|
|


In 2009 verscheen bij Uitgeverij Daedalus het eerste deel van de serie 'Ik ben een Kathaar' (Je suis cathare). De reeks is
ontstaan uit de samenwerking tussen Makyo en Alessandro Calore.
Makyo, wiens echte naam Pierre Fournier is, werd geboren op 16 juli 1952 in Duinkerken (Frankrijk). Hij begon zijn
carrière bij het stripblad Spirou (Robbedoes). Hij werkte daar onder het pseudoniem Mohat. In 1978 ging hij werken voor
het tijdschrift Pistil, waar hij 'Les Polluks' en 'Madame Colzako' onder eigen naam publiceerde. In 1981 stapte hij over naar
het tijdschrift Mercredi. Daar schreef hij de humoristische historische serie over de melancholische jongen 'Gully' voor
Alain Dodier. Ook publiceerde hij een eigen serie over bang dwergen. In 1982 keerde hij terug bij Robbedoes waar hij onder meer
verder ging met de serie 'Gully'. In de jaren 80 schreef hij onder meer ook de detective serie 'Jerome K'.
Alessandro Calore werd op 21 oktober 1974 geboren in Popoli (Pescara. Italië). Na zijn studie werkte hij in
verschillende sectoren van de grafische kunst. Er verschenen van hem korte verhalen in het tijdschrift Il Giornalino de San
Paolo Éditions. Ook werkte hij voor Disney Italië.
|
De serie 'Ik ben een Kathaar' (Je suis cathare) heeft de vervolging van deze groep mensen tijdens de middeleeuwen als
onderwerp. Deze vervolging heeft daadwerkelijk plaatsgevonden. Wie waren de katharen? De Katharen (die ook wel de Albigenzen
worden genoemd) waren een christelijke religieuze groepering die bestond tijdens de late Middeleeuwen. Dit was de periode
van ongeveer 1270 tot 1500. De Katharen leefden voornamelijk in het zuiden van Frankrijk, onder andere in de Languedoc.
De Katharen beschouwden zich als de ware christelijke Kerk, waarin Jezus de centrale plaats innam. Zo wezen ze het
Oude Testament af.
De Katharen werden als ketters gezien en door de Rooms-katholieke Kerk en door de Franse koningen bloedig vervolgd.
Het ging zelfs zover dat paus paus Innocentius III Simon de Montfort als aanvoerder aanstelde van de campagnes tegen de
katharen in Zuid-Frankrijk. Dit wordt ook wel de Albigenzische Kruistocht genoemd. Simon de Montfort werd berucht door
zijn extreme wreedheden tijdens deze campagne. Naderhand volgden nog andere campagnes tegen de Katharen. Er wordt wel gesteld
dat deze Albigenzische Kruistochten de weg hebben vrijgemaakt voor de Inquisitie.
(gehanteerde bron:nl.wikipedia.org/wiki)
|

Het zuiden van Frankrijk, ergens tussen 1100 en 1300. Guilhem Roché is in dienst bij meester Emeric. De jongeman is
door de genezer een jaar eerder gevonden in de sneeuw. Naakt en alleen. En zonder geheugen. Guilhem weet niet wie hij
is anders dan zijn naam. Hij weet niet waar hij vandaan komt. Het enige dat Guilhem iedere nacht beleeft, is steeds dezelfde
nachtmerrie. Hij is in gevecht met een schaduwridder. Guilhem weet niet wat de droom betekent en ook meester Emeric moet
hem het antwoord schuldig blijven. De genezer voelt zich onwel en trekt zich terug op zijn bed. Maar rust is van korte duur.
Plotseling komt een vrouw de woning van meestere Emeric binnen. Ze smeekt de genezer met haar mee te gaan. De vrouw vreest
voor het leven van haar kind. Maar meester Emeric is te verzwakt om de reis te maken. En dus stuurt hij Guihem met de vrouw
mee. Maar de jongeman is bevreesd. Want zijn kennis van de kruiden komt niet eens in de buurt bij die van meester Emeric.
Samen met de vrouw bereikt hij haar woning. Binnen wacht het zieke kind. Wat te doen? Guilhem blijft alleen achter met het
kind. Maar dan lijkt zich een wonder te voltrekken. Zonder dat hij gebruik maakt van de kruiden van meester Emeric is
Guilhem in staat om het zieke kind te genezen.

Zijn faam als genezer krijgt hierdoor langzaam maar zeker steeds meer bekendheid in de streek. Van ver komen
mensen om zich door Guilhem te laten genezen. Zo ook een stille man. Eenmaal voor Guilhem onthult hij een oude wond
toegebracht door zijn broer terwijl ze duelleerden om een dame genaamd Nita. De man is de broer van Guilhem,
Arnaut Roché. Nita is inmiddels uitgehuwelijkt aan de heer van Olac. Dan vertelt
Arnaut over het lot van hun moeder. Zij is door een geestelijke levend verbrand omdat zijn steun gaf aan Simon Azalaïs,
de zogenaamde ongrijpbare perfectus. Samen met zijn broer begint Guilhem aan een tocht omdat Nita ziek is en Guilhem haar
kan genezen. Maar dan verschijnt er een tweede Arnaut Roché.
Een uitstekend album. Met 'De ongrijpbare perfectus' (Le Parfait Introuvable) wordt de serie 'Ik ben een kathaar' (Je suis cathare)
geopend. Dit is het eerste werk dat ik lees van Makyo, maar hij maakt een geweldige indruk. Op een schitterende wijze neemt
hij de tijd om de personages te schilderen. De twijfels van Guilhem zijn voelbaar. Daarnaast is er een persoon die door de
kerk gezocht wordt en waarbij priesters over lijken gaan om hem te vangen. Simon Azalaïs, de ongrijpbare perfectus.
Dit personage die nooit in beeld komt is zijn achtervolgers steeds een stap voor. En dan is er de kwestie van de twee Arnauts
die opduiken. Wie is de echte broer? En wie is Nita? En waarom is de moeder van Guilhem en Arnaut op zo'n gruwelijke wijze vermoord?
Talloze vragen schieten door je hoofd terwijl je het verhaal leest. Ook de sfeer van het verhaal lijkt precies te passen.
Nu ben ik geen deskundige op het gebied van de middeleeuwen, maar Mayko heeft zeker research gedaan. Ook het tekenwerk van Calore
vind ik echt uitstekend. Het portretteert het verhaal in sombere tinten maar met een zeer duidelijke stijl. De sfeer wordt
ook voor een belangrijk deel door zijn inspanning ondersteunt. Een geweldig verhaal.

|

Na hun vlucht zwerven de vier (Guilhem, Arnaut, Nita en de naamloze ridder) over de vlakte. Ze worden echter achtervolgd
door de riddermonniken. Een achtervolging die door de naamloze ridder tijdelijk tot stilstand wordt gebracht.
Het viertal rust uit in een verlaten boerderij. Dit geeft Guilhem en Arnaut de kans om met elkaar te praten. Guilhem
bevestigd dat hij zijn geheugen kwijt is, maar dat flarden weer door zijn hoofd gaan. Als in een mist ziet hij bepaalde
gedeelten van zijn verleden. Een verleden waarover meer gesproken wordt wanneer Nita zich bij de broers voegt. Arnaut heeft
een grote afkeer van de heer van Olec. De man waar Nita uiteindelijk mee getrouwd is, hoewel zij en Arnaut daarvoor min of
meer als een stel door het leven gingen. Guilhem neemt het op voor de heer van Olec, iets wat zijn broer kwaad maakt. Maar
de onthulling van Nita dat zij in werkelijkheid altijd verliefd is geweest op Guilhem doet hem helemaal in woede ontsteken.
De sfeer is dan ook naargeestig wanneer de naamloze ridder zich weer bij het gezelschap voegt. De ridder wil bespreken wat
zij de komende dagen zullen gaan doen. Hijzelf is onderweg naar het kasteel van Nelli. Sicard van Nelli is de zaak van de
naamlozen welgevallig. Hun beide vaders zijn in het heilige land gesneuveld. De twee broers willen terugkeren naar Aryens,
het dorp waar zij vandaan komen. De twee reisdoelen liggen op dezelfde route.

En dus besluit het viertal samen verder te reizen. Tijdens de reis onthult de naamloze ridder iets van zijn achtergrond.
Eens was hij de heer van Lurac. Hij stond niet onwelwillend tegenover de ideeën van de groep gelovigen die zo zwaar
worden vervolgd door de kerk. Dankzij verklikkers zag men de kans schoon om hem te ontdoen van zijn titel en landerijen.
Rosal van Lurac kwam op de brandstapel, maar door een ongelofelijke samenloop van omstandigheden liet hij niet het leven in
de vlammen. Sindsdien trekt hij gemaskerd door het land, zijn verbrande gezicht verbergend. Wat de reizigers niet beseffen
is dat het verraad overal is. De heer van Nelli heeft uit jaloezie Jean Isarn, een perfectus, op de brandstapel gebracht.
Zijn vrouw, Guilhemine, was onder de indruk van de perfectus, iets wat hij verwarde met liefde. Zijn haat ging zover dat
hij de as van de verbrande man over het hoofd van zijn vrouw heeft uitgestrooid. Het is dan ook raadselachtig stil in de
vesting wanneer het viertal deze bereikt. Rosal van Lurac dacht hier andere reizigers te treffen, maar volgens Sicard van
Nelli zijn zij niet aangekomen. Spreekt hij de waarheid? En van een afstandje worden de vier reizigers gadegeslagen door
de riddermonniken. Rijden ze een val in of rijden ze de veiligheid binnen?
In het tweede deel dat de titel 'Grenzeloze genade' (Impardonnable pardonné) draagt wordt de tocht van Guilhem en zijn
gezelschap vervolgd. Net als in het eerste deel is ook dit album een geweldig verhaal om te lezen. Het scenario zit werkelijk
uitstekend in elkaar en boeit van begin tot eind. Makyo brengt een naargeestige sfeer tot leven in zijn verhaal, een wereld
die geregeerd wordt door bijgeloof, achterdocht, jaloezie en machtsmisbruik. Maar ook een wereld waarin liefde haar weg
vindt, soms grenzeloos. Het tekenwerk van Calore is van een even goed niveau als het eerste deel. Mooie tekeningen, details
die de sfeer en de bedoeling van het verhaal onderstrepen en versterken. Een fantastische reeks.
|

Het is begin november 1312 wanneer Pierre Marty als een gevangene het kasteel van Carcassonne wordt binnengebracht.
Als een bekende kathaar voor de machthebbers wordt de man direct in de kerker gegooid. Maar wanneer hij zich afzondert
van de andere gevangenen en zich enigszins wanhopig afvraagt waarom dit lot hem treft krijgt hij een bezoek. Het is
niemand minder dan Simon Azalaïs, de ongrijpbare perfectus. Zijn woorden doen de twijfel bij Pierre verstommen. En
net mysterieus als hij gekomen is, verdwijnt Simon weer. Ergens anders in de regio rijden Guilhem en Nita gezamenlijk
door Ariège. Er is veel gebeurd in de achter hen liggende periode. Guilhem heeft zijn broer, Arnaut, weer
teruggevonden. Zijn geheugen heeft hem de beelden teruggebracht van wat er is voorgevallen. Nita was voorbestemd voor
een lokale heer. Iets wat zijn broer Arnaut niet kon verkroppen. Dit leidde uiteindelijk tot een duel waarbij Guilhem
zijn broer ernstig verwondde. De jongeman vluchtte daarop en besloot dat hij een perfectus wilde worden. Maar verder
laat zijn geheugen hem nog in de steek. Om de situatie nog verder te compliceren blijkt Nita al jaren heimelijk verliefd
op Guilhem en niet op Arnaut. Deze laatste meent met geweld te moeten nemen wat liefde hem niet zal brengen. Hij verkracht
Nita. Guilhem, hoewel geschokt door de verkrachting, weigert nogmaals met zijn broer te duelleren.

Hij stuurt broer weg en verbiedt hem om ooit nog in de buurt te komen. Maar Guilhem wordt ook nagejaagd. Onder meer
door een groep ridder-monniken. Hun leider is zwaar gewond geraakt en de andere ridders vragen Guilhem om het leven van
Francois D'Auradieu te redden. Een verzoek waar Guilhem Roché gehoor aan geeft. De jonge genezer heeft ook een
beschermer meegekregen zonder dat hij dit weet. Het is Guillaume Isarn, zoon van een vermoorde perfectus. Hij maakt
deel uit van de "naamlozen". De mannen van Rosal van Lurac die gezworen hebben verklikkers te doden. Nu meende
Guillaume dat de persoon die aan hem was toevertrouwd werd gevolgd door een verklikker. Hij doodde deze man, maar dit
bleek een grote vergissing. De gedode man was een perfectus en geen verklikker. Het drietal verblijft een nacht in een
stal maar de volgende ochtend verschijnen de soldaten. Zij krijgen Guilhem in handen en de jonge genezer wordt afgevoerd
naar Carcassonne. Het is aan Guillaume en Nita om met een plan te komen om de jonge perfectus te bevrijden. Maar eenvoudig
zal dit geenszins zijn.
In 2011 verscheen het derde deel van de reeks 'Ik ben een Kathaar'. In het verhaal dat de titel 'Aansluiting met de eeuwigheid' (Immensité retrouvée)
draagt worden de belevenissen van Guilhem Roché voortgezet. Ook ditmaal is het een boeiende vertelling geworden.
Hoewel de hoofdpersoon soms wel heel miraculeus aan zijn tegenstanders ontsnapt, vertelt het verhaal op een goede wijze
de zoektocht die Guilhem onderneemt. En dan niet zozeer fysiek, maar mentaal psychologisch. Wie is hij en wat is er met
hem gebeurd? Is hij ingewijd en kent hij de mysterieuze Simon Azalaïs? Op een elegante, rustige manier brengt Makyo
dit verhaal voor het voetlicht. In dit deel zit minder actie dan de vorige verhalen, maar heeft andere sterke punten.
Een ander sterk punt is het constante goede niveau van het tekenwerk van Calore. Ook hij levert ingetogen maar mooi werk af.
|
|