81 De circusbaron

Suske en Wiske - De circusbaron

De ochtend is nog maar nauwelijks begonnen in het huis van tante Sidonia als de telefoon gaat. Het is Lambik die wil laten weten dat hij een nieuwe auto heeft gekocht die hij natuurlijk komt laten zien. Ze besluiten een tochtje te maken in de wagen en tante Sidonia neemt plaats achter het stuur. Hoewel ze haar best doet om de aanwijzingen van Lambik op te volgen vind er toch een ongelukje plaats. Lambik meent al dat hij een takelwagen moet laten komen, maar Wiske stelt voor om Jerom te halen. Hij krijgt de wagen wel weer goed op de weg. In het huis aangekomen merken Suske en Wiske echter dat Jerom er niet is. Er ligt zelfs een afscheidsbriefje. Maar wanneer zij Lambik en tante Sidonia op de hoogte brengen stelt deze laatste dat Jerom ontvoerd moet zijn. De reden is simpel, Jerom kan helemaal niet schrijven. Maar wie heeft Jerom ontvoerd en waarom? Dan valt het oog van Wiske op een filmcamera waar mogelijk Jerom mee bezig was. Snel laten zij de film ontwikkelen en inderdaad de ontvoering van Jerom staat op de film. Het gezicht van de dader staat er jammer genoeg niet op maar wel zien ze dat een van de handschoenen van de dader een genaaide scheur heeft. Direct slaan zij alarm bij de politie die terstond een grote zoekactie begint. Echter zonder resultaat. Enige tijd later worden Lambik gebeld door een man van de wegenwacht. Op de weg van Antwerpen naar Brussel heeft hij iets ontdekt over de ontvoering van Jerom. Natuurlijk haasten onze vrienden zich naar de man die ze bewusteloos in het gras vinden. De man is aangevallen door de ontvoerder van Jerom. Zo snel mogelijk gaan de vrienden in de achtervolging. De dader rijdt in een rode sportwagen. Een eind verder vinden de auto, verkreukeld tegen een boom. Lambik en tante Sidonia snellen te hulp uit de strip Suske en Wiske, tekening van Willy Vandersteen Dan zien ze iemand in de verte lopen met een andere persoon over de schouder. Zo snel ze kunnen rennen onze vrienden achter die persoon aan. Jammer genoeg heeft Lambik een van zijn mindere heldere invallen waardoor ze wat vertraging oplopen. En dit is net genoeg voor de dader om zichzelf en een bewusteloze Jerom te laten oppikken door een helikopter die het teken X-37 draagt. Teleurgesteld geven ze de achtervolging op. Ook nu vindt de politie geen aanknopingspunt. In het huis van tante Sidonia wachten ze vruchteloos op nieuws. Om wat afleiding te hebben gaat Lambik in op een uitnodiging van het Poppenspel Pats. Hier maakt hij kennis met een man die hem een voorstel doet. Of Lambik geïnteresseerd is in een baan als clown in het circus? Lambik tekent een contract en gaat naar circus Fantasar, waar hij zich moet melden bij de directeur. Maar de man blijft uit zicht en Lambik hoort alleen zijn stem. De directeur laat zich de Onzichtbare noemen. In de wagen van de directeur ziet Lambik een handschoen liggen die hij herkent. Het heeft de genaaide scheur die te zien was op de film. Maar dat betekent dat hij de ontvoerders van Jerom per abuis op het spoor is gekomen. Lambik alarmeert tante Sidonia en samen met Suske en Wiske komt zij naar het circus. Ook zij bemachtigen een baantje bij het circus, vastbesloten Jerom terug te vinden. Maar er is veel meer aan de hand, want wat te denken van die geheimzinnige zwarte wagen?

Het verhaal 'De circusbaron' werd uitgegeven in De Standaard en Het Nieuwsblad van 1953 tot en met 1954 als 'De cirkusbaron'. De circusbaron uitgave 1954 In albumvorm verscheen het in 1954 op de markt. Net als bij het album 'De brullende berg' is aan de tekenstijl te zien dat het verhaal uit de eerste jaren van de Suske en Wiske reeks dateert. Ook nu is de kaft van de latere heruitgave hertekent. De voorkant van het album in volledige kleuren is een andere dan die van eerdere uitgaven. Ook aan de personages is te merken dat de striphelden nog in de eerste fase van ontwikkeling zitten. Jerom loopt nog in een berenvel rond, de kleding die hij droeg bij zijn introductie in de serie met het verhaal 'De dolle musketiers' uit 1953. Naarmate de jaren voortschreden besloot Willy Vandersteen Jerom meer alledaags te kleden en leerde hij ook lezen en schrijven. Iets wat hij in dit verhaal nog niet kan.
Suske en Wiske krijgen te maken met een spionagenetwerk die om bepaalde redenen Jerom ontvoerd hebben. Natuurlijk loopt alles goed af maar ditmaal hebben ze wel hulp nodig uit een onverwachte hoek. Wat opviel is dat Willy Vandersteen het personage van Lambik min of meer toelicht in het verhaal. Wanneer de man met de zes haartjes een bezoek brengt aan het Poppenspel Pats licht de poppenspeler het personage van Lambik wat meer toe als iemand in wie wij al onze gaven en al onze gebreken verenigd zien. Dit is waarschijnlijk inderdaad de reden waarom het personage van Lambik zo onmisbaar is in de reeks. Vaak etaleert hij al de misstapjes die wij allen net zo makkelijk kunnen begaan. Zonder hem zou de strip veel minder leuk zijn.

82 De gramme huurling

Suske en Wiske - De gramme huurling

Lambik is in een goede bui ondanks dat hij getuige is van een aanrijding tussen twee auto's. Flauwe moppen tappend komt hij aan bij het huis van tante Sidonia. En hoewel Lambik het allemaal goed bedoeld, pakken zijn acties niet echt goed uit. Enigszins geïrriteerd verlaat hij het huis van Sidonia en tracht onderweg nog een goede daad te doen. Maar ditmaal heeft hij een man verkeerd begrepen waardoor hij wederom teleurgesteld is in zijn omgeving. Dan is voor Lambik de maat vol, weg de vrolijkheid en gedienstigheid. Voortaan kan iedereen hem gestolen worden. Nog steeds verbolgen stapt Lambik een café binnen en treft aan de bar een voormalige huurling. De man heeft voor geld gevochten in Afrika en Lambik hoort zijn verhalen aan. Dan denkt Lambik te weten wat hem te doen staat. Hij wordt een huurling! Nu krijgen tante Sidonia, Suske en Wiske enige lucht van de plannen van Lambik. Maar hij wil niet met hen praten, zijn besluit staat vast. Het drietal ziet op een gegeven moment een in het zwart geklede man het huis van Lambik binnengaan. En wanneer de man weg gaat lijkt het er op dat Lambik zich verhuurd heeft. Samen met Jerom trachten ze hun vriend nog te stoppen maar het is te laat. Lambik is onderweg naar Afrika. Nu wil het toeval dat Jerom benaderd wordt door de Internationale Bouworde. Er is pas een nieuwe volksstam ontdekt op een eiland voor de Afrikaanse kust. Deze stam wordt Blippies genoemd en ze hebben een blauwe huid en zijn bijzonder oorlogszuchtig. De Internationale Bouworde zoekt mensen die naar de Blippies toe willen gaan en hen willen helpen. De Blippies bezorgen Suske en Wiske de nodige zorgen, tekening van Willy Vandersteen Natuurlijk aanvaard Jerom de opdracht en ook tante Sidonia, Suske en Wiske gaan helpen. Met vliegtuig en boot komen ze aan op het eiland van de Blippies. Direct gaan Suske en Wiske op verkenning en stellen vast dat er nogal wat werk aan de winkel is. Een stam van de Blippies wil hen zelfs opeten, maar dan komt een andere Blippiesstam die de eerste groep verdrijft. Maar ook nu moeten de twee vrienden als hoofdgerecht dienen. Dit gaat zo nog even door totdat Jerom verschijnt. Hij stopt de eetdrift van de Blippies en zorgt er ook voor dat er voorlopig geen oorlog wordt gevoerd. Het blijkt dat Makakko, de tovenaar op het eiland, de Blippies heeft opgestookt. De vrienden beginnen met het bouwen van huisjes en scholen. Wanneer Wiske echter water wil gaan halen uit de rivier worden er schoten afgevuurd. Nadat Jerom de zaak heeft onderzocht vindt hij kogelhulzen op de plaats waar de schutter stond. Het zijn hulzen van een automatisch geweer, zoals Lambik er een heeft. Zou het echt hun vriend zijn die geschoten heeft? Maar dat zijn zorgen voor later want Makakko vertelt rond dat de school snel zal afbranden. Jerom besluit met Makakko te gaan praten maar mortiervuur van Lambik hindert Jerom zodanig dat Makakko kan vluchten. Werkt Lambik samen met Makakko? Die nacht verschijnt Lambik dan ook daadwerkelijk in het dorp. Hoewel hij eerst met Jerom een robbertje aan het vechten is, blijkt dat Lambik niet voor Makakko werkt. Hij stopt de tovenaar die de school in brand wil steken. Hoewel de anderen hun excuses aanbieden aan Lambik verlaat deze gepikeerd het dorp en rijdt samen met de man die hem heeft ingehuurd weg. Door toeval komen Jerom, Sidonia, Suske en Wiske hen weer tegen. Dan blijkt dat Lambik is ingehuurd door E.P.H. Endriks, een aalmoezenier van de sociale werken. Het was het werk van Lambik om zijn vrienden te beschermen tegen Makakko. Alles wordt bijgelegd en de situatie lijkt gered. Maar dan ziet Makakko kans te ontsnappen en beginnen de problemen pas goed.

Het verhaal 'De gramme huurling' werd als album voor het eerst uitgegeven in 1968. De publicatie in de bekende kranten liep van 1967 tot 1968. Het album speelt zich af in Afrika waar huurlingen in de jaren 60 nogal actief waren. Een aantal bekende huurlingen uit die tijd waren Bob Denard (op wie Frederick Forsyth het hoofdpersonage uit zijn boek 'The Dogs of War' baseerde) en Jean Schramme. Deze laatste was een Belgische koloniaal en huurlingenleider. Hoewel geboren in Brugge vestigde hij zich in 1947 in Belgisch Congo (in het huidige Congo-Kinshasa). Toen in de Belgische kolonie Congo in 1960 na de onafhankelijkheid burgeroorlogen uitbraken, mengde hij zich in de strijd. In 1967 nam Schramme samen met Bob Denard deel aan een mislukte staatsgreep ten gunste van Moïse Tshombé. Nu stond Schramme ook bekend als " Gramme" , vandaar de titel van dit album. Dat het verhaal zijn inspiratie vindt in de gebeurtenissen van de Congocrisis ligt redelijk voor de hand. Het conflict in de voormalige kolonie van België beheerste al enige jaren het nieuws toen het verhaal begon te verschijnen. Wanneer Suske en Wiske het eiland van de Blippies verlaten heerst er vrede, iets wat niet voor de regio gezegd kan worden waar het verhaal op is gebaseerd.

83 De straatridder

Suske en Wiske - De straatridder

Tante Sidonia loopt op straat te dagdromen en loopt pardoes tegen de wijkagent op. Nadat zij zich verontschuldigd heeft wil ze doorlopen maar de wijkagent houdt haar even tegen. De man vindt het lastig om het onderwerp aan te snijden maar het moet hem toch van het hart. Sidonia moet Suske en Wiske beter in de gaten houden want anders loopt het verkeerd met ze, zo waarschuwt hij. Natuurlijk gelooft Sidonia geen woord van wat de man zegt en loopt verder. Maar dan komt ze twee roddelende vrouwen tegen die ook al over Suske en Wiske beginnen. Behoorlijk boos over zoveel onzin gaat ze naar huis waar Lambik komt aanlopen. Ook hij begint over Suske en Wiske en toont Sidonia een anoniem briefje dat hij ontvangen heeft. Suske en Wiske zouden 's nachts vuil en smerig over straat lopen. Het briefje komt hard aan bij Sidonia en wanneer het tweetal thuiskomt laat Lambik wat hints vallen. Bezorgt vragen Suske en Wiske zich af of hij iets vermoed. Die nacht blijft Sidonia wakker en wanneer Suske en Wiske het huis verlaten volgt zij hen. Ze komt uit bij een krot maar wanneer ze binnen is leert ze de waarheid. Suske en Wiske hebben een straatmuzikant genaamd Barend leren kennen. En deze oude man woont in dit krot. Toen hebben ze besloten om het huis wat op te knappen voor de muzikant. Nu Sidonia weet hoe de vork in de steel zit besluit ze om een handje toe te gaan steken. Op dat moment komt Barend aangelopen en hij wordt aangesproken door een man in een auto. Zijn gezicht is niet te zien maar het is de huisbaas van Barend die de huur wil hebben en anders neemt hij de viool van Barend in beslag. Eenmaal binnen verzekert Sidonia dat het met de huur wel goed komt. Op de weg terug naar huis krijgt Sidonia een inval. Als ze nu eens een heel nieuw huis voor Barend gaan bouwen. En na de benodigde vergunningen te hebben aangevraagd kan de bouw beginnen. Barend uit de strip Suske en Wiske, tekening van Willy Vandersteen Ook Lambik en Jerom zijn van de partij. Maar de twee gedragen zich wel ietwat vreemd. Zo noemt Lambik tante Sidonia Dulsinea en Wiske zag een dag eerder hoe Jerom de schoenen van Lambik poetste. Dan noemt Lambik zijn schop ook nog eens een zwaard. Wat mankeert hen? Maar Lambik is nog niet klaar. Na deze dag hoeven ze niet meer op hem of Jerom te rekenen. Ze gaan op reis voor particuliere zaken, zoals hij het noemt. De volgende dag bespreken Suske, Wiske en tante Sidonia natuurlijk de vreemde gedragingen van hun vrienden. Maar dit duurt niet lang want de politie maakt bekend dat er die nacht is ingebroken in de dierentuin en iemand heeft een aantal dieren losgelaten. En dat dit het geval is merken ze al snel wanneer ze thuiskomen en daar een nijlpaard aantreffen. Omdat hun telefoon beschadigd raakt gaat Wiske naar het huis van Lambik en Jerom. Tot haar verbazing zit het huis helemaal vol met dieren waaronder een olifant. Gelukkig kan ze de politie waarschuwen die de dieren komt weghalen. Sidonia heeft meteen door dat Lambik en Jerom bij de inbraak in de dierentuin betrokken moeten zijn. Ze gaat op onderzoek en komt op de woonwagen van Lambik en Jerom terecht. Dan komt de aap uit de mouw. Lambik noemt zichzelf de straatridder. Hij kreeg het idee na het lezen van het boek Don Quichot. Zijn aandacht gaat vooral uit naar opgesloten dieren. Ondertussen is de politie al op zoek naar de straatridder. De volgende dag ligt er bij de bouw een deur, complimenten van de straatridder. Maar de deur is gestolen uit het huis van de advocaat Ach. Terpoort. Wanneer deze hoort wat de toedracht is, schenkt hij de deur voor het huis. Wat later lezen onze vrienden dat de boeren in de Peel bedreigd worden door de straatridder. En dus gaan ze er snel naartoe, maar ook de politie is ter plaatste en bijna hebben ze Lambik en Jerom te pakken. Wanneer een ontploffing die avond het in aanbouw zijnde huis verwoest vinden tante Sidonia, Suske en Wiske een briefje bij de ravage. Het zou de wraak zijn van de straatridder. Hebben Lambik en Jerom dit echt op hun geweten of spelen er andere zaken?

Suske en Wiske - De straatridder 1955 Het verhaal 'De straatridder' verscheen voor het eerst in albumvorm in 1955. In hetzelfde jaar werd het gepubliceerd in De Standaard en Het Nieuwsblad. Tante Sidonia hertekent uit de strip Suske en Wiske Dat een inspiratiebron voor een deel van het verhaal komt van de klassieke roman Don Quichot van Miguel de Cervantes is overduidelijk en wordt ook in het verhaal genoemd. Lambik heeft een figuurlijke tik van de molen gehad en trekt met een verward beeld ten strijde. Waren voor Don Quichot de molens de bekende tegenstanders, Lambik richt zich op vee dat door boeren wordt gehouden. Jerom speelt de rol van Sancho Panza. Maar natuurlijk liet Willy Vandersteen het hier niet bij. Anders zou het teveel een kopie zijn geweest. In plaats daarvan stopt hij er een mysterie in. Wie pleegt de aanslagen en wie is de geheimzinnige huisbaas van de straatmuzikant Barend? Daarnaast is er de uitbuiting van Barend door zijn huisbaas, die een overduidelijke huisjesmelker (malafide huiseigenaar die de huur int zonder dat het huis wordt onderhouden) is. Dit is het sociale element wat Willy Vandersteen in het verhaal heeft verwerkt. Nu is er met de herdruk nog wel iets gebeurd. Ditmaal is niet alleen de kaft van het album afwijkend, ook de inhoud is onderhanden genomen. Zoals te zien is aan tante Sidonia zoals zij op de openingsplaat van het verhaal verschijnt. De blauwgekleurde Sidonia is de 1955 versie, die ernaast is de meer moderne versie. Ook Jerom is onderhanden genomen. In de versie van 1955 draagt hij nog het dierenvel terwijl hij in de hertekende versie in gewone kleding loopt. Het karakter is nog wel die van 1955 zodat daar mogelijk enige verwarring zou kunnen ontstaan. Want de moderne Jerom heeft veel meer mogelijkheden en inzichten dan zijn oudere versie.

84 De stemmenrover

Suske en Wiske - De stemmenrover

Lambik en Jerom komen op visite bij tante Sidonia. Nu heeft zij niet alle benodigdheden in huis en dus stuurt ze Wiske er op uit om wat boodschappen te doen. Gelukkig kent tante Sidonia Wiske goed anders was ze nooit met de juiste zaken thuis gekomen. Een telefoontje naar de winkel doet wonderen. Wanneer Wiske weer thuis komt ziet ze Suske een dik boek lezen. Het gaat over Japan, machtig interessant maar zo ver weg dat ze er wel nooit zullen komen. En dat nu blijkt een misrekening. Want in de boodschappentas van Wiske zit een wel heel bijzonder pakje thee. Om er achter te komen waarom deze thee zo bijzonder is moeten we terug naar Japan. Ergens in dit verre land ligt het kasteel van prinses Sholo-Fly. Door woeste bergen van de beschaving gescheiden, leven de prinses en haar onderdanen nog naar middeleeuwse tradities. De ouders van de prinses zijn overleden en ze krijgt adviezen van de sterrenwichelaar Komikio. Prinses Sholo-Fly mag de troon pas bestijgen als het beeld van de goede geest Butagasaki gesproken heeft. Maar hoelang kan dit wel niet duren en het land verkeert in chaos. Nu wordt prinses Sholo-Fly in de gaten gehouden door een verdachte figuur in een zwarte kimono. Wanneer hij de prinses hoort zeggen dat zij de troon zal bestijgen ongeacht of het beeld gesproken heeft besluit de persoon in de kimono dat er iets moet gebeuren. Het beeld moet spreken! En dus heeft hij een stem nodig, een stem van een westerse persoon. Uit oude boeken haalt hij een toverformule. En hiermee maakt hij een toverdrankje om een stem te roven. Dit toverdrankje sprenkelt hij over thee, de thee die nu bij tante Sidonia terecht is gekomen. Prinses Sholo-Fly en Lambik uit de strip Suske en Wiske, tekening van Willy Vandersteen Lambik is de eerste die van de thee drinkt en direct beginnen er rare dingen te gebeuren. Zijn stem ontsnapt aan zijn lichaam en begint aan de verre reis naar Japan. Want de man in de zwarte kimono moet het beeld laten spreken. De stem van Lambik moet tegen prinses Sholo-Fly zeggen dat zij pas de troon mag bestijgen als zij het geheim van de "Talisman der Shings" verklaart. Dit geeft de man in de zwarte kimono nodig omdat hijzelf de macht wil grijpen in het land. Ondertussen is Lambik ontroostbaar over het verlies van zijn stem. Dankzij het onderzoek van een arts weten ze dat het antwoord op de vraag wat er met de stem van Lambik is gebeurd in Japan ligt. Het duurt dan ook niet lang voordat Lambik naar dit verre land vliegt. Door een toevalligheid verneemt hij van een oude man in Japan dat achter de woeste bergen een oud rijk ligt waar nog aan tovenarij wordt gedaan. Daar moet hij dus zijn! Omdat Lambik de prinses uit de handen redt van handlangers van de man in de zwarte kimono is hij welkom aan haar hof. Wanneer ze verneemt wat er met Lambik aan de hand is, zal hij haar gast zijn tot hij zijn stem heeft terug gevonden. Ondertussen is de man in de zwarte kimono er achter gekomen dat hij de stem van Lambik niet kan dwingen te zeggen wat hij wil tot hij ook de stem van het geweten van Lambik heeft. Maar deze moet hij wel vrijwillig afstaan. Ondertussen zijn ook tante Sidonia, Suske, Wiske en Jerom in Japan aangekomen en gaan zij op zoek naar hun vriend.

Het verhaal 'De stemmenrover' dateert uit 1957. Ditmaal krijgen onze vrienden te maken met tovenarij. Om een machtsgreep te kunnen plegen moet de man in de kimono beschikken over een stem die zijn wil uitspreekt. Maar een stem is niet te manipuleren wanneer je geen invloed hebt op het geweten van de stem. Dit is de basis van het verhaal. Gewetensvolle mensen gebruiken hun stem niet om anderen te manipuleren. Waarom voor dit thema is gekozen weet ik niet. Mogelijk dat er in 1957 iets heeft gespeeld in België wat Willy Vandersteen heeft geïnspireerd of speelde er iets in zijn meer directe omgeving. Hoe het ook zij, het heeft een leuk verhaal opgeleverd waarin onze helden en passant de identiteit van de intrigant moeten zien te achterhalen en de prinses moeten helpen haar troon te behouden.

85 De schone slaper

Suske en Wiske - De schone slaper

Lambik en Jerom zijn in de tuin, ieder op zijn eigen manier, bezig. Jerom houdt zich bezig met wat snoeiwerkzaamheden wanneer er plots een bloem zomaar uit de lucht lijkt te vallen. Terwijl het tweetal zich nog afvraagt waar de roos vandaan kwam, gaat de telefoon. Het is tante Sidonia die hen uitnodigt voor het eten. Ze kleden zich om en willen op weg gaan naar het huis van Sidonia wanneer er pardoes een bloempot (met bloem) op het hoofd van Jerom terecht komt. Weer kijken ze om zich heen. Maar er is niets te zien, alleen een klein wolkje. Omdat ze het raadsel toch niet kunnen oplossen gaan ze op weg. Onderweg wordt nog even gestopt voor een bosje bloemen maar ze hebben niet in de gaten dat het wolkje hen volgt. Maar het is iets wat de omstanders wel opvalt en dus worden de vrienden op dit raadselachtige wolkje geattendeerd. Wanneer het wolkje er vandoor gaat gaan ze in de achtervolging maar raken het spoor kwijt. Aangekomen bij hun vrienden vertellen ze hun verhaal wat ze op een schamper lachje komt te staan. Want een wolk die mensen volgt? Kom nu! Wanneer ze net uitgegeten zijn is er een collectant aan de deur maar tante Sidonia stuurt hem weer weg. Dit tot verbazing van Suske en Wiske. Maar Sidonia vindt dat ze al genoeg te betalen heeft. Door dit gesprek ziet alleen Jerom plots het wolkje voor het raam hangen. Natuurlijk wil hij er direct achteraan maar daar wil Sidonia niets van horen. Ze heeft zich niet voor niets in de keuken uitgesloofd. En dus schikt Jerom zich. Wanneer ze die avond weggaan besluit de sterke man te gaan wandelen en hij komt in het bos terecht. Lili de fee uit de strip Suske en Wiske, tekening van Willy Vandersteen En dan is daar plots weer het wolkje. Maar nu ziet Jerom wie er in het wolkje zit. Het is Lili de fee die hij al eens eerder ontmoet heeft (zie het avontuur 'De zingende zwammen'). Lili wil Jerom graag als drakendoder in actie zien. Ze besluit voor hem een sprookjesland te toveren waar gruwelijke draken en koene ridders wachten. Nadat ze haar toverstaf heeft neergegooid is het sprookjesland daar en Jerom, uitgedost als drakendoder, krijgt het al snel aan de stok met een draak. Doordat het begint te regenen moet Lili vertrekken maar de toverstaf ligt nog in het bos. Nu laat Jerom zich verrassen door de draak en eindigt een eind buiten het bos op de autoweg. Hier wordt hij pardoes omver gereden. De chauffeur blijkt Theofiel Boemerang te zijn (zie het avontuur 'De Texasrakkers'). Hij brengt Jerom naar Sidonia. Het lijkt allemaal wel een droom te zijn geweest. Die nacht wordt er in het huis ingebroken en wordt de kleding van Jerom gestolen. Toch gaan de vrienden de volgende dag in het bos op zoek. Jammer genoeg is de wegbewijzering niet helemaal in orde en zoeken ze in de verkeerde richting. Maar dit is het ergste niet. Wiske wordt door een bijensteek blind. Zou de toverstaf uitkomst kunnen bieden? Opnieuw gaan ze het bos in en komen terecht in de sprookjeswereld. Zij zijn echter niet de enige die achter de toverstaf aanzitten.

Het avontuur 'De schone slaper' dateert uit 1965. In dit verhaal komen Suske en Wiske terecht in de sprookjeswereld voor onder meer de gebroeders Grimm en Hans Christian Andersen. Deze klassieke vertellingen vormen het decor voor het verhaal. In het verhaal duiken twee personages op uit eerdere belevenissen van Suske en Wiske, namelijk Lili de fee en Theofiel Boemerang. Van deze laatste was dit het vierde optreden in de serie en hij zal vaker zijn opwachting maken. Willy Vandersteen gebruikt de blindheid van Wiske om een punt te maken. Tante Sidonia en Lambik weigeren geld te geven aan collectanten voor een goed doel. Pas wanneer Wiske door het ongeluk wordt getroffen beseffen zij dat het belangrijk is om bij te dragen zodat het lot van de zwakkeren in de samenleving verbeterd kan worden. Nu gebeurt er in dit verhaal nog iets. En wel dat de pop van Wiske haar definitieve naam krijgt. Ooit begonnen als Schalulleke werd dit al snel Schabolleke. Vanaf het verhaal 'De schone slaper' zal zij voor altijd Schanulleke heten.

