|
|


In 2009 werd begonnen met een interessant drieluik. De serie kreeg als naam 'Herinneringen aan de Grande Armée' (Souvenirs de la Grande Armée).
De reeks brengt de lezer terug naar het begin van de 19de eeuw. In Frankrijk is Napoleon Bonaparte aan de macht. Zijn legers marcheren door Europa. Zege
na zege behalend op het land. Het is in dit tijdperk dat Michel Dufranne en Alexis Alexander de verhalen situeren.
Michel Dufranne werd geboren in 1970 in Brussel, de stad waar hij nog steeds woont. Hij studeerde aan de
universiteit waar hij een doctoraat in de psychologie behaalde. Een tijdje werkte hij als headhunter en werkte hij mee aan de
sciencefiction magazines Phoenix en Science Fiction magazine. In 2001 werd hij redacteur van het tijdschrift
Pavillon Rouge tot het verdwijnen van dit tijdschrift in 2003. Zijn professionele carrière als scenarioschrijver is
verbonden met die van Morvan. In 2006 lanceerde hij twee series die verschenen bij Casterman. Michel Dufranne is ook een
columnist van strips voor Le Journal du Mardi en behandelt hij thrillers en sciencefiction in het literaire programma
Mille-feuilles van de RTBF. Michel Dufranne is de schrijver van de serie 'Herinneringen aan de Grande Armee'.
Alexis Alexander werd geboren op 28 oktober 1967 in Sabac (Servië). Hij volgde een opleiding in de chemie, maar
heeft nooit in die branche gewerkt. Als zoon van een schilder en tekenleraar droomde hij van het maken van strips.
Michel Dufranne ontdekte zijn talent als tekenaar en liet hem het scenario van de serie gestalte geven met zijn geweldige
tekeningen.
De serie 'Herinneringen aan de Grande Armée' verhaalt over historische gebeurtenissen tijdens de napoleontische periode
waarbij de verhalen steeds in één album worden afgerond. Elk deel speelt zich af in een specifiek jaartal en omvat
een intrige waarbij wel steeds dezelfde personages terugkeren. Michel Dufranne vertelt in het eerste deel dat een van de hoofdpersonages,
Marcel Godart, een fictief personage is die hij verzonnen heeft als eerbetoon aan een van zijn voorbaderen die in Eylau is
gesneuveld en die Godart heette. De verzonnen Marcel Godart bijgenaamd 'de Belg' overleeft het gevecht in Eylau wel en vormt samen
met Daney (de kemphaan) en Guillebeau ('Ik was erbij') de drie hoofdpersonages van de serie.
|

Het is 1807. De Grande Armée dringt dieper en dieper door in Polen. Eén van de onderdelen van het leger van Napoleon is
het Tweede Jagers te Paard. Drie van deze jagers rijden over de modderige Poolse vlakte. Het zijn brigadier Marcel Godart
bijgenaamd 'de Belg', Daney die ook wel 'de kemphaan' wordt genoemd en Guillebeau die iedereen steevast 'Ik was erbij' noemt.
Dit komt vooral omdat deze laatste nooit nalaat te vertellen dat hij wel bij de gevechten om Auserlitz betrokken is geweest.
Dan komt een boodschapper aangesneld. Luitenant Bouvier wil onmiddellijk brigadier Godart bij zich hebben. Het blijkt te
gaan om een apart werkje, het eerste wapenfeit van de Belg. In een gehucht dat bezet wordt door de Oostenrijkers moet hij
een notabele zien te vinden die informatie kan verschaffen over de bewegingen van de vijand. Natuurlijk kan Godart zich
niet verstaanbaar maken. Maar door een grote durf lukt het hem de locale pastoor mee te krijgen, onder de ogen van de
Oostenrijkers die hem voor een Pruis houden. Wanneer Godart en Daney de volgende dag op zoek zijn naar voedsel zien zij de
eerste tekenen dat de Kozakken het er niet bij laten zitten. Want hoewel het leger van Napoleon door de Poolse bevolking
worden ontvangen als bevrijders, blijven de Kozakken aanvallen uitvoeren. En die nacht maakt Godart zo'n aanval mee. Uit
het niets verschijnen de woeste ruiters te paard en vallen de jagers aan. Het is een wanordelijk gevecht en het Tweede
jagers te Paard moet zich, met verliezen,terugtrekken. De volgende dag is de stemming neerslachtig. Dan weerklinkt
trompetgeschal. Het 3e korps, waar de Tweede jagers toebehoren, gaat in een geforceerde mars naar Myszyniec. De jagers
moeten de weg vrijmaken. Op 01 februari bereiken zij de stad en worden ingekwartierd. De mannen van het Tweede jagers
hebben het kort aan de stok met manschappen van het 17de, maar krijgen wel hun zin. Dan gebeuren er vreemde dingen. Eerst
blijkt het paard van 'Ik was erbij' te zijn gedood op een manier die doet vermoeden dat het een soldaat is geweest.
Natuurlijk denkt iedereen aan een wraakactie van de mannen van het 17de. Maar dan blijkt er ook een officier te zijn
verdwenen. Onderluitenant Beaumont is die nacht op raadselachtige wijze verdwenen. Wat is er echt gebeurt die nacht?
En dan wordt ook nog de bagage van Napoleon gestolen.

Het album '1807 - Wraak voor Austerlitz!' (1807 - Il faut venger Austerlitz!) opent deze interessante serie.
Verwacht geen grootste veldslagen, maar wel een prachtig beeld van het leven van de soldaat tijdens de veldtocht van
Napoleon. Het beeld is vergelijkbaar met het beeld zoals dat ook te zien is in de uitstekende serie 'Band of brothers'.
Niet voor niets zijn er al diverse vergelijkingen gemaakt tussen beide series. En terecht. Het is het beeld dat zal gelden
voor vele gewone soldaten tijdens talloze oorlogen. Zij maken deel uit van een historische gebeurtenis, maar zien slechts
een klein deel hiervan en dit bepaalt hun perceptie. Ook de onderlinge irritatie, maar toch ook de broederschap die geen
grenzen kent zijn zeer herkenbaar. Michel Dufranne heeft een uitstekend scenario afgeleverd voor dit deel. Het is spannend,
onderhoudend en boeit. Je kan niet stoppen met lezen en haastig ga je verder naar de volgende bladzijde. Voeg hierbij
dat er een mysterie is ingebouwd en je hebt het begin van een geweldige reeks. Maar deze complimenten mogen ook zeker
worden uitgedeeld aan Alexis Alexander. Het is wel duidelijk dat Dufranne een goed oog heeft voor talent want het tekenwerk
is geweldig. Prachtige sfeerschetsen die steeds de juiste toon raken. Zeer veelbelovend begin van deze reeks.

|

In mei 1808 vallen Franse troepen van Napoleon Spanje binnen. Maar het Tweede Jagers te Paard is daar niet bij. Zij bevinden
zich nog steeds diep in het hertogdom Warschau. Al sinds december 1807 bezetten zij de stad Augustowo. Hun taak is het om
de Russische grens langs Niemen en Neu-Ost-Preussen in de gaten te houden. De Russen houden zich kalm en de jagers moeten
zich tevreden stellen met lange patrouilles langs de grens. Iets waardoor de verveling onder de manschappen toeslaat. Een
aantal van hen zou graag naar Spanje zijn vertrokken om zich te onderscheiden. Anderen zoals Marcel Godart bijgenaamd
'de Belg' gaat geduldig om met de situatie. Hij geniet van zijn nieuwe rang en hij koestert de heimelijke hoop dat de
oorlog spoedig over zal zijn. Maar anderen gaan niet zo rustig om met de situatie. Vooral niet Daney ook wel 'de Kemphaan'.
Hij krijgt constant ruzie en vecht het ene duel na het andere uit. Maar ook andere manschappen gaan dingen doen om zich te
vermaken. Van een van deze grappen is Guillebeau, door iedereen 'Ik was erbij' genoemd, het slachtoffer. Maar vele manschappen
deserteerden ook. Godart heeft nog een andere bezigheid. Hij wordt lid van een vrijmetselaarsloge. Maar dan volgen nieuwe
orders. De groep van 'De Belg' moet zich verplaatsen. Dieper het bos in, dichter bij de Russen. Samen met enkele manschappen
van het 1ste eskadron begeven zij zich naar hun nieuwe positie.

Onder leiding van de veteranen wordt de nieuwe post zo goed mogelijk ingericht. En de situatie bleef wonderlijk rustig.
Maar in een oorlog slaat het noodlot wel vaker op onverwachte momenten toe. Wanneer Godart, samen met een aantal mannen
onder wie de Kemphaan, voorraden zijn wezen halen worden zij aangevallen door een groep hongerige wolven. Kemphaan komt
midden tussen de wilde dieren terecht en moet vechten voor zijn leven. Zijn kameraden proberen hem te helpen. Althans de
meeste van hen. Een soldaat, Kohnen, zit verstijfd van angst op de bok van de kar. En doet niets om Kemphaan te helpen.
Iets wat de anderen natuurlijk niet ontgaat. Met een zwaargewonde Kemphaan bereiken zij hun post. Wanneer enige tijd later
een patrouille op pad gaat om te trachten met de wolven af te rekenen wil Kemphaan per se mee. Iets wat hij beter niet had
kunnen doen, want tijdens de rit blijkt hij niet tegen het werk opgewassen. In gezelschap van De Belg en Ik was erbij
bereikt Kemphaan een klein dorp. Maar hier begint hun avontuur pas. Een gevaarlijk avontuur waarbij de dood steeds op de
loer ligt. Een avontuur ook waarbij de donkerste kant van de mens te voorschijn komt.
Het tweede deel uit deze prima serie draagt de titel '1808 De kinderen van de weduwe' (1808 Les Enfants de la Veuve).
Hoewel ik de reeks met het woordje prima alleen te kort doe. Het is een uitstekende serie. Een reeks met gevoel, waarin
emoties liggen. Een reeks ook die het leven van de soldaten uit de tijd van Napoleon zeer realistisch lijkt te benaderen.
De gedragingen van de soldaten wanneer zij geen gevechten aan moeten gaan zijn ook te vinden in andere periodes uit de
geschiedenis. De manschappen vervelen zich en gaan iets ondernemen om zich te vermaken. De een zoekt het in redelijk
onschuldig vertier, de ander overschrijdt de grens. Sommige deserteren. Toch ontbreekt ook nu niet datgene wat een groep
soldaten die een tijd samen is kenmerkt. Namelijk kameraadschap en de bereidheid om voor elkaar door het vuur te gaan.
Er te staan als het er op aan komt. Michel Dufranne slaagt er in om in zijn scenario het leven van de gewone soldaat
realistisch in beeld te brengen en voegt hier spanning en een gedoseerde hoeveelheid actie aan toe.
Ook in dit deel is het tekenwerk van Alexis Alexander doorspekt met mooie details. Hij tovert een prachtige weergave op
het papier, ondersteunt door de inkleuring van Jean-Paul Fernandez wat ook veel bijdraagt aan de sfeer van het verhaal.
Uistekende reeks die meer dan de moeite waard is.

|

Het is 20 april 1849, Abensberg. