gezicht komt dan ook duidelijk in beeld. Dit wordt ook gezien door twee toeristen die direct besluiten dat Lambik de man is die zij nodig hebben. Wanneer lambik de tv studio verlaat wordt hij aangesproken door de twee toeristen. Dit blijken kolonel P. Histon en eerste minister D. Hikkop van het land Bazaria te zijn. Het tweetal toont lambik een foto van de vorst van dit land, koning Oktave I, waar Lambik sprekend op lijkt. Ze vertellen Lambik dat de koning in het buitenland verblijft voor een rustkuur. Maar zoals de Bazariaanse traditie eist moet de koning over enkele dagen het volk vanaf het balkon van het paleis groeten. Nu mag de bevolking niet weten dat de koning in het buitenland is en daarom zoeken ze een dubbelganger die tijdelijk zijn plaats kan innemen. En Lambik is de perfecte kandidaat en hij zal goed betaald worden. Na enig nadenken neemt Lambik het aanbod dan ook aan. Samen met Histon en Hikkop gaat hij naar zijn huis om zijn spullen te pakken. Met tante Sidonia heeft hij afgesproken op het vliegveld want de vrienden van Lambik gaan natuurlijk mee. Zo ook Jerom, die met zijn schaduw Histon en Hikkop nog laat schrikken. Lambik vecht met een schaduw uit de strip Suske en Wiske, tekening van Willy Vandersteen Dat Histon en Hikkop van een schaduw schrikken blijkt later een goede grond te hebben. Onze vrienden vertrekken met het vliegtuig naar het verre Bazaria maar een geheimzinnige schaduw heeft zich aan het vliegtuig gehecht. Het dringt zelfs het vliegtuig binnen en probeert te verhinderen dat lambik de eindbestemming bereikt. Gelukkig ziet Jerom kans om de zaak te redden. Nadat het vliegtuig is geland moet nog een eind worden afgelegd over een stuk niemandsland. Behalve Lambik reist iedereen vooruit, hij moet iets later komen om de bevolking vanaf het balkon toe te zwaaien. Maar ook tijdens deze reis probeert het schaduw wezen Lambik tegen te houden. Weer moet Jerom er aan te pas komen om ervoor te zorgen dat Lambik op tijd voor koning kan spelen. Nadat deze situatie het hoofd is geboden bespreekt Lambik met Histon en Hikkop de toestand van het land. De koning wil het land moderniseren, aldus de eerste minister en de kolonel. Ook moet het leger van moderne wapens worden voorzien. Enthousiast gaat Lambik aan de slag en verzint een auto voor iedereen. Probleem is echter de brandstof. Nu is er wel een energiebron, maar die zit in de geheime toren waar niemand anders dan de koning naar binnen kan. Ondertussen doet de schaduw weer van zich spreken. Hij doet zijn best om Lambik tegen te houden. Dapper gaat Lambik deze tegenstander te lijf, maar is dit wel de echte tegenstander? En wat zit er in de geheime toren?

In 'De speelgoedzaaier' uit 1954 reizen onze vrienden af naar het verre Bazaria. Hier neemt Lambik de plaats in van de koning. Het basisidee voor dit verhaal is losjes gebaseerd op de roman 'De gevangene van Zenda' van Anthony Hope. Hierin neemt een Engelsman de plaats in van een vorst die is opgesloten en met wie de Engelsman grote uiterlijke overeenkomsten heeft. Ook in de roman zijn de bedoelingen van een aantal mensen nogal duister, net als bij de personages D. Hikkop en P. Histon. Maar Willy Vandersteen benoemt ook andere thema's in zijn scenario. In het begin gaat het over de afbetalingen die Sidonia heeft gedaan voor allerlei luxe zaken, dit komt ook weer terug in Bazaria wanneer de bevolking veel vrije tijd krijgt met allerlei luxe. Het streven naar materiele welvaart baarde Willy Vandersteen blijkbaar zorgen. Ook neemt hij stelling tegen atoomwapens, vergeet niet dat in 1954 de wereld nog volop in de koude oorlog met bijbehorende wapenwedloop zat. Zo had de VS een jaar eerder een waterstofbom of H-bom ontwikkeld. Net als de delen die hiervoor zijn opgevoerd, is ook nu Jerom weer opnieuw getekend voor de heruitgave.