86 Tedere Tronica

Suske en Wiske - Tedere Tronica

Professor Barabas is onderweg naar het huis van tante Sidonia als hij plots een auto ingetrokken wordt. Onbekenden willen de geleerde ontvoeren. Maar het voorval is gezien door Lambik. Samen met Jerom heeft hij een agentschap opgericht dat gespecialiseerd is in commerciële contraspionage. Via de walkietalkie waarschuwt hij Jerom die er in slaagt om de professor uit de auto te bevrijden. Na dit incident besluit de professor dat het beter is wanneer Lambik en Jerom hem gaan beschermen. Het is aan tante Sidonia te danken dat het tweetal zo alert was. Eerder werd ze opgebeld door een onbekende die Sidonia bedreigde en alles wilde weten over de laatste uitvinding van de professor. Eenmaal aangekomen bij het huis van Sidonia doet zij haar verhaal dan ook aan professor Barabas. Maar het gevaar is nog niet geweken want de mannen die achter de uitvinding aanzitten, gooien een bom naar het huis. Dit geeft Jerom wel de kans om achter de twee mannen uit de auto, Mussels en Nukkels, aan te zitten. Maar de twee boeven worden door een helikopter opgepikt en ontsnappen. Omdat ook tante Sidonia werd bedreigd, stelt professor Barabas voor dat zij allen bij hem komen logeren. Zo kunnen Lambik en Jerom hen beschermen. Zo gezegd, zo gedaan. Op weg naar het huis van de geleerde vertelt de professor iets over zijn uitvinding. Hij werkt er aan in een geheim laboratorium onder zijn huis. Een geheime deur, verborgen achter een boekenkast, verschaft de toegang. Maar waar hij aan werkt vertelt Barabas niet. Jammer genoeg hebben Mussels en Nukkels een microfoontje aan de auto bevestigd en zo horen zij ook waar het laboratorium zich bevindt. Tronica zorgt voor beroering uit de strip Suske en Wiske, tekening van Willy Vandersteen Wanneer Lambik die avond de wacht houdt wordt hij gebeld door de buurvrouw van de professor, mevrouw Bonidas. Zij en haar man gaan een avondje weg en of Lambik haar kan helpen aan een babysitter. Behulpzaam verwijst hij haar naar Internationale Wiegenwacht. En de twee babysitters die zich melden zijn niemand anders dan Mussels en Nukkels. Ondanks wat werkzaamheden met de twee kleine kinderen slaagt het tweetal er in om een kijkgat te maken naar het laboratorium van de professor. Door toeval zien zij niets van de uitvinding. Maar datzelfde toeval zorgt ervoor dat Wiske achterdocht krijgt en zo komen ze achter de activiteiten van Mussels en Nukkels. Omdat hij zich nu niet meer veilig voelt in zijn eigen huis besluit de professor dat zij ergens anders gaan onderduiken. Tante Sidonia zorgt ervoor dat de Internationale Wiegenwacht de handen vol heeft wanneer de professor vertrekt. Hij gaat met zijn uitvinding naar een verlaten lunapark. Uiteindelijk komen de vrienden naar het lunapark waar Barabas hard doorwerkt aan zijn uitvinding. En dan is de dag aangebroken. De professor is zo opgetogen dat hij gebruik maakt van de autoscooters. Maar dan komt hij tegen het elektriciteitsnet en raakt bewusteloos. En dan leren onze vrienden de uitvinding van de professor kennen. Het is Tronica, een computer met mechanisch geheugen, verpakt in het uiterlijk van een mooie vrouw. Nu is het aan hen om de uitvinding te beschermen maar Tronica geeft ook wat interne problemen.

Het verhaal 'Tedere Tronica' uit 1968 was de opvolger van 'De gramme huurling'. Ditmaal moeten Suske en Wiske, samen met tante Sidonia, Lambik en Jerom, de uitvinding van professor Barabas beschermen tegen een georganiseerde bende. De uitvinding is een lopende robot met een aantrekkelijk uiterlijk. En dit zorgt voor rivaliteit tussen Lambik en Jerom, maar ook voor jaloersheid bij Sidonia. Dat Tronica geen echte vrouw is maar een robot lijkt Lambik en Jerom niet te deren en Willy Vandersteen gebruikt dit om op een humoristische wijze te laten zien hoe mannen zich kunnen gaan gedragen wanneer er een mooie vrouw in het spel is. Zelfs vriendschap kan er onder leiden. De twee domme boeven, Mussels en Nukkels (leuke woordspeling), zijn ook bijzonder amusant. Sterk album dat niet snel verveeld.

87 De vliegende aap

Suske en Wiske - De vliegende aap

Het begon allemaal zo rustig. Lambik, die op bezoek is, leest rustig de krant. Tante Sidonia is met een werkje bezig en Suske en Wiske spelen wat. Maar plots reageert Lambik heel opgewonden. In de krant heeft hij een artikel gelezen waar een foto bij staat. Nadat Lambik enigszins tot bedaren is gebracht kijken ook de anderen naar de foto. En het gezicht op de foto is sprekend Lambik. Maar de kiek is geschoten in de kolonie Dongo. Dus hoe zit dat nu? Lambik legt uit dat de foto zijn broer Arthur moet zijn. Hij heeft al jaren niets meer van zijn broer gehoord die een geweldig geheim heeft. Door het sap van een bepaalde plant te drinken heeft Arthur leren vliegen, zonder de hulp van welke machine dan ook. In de laatste brief die Lambik van zijn broer ontving schrijft hij dat hij dat hij op zoek is naar het dochtertje van zijn gids. De man is tijdens de tocht bezweken en Arthur zou de zorg voor het meisje op zich gaan nemen. Natuurlijk valt direct het besluit om Arthur te gaan zoeken. Een expeditie wordt uitgerust waarbij Lambik de bijzondere ezel Putifar heeft aangekocht. Door een klein ongeval slikt Putifar per ongeluk een transistorradio in. Iedere keer wanneer hij nu zijn staart omhoog doet komen radiogeluiden uit de ezel. Tante Sidonia, die last heeft van haar rug, blijft thuis en dus vliegen Lambik, Suske en Wiske naar Afrika. Na een lange reis bereiken ze eindelijk de binnenlanden van Afrika. Eerst hebben zij nog de steun van de stam van Boumbala, die zij geholpen hebben van een tijger af te komen. Maar zodra het grondgebied van de stam der Jambaba's wordt bereikt staan onze vrienden er alleen voor. Lambik en Arthur uit de strip Suske en Wiske, tekening van Willy Vandersteen En dus brengen ze de eerste nacht in het geheimzinnige oerwoud door. En al direct gebeuren er allerlei zaken. Ze vangen de eerste glimp op van Arthur, die inderdaad kan vliegen, maar die zijn broer Lambik niet herkent. Alle pogingen om de vliegende aap te vangen mislukken. Maar er gebeurt nog iets. Ze ontvangen een dreigbrief van Serpentos, die hen waarschuwt dat ze direct moeten vertrekken. Anders wacht hen een vreselijke dood. Terwijl ze hierover beraadslagen, zet Serpentos zijn slang Kanga aan het werk. De slang hypnotiseert Lambik die hierdoor, in opdracht van Serpentos, kwaadaardig en gewelddadig wordt. Eenmaal terug bij zijn vrienden richt Lambik een geweer op Wiske en schiet op haar. Ogenschijnlijk getroffen stort ze ter aarde. Suske is ontroostbaar en daardoor krijgt Kanga de kans om hem aan te vallen. Maar gelukkig is het negermeisje Banana in de buurt. Zij verdrijft de slang. Nu blijkt Wiske gelukkig alleen maar te zijn flauw gevallen maar ze is direct jaloers op Banana die zich nadrukkelijk met Suske bemoeit. Banana vertelt dat zij vroeger koningin der Jambaba's was, haar troon was in een tempel bovenop een rots. Alleen zij kent de geheime toegang tot de rots. Omdat er zich in de tempel ook een grote schat bevindt, heeft Serpentos de Jambaba's tegen haar opgehitst en nu luistert de stam naar hem. De slang Kanga is ook weer terug en ziet kans om Suske en Wiske gevangen te nemen. Eenmaal in het dorp van de Jambaba's oordeelt Serpentos dat zij in een grote ketel moeten worden gekookt. Ook Lambik belandt in een ketel. Door de hitte wordt wel de hypnose doorbroken en hij is weer zichzelf. Gelukkig ziet Banana kans om het drietal te redden. Het viertal moet nu gaan proberen om Serpentos te slim af te zijn en te trachten om Lambik met zijn broer te herenigen.

Het album 'De vliegende aap' behoort tot de eerste verhalen uit de Suske en Wiske reeks. De publicatie in de krant De Nieuwe Standaard begon in september 1946 en liep tot februari 1947. De eerste albumversie dateert uit 1948 en is het vierde deel dat verscheen. Aangepaste tekeningen uit Suske en Wiske Zoals al eerder opgemerkt was de tekenstijl van Willy Vandersteen in het prille begin van Suske en Wiske totaal anders dan in latere jaren. De twee afbeeldingen die hier te zien zijn hebben betrekking op dezelfde handeling in het verhaal. Het linkerplaatje is de tekenstijl zoals deze er uit zag in de uitgave uit 1948. De roodbruine kleur van de afbeelding is kenmerkend voor de ongekleurde reeksen (zowel Vlaams als Nederlands) waarbij per twee bladzijden afwisselend een blauwe en roodbruine kleur werd gebruikt. De rechterafbeelding is de heruitgave uit 1966 in de gezamenlijke tweekleurenreeks. Het verschil tussen beide stijlen springt onmiddellijk in het oog. Lambik is, voor de latere lezers, in de uitgave van 1948 vrijwel onherkenbaar. Onder zijn neus zit zelfs een snor. Ook tante Sidonia en Suske hebben een behoorlijke metamorfose ondergaan. Voor de heruitgave uit 1966 is het volledige album opnieuw getekend. Pas bij de uitgave van de vierkleurenreeks verscheen de afbeelding zoals die ook nu nog in de albums te vinden is. Hertekent en volledig ingekleurd. Het verhaal 'De vliegende aap' betekende ook de introductie van Arthur als broer van Lambik in de serie. Later zou hij nog vaker zijn opwachting maken. De naam Dongo, een verwijzing naar Belgisch-Congo, is een erfenis uit het verleden evenals het taalgebruik in dit avontuur. Het verhaal verscheen in 1948 en de kolonie werd pas in 1960 onafhankelijk. Wat tot slot ook in het oog springt, is dat de opbouw van het verhaal nog niet helemaal lekker loopt. Willy Vandersteen heeft met enige regelmaat tekstkaders nodig gehad om de voortgang van het verhaal te verklaren, iets wat in latere jaren niet meer voorkomt. Juist om al deze redenen is het goed dat het verhaal nog steeds verkrijgbaar is omdat je hier de ontwikkeling ziet die Willy Vandersteen doormaakte als verhalenverteller. Een ontwikkeling die leidde tot een van de meest succesvolle stripreeksen.

88 De tamtamkloppers

Suske en Wiske - De tamtamkloppers

Hoog boven Rotswana neemt een piloot een vliegend voorwerp waar dat hij niet thuis kan brengen. Natuurlijk geeft hij dit door en binnen de kortste keren stegen er jachtvliegtuigen op. Omdat het vliegend iets niet reageert, openen de vliegtuigen het vuur en het voorwerp valt naar beneden. Dit nieuws bereikt ook Europa en onze vrienden vernemen ervan via de radio. Dan komt ook Jerom thuis. Hij heeft de krant meegenomen waar bijzonderheden over het voorval in te lezen is. Eerst lijkt er weinig aan de hand maar wanneer Wiske een foto van een bolhoed ziet valt het kwartje. Dit moet Arthur, de vliegende aap en broer van Lambik zijn geweest. Natuurlijk reageert Lambik ontroostbaar op het nieuws dat zijn broer is neergeschoten door de jachtvliegtuigen. Bijna op hetzelfde moment arriveert er een brief voor Lambik. Deze is afkomstig van zijn broer Arthur en uit de brief blijkt dat de vader van Artur en Lambik in de problemen zit. Maar Arthur heeft het ook over een geheim van hun vader. Natuurlijk is de rest geïntresseerd in dit geheim. Het blijkt dat hun vader een dichter was die door de mensen niet begrepen werd. Hij werd zelfs in een gesticht opgesloten maar daar hebben Arthur en Lambik hem uitgehaald. Pa Lambik en Artur vertrokken naar Rotswanan, Lambik bleef in Europa. Wanneer Wiske het voorstel doet om Pa Lambik op te gaan zoeken wordt dit snel aanvaard. Dan blijkt dat onze vrienden worden afgeluisterd. Lambik en Jerom volgen het spoor. De familie Lambik uit de strip Suske en Wiske, tekening van Willy Vandersteen Ze komen in een bouwvallige villa terecht. Hoewel het tweetal zijn best doet (Jerom zet zelfs nog even de achtervolging in) ontkomt de persoon die hen afluisterde. En zo wordt de gyronef klaar gemaakt voor de verre vlucht. Ook Vitamitje (een auto die rijdt op voedsel en een uitvinding van professor Barabas) gaat mee. Wat niemand echter in de gaten heeft is dat ze een verstekeling aan boord hebben. Tijdens de vlucht wordt deze persoon, die een stijve boord draagt, ontdekt. Maar de man heeft een wapen en dwingt Lambik om door te vliegen. Om te ontkomen aan de Stijve Boord springen onze vrienden uit het vliegtuig en landen in de jungle van Rotswana. Behalve Jerom vindt iedereen elkaar terug. Waar de krachtpatser gebleven is, is niet duidelijk. In het bos horen de vrienden tamtam-boodschappen over een vliegende aap bij het mangrovebos. De boodschappen zij afkomstig van de Ju-Jubekesstam. Maar dan ineens komt er een stoorzender doorheen. Nieuwsgierig gaan Lambik en Suske op onderzoek uit. Ze ontdekken dat het de sprekende apen van de Joerangetangs zijn die de tamtamklopper gevangen hebben genomen. Natuurlijk komen ze tussenbeide en redden de Ju-Jubeke. Om bij het mangrovebos te komen moeten ze door gevaarlijk terrein. En ze hebben Jerom ook nog niet terug gevonden. Er wacht de vrienden een grote uitdaging.

Het verhaal 'De tamtamkloppers' dateert uit 1953. In dat jaar werd het eerst in de krant gepubliceerd waarna de album uitgave volgde. Nu is dit het avontuur waarin de lezer kennismaakt met de vader van Lambik en Arthur. Hun moeder hebben ze nooit gekend. Naast dat de oorspronkelijke kaft hertekent is, heeft er nog een andere aanpassing plaatsgevonden. De aanpassingen aan Jerom uit de strip Suske en Wiske Van alle voorkomende personages is namelijk Jerom aangepast in de heruitgave. Op de afbeelding is goed te zien welke aanpassingen dit geweest zijn. De overige personages zijn overgenomen vanuit de oorspronkelijke tekeningen uit 1953. Wellicht vond men het verschil met de 'moderne' Jerom iets te groot. Het avontuur speelt zich af in het fictieve land Rotswana. Nu zijn er in het verleden ook uitgaven geweest waar dit land vervangen is door Suriname. Waarschijnlijk voor de Nederlandse markt. Op zich niet echt nodig want als lezer kan je prima overweg met een fictief land. Een ander punt wat vooral in dit avontuur voorkomt zijn de soort grappen. Er wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheden die een strip biedt om een grap te maken. Denk maar aan de tekstballon waarmee Jerom naar beneden zweeft, of de tekstballonnen die de vrienden aan de bomen vinden wanneer ze het spoor van Jerom willen volgen. Wanneer lambik met een harde klap Biebop (de leider van de Joerangetangs) achter het volgende plaatje slaat is hier ook een voorbeeld van. In de andere avonturen zijn dit soort grappen minder aanwezig.

89 De dolle musketiers

Suske en Wiske - De dolle musketiers

Nadat Lambik met enige moeite zijn auto heeft kunnen parkeren is hij dan toch aangeland bij het huis van tante Sidonia. Hier verbaasd hij zich over de service die de fabriek geeft die de afwasmachine heeft gemaakt die aan Sidonia is verkocht. Vervolgens beginnen ze te lezen in een spannend boek. Suske en Wiske, die niet thuis waren, zijn inmiddels op weg naar het huis van tante Sidonia. Onderweg zien ze tot hun verbazing een nieuwe waterloop die zich stort in een beek. Maar hun verbazing stijgt wanneer zij merken dat de nieuwe waterloop uit het huis van hun tante komt. Eenmaal binnen blijkt dat de waterkraan openstaat en dat Lambik en tante Sidonia helemaal opgaan in het boek dat zij aan het lezen zijn. Nadat de waterschade is weggewerkt blijkt dat het tweetal niets heeft gemerkt omdat ze helemaal opgingen in het boek 'De drie musketiers'. Nadat Lambik naar huis is en op zijn eigen manier iedereen er aan heeft herinnerd dat hij morgen jarig is, komt Wiske met het idee voor een cadeau voor hun vriend. Met professor Barabas regelen ze het dat het viertal met de teletijdmachine worden terug geflitst naar het tijdperk van de musketiers. En zo belanden ze in het Frankrijk van de zeventiende eeuw. Ze bevinden zich in de omgeving van Parijs en zien een musketier uit een herberg komen. De soldaat van de koningin is neergestoken door de mannen van de hertog die zich ook in de herberg bevinden. Sinds de dood van de koning probeert de hertog de koningin van de troon te stoten. De musketiers verdedigen de zaak van de koningin. Jerom voor de eerste keer in Suske en Wiske, tekening van Willy Vandersteen Lambik overweegt zich met de zaak te bemoeien maar komt daar toch maar van terug. Op dat ogenblik komt er over de weg van Parijs een vergulde koets aangereden. In de koets zit Marie-Angèle, de hofpage van de koningin. Onze vrienden gaan met haar mee in de koets en krijgen kleding. Dan hoort Lambik dat hij een bijzondere hoed heeft van een overleden musketier. Het is een toverhoed die de overleden musketier over van alles inlichtte. Er zit iets in de geheime voering. Onze vrienden gaan naar het paleis en Marie-Angèle stelt hen voor aan de koningin. Zij vertelt dat haar zoon, de dauphin, op zijn dertiende de troon zal bestijgen. De hertog wil de jongen daarom doden. Onze vrienden moeten haar zoon in het geheim naar het paleis brengen. Ze krijgen ook een brief mee die ze pas mogen openen als ze in de Toren van Nestelle de Jujuppe zijn. Maar de opdracht wordt moeilijker. Want in het geheim gaat Marie-Angèle naar de hertog en vertelt hem alles over de vrienden en hun opdracht. Natuurlijk treft de hertog direct zijn maatregelen. De gemaskerde brigade van de hertog gaat op pad om met de vrienden af te rekenen. Maar gelukkig ontkomen ze aan de val en bereiken ze Toren van Nestelle de Jujuppe. Nu heeft ook de hertog niet stil gezeten. Met zijn manschappen begint hij aan een beleg van de toren. Bovendien heeft hij in een afgesloten kist een geheim wapen meegebracht. Het blijkt een kleine krachtpatser te zijn die luistert naar de naam Jerom. Hoe gaan onze vrienden zich hieruit redden?

De jaren 1952/1953 betekende wel iets voor de Suske en Wiske strip. Van november 1952 tot april 1953 verscheen in de krant het verhaal 'De dolle musketiers'. Jerom en Wiske in 1953 tekening van Willy Vandersteen Dit avontuur betekende de introductie van een belangrijk personage in de reeks. De kleine krachtpatser Jerom maakt in dit verhaal voor het eerst zijn opwachting. Hij groeide al snel uit tot een van de populairste personages uit de reeks die later zelfs een eigen serie kreeg. Het toevoegen van Jerom bleek een gouden greep te zijn van Willy Vandersteen. De manier waarop Jerom werd uitgebeeld veranderde in de loop van de tijd. Bij zijn eerste verschijning loopt hij nog halfnaakt en slechts gehuld in een berenvel rond. Geleidelijk aan voorzag Willy Vandersteen hem van normale kleding. Bij het vorige deel (De tamtamkloppers) bleek al dat Jerom niet alleen in de loop van de jaren andere kleding ging dragen, ook zijn hele verschijning werd aangepast. En dit had effect op de latere herdrukken. De afbeelding in het blauw is zoals Jerom er uitzag in dezelfde scène met Wiske toen het verhaal voor het eerst werd uitgegeven. Dat 'De dolle musketiers' vooral de invloed van de romans van Alexandre Dumas heeft is duidelijk. Naast het, in het album zelf genoemde, verhaal 'De drie musketiers', zijn er ook elementen van 'De man met het ijzeren masker' terug te vinden in dit deel. Al met al is het verschijnen van 'De dolle musketiers' een belangrijk moment uit de Suske en Wiske geschiedenis.

90 Sjeik El Rojenbiet

Suske en Wiske - Sjeik El Rojenbiet

Op een dag maken tante Sidonia, Suske en Wiske een ritje met de auto. Hoewel tante Sidonia haar best doet om op te letten, geldt dit niet voor de voetgangers. Uit het niets steekt een man de straat over en wordt geraakt door de auto van tante Sidonia. De politie is al snel ter plaatse en laat het slachtoffer overbrengen naar een hospitaal. Wiske ziet dat de man een pakje heeft verloren en het drietal rijdt naar het hospitaal om het pakje aan de man te geven. Eenmaal in het ziekenhuis blijkt de Arabische man nog half bewusteloos maar het vraagt of ze het pakje naar de herberg "De Rode Maan" willen brengen en aan Ahmed willen geven. De herberg is al snel gevonden en tante Sidonia gaat naar binnen. Maar wanneer ze het pakje af wil geven vlucht Ahmed. Blijkbaar zit de politie achter hem aan. Eenmaal terug in het ziekenhuis blijkt de andere Arabier vertrokken te zijn. Omdat het drietal toch wel nieuwsgierig is wat er in het pakje zit maken ze het open. Er blijkt een gouden dolk in te zitten en op het pakpapier staat een adres, Blokzeilstraat Nr. 7 met de naam Oriëntal Arts. Het blijkt de winkel te zijn van de Griek Vassitrios. Wanneer Sidonia in de winkel is zegt de man dat de dolk die ochtend gestolen is. Nu wil Sidonia de dolk kopen als cadeau voor Lambik maar eerst is de prijs veel te hoog. Dan krijgt Vassitrios een dreigtelefoontje en voor een veel lager bedrag is de dolk van Sidonia. Wanneer Lambik bij het huis van Sidonia komt worden ze overvallen en wordt de dolk gestolen door Abdoel en Ahmed. Jerom helpt een handje uit de strip Suske en Wiske, tekening van Willy Vandersteen Dit laten de vrienden natuurlijk niet op zich zitten en na een korte achtervolging heroveren ze de gouden dolk. Ook dankzij Jerom die op tijd langs kwam om een handje te helpen. Nu krijgt Lambik toch zijn presentje en hij is er verguld mee. In de schede van de dolk vinden ze echter een briefje. De dolk blijkt toe te behoren aan Sjeik El Ro-Jenbiet, zonder de dolk komt er onheil over zijn nomadenvolk die in Jordanië leven. Lambik besluit dat ze de dolk zelf terug gaan brengen. En zo zitten de vrienden op de pakketboot "Esperia" onderweg naar het Midden-Oosten. Echter, Abdoel en Ahmed zijn ook aan boord. Ze kapen en het schip, stelen de dolk en nemen Suske en Wiske als gijzelaars mee wanneer ze van boord gaan. Eenmaal aan land weet Wiske te ontsnappen aan de mannen en verstopt zich in de kofferbak van de auto waarmee Abdoel en Ahmed en hun mannen de weg vervolgen. Nu wordt dit alles wel gadegeslagen door een mysterieuze figuur. Met de hulp van deze figuur ontsnappen Suske en Wiske aan de gijzelnemers. De man laat hen echter wel alleen achter. Gelukkig worden ze teruggevonden door tante Sidonia, Lambik en Jerom die ook aan land waren gegaan. De vrienden besluiten door te reizen naar Damascus want dit was de bestemming van Abdoel en Ahmed. Een onrustig avontuur in het oude Midden-Oosten neemt een aanvang.

Het avontuur 'Sjeik El Rojenbiet' dateert uit 1963, waarbij de eerste albumuitgave in 1964 plaatsvond. Onze vrienden beleven een groot avontuur in het Midden-Oosten en komen terecht op vele historische plekken zoals Baalbek, Damaskus, Petra en zelfs Jeruzalem waar zij de Damascuspoort en de kerk van het Heilig Graf tegenkomen. Maar ook de Dode Zee wordt niet overgeslagen. Er is zelfs een verwijzing naar de Dode Zee rollen die tussen 1947 en 1956 werden ontdekt in grotten in de buurt van de nederzetting van Qumran. Onbaatzuchtigheid en eigenbelang lijken de grondslagen voor het verhaal te vormen. Lambik die onbaatzuchtig de dolk terug wil brengen, Sjeik El-Rojenbiet die zijn zoon belangrijker vindt dan de dolk of de troon. Het eigenbelang van sjeik Bub-El-Ghum en Ben Kara-Khol, de zoon van Sjeik El-Rojenbiet (hoewel deze laatste tot inkeer komt). Maar het is natuurlijk ook gewoon leuk om Suske en Wiske terug te vinden op deze historische plekken in het Midden-Oosten. Een verhaal dat niet verveeld.