|
|


In 1952 verscheen een nieuwe serie van de hand van Jacques Martin. Deze geestelijk vader van de strip Alex
creëerde met de reporter Guy Lefranc een eigentijdse setting voor spannende verhalen.
Jacques Martin werd geboren op 01 september 1922 in Straatsburg. Hij is het meest bekend door zijn strip Alex, die
zich afspeelt in de Romeinse tijd. Maar Martin bedacht meer strips. Een van deze andere strips is Lefranc. De avonturen
van deze verslaggever verschenen voor het eerst in het blad Kuifje (Tintin) op 21 mei 1952 in de Belgische editie van dit
blad. Op 03 juli 1952 verscheen het ook in de Franse editie. Net als in de historische strip Alex worden vanaf het
begin twee personages bij elkaar gebracht. In de Romeinse tijd zijn dit Alex Graccus en Enak. In de andere strip zijn
dit Guy Lefranc en de jonge Jean-Jean. Hoewel de geboorte van Lefranc vier na het eerste verschijnen van Alex ligt, is
in de tekenstijl de invloed van Hergé nog duidelijk zichtbaar. Dit is niet verwonderlijk wanneer bedacht wordt dat
Jacques Martin al op jonge leeftijd een grote fan was van de Kuifje strip en dat hij na het afronden van een opleiding
aan het École Catholique d'Arts et Métiers in 1948 begint te werken voor het tijdschrift Kuifje. En dus ook
voor Hergé. Meer informatie over Jacques Martin is te vinden op de pagina over de strip Alex.
De oorsprong van de strip Lefranc ligt eigenlijk in 1951. Jacques Martin bracht in dat jaar een bezoek aan een vriend in
de Vogezen. Deze nam hem mee naar een tunnel bij Bussang, gelegen ten zuidoosten van het departement Vogezen, een paar mijl
ten noorden van de Ballon d'Alsace. Tijdens de tweede wereldoorlog werd deze locatie in gereedheid gebracht om V-1 raketten
te lanceren. De sporen daarvan waren zes jaar na het beëindigen van de gevechten nog duidelijk aanwezig. Deze omgeving
inspireerde tot de eerste lijnen van het verhaal 'Het sein staat op rood'. Maar nu moest de redactie van het blad Kuifje
nog overtuigd worden. Het verhaal dat Martin wilde maken leek namelijk niet op zijn eerdere werk met de reeks Alex. In
een interview met Brieg F. Haslé in december 2002 vertelde Martin hoe hij er in slaagde om de redacteur toch te
overtuigen. Een voorwaarde was dat de karakters van Alex en Enak naar de huidige tijd werden overgezet. Jacques Martin
ging hiermee akkoord en dit betekende het begin van Jean-Jean in het verhaal. Het is ook om deze reden dat Lefranc blond
is en Jean-Jean donker haar heeft. Zij zijn dus inderdaad een afspiegeling van zijn eerdere creatie. Gelukkig wist Martin
zijn redacteur te overtuigen, want het avontuur van Lefranc was een groot succes.
De hoofdpersoon van de reeks is de verslaggver Guy Lefranc. Onverschroken en met een groot rechtvaardigheidsgevoel onderneemt
Lefranc vele reizen. Op zijn tochten rond de wereld, waarbij hij de criminaliteit bestrijdt, wordt de reporter vaak ter
zijde gestaan door de jonge Jean-Jean. Maar er zijn meer personages die terugkeren. In de eerste plaats is dit de aartsvijand
van Lefranc, Axel Borg. Een ander personage is die van inspecteur Renard die regelmatig met de journalist samenwerkt. Vanaf
1954 zijn de albums van Lefranc verschenen, maar de verschijningsvolgorde is niet chronologisch. Zo zitten er tussen het eerste
album en het tweede album (De vlammenzee) uit 1961 chronolisch gezien meerdere verhalen. Deze zijn pas later verschenen in de
albumvolgorde. De scenario's waren al wel door Jacques Martin bedacht, maar deze bleven in een ontwerpfase. Pas een klink aantal
jaren later werden de scripts door anderen voltooid. De verhalen die tussen deze twee albums horen te vallen zijn:
Zwarte Kerst, De kinderen van de bunker, De meester van het atoom, Londen in gevaar en De vervloeking. Van de verschenen
albums zijn alleen de eerste drie volledig het werk van Jacques Martin. Vanaf het verhaal 'Het hol van de wolf' uit 1974
werd het tekenwerk eerst gedaan door Bob de Moor, waarna Gilles Chaillet een album later het penseel overnam. Later
volgde nog andere tekenaars.

|

Het is een drukte die avond in Bazel. Een van de auto's rijdt de stad uit en nadert de grens met Frankrijk. De
onvermijdelijke douanecontrole is er natuurlijk ook. Alles lijkt op een gewone avond, maar bij toeval zien de douaniers
dat er met deze auto iets bijzonders is. De bumper van de Bentley is niet van chroom, maar van goud. Ondertussen is er
vanuit Frankrijk ook een auto gestopt waarvan de bestuurder is uitgestapt. Dan vat de auto aan de Franse kant vlam en
in de verwarring die dan ontstaat, stapt de man in de Bentley en rijdt de wagen Frankrijk in. Maar de Bentley is nog maar
nauwelijks weg of er komt een tegenligger. Beide wagens staan even in elkaars koplampen en de bestuurder van de Simca
ziet een Belgisch kenteken. Wanneer de Simca bij de grens komt wordt deze onmidelijk gevorderd door een van de Franse
douaniers. De chauffeur van de Simca, de journalist Lefranc, is maar al te bereidt om te helpen. Ze zetten de achtervolging
in maar raken het spoor kwijt. Wanneer Lefranc die ochtend samen met de douanier op het bureau is van politie-inspecteur
Renard wordt er gebeld. De Bentley is door een houthakker gevonden. De wagen ligt in een ravijn in de Vogezen. Samen met
de politie gaat Lefranc polshoogte nemen. Onderzoek ter plaatse wijst uit dat de wagen leeg is. De politie kan niet veel
meer doen, maar Lefranc blijft toch in de buurt. Dan ziet hij na een tijdje een rode helikopter verschijnen. Er volgt een
grote ontploffing nadat het toestel bij het wrak van de Bentley is geweest. De journalist beseft dat hij op het goede
spoor zit en probeert de helikopter te volgen.

Zijn onderzoek voert Lefranc naar het kasteel Koenigsbourg. Hier maakt hij kennis met de jonge padvinder Jean-Jean.
In het kasteel zou de verslaggever iemand ontmoeten die hem meer kon vertellen over de inzittenden van de Bentley. Maar
de man blijkt vermoord. Dan probeert een schutter ook Lefranc te doden. Maar gelukkig slaagt de misdadiger niet in deze
opzet. Opnieuw kruist het pad van inspecteur Renard dat van Lefranc. En de politieman heeft een theorie. De Franse regering
heeft een ultimatum ontvangen. Wanneer niet aan de eisen wordt voldaan zullen de gevolgen voor een stad erg zijn. Nu had
de dode man in kasteel een stukje papier in zijn handen. Hierop staat een verwijzing naar Parijs, maar ook naar een
zwarte toren. Ook de jonge Jean-Jean blijft bij de zaak betrokken. De misdadigers hebben getracht hem te ontvoeren.
Wanneer het gezelschap onderzoek doet bij een ruïne die ook bekend staat als de zwarte toren komen ze een man tegen.
Het is de eigenaar van de grond waar de zwarte toren staat. Zijn naam is Axel Borg, een rijke industrieel. Maar Lefranc
heeft al snel het gevoel dat deze Borg alles te maken heeft met de Bentley, de helikopter, de moorden en het ultimatum.
Een gevaarlijk kat en muis spel staat op het punt te beginnen.
Het avontuur 'Het sein staat op rood' (Le grande menace) dat in 1954 werd uitgegeven is het eerste Lefranc verhaal.
Het verhaal ademt in alles de sfeer van de jaren 50. Hoewel dit voor sommigen wat gedateerd over kan komen, vind ik het
juist een prettig gegeven. Even terug naar de tijd waarin je als lezer bent opgegroeid. In dit eerste album introduceert
Jacques Martin al direct de belangrijkste personages die in de reeks voorkomen. Daarnaast heeft dit avontuur al direct
een ander kenmerk wat in de Lefranc reeks naar voren zal komen. Er is bijna altijd sprake van een groot gevaar voor de
mensheid. In dit album gaat het om een atoomwapen maar er zullen nog vele grote dreigingen volgen. De serie Lefranc is
minder bekend dan Alex. Maar het is een zeer leuke reeks om te lezen, met goede verhalen van een meesterverteller.
|

Lefranc en Jean-Jean haasten zich door de hal van het treinstation Gare Montparnasse. Ze bereiken de trein waar Jean-Jean
afscheid neemt van Lefranc. De jongen is twee weken in Parijs op vakantie geweest en keert nu per trein terug naar zijn
oom Pierre. De trein heeft nog maar net het perron verlaten wanneer de bediende van Lefranc, Karel, hem bereikt. Nadat
Lefranc en Jean-Jean naar het treinstation vertrokken waren belde er iemand uit Bretagne. Volgens de man was Jean-Jean
in gevaar en of de jongen nog een paar dagen in Parijs kon blijven. Ook was er een brief gekomen van de oom van Jean-Jean.
In deze brief is eveneens te lezen dat er gevaar dreigt voor de jongen en zijn oom. Deze laatste zal zich een tijdje moeten
verbergen. Maar de trein is net vertrokken dus gaat Lefranc deze achterna in zijn auto. Hij moet Jean-Jean bij het volgende
station in St.Malo proberen op te vangen. Wat de journalist niet door heeft is dat hij gevolgd wordt. Een man met de naam
Fiuselli zit achter het stuur van de auto die Lefranc van de weg af rijdt. Want het gevaar heeft Jean-Jean al bereikt.
Hij is in zijn treincoupe bedwelmd door twee mannen die hem bij de volgende halte ontvoeren. Fiusselli komt de ontvoerders
met zijn wagen ophalen in Argentan. Ook Lefranc bereikt de stad en ziet de auto die hem van de weg heeft afgedrukt en zet
de achtervolging in. Maar de auto van Fiusselli is veel sneller en Lefranc raakt de wagen dan ook kwijt.

Maar hij is er wel van overtuigd dat Jean-Jean ook in de auto zat. Omdat hij moet tanken rijdt Lefranc op goed geluk het
plaatsje Le Gall binnen en vindt daar het spoor van de auto per toeval weer terug. Van de pompbediende leert hij de naam
van Fiuslli en ook dat hij waarschijnlijk woont in Mont-Saint-Michel. Verder vertelt de man dat Fiuselli werkt bij de
oliemaatschappij Soil. En dus gaat Lefranc naar het unieke stadje aan de kust van Bretagne. Hier wordt hij aangesproken
door een man die hem heel opdringerig een kaart verkoopt. De reporter vindt het echter belangrijker dat hij leert dat de
auto die hij gevolgd heeft niet van Fiuselli is, maar van diens baas Arnold Fischer. Deze petroleummagnaat heeft ook een
huis in Mont-Saint-Michel. Omdat Lefranc denkt dat Jean-Jean daar wordt vastgehouden onderneemt hij een reddingspoging.
En hierbij krijgt hij onverwacht hulp waardoor het hem lukt de jongen te bevrijden. Maar het gevaar is nog lang niet
geweken. De mannen van Fischer zullen een nieuwe poging wagen en krijgen hierbij hulp van een oude vijand van de
journalist. Waarom zijn Jean-Jean en zijn oom toch in gevaar? En wie zijn de mannen die Lefranc blijkbaar willen helpen?
De journalist en zijn jonge vriend zijn eensklaps spelers geworden in een gevaarlijk spel.
Het verhaal 'De vlammenzee' (L'ouragan de feu) is het tweede deel in de serie Lefranc. En net als in het eerste deel het geval
was, is er ook nu een bedreiging die de hele wereld aangaat. Zonder dat Lefranc het beseft komt hij terecht in een internationaal
wespennest. Jacques Martin neemt de tijd om het verhaal op te bouwen. En dat gebeurt op een bijzonder goede manier. Al lezend
heb je in het begin echt geen idee in welke problemen de verslaggever terecht gaat komen en met wie hij nu precies van doen heeft.
Ook het einde is niet direct voorspelbaar, hoewel grootst van opzet. Leuk vond ik ook dat Mont-Saint-Michel een dergelijk prominente rol
heeft in het verhaal. Dit overbekende plekje in Frankrijk is voor veel lezers een zeer herkenbaar punt. Het centrale probleem,
de vervanging van olie door een andere brandstof, is na al die jaren nog steeds actueel. Een Lefranc verhaal waar het
verstrijken van de jaren geen grip op heeft gehad en waarvan de kwaliteit nog steeds overeind staat.
|

Een auto rijdt door het besneeuwde landschap van Zwitserland. Lefranc en Jeanjean zijn op weg naar de wintersportplaats
Gardsten. De grijze lucht belooft nog veel meer sneeuw. In de auto doet Jeanjean zijn best om de kaart te lezen, want
eigenlijk willen ze hun doel bereiken voordat er meer sneeuw zal gaan vallen. Na de vlakte volgt de rit over de glibberige
wegen bergopwaarts. Lefranc neemt snelheid terug om geen ongeluk te krijgen. Maar plotseling is er een hevig getoeter.
Een wagen passeert hen op grote snelheid. Verzuchtend dat de bestuurder gek is vervolgt Lefranc de weg. Maar het duurt
niet lang of er komt weer een auto aangereden. En weer volgt hetzelfde. Met een hoop getoeter passeert ook deze auto
beide vrienden. De sneeuw is begonnen te vallen en het wordt langzaam donker. Lefranc denkt dat het toch wel raadzaam
is om sneeuwkettingen om de banden te doen. Terwijl zij hiermee bezig zijn horen ze een hoop lawaai. En klonk er niet
een kreet? Gespannen vervolgen ze hun weg en treffen een auto aan die langs de kant van de weg ligt. Het is de eerste
auto waardoor ze werden ingehaald, maar van de bestuurder geen spoor. Terwijl Lefranc de auto doorzoekt is er plotseling
een steekvlam en de wagen gaat in vlammen op. De journalist kan maar net ontsnappen aan de vlammen. Omdat er toch niets
meer aan te doen valt, vervolgen zij geschrokken hun weg naar Gardsten.

Bij aankomst zien zij een politiewagen. Maar vreemd genoeg zijn de mannen al op de hoogte van de auto in de bergen. Wie
kan de politie nu gebeld hebben? Snel zoeken zij hun hotel op en Lefranc komt direct andere journalisten tegen. Want de
reden dat ze in Gardsten zijn is een skiwedstrijd waar de reporter aan deelneemt. Tot hun verbazing zien ze in de stad de
tweede wagen die hen op de berg gepasseerd is. En hoewel het voertuig wegrijdt ziet Lefranc kans het kenteken te noteren.
Terwijl Lefranc naar de politie toegaat om te vertellen wat er allemaal gebeurt is, sluit Jeanjean op de skipiste
vriendschap met de jonge Hans Stürli. Zodra het kan zoekt Lefranc hen op. Maar het drietal wordt in de gaten gehouden.
En het is niet de politie. Sterker nog, de politie denkt dat Lefranc er wel eens iets mee te maken kan hebben. Maar het
verschijnen van inspecteur Renard neemt die twijfel weg. De agent vertelt dat hij bezig is aan een belangrijk onderzoek.
Er is een gevaarlijk virus in omloop en er is iemand die dit dodelijke virus wil verkopen aan een dictator. Wanneer
Jeanjean dan ook nog komt vertellen dat hij Alex Borg gezien heeft, is het plaatje compleet. Een nieuwe krachtmeting
tussen de twee mannen is onvermijdelijk. En het lot van velen ligt in de handen van Lefranc. Want als hij faalt heeft
Borg vrij spel.
Ook het verhaal 'De giftige sneeuw' (Le mystère Borg) uit 1965 is weer een voltreffer. Een geweldig spannend verhaal
met een innemende sfeerzetting. Het begint eigenlijk al met de rit aan het begin van het verhaal. Je hebt het gevoel
zelf in de auto te zitten met Lefranc en Jeanjean wanneer deze zich, in het donker, een weg baant over de besneeuwde en
gladde wegen. Je ziet echt de neerslag op de voorruit vallen die iedere keer wordt schoongeveegd door de ruitenwissers.
De weergave van het interieur van de auto, de sfeervolle manier van tekenen. Helemaal goed. Ook ditmaal moet de journalist
de strijd aanbinden met Borg. En wederom zijn de belangen niet gering. Met de reeks Lefranc heeft Jacques Martin een
uitstekende reeks doen ontstaan waarvan de verhalen tijdloos spannend zijn. Wat een meesterverteller!
|

Het is een drukte van jewelste in de Annifer-vallei. De reden is duidelijk. Er verrijst één van de grootste
stuwdammen in deze vallei. Het duurt niet lang meer voordat de elektriciteitscentrale in werking zal worden gesteld
want het werk nadert zijn einde. Nu kijken de meeste mensen die er werken uit naar het einde van de opdracht. Maar een
man uit het lokale dorp denkt daar eigenlijk anders over. Ferrioz, de kruidenier die etenswaren levert aan de kantine,
is niet blij wanneer de arbeiders vertrekken. Hij heeft immers een prima handeltje zo. Terwijl hij zijn spullen inpakt
valt het Ferrioz op dat een van de arbeiders naar hem staat te staren vanaf een afstand. Geërgerd vraagt Ferrioz zich af
wat de man van hem wil. Hij slaat de achterdeur van zijn bestelauto dicht en krijgt gelijk de schrik van zijn leven. Want
op de deur van auto is een wolvenkop getekend. En Ferrioz weet dat dit niet veel goeds zal gaan betekenen voor hem.
En de man die hem aanstaarde is ook opeens verdwenen. Ferrioz veegt de tekening van zijn bestelbus af en rijdt zo snel mogelijk
terug naar het dorp, Saint-Loup. Hij is nog maar een paar kilometer gevorderd wanneer hij een grote boogbrug oversteekt.
Nadat hij nog maar net de overkant heeft bereikt vindt er achter hem een grote explosie plaats. Geschrokken stopt hij zijn
auto en gaat snel terug om te zien wat er aan de hand is. En tot zijn grote schrik blijkt de brug opgeblazen te zijn. Het
dorp Saint-Loup is van de buitenwereld afgesneden.

Onmiddellijk keert hij terug naar zijn bestelbus en rijdt zo snel mogelijk naar het dorp. Hier wordt hij al opgewacht door
ongeruste dorpelingen. Zodra hij uit zijn auto is gaat Ferrioz naar het gemeentehuis. Hij moet de burgermeester Valadin
spreken. De burgermeester is zojuist in gesprek met de andere raadsleden wanneer de kruidenier binnenstormt.
Maar de burgermeester maant de kruidenier tot kalmte. Hij heeft de hulp ingeroepen van een man die zich in Gardsten al
heeft bewezen, ene Guy Lefranc. En hulp is zeker gewenst want het opblazen van de brug is er één in een reeks van
vele voorvallen. Gelukkig is Lefranc al in het dorp aanwezig en betreedt juist op dat moment de vergaderruimte. Valadin
legt aan Lefranc uit wat er aan de hand is. Er gebeuren vreemde dingen. Overvallen, aanslagen en nu weer de brug. Na
iedere aanslag is er een afschuwelijk gelach te horen wat door de bergen nog afschuwelijker klinkt. Ook wordt op de plaats
van de misdaad steeds een getekende wolfskop aangetroffen. Het opblazen van de brug is al de vijfde misdaad in twee weken
tijd. Nadat de journalist de burgermeester heeft aangehoord laat hij de informatie op zich inwerken. Lefranc zegt toe dat
hij de volgende ochtend zal beginnen een onderzoek in te stellen. Het is het begin van een opmerkelijk avontuur.
Het avontuur 'Het hol van de wolf' (Le repaire du loup) dateert uit 1974. Er zat maar liefst elf jaar tussen dit album en
het vorige avontuur. In de tussenliggende jaren had Jacques Martin zijn aandacht aan andere activiteiten gewijdt, hoewel er
onafgeschreven scenario's voor Lefranc klaar lagen. Natuurlijk valt er nog meer op aan het verhaal. Vanuit het oogpunt van
het verhaal zelf is op te merken dat in dit avontuur alleen Guy Lefranc voorkomt. Daar waar in de vorige albums ook Jeanjean en
inspecteur Renard een behoorlijke rol vervulden. Beide personages komen alleen op de laatste bladzijde even in beeld.
Een tweede punt is dat hoewel er veel schade wordt aangericht, er ditmaal geen sprake is van een mondiale dreiging. Deze blijft
goeddeels beperkt tot het dorpje Saint-Loup en haar inwoners. Maar de meest in het oog springende wijziging betreft natuurlijk
het tekenwerk. Dat is ditmaal verzorgt door Bob de Moor.
Deze Belgische striptekenaar werd op 20 december 1925 in
Antwerpen geboren. Hij studeerde aldaar aan de Academie voor Schone Kunsten en na het afronden van zijn opleiding begon
hij te werken als tekenaar in in studio Afim. In 1949 trad Bob de Moor in dienst bij het stripblad Kuifje en verzorgde hij
onder meer de strips De Leeuw van Vlaanderen en De Kerels van Vlaanderen. Ook begon hij met gagstrips. Vanaf 1950 werkte
hij voor Studio Hergé en werd hij eerste assistent van de naamgever van de studio. In 1989 werd hij artistiek
directeur van uitgeverij Le Lombard en mededirecteur van het Belgisch Stripmuseum. Bob de Moor overleed op 26 augustus 1992.
Zijn werk aan dit Lefranc avontuur is zonder meer uitstekend te noemen. Je ziet wel dat hij met meer detail zijn tekeningen wegzet
dan dat Jacques Martin dit deed. En toch slaagde hij er in om de sfeer die de eerdere albums hadden gekenmerkt in tact te houden.
Geen geringe prestatie. De lezers moesten er elf jaar op wachten maar gelukkig maakten de belevenissen van Lefranc een
zeer goede doorstart.
|

Op een mooie ochtend rijdt een auto een vliegveld op. Het is nog vroeg, de zon moet nog opkomen. Boven de bergen is nog
maar net de ochtendgloed waar te nemen. In de auto zitten twee bekenden. Het zijn Guy Lefranc en zijn jonge vriend Jeanjan.
Lefranc is een uitstekende piloot en hij wil Jeanjean de zonsopgang in het gebergte laten zien. De monteur heeft het
vliegtuigje in orde gemaakt en beide vrienden gaan goed gehumeurd aan boord. Na de laatste controles start Lefranc het
toestel en taxiet naar de startbaan. In het halfdonker stijgt het toestel op en verheft zich boven de bomen. Als snel
vliegen ze over de brede dalen en genieten van het prachtige uitzicht dat zij vanuit het vliegtuig hebben.
Wat zij niet weten is dat er naar het vliegveld is gebeld op het moment dat zij opstegen. En Lefranc heeft zijn radio ook
niet aan staan. In het ochtendlicht vliegen zij over een klein dorpje waar alleen een paar lichtjes branden. Van pure
vreugde maakt Lefranc een looping met het toestel. Maar wanneer hij halverwege is begint de motor te sputteren en valt uit.
Door snel te handelen krijgt de reporter de motor weer aan de praat. Maar dan begint het toestel te slingeren en beweegt
vervaarlijk naar de rotswand. Het is duidelijk dat de twee vrienden in de problemen zitten! Tot overmaat van ramp begint
de motor weer te sputteren en Lefranc beseft dat hij het toestel snel aan de grond moet zetten. Maar waar?

Dan valt zijn oog op een plateau waar hij zal proberen een noodlanding te maken. Maar eerst moet er zoveel mogelijk benzine
uit het toestel. Met een vreselijk geraas komt het toestel neer op de rotsbodem en komt net voor de rand tot stilstand.
Jeanjean is bewusteloos maar Lefranc is gelukkig wel bij zijn positieven. Snel maakt hij zich met zijn vriend uit de
voeten. Wanneer ze op veilige afstand zijn kijkt Lefranc om zich heen. Het dorp in het dal is veel te ver, maar bijna uit
het niets duikt een jong meisje op. Zij heet Lisa en in de zomer woont zij met haar grootmoeder op de bergrug. Zij hoeden
de schapen met de hulp van hun hond. Lisa voert hen mee naar haar grootmoeder die Laura Lane heet. En zij doet uitspraken
alsof zij Lefranc en Jeanjean verwachtte. Wanneer Lefranc terug wil lopen naar het vliegtuig voor een verbandtrommel
waarschuwt Laura Lane hem. Hij moet niet gaan, het is gevaarlijk. Eerst trekt de journalist zich er niets van aan maar
dan uit het niets vullen explosies de hemel. Na een tijdje gescholen te hebben gaat Lefranc er opnieuw op uit. En tot
zijn verbijstering bestaat het dal nu uit een zee van rook. Al het leven lijkt weggevaagd. En zo begint een merkwaardig
avontuur, waarbij antwoorden in het verleden liggen en de belevenissen Lefranc en Jeanjean tot de poorten van de hel
zullen voeren.
Het in 1978 verschenen verhaal 'De poorten van de hel' (Les portes de l'Enfer) kent een nieuwe tekenaar van de Lefranc avonturen.
Gilles Chaillet vertrouwd voor de eerste maal de avonturen van de reporter aan het papier toe. Hij werd op 03 juni 1946
geboren in Parijs. Als jongen verslond hij de avonturen in het blad Kuifje. Naast strips was Gilles Chaillet ook zeer
geïntresseerd in geschiedenis. Het was dan ook niet verwonderlijk dat hij beide liefhebberijen met elkaar verbond.
In 1965 trad hij in dienst van de studio Dargaud. Het was aanvankelijk de bedoeling dat hij voor een van een maand daar
zou werken. Hij verzorgde de inkleuring van series zoals Tangy en Laverdure, Blueberry en Roodbaard. Vanaf 1976 werkte
hij mee aan de series Alex en Lefranc, met scenario's van de hand van Jacques Martin. In totaal zou hij aan negen Lefranc
avonturen werken. In 1979 begon een reeks die volledig van zijn hand was. De serie Vasco, over de gelijknamige jonge
bankbediende in 14e eeuws Italië. In de jaren die kwamen was Gilles Chaillet altijd actief op het stripfront. Hij
overleed op 14 september 2011.
Dit avontuur van Lefranc kent wederom een grootschalige dreiging. Maar het is voor het eerst dat er mystieke elementen in
het verhaal zitten verweven. De verwijzing naar de eeuwenoude wraak, de inzichten van de oude grootmoeder, de verwijzing
naar het satanisme en de vlammen op het einde van het verhaal zorgen ervoor dat deze sfeer ook het hele verhaal in tact
blijft. Lefranc tracht alles nuchter te beschouwen maar ontkomt uiteindelijk toch ook niet aan de twijfel. Door de
raadselachtige explosies en de alles verzengende mist die in het dal ligt vraag je jezelf echt af wat er is gebeurt
en hoe de hoofdpersonen weer terug kunnen keren naar de dagelijkse wereld. Het tekenwerk van Chaillet is prima en brengt
het verhaal mooi tot leven. Goed en mysterieus vervolg in deze serie.
|

De zon daalt langzaam en laat een gouden goed los over het landschap van Noorwegen. Over een weg nabij de Sorgneland fjord
probeert een auto zo snel mogelijk vooruit te komen. Lefranc en Jeanjean weten dat zij de tijd tegen hebben. Ze hadden
gedacht sneller te kunnen reizen maar het heeft tegen gezeten. En dat is spijtig want Lefranc heeft een afspraak waarvoor
zij de pont moeten hebben die vlakbij afvaart. En wanneer zij bij een bocht komen zien zij in de verte de pont het ruime
sop kiezen. De afspraak kunnen zij nu nooit meer halen. Omdat er toch niets meer aan te doen valt gaan zij, zodra ze in het
kustdorp aankomen, op zoek naar een slaapplaats en iets te eten. Al snel hebben ze de lokale herberg gevonden en genieten
ze niet lang daarna van een prima maaltijd. Natuurlijk hopen ze dat de afspraak die Lefranc heeft dan morgen toch doorgaat,
maar dat zullen ze de volgende dag wel zien. Om de avond door te komen gaat het tweetal ergens iets drinken. Wat zij niet
doorhebben is dat hun aankomst is opgemerkt. Vanaf een sleepboot is de auto waarin ze reizen gesignaleerd en het schip
meert in de buurt af. Twee groepen mannen gaan van boord af. Een groep begeeft zich naar het hotel en legitimeren zich als
politieagenten. De andere groep betreedt het café en schuiven aan bij de journalist en zijn kompaan. De twee mannen
staan er op iets te drinken te bestellen voor Lefranc en Jeanjean. Daarna gaat het snel. De koffers van de twee vrienden
worden aan boord van de sleper gebracht en niet veel later volgen de bewusteloze Lefranc en Jeanjean.

In hun bewusteloze toestand merken zij niets van de tocht over de woeste golven die de sleper maakt. Deze eindigt in een
afgelegen sluis waar een onderzeeboot ligt te wachten. Lefranc en Jeanjean worden aan boord van de onderzeeër gebracht
waarna beide schepen de sluis verlaten. Dan duikt de onderzeeboot en koerst naar de ijskoude, donkere diepten.
Vervolgens stopt de onderzeeër en wacht in totale stilte de dingen af die gaan komen. Die ochtend verschijnt een eskader
marineschepen aan de horizon. Er gaat een uitgebreide oefening plaats hebben. Maar aan boord van de onderzeeboot wordt
Lefranc langzaam wakker en kijkt in het gezicht van Axel Borg die hem en Jeanjean ontbijt komt brengen.
Natuurlijk begrijpt Borg de verbazing op het gezicht van de journalist, want hij zou eigenlijk in de gevangenis in
Venetië behoren te zitten (zie het avontuur 'De giftige sneeuw'). Maar een machtige organisatie heeft Axel Borg uit
de gevangenis bevrijdt en hem een winstgevend aanbod gedaan. En nu is Borg bezig om een operatie uit te voeren in opdracht
van die geheimzinnige organisatie. Maar Borg heeft Lefranc en Jeanjean niet aan boord gelokt omdat hij wraak wil nemen.
Het tegendeel lijkt het geval. Borg wil dat Lefranc als een onpartijdige getuige een zorgvuldig verslag maakt van de
operatie en dit te zijner tijd wereldkundig maakt. Wat Borg en zijn opdrachtgevers ook van plan zijn, veel goeds kan het
niet betekenen. Het is aan Lefranc en Jeanjean om uit te zoeken wat ze van plan zijn en te trachten deze operatie, die Thor
wordt genoemd, te verstoren.
In het avontuur 'Operatie Thor' (Opération Thor) wordt de strijd tussen Lefranc en Borg voortgezet. Deze strijd begint
in Noorwegen en voert via de onmetelijke diepten van de oceaan naar de oostkust van de Verenigde Staten. Jacques Martin laat de
lezer ditmaal lang in het duister tasten over de aard van de operatie die Borg aan het uitvoeren is. Wel is al snel
duidelijk dat hij (en zijn opdrachtgevers) kosten nog moeite sparen. Pas op het eind wordt duidelijk welk plan aan de
operatie ten grondslag ligt, hetgeen de spanning behoorlijk in het verhaal houdt. In tegenstelling tot het vorige verhaal
ditmaal geen onverklaarbare verschijnselen maar een zeer aards verhaal over een poging om de Amerikaanse economie te
destabiliseren. Dit album is ook het tweede waarin Jacques Martin en Gilles Chaillet samenwerken. Het tekenwerk van
Chaillet is ook nu dik in orde en bevat mooie details en zijn gebruik van kleuren verhoogt de sfeer op de juiste momenten.
Lefranc is still going strong.
|

De zon komt op boven de woestijn. Een lege en op het eerste gezicht levensloze plek op aarde. Dan tekent zich een silhouet
af van een klein vliegtuig. Het toestel vliegt laag en begint dan aan een landing. Met enige moeite brengt de piloot het
eenmotorige toestel tot staan in een smalle vlakte, net voor een groep bergen. De cockpit opent zich een bekende gestalte
stapt uit het toestel. Het is Guy Lefranc, de journalist die al zoveel belevenissen heeft gekend. Hij voelt direct de hitte
van de zon die bij een woestijn hoort. Na een korte oriëntatie beklimt Lefranc een van de bergen en zet een verrekijker
aan zijn ogen. Dan ziet hij het! De oase van Djokar, waar de hele wereld dan al twee dagen over praat. Speurend kijkt de
reporter verder en ziet een generator en een antenne. Op deze manier versturen ze hun berichten. Nu ziet hij ook de Airbus
staan verscholen achter de bomen. Hoeveel gewapende mannen bevinden zich in de oase vraagt Lefranc zich af. Dan gaat hij
verder op verkenning en vindt een nauwe doorgang die leidt naar een grot in een van de bergen. Nu hij een schuilplaats
heeft gevonden begint Lefranc het toestel leeg te halen en de spullen naar de grot te transporteren. Tijdens deze
werkzaamheden gaan zijn gedachten terug naar drie dagen geleden. Want wat komt Lefranc hier doen en wat is er aan de hand?
Jeanjean had zich verheugd op de reis naar Luxor in Egypte met een groep van het tijdschrift Egyptia. Lefranc had zijn
jonge vriend naar het vliegveld van Orly gebracht en afscheid genomen. Nadat hij het vliegtuig, een Airbus, had zien
vertrekken was de verslaggever naar kantoor gegaan. Er moest tenslotte ook gewerkt worden.

Het duurde dan ook niet lang voordat hij volledig in beslag werd genomen door zijn werk. Plotseling kwam een verontruste
collega zijn kamer binnengelopen. Guy had Jeanjean toch naar Orly gebracht? Er rolt de informatie van de telex. Vlucht 216,
vertrokken uit Orly met als bestemming Cairo is boven de Middellandse Zee gekaapt. Nu volgde een periode van koortsachtig
bellen en informatie inwinnen. De bevestiging komt al snel. Het is inderdaad het toestel waar Jeanjean ook inzit. Op de
televisie wordt gespeculeerd over de nieuwe bestemming van het toestel. Soedan, Tsjaad of toch Nigeria? Natuurlijk wil
Lefranc iets doen, maar wat? Dan attendeert een collega hem op een man die ze een tijdje gelden gesproken hebben, ene
Nordik. Deze man had een aantal zaken uitgevonden. Zaken die Lefranc nu goed gebruiken kan. Naast het aparte vliegtuig
heeft hij ook een zeer apart geweer ontwikkeld. Het wapen kan over grote afstand het doel raken, maar de kogels doden niet
maar maken het slachtoffer 30 tot 48 uur bewusteloos. En zo is Lefranc terechtgekomen waar hij nu is.
Nadat hij een goede schietplaats heeft gevonden zet Lefranc zich aan zijn taak. Het een voor een uitschakelen van de
kapers. Terwijl hij de eerste mannen uitschakelt vliegt er een straaljager over de oase. Het is een militair toestel dat
een verkenningsmissie uitvoerd. Natuurlijk blijven de activiteiten van Lefranc bij de overige kapers niet onopgemerkt. En
na een eerste mislukte poging, komen een aantal kapers de volgende ochtend in alle vroegte terug. Wanneer zij echter
Lefranc dreigen te verrassen krijgt hij hulp van een raadselachtige man, die zichzelf Rahim noemt. Hij zegt Lefranc hulp
toe en zo bindt het tweetal de strijd aan met de kapers. En met de tijd want de kapers hebben gedreigd het toestel met de
passagiers op te blazen wanneer zij het door hen geëiste goud niet ontvangen. Het leven van Jeanjean en de andere
passagiers ligt in de handen van Lefranc en Rahim.
Het in 1981 verschenen album 'De oase' (L'oasis) bevat gebeurtenissen die zich op een beperkt terrein afspelen. Alle actie
voltrekt zich rond de oase waar het toestel door de kapers naar toe is gebracht. En net als in het verhaal
'Het hol van de wolf' ontbreekt ook ditmaal een wereldwijde dreiging. In tegendeel, de dreiging is voor Lefranc zeer
persoonlijk en direct. Het scenario is alleen niet de sterkste uit de serie. Lefranc, die niet wil doden maar alleen de
terroristen wil immobiliseren, trekt er volledig solo op uit en is veel eerder ter plaatse dan een elite eenheid van het
Franse leger. De reactie van de overheid doet wat flauwtjes aan. Als een volleerd scherpschutter trekt hij ten strijde,
geflankeerd door een mysterieuze helper. Nu is het ook niet helemaal kommer en kwel met dit album en bevat het wel degelijk
ook spannende elementen. Maar afgezet tegen eerdere delen is dit scenario minder sterk. Aan de andere kant moet ook niet
vergeten worden dat het verhaal waarschijnlijk eind jaren 70, begin jaren 80 is geschreven en zeker tegenwoordig wordt
er kritischer naar een verhaal gekeken. Het tekenwerk van Chaillet is overigens prima en heeft dezelfde kwaliteit als
de eerdere delen die hij verzorgde.

|
Geraadpleegde bronnen:
fr.wikipedia.org/wiki/Lefranc
nl.wikipedia.org/wiki/Lefranc
bd.casterman.com
alixmag.canalblog.com/archives/lefranc/index.html
|