92 De briesende bruid

Suske en Wiske - De briesende bruid

Tante Sidonia is in huis bezig en ook Suske en Wiske zijn thuis. Plots horen ze het gerinkel van een telefoon. Nu is het niet het toestel dat in de woonkamer staat, het geluid komt van zolder. Wanneer tante Sidonia de oude telefoon die onder het rag zit opneemt klinkt er geen stem. Wiske komt ook even kijken en merkt op dat er ook helemaal geen draad aan de telefoon zit, dus een gesprek is ook niet mogelijk. Toch wil Sidonia er het hare van weten en besluit later terug te komen. Diezelfde avond is het al zover. De telefoon op zolder gaat weer over en Sidonia neemt de hoorn van de haak. Tot haar verbazing krijgt ze Amor aan de lijn. Hij wil weten waarom tante Sidonia nog steeds niet getrouwd is. Wanneer ze opmerkt dat er geen ridders en zo meer zijn merkt Amor op dat dit haar toch niet hoeft tegen te houden. Omdat ze ook al tegen Lambik en Jerom het verhaal van de rinkelende telefoon op zolder had verteld, komt tweetal op dat moment even langs. Natuurlijk gelooft niemand het verhaal van tante Sidonia. Maar dan besluit ze dat ze met de teletijdmachine van professor Barabas zal reizen naar de periode dat er nog wel ridders waren. Hierin vindt ze Suske en Wiske aan haar zijde, Lambik en Jerom vinden het niet zo'n goed plan. Maar daar weten Suske en Wiske wel raad mee. Suske en Wiske helpen Sidonia, tekening van Willy Vandersteen Maar nu moet nog de professor worden overtuigd. En dat lukt niet echt, de geleerde vindt het geen goed plan. Dus past Sidonia een kleine list toe en al snel is de professor onder zeil. Nu komt de hulp van Suske en Wiske weer goed van pas en tante Sidonia reist naar het Brabant van de middeleeuwen. Al snel ziet ze twee stoere mannen te paard. Ze luistert naar het gesprek en leert zo dat een van hen, Fred van Telramund, zal gaan trouwen met Else van Brabant, de dochter van de hertog van Brabant. Tante Sidonia stelt zich voor als Else van Brabant en Fred denkt dat zij zijn bruid is. Dan arriveert koning Henderik en vraagt of er iemand voor Else wil vechten. Ten tonele verschijnt dan de Zwaanridder. Deze gespierde vechtjas verslaat Fred en wil nu met Sidonia trouwen, maar de zwaan van de ridder steekt hier een stokje voor. Op dat moment wordt tante Sidonia door Lambik en Jerom teruggeflitst naar het heden. Gelukkig zijn Suske en Wiske er ook nog en het lukt hen om hun tante naar het volgende tijdperk te sturen. Maar hier loopt ze Blauwbaard tegen het lijf, nu ook niet bepaald de ideale huwelijkspartner. Maar dankzij het ingrijpen van Jerom en Lambik loopt dit bezoekje toch nog goed af. En gaat het nog even voort. Een bezoek aan het Midden-Oosten van het begin van de 20ste eeuw is geen succes en ook een poging tot een romance met Anthony Fokker loopt op niets uit. Weer terug in het heden loopt tante Sidonia verdrietig over straat en komt per ongeluk terecht bij een concert van Fé Holksong. Later die avond komen Suske en Wiske deze nieuwe ster tegen in het park. Fé heeft liefdesverdriet want hij heeft de vrouw van zijn dromen gezien. En laat dit nu tante Sidonia zijn. Ligt er dan toch een huwelijk in verschiet?

Willy Vandersteen getekend door Wily Vandersteen Met het verhaal 'De briesende bruid' ga je als lezer weer een stuk naar voren in de tijd. Dit avontuur dateert van eind jaren 60. Het werd van 1968 tot begin 1969 gepubliceerd in De Standaard en Het Nieuwsblad. Zoals altijd volgde hierna de uitgave in albumvorm. Centraal staat natuurlijk de vraag of tante Sidonia ooit zal trouwen en met wie dan. Zeker in die jaren ontving Willy Vandersteen hierover nog wel eens vragen en blijkbaar zag hij er dan ook een mogelijkheid tot een verhaal in. Tante Sidonia flitst door de eeuwen heen op zoek naar een echtgenoot. Iets wat haar in de huidige tijd lijkt te gaan lukken. Maar dan wordt het verhaal afgebroken en zien we de bedenker en tekenaar van de serie zelf in beeld komen. En zoals Willy Vandersteen zelf aangeeft zal Sidonia niet trouwen, gelukkig maar. Want dit zou de sfeer van deze bijzonder leuke en succesvolle reeks veel te veel hebben aangetast. En dus blijft alles bij het oude en zal tante Sidonia weer Suske, Wiske, Lambik en Jerom ter zijde staan bij toekomstige avonturen.

93 De snorrende snor

Suske en Wiske - De snorrende snor

Op een goede dag, nadat tante Sidonia net haar nieuwe broodrooster heeft gedemonstreerd, valt haar oog op een zonderlinge figuur die zich in de verte ophoudt. Het is al de tweede maal dat ze die figuur in de verte ziet, maar ze is niet in staat om te zien wie het is. Toch wel ongerust belt ze lambik op. Samen met Jerom komt hij naar het huis van Sidonia. Een eerste poging om de geheimzinnige onbekende te betrappen mislukt. Maar die avond heeft Wiske een inval. Zij en Suske hebben ooit een boomhut gebouwd van een ton, als de vreemdeling zich daar nu eens ophoudt. Gewapend met haar fototoestel gaat ze naar buiten en het lukt haar om de man te fotograferen Het blijkt de vader van tante Sidonia te zijn, de Snor. Haar vader woonde in een bejaardentehuis dat gesloopt gaat worden en de bewoners moeten tijdelijk ergens anders onderdak zoeken. Maar de Snor wil zijn dochter niet lastig vallen en dus is er wel enige overtuigingskracht nodig. Maar uiteindelijk stemt de vader van tante Sidonia dan toch in. Zijn entree vraagt wel enige aanpassing maar het lukt allemaal. Alles lijkt zijn normale gang te hebben gevonden totdat de Snor tijdens een wandeling een Dinges ziet, dat lijkt te komen uit een ander zonnestelsel. Eenmaal terug geloofd echter niemand zijn verhaal over een ontmoeting met een robot uit de ruimte en allerminst Lambik. Maar nadat deze een pint is wezen drinken in een kroeg heeft hij zelf een ontmoeting met het Dinges. Tante Sidonia en het Dinges, tekening van Willy Vandersteen De volgende dag is Lambik dan ook weer terug. Eigenlijk wil hij het niet toegeven maar laat dan toch weten het Dinges gezien te hebben. Tante Sidonia is de volgende die met het Dinges te maken krijgt, daarna volgen Suske en Wiske. Het Dinges zegt gestuurd te zijn door zijn meesters van de planeet Fiksion. De robot overlaadt onze vrienden met geschenken, iets wat de aandacht trekt van Lambik en Jerom. Zodra de robot hen ieder een doos sigaren geeft gaat er bij Lambik een lampje op. Hij meent te weten waar de robot echt vandaan komt. Ondertussen heeft een geschenk van het Dinges nog een onverwacht effect. De Snor kreeg een bromstoel en hiermee heeft hij de aandacht van de politie getrokken. Tegen de dienstdoende agent vertelt hij dat het een geschenk is van een vliegende Dinges uit de ruimte. Omdat de agenten op het bureau menen dat er bij de oude man een steekje los zit laten ze hem gaan. Maar al snel komt er een oproep van het Ministerie van Landsverdediging. Iedereen die iets weet over een vliegend Dinges moet worden aangehouden. En dus zet agent 17 de achtervolging in. Suske, Wiske en de Snor hebben ondertussen agent 17 tijdelijk afgeschud in het park met behulp van de kinderwagen van Gaby Snoek. Maar het is slechts tijdelijk. Wanneer het Dinges merkt dat de agent niet veel goeds in de zin heeft raakt de robot ontstemd en zegt de mensheid te willen vernietigen. Dan worden Lambik en Jerom ontvoerd door de bewoner van de planeet Fiksion. Tante Sidonia, Suske, Wiske en de Snor zetten de achtervolging in. Komen ze op tijd?

De inspiratiebron voor het verhaal 'De snorrende snor', dat voor het eerst als album in 1957 werd uitgegeven, is de wapenwedloop uit de koude oorlog. Dit maakt Willy Vandersteen op het einde van het verhaal meer dan duidelijk. Waarom het intermezzo met de slavenhandelaren werd ingevoegd is niet helemaal duidelijk, wellicht iets wat Willy Vandersteen ook dwars zat of mogelijk zou de basisverhaallijn tekort zijn geworden. Niet dat het storend is dat Suske en Wiske zich tijdelijk met dit probleem bezig houden. Maar het valt op dat er als het ware een tussenverhaal is ingelast. Zoals gezegd verscheen het verkaal in 1957, daarvoor had het natuurlijk al in de bekende kranten gestaan van september 1956 tot en met januari 1957. In dit verhaal maakt ook nog een ander strippersonage een gastoptreden, Gaby Snoek is afkomstig uit de strip De familie Snoek.

94 De sissende sampan

Suske en Wiske - De sissende sampan

Lambik is weer eens op bezoek bij tante Sidonia en hij kan het niet laten om haar te plagen over de maat van haar voeten. Om het weer een beetje goed te maken nodigt hij haar en Suske en Wiske uit om een hapje te eten op zijn kosten. Het viertal gaat naar een chinees restaurant waar Lambik de ober in het Chinees aanspreekt. Maar omdat deze man in België geboren is spreekt hij de taal niet maar de kok, die net uit Hongkong is gekomen, wel. Echter zodra hij Lambik ziet, belt hij naar een havenkroeg. Twee andere Chinezen worden op pad gestuurd om Lambik te ontvoeren. De ontvoerders brengen Lambik naar de kroeg waar de kok in de kelder wacht. Ze voeren de bewusteloze lambik zangzaad en gooien hem van een torengebouw af. Lambik, die net dan weer bijkomt, blijft door het toeval ongedeerd. Nu wordt hij wel opgemerkt door twee agenten die hem meenemen naar het bureau waar hij zijn broer Arthur aantreft. Wanneer de twee broers het politiebureau verlaten, worden ze gevolgd door een zwarte auto. Plotseling wordt er op Arthur geschoten, die een schampschot aan zijn arm oploopt. Snel brengt lambik zijn broer naar het huis van tante Sidonia. Hulp is onderweg uit de strip Suske en Wiske, tekening van Willy Vandersteen Terwijl Arthur verzorgt wordt, klinkt de bel van de voordeur en wordt er een groot pakket afgeleverd. De inhoud is nogal opmerkelijk want in de grote kist zit T. Renslaw, een agent van de Far East Intelligence Service. Namens de Engelse regering komt hij de hulp van onze vrienden inroepen. In het kader van de actie om de honger uit de wereld te bannen, wordt aan de vluchtelingen in Hong Kong steun verleend, zoals voedsel en onderdak. Een geheimzinnige bende onder leiding van Het Masker, saboteert deze hulp. En niemand snapt waarom. Duidelijk is wel dat Het masker Arthur uit de weg wil ruimen. Renslaw vraagt aan de vrienden of zij willen vertrekken naar Hong Kong om de bende van Het Masker onschadelijk te maken. Zij moeten zich onder de bevolking begeven en Arthur schaduwen zodat ze Het Masker op het spoor kunnen komen. Maar wanneer Wiske enige versnaperingen haalt merkt ze dat ze worden afgeluisterd. Gelukkig is Jerom in de buurt om de twee Chinezen in te rekenen. En dus reizen de vrienden af naar het Verre Oosten, waar hen een spannend avontuur wacht en zij te maken gaan krijgen met een oude vijand.

Het avontuur 'De sissende sampan' brengt Suske en Wiske naar Hong Kong in een tijd dat dit nog onder Brits gezag stond. Vandaar ook dat het de Engelse geheime dienst is die een beroep op onze vrienden doet. Pas in 1984 werd een verdrag gesloten waarbij het volledige grondgebied van Hongkong aan China zou worden teruggegeven. En het verhaal in het album dateert van een eind voor die tijd, namelijk 1963. Met dit verhaal vraagt Willy Vandersteen duidelijk ook aandacht voor de armoede en de uitbuiting. Maar ook de kinderarbeid in die regio, iets wat op grote delen van onze wereld jammer genoeg nog steeds realiteit is. Als tijdelijke geheim agenten gaan onze vrienden de strijd aan met een geheimzinnige bende die, zoals later blijkt, geleid wordt door de snode Krimson. Dit was het tweede deel waarin Krimson voorkwam (het eerste was in het album 'Het rijmende paard' dat later aan bod komt).

95 De kleppende klipper

Suske en Wiske - De kleppende klipper

Tante Sidonia probeert al enige tijd Lambik te bellen maar hij neemt niet op. Dit terwijl het toch zeker is dat hij thuis is. Als er maar niets aan de hand is! Snel haasten Suske en Wiske zich naar de woning waar ze Lambik in trance aantreffen voor het TV toestel. Hij kan zijn ogen er niet van af houden. Maar wanneer ze vervolgens met tante Sidonia er bij verder willen kijken, gebeurt er iets vreemds. Eerst valt het beeld uit en wanneer dit weer terugkeert, zien ze het beeld van een klipper, een 17de eeuwse driemaster, die op de golven dobbert onder het kleppen van de klok. Ook een piratenvlag komt in beeld gevolgd door het beeld van een geraamte. Het is precies de borstkas van hun vriend Jerom. Wanneer Lambik naar de TV studio belt blijkt dat zij die beelden niet hebben uitgezonden. Omdat ze niet weten waar Jerom is bellen ze professor Barabas op, die wat vreemd reageert. Omdat er geen antwoorden komen besluit tante Sidonia naar huis te gaan. Wanneer ze over straat lopen zien ze het zoontje van de nieuwe buren staan die Knul heet. Hij biedt Suske een sigaret aan maar Suske weigert. Nu heeft Knul Jerom wel gezien. Hij schijnt al een uur rond het huis van tante Sidonia te sluipen. Wanneer ze thuis komen blijkt er een agent voor de deur te staan die op zoek is naar Jerom. Zodra ze het huis binnengaan, ziet Wiske hun vriend en waarschuwt hem voor de agent. Uiteindelijk ziet de politie Jerom ook en wil hem meenemen naar het bureau. Maar eenmaal op straat wordt Jerom een auto ingetrokken. Wiske doet een ontdekking, tekening van Willy Vandersteen Terwijl tante Sidonia vlug Lambik belt, gaan Suske en Wiske op hun scooter in de achtervolging. Nu raken ze het spoor kwijt en tot overmaat van ramp rijdt Lambik met zijn auto tegen Knul aan. Lambik kan de jongen kalmeren en snel zoeken ze verder. De auto die Jerom heeft meegenomen is gezien bij de fabriekswijk, de politie heeft het gebied omsingeld. Maar het enige dat ze vinden is de auto, die leeg is. Maar Lambik is iets opgevallen. Hij herkent de overgeschilderde wagen van professor Barabas. Met veel moeite slagen ze er in om het huis van de professor binnen te komen. De geleerde heeft zojuist een hoop papieren verband. Ook Jerom is in het huis van de professor. In opdracht van de regering heeft de professor de teletijdmachine omgebouwd tot een ruimtetelevisiepost. De beelden op de TV kwamen bij de geleerde vandaan. Maar dit blijkt een ongelukje te zijn geweest. Nu heeft niemand gezien dat Knul het gezelschap gevolgd is. Hij flitst zichzelf per ongeluk naar het verleden met de teletijdmachine. Wanneer ze proberen om Knul, die opgepikt is door het fregat "Het Zeepaard" uit 1717, terug te halen worden de vrienden de teletijdmachine ingezogen. Ook zij komen in het tijdperk terecht waar Knul is en gaan te maken krijgen met de kleppende klipper.

Het verhaal 'De kleppende klipper' dateert uit 1955. Later werd het natuurlijk opnieuw uitgegeven en werden sommige plaatjes uit het verhaal opnieuw getekend. Zo is niet alleen Jerom weer aangepast (zoals dit al vaker gedaan is) ook de presentatrice op de TV heeft een metamorfose ondergaan, om haar aan te passen aan het nieuwe tijdsbeeld. Knul vertegenwoordigt een beetje de jeugd anno 1955. Het is het tijdperk van de opkomst van de rock and roll, wellicht iets waar men nog erg aan moest wennen.

96 Het rijmende paard

Suske en Wiske - Het rijmende paard

Op een mooie dag willen Suske en Wiske er op uitgaan om te gaan paardrijden. Voor zij vertrekken wisselen ze een woordje met Freddy Wouters van de manege 'De stal' op de Kalmthoutse heide nabij Antwerpen. Suske vertelt dat ze nog even in de duinen gaan rijden maar terug zullen zijn voor het donker wordt. Wanneer zij dan vertrekken maakt een werknemer van manege een opmerking. Hij heeft gehoord dat het de laatste tijd niet pluis is op de heide. De douane van Putte zou op de heide een spookpaard hebben gezien. Nu doen Suske en Wiske dit af als praatjes en rijden vrolijk verder. Wanneer ze bij een weg komen komt er een auto met grote snelheid aangereden. Bijna komt het tot een botsing en een handgemeen want de bestuurder krijgt van de man achter in de auto te horen dat hij het tweetal een pak slaag moet geven. Maar door slim te zijn ontkomen de twee vrienden hieraan. Even later galopperen ze over de hei en is het incident vlug vergeten. Maar dan ziet Wiske iets merkwaardigs op de grond. Een spoor van hoefbladen die recht naar het mastbos lijken te lopen. Wanneer ze het spoor volgen zien ze plots een geheimzinnig wit paard. Bij elke hoefslag van het dier komt er een bloem uit de grond. Maar dan ineens houdt het spoor, dat ze volgen, ineens op. Alsof het paard de lucht ingegaan is. Terug op de manege vertellen ze Freddy wat er gebeurd is maar volgens hem is het gewoon een ontsnapt dier. Terwijl ze er nog over staan te praten brengt de hond van Freddy een briefje. In dit briefje staat dat er geen ruiters meer op de hei mogen rijden en het is ondertekend met Dr. Krimson. Een pilletje voor Krimson uit de strip Suske en Wiske, tekening van Willy Vandersteen Eenmaal terug bij tante Sidonia en Lambik vertellen ze wat er is gebeurt. De naam Krimson lokt bij Lambik direct een reactie uit want volgens hem is de meest gevaarlijke crimineel die er bestaat. Terwijl ze het voorval nog aan het bespreken zijn wordt er een leren koker uit een helikopter geworpen met daarin opnieuw een briefje van Krimson. Suske en Wiske mogen met niemand spreken over het spookpaard. Omdat Suske en Wiske graag paard rijden en tante Sidonia niets van een verbod wil weten, gaat Lambik de volgende keer met hen mee. Het paardrijden is voor lambik een aparte ervaring. Wanneer het drietal de hei bereikt verschijnt opnieuw een helikopter. Het spookpaard komt plots uit het bos gestormd en wordt direct onder vuur genomen door de mannen in de helikopter. Het dier raakt gewond en wanneer de helikopter landt, gaat Suske over tot actie. Met behulp van het paard waar Lambik op rijdt worden de twee schurken verslagen. Nu de kust veilig is gaat Suske een dierenarts halen en Lambik rijdt naar de politie. Wiske blijft achter bij het gewonde paard. Wanneer ze wat water voor het dier wil gaan halen ziet ze dat er een, als romein verklede man rondsluipt. Zodra de man merkt dat hij niet alleen is gaat hij er vandoor met Wiske in de achtervolging. Jammer genoeg voor haar blijkt een boom niet mee te geven. Wanneer ze weer bijkomt zijn Suske en Lambik terug met hulp. Maar het paard is verdwenen en ook van de verklede man is geen spoor meer. Omdat al snel duidelijk wordt dat ook Krimson nog steeds achter het paard aan zit besluiten de vrienden dat zij deze crimineel eens behoorlijk tegenspel zullen gaan geven. Maar de eerste vraag is natuurlijk, waar is het paard gebeleven?

Het avontuur 'Het rijmende paard' markeert natuurlijk de introductie van Krimson is de Suske en Wiske reeks. Deze aartsschurk zal nog vele malen als tegenstander van onze vrienden opduiken. Vaak ontsnapt hij op het eind net de dans maar als hij toch gepakt wordt duurt het niet lang voordat de schurk weer op vrije voeten is. In dit verhaal wordt Krimson al neergezet zoals wij hem gedurende de jaren die volgden ook zouden kennen. Het verhaal 'Het rijmende paard' werd eerst gepubliceerd in De Standaard en Het Nieuwsblad van november 1962 tot en met april 1963, waarna het als album verscheen. In het verhaal heeft Willy Vandersteen natuurlijk weer de nodige grappen verwerkt, zoals de "oorlog" die Lambik voert met een kraaienpoot en het korte bezoekje van Jerom aan een andere bekende strip. Maar ook nu zit er weer een serieuze ondertoon in het scenario verwerkt. Het paard blijkt uiteindelijk thuis te horen op een schilderij van Anthony van Dyck, waarop de Heilige Martinus of Sint Maarten staat afgebeeld die zijn mantel deelt met een bedelaar aan de poorten van Amiens. Dit schilderij straalt natuurlijk naastenliefde uit, iets wat in de ogen van de schrijver aan het verdwijnen was (en is!) en Willy Vandersteen laat professor Barabas dit dan ook verwoorden in het avontuur. Ook op het einde van het verhaal wordt dit thema nogmaals aangehaald wanneer Sint Maarten zelf kort verschijnt.

97 De junglebloem

Suske en Wiske - De junglebloem

Op een avond gaan Suske en Wiske op bezoek bij Jerom en Lambik. Na een paar leuke uren gaan de twee weer op weg naar huis. Maar eenmaal onderweg horen ze vanuit de verte muziek. Nieuwsgierig geworden besluiten ze polshoogte te gaan nemen. Ze zien een straatmuzikant met een draaiorgeltje. Bij hem is een aapje dat de geldbeker omhoog houdt. Getroffen besluiten Suske en Wiske wat geld te geven en nemen dan afscheid maar tot hun grote verbazing wordt hun afscheidsgroet beantwoord door het aapje dat bij de orgeldraaier is. Daar willen ze natuurlijk meer van weten en gaan terug. Het aapje heet Monky en de man heet Jonathan. De orgeldraaier was vroeger zeeman en op zijn reizen heeft hij het aapje gevonden en meegenomen naar huis. Monky heeft leren praten dankzij de inspanningen van een Engelsman genaamd Kipling. Natuurlijk moeten ze deze vondst aan tante Sidonia laten zien en de volgende dag gaan ze dan ook op bezoek bij Jonathan en Monky die in een woonwagen zijn neergestreken. Terwijl ze op bezoek zijn meldt er zich echter nog een persoon. Het is de bediende van de maharadja van Fatapur. Deze laatste wil Monky kopen en biedt 20 miljoen voor het aapje. Maar Jonathan wil er niet van weten en deze afwijzing is zeer tegen de wens van de maharadja. Om toch zijn zin te hebben wordt Monky die nacht ontvoerd. Maar zodra tante Sidonia hoort wat er gebeurt, is belt ze Lambik en Jerom. De twee vrienden gaan er direct achter aan. Monky uit de strip Suske en Wiske, tekening van Wily Vandersteen Nu lijkt het dat ze te laat zijn. Het privé vliegtuig van de maharadja is al opgestegen. Maar Monky verkiest een sprong uit het vliegtuig boven een gedwongen verblijf in India. Gelukkig is Jerom in de buurt om hem op te vangen. Zo wordt Monky weer herenigd met Jonathan. De maharadja is diep getroffen door de gebeurtenissen en nadat hij is teruggekeerd schenkt hij een grote diamant, die de junglebloem wordt genoemd, aan Jonathan. Maar wat verderop in het kamp wordt dit gadegeslagen door twee boeven met de namen Jerrykan en Kaa. En die diamant willen zij natuurlijk ook wel hebben. Jonathan en Monky zouden een bezoek brengen aan tante Sidonia. Maar omdat zij niet komen opdagen gaan Lambik, Suske en Wiske op onderzoek uit. Dan blijken Jonathan en Monky door Jerrykan en Kaa te zijn ontvoerd. Ze vinden de twee boeven in een vervallen huis waar ze hun slachtoffers vasthouden. Direct komt het drietal in actie en gaan over tot een redding van Jonathan en Monky. Gelukkig slagen ze in hun opzet. Maar nadat ze hun nieuwe vrienden hebben bevrijd, beseft Jonathan dat het bezit van de junglebloem gevaarlijk is voor Monky. Hij komt met de maharadja overeen dat deze laatste de diamant in een verlaten tempel in India zal verstoppen. Jonathan krijgt de kaart van de locatie. Ondertussen hebben onze vrienden een feest voorbereid voor Monky en Jonathan. Zelfs de woonkamer van het huis van tante Sidonia wordt tot een jungle omgebouwd. Het wachten is alleen nog op Jonathan. Dan horen ze van een politieagent dat Jonathan is aangereden en de kans klein is dat hij weer beter wordt. Omdat Monky niet naar India wil, bedenkt Lambik dat ze voor hem een verblijfplaats moeten gaan bouwen. Ondertussen zullen tante Sidonia, Suske en Wiske vertrekken naar India om de junglebloem op te gaan halen. En dat gaat minder makkelijk dan gedacht.

Het verhaal 'De junglebloem' uit 1969 is natuurlijk sterk beïnvloedt door een het bekende boek 'Junglebook' van Rudyard Kipling. De verwijzingen zijn talrijk. Op een zeker moment ontmoet Suske zelfs de dochter van de hoofdpersoon uit Junglebook. Een ontmoeting die Wiske niet zo op prijs stelt, een grappig stukje uit het verhaal. Ook de vermommingen van Lambik en Jerom zijn natuurlijk verwijzingen naar het bekende werk van Kipling. De invloed is te verklaren doordat twee jaar eerder Walt Disney de animatieversie van Junglebook in omloop bracht. Willy Vandersteen brengt een mooi eresaluut aan het verhaal van Kipling.

98 Het hondenparadijs

Suske en Wiske - Het hondenparadijs

Suske en Wiske zijn samen met Lambik naar een voorstelling gaan kijken van Pats Poppenkast. Het drietal geniet van de voorstelling en op weg naar tante Sidonia wil Lambik eigenlijk nog even een biertje drinken in het café. Maar daar wil Wiske niets van weten en enigszins gepikeerd start Lambik de auto en begint aan de rit. Het regent en het begint al donker te worden. Op straat loopt een klein zwerfhondje dat de weg wil oversteken. Jammer genoeg komt het dier voor de wagen van lambik terecht en wordt aangereden. Lambik wil gewoon doorrijden maar natuurlijk wil Wiske daar niet van horen. Ze stapt uit en neemt het zwerfhondje mee. Nu wil Lambik eigenlijk niet dat de zwerfhond in zijn auto komt, maar een vernietigende blik van Wiske legt hem het zwijgen op. Eenmaal thuis wordt er gekeken naar de verwondingen van het diertje en Lambik begint zich steeds meer te irriteren. Er is helemaal geen aandacht voor hem. Dan maar de radio aanzetten. Maar nu vertoont tante Sidonia een vreemde reactie. Ze sommeert Lambik om de radio uit te zetten, een reactie die Wiske ook niet begrijpt. Lambik voelt zich teveel en verlaat gepikeerd het huis. Omdat hij bijna op het hondje stapte toen hij het huis verliet en per abuis een bloempot op zijn hoofd kreeg, ziet lambik zich genoodzaakt om de bloempot terug te brengen. Echter wanneer hij bij het huis van tante Sidonia komt, ziet hij dat er zich twee mannen buiten ophouden. Uit het huis wordt een briefje geworpen en Lambik besluit de bloempot door het geopende raam te gooien. De twee mannen maken dat ze weg komen. Wanneer lambik weer binnen is, valt het hem direct op dat tante Sidonia een grote bult op haar hoofd heeft. Tante Sidonia is wat overspannen, tekening van Willy Vandersteen Heeft zij soms het briefje naar buiten geworpen? Maar tante Sidonia ontkent in alle toonaarden. Niettemin vinden Suske en Wiske dat hun tante nogal zenuwachtig is. Iets wat helemaal duidelijk wordt wanneer er op de radio gesproken wordt over de bom. Die nacht is er weer een bezoeker en de volgende dag is Wiske ervan overtuigd dat er iets vreemds aan de hand is. Inmiddels heeft de zwerfhond een naam gekregen. Wiske heeft hem Tobias gedoopt en laat tante Sidonia nu net over Tobias struikelen wanneer ze weg wil gaan. Omdat de situatie zo vreemd is roept Wiske de hulp in van Lambik en Jerom. Het kost wel enige moeite om Lambik zover te krijgen, maar het lukt. Wiske verstopt ondertussen stiekem Tobias in het huis. Wanneer er die nacht wordt ingebroken en de kamer van tante Sidonia overhoop ligt en Lambik merkt dat Tobias nog in huis is, krijgt het hondje de schuld. Omdat het dier niet wil dat Wiske problemen krijgt, verlaat hij uit vrije wil het huis. Tot groot verdriet van Wiske. De situatie wordt echter alsmaar gekker. De mannen, die houten maskers dragen, ontvoeren tante Sidonia. Lambik en Jerom zetten met de auto de achtervolging in maar jammer genoeg loopt Tobias wat in de weg en de mannen ontkomen. Omdat hij nu een hartgrondige hekel heeft aan Tobias huurt lambik een nachtwaker in om Tobias met een geweer neer te schieten. Nu kan Wiske deze opzet verijdelen maar Tobias denkt dat Wiske op hem geschoten heeft. Van een schoothondje hoort hij dat dit niet het geval is maar hij hoort ook over het hondenparadijs. Een keer per week komt er een sprookjeswagen om de ongelukkige honden naar dit paradijs brengt en op zo'n nacht kunnen de honden spreken. Dan ontdekt Tobias per toeval de plek waar tante Sidonia vast wordt gehouden. Snel belt hij Wiske maar hij wil nog naar het hondenparadijs. Omdat Wiske, die op zoek gaat naar Tobias, in de problemen komt moet hij kiezen. Wiske redden of het hondenparadijs?

Het verhaal 'Het hondenparadijs' stamt uit 1961, het hoogtepunt van de Koude Oorlog. En dat is terug te vinden in het scenario dat Willy Vandersteen schreef. Er was een gevoel van angst voor het gebruik van kernwapens door een van de partijen. Ook de verwijzing in de gedachte van Tobias naar Kroutnedy en Kennetjev is daar op terug te voeren. Chroesjtsjov (of Kroetsjov) en Kennedy waren toen de leiders van respectievelijk de Sovjet Unie en de Verenigde Staten. De zoektocht naar de explosieve satelliet past ook in dit plaatje. Maar er zit nog meer in het verhaal. Tobias toont zich warmer en meer betrokken dan de meeste mensen om hem heen. Zo geeft hij zijn rit naar het hondenparadijs op om Wiske te redden. Willy Vandersteen heeft lambik in dit verhaal de rol gegeven van de egocentrische mens die vooral met zichzelf bezig is. Tobias zal in latere verhalen nog terugkeren zoals 'De kaartendans' uit 1962.

99 De kwakstralen

Suske en Wiske - De kwakstralen

Terwijl Suske en Wiske zich in de tuin amuseren met een radiografisch bestuurd vliegtuigje komt hun goede vriend Lambik weer eens op bezoek. Omdat hij niet geheel tevreden is over de kundigheid waarmee het speelgoed bestuurd wordt, besluit hij het eens voor te doen. Natuurlijk let hij niet goed op en raakt het speelgoed beschadigd. Maar geen nood, want na een lichte maaltijd zullen ze met zijn allen naar de speelgoedwinkel gaan waar Suske een nieuw vliegtuigje mag uitzoeken op kosten van Lambik. Terwijl ze de maaltijd nuttigen wordt er op de radio melding gemaakt van een bijzonder voorval. Boven de kust is een vliegend voorwerp gezien waarvan niemand weet wat het is. Lambik doet dit af als kletspraat en de vrienden gaan op pad. In de winkel is het moeilijk kiezen en terwijl iedereen wacht klinkt plots het geluid van brekend glas, alsof de ruit van de etalage ingegooid wordt. Wanneer de eigenaar naar buiten rent, is het winkelraam echter nog heel. Ondertussen heeft Suske een apart model gevonden. Nadat Lambik flink in zijn portemonnee heeft kunnen tasten neemt Suske het speelgoed verguld mee naar huis. Maar die nacht gebeurt er iets vreemds. Het speelgoed stijgt uit zichzelf op en vliegt door het raam naar buiten. Ook tante Sidonia ziet het speelgoed nog even voorbij komen. Weer is Suske zeer teleurgesteld en het is een raadsel wat er met het speelgoed is gebeurd. Om hem toch weer op te vrolijken neemt Lambik hem en Wiske mee naar de vliegvereniging waarvan hij lid is. Net als Jerom heeft Lambik zijn brevet gehaald en nu mogen Suske en Wiske mee voor een tochtje. Wiske is nieuwsgierig, tekening van Wily Vandersteen Omdat het vliegtuig pech krijgt maakt Lambik een noodlanding en gaat weg om hulp te halen. Dan zien Suske en Wiske het speelgoedvliegtuigje voorbij komen dat Suske had gekregen. Ze stappen in het vliegtuig en vliegen achter het vliegtuigje aan. Tot hun verbazing gaat het vliegtuigje een soort vliegende tros binnen. Omdat de motor er nu echt mee ophoudt moeten ze een noodlanding maken die slecht dreigt af te lopen. Maar dankzij de hulp van het vliegtuigje dat weer uit de tros komt, loopt alles goed af. Natuurlijk geloofd niemand hun verhaal en het tweetal moet vijf dagen binnen blijven. Maar opeens ziet Wiske de tros in de buurt van hun huis landen. Ondertussen zien Lambik en Jerom vreemde zaken in de stad. Oneerlijke mensen en mensen die graag macht over anderen uitoefenen, lijken allemaal spijt te krijgen en betuigen dit ook. Wat zou er aan de hand zijn? Worden de mensen opeens eerlijk? Lambik en Jerom geloven er niets van. Wat zij ook merken is dat ze gevolgd worden door een duister figuur. Deze man werkt voor twee genadeloze zakenmannen genaamd G.Ouden en K.Alf. Zij willen de tros in handen krijgen want hier is geld mee te verdienen. Ondertussen zijn Suske en Wiske er in geslaagd om de plaats te vinden waar de tros zich bevindt, namelijk in een oude bunker. Omdat ze er niet in kunnen, laat Suske een fototoestel in een gat zakken en maakt verschillende foto's. Thuis worden ze ontwikkeld. En wat ze zien op de plaatjes is wel een heel grote verrassing. Kleine wezentjes lijken nu in de bunker te leven. Lambik en Jerom maken ondertussen kennis met een van deze wezentjes. Een grappig kereltje dat Pamora heet en van de planeet Kwakurnus komt. Maar G.Ouden en K.Alf zetten hun snode plannen door. Onze vrienden zullen de wezentjes moeten helpen.

Ook het album 'De kwakstralen' uit 1963 behoort tot de klassieke Suske en Wiske verhalen. Willy Vandersteen laat Pamora het onderliggende thema van dit verhaal verwoorden. De mens stuurt raketten de ruimte in maar vergeet de harten te verheffen. Het verhaal dateert immers uit 1962 (toen het in de krant verscheen) en het album kwam in 1963 op de markt. In die jaren waren Amerika en de Sovjet Unie verwikkeld in de ruimterace. Het waren de jaren van de eerste schreden van mensen buiten de dampkring van de aarde. Ook op andere plaatsen laat Willy Vandersteen zien hoe gefocust op eigen belang mensen aan het worden waren (zoals de autohandelaar). De twee zakenlieden G.Ouden en K.Alf (een woordspeling natuurlijk op het gouden kalf uit het verhaal van Mozes) staan voor de niets ontziende dorst naar winst. Hij laat Pamora nog toevoegen dat naastenliefde een groot goed is.

100 Het gouden paard

Suske en Wiske - Het gouden paard

Het verhaal vangt aan in 1519. Fernando Cortez, een 34-jarige Spanjaard, is in opdracht van Diego Velasquez, de stadhouder van Cuba, naar Midden-Amerika gegaan. Hier ontdekte hij het rijk van de Azteken. Lambik is in die tijd scheepsdokter en verblijft in een Nederlandse kustplaats. Hij oefent er het beroep van chirurgijn - barbier uit, geholpen door zijn vrienden Suske en Wiske. Op een dag komt een bekende, Don Alvarez, naar Lambik toe. In de deuropening wordt Don Alvarez neergeschoten. Omdat deze Spanjaard Lambik eens gered heeft, besluit Lambik zijn vriend te helpen. In de herberg wacht een man met een gele hoed die Don Alvarez dringend moet spreken. Dus stuurt Lambik Suske naar de herberg om de man te ontmoeten. Wiske snelt achter hem aan en ziet hoe Suske op straat wordt aangevallen maar hij weet te ontkomen. In de herberg ontmoeten Suske en Wiske de man met de gele hoed. De man vertelt dat hij de geheime lading in de molen-ruïne heeft achtergelaten. Maar de man die Suske aanviel heeft het gesprek afgeluisterd. Wanneer Lambik samen met Suske en Wiske bij de ruïne komt worden ze opgewacht door de man met handlangers. Lambik jaagt de boeven op de vlucht maar ze hebben de molen in brand gestoken. Dapper gaat Lambik terug en komt naar buiten met de lading. Het is een gouden paard, het dier is verguld. Van Don Alvarez horen de vrienden dat het paard Pepita heet en dat het dier aan boord van het schip de Vittoria gebracht moet worden om naar Vera Cruz te gaan. Willy Vandersteen met Suske, Lambik en Wiske Daar zal Cortez het paard in ontvangst nemen. Hij wil het schenken aan Montezuma, de keizer van de Azteken. Omdat de Azteken nog nooit een paard gezien hebben liet hij Pepita vergulden om nog meer indruk te maken. De volgende ochtend varen Lambik, Suske en Wiske met het gouden paard in een sloep naar het beoogde galjoen. Het duurt niet lang of Pepita wordt aan boord van de Vittoria gehesen. Wanneer zij terugvaren wordt hun sloep echter de grond in geboord. De mannen die hen bij de molen aanvielen hebben het schip in handen gekregen en willen het paard nu afleveren bij Velasquez. Door een list komen de drie vrienden, die gelukkig ongedeerd bleven, toch aan boord van het schip. Nu volgt er een gevecht om de macht over het schip, waarbij Pepita onze vrienden een handje helpt. Omdat een deel van de bemanning gewond is geraakt, kan men de hulp van Lambik als arts goed gebruiken. Onder dwang blijven ze dan ook aan boord en varen zo mee naar Midden-Amerika. Hier wacht hen een avontuur te midden van de Azteken. En ze zullen alles proberen om Pepita bij Cortez te krijgen.

Met het verhaal 'Het gouden paard' is wel het een en ander aan de hand. Dit verhaal hoort oorspronkelijk bij de zogenaamde Blauwe reeks. In 1948 werd Willy Vandersteen door Hergé gevraagd om Suske en Wiske ook voor het weekblad Kuifje te maken. In deze verhalen komen alleen Suske, Wiske en Lambik voor. De andere bekende personages, zoals tante Sidonia, spelen hier geen rol. Hergé vroeg wel om een iets andere opzet van de Suske en Wiske verhalen, daarom spelen alleen Suske, Wiske en Lambik een rol. Lambik is ook minder een stoethaspel dan in de originele reeks en Wiske wordt iets anders getekend. In de Blauwe reeks verhalen heeft zij krulletjes. De reeks werd geopend met het verhaal 'Het Spaanse spook' in 1952. Het verhaal 'Het gouden paard' behoort dus ook tot deze reeks en werd van februari 1958 tot en met april 1959 gepubliceerd in het weekblad Kuifje. Maar anders dan de overige verhalen werd het niet als album uitgebracht. Dit duurde tot 1970 toen het als nummer 100 in de oorspronkelijke reeks met de bekende rode kaften werd uitgebracht. Blijkbaar hadden Willy Vandersteen en Hergé onenigheid gekregen over de serie.
Het verhaal zelf is gebaseerd op de tijd van de conquistadores die in de 16de eeuw Midden- en Zuid-Amerika veroverden. Cortez en Montezuma hebben elkaar ook echt ontmoet alleen was deze ontmoeting niet zo hartelijk als in het Suske en Wiske verhaal. Montezuma dacht dat Cortez een god was en probeerde hem af te kopen door goud en zilver te geven. Maar dit had tot gevolg dat Cortez Montezuma gevangen nam. Later werd Montezuma inderdaad gedood bij een opstand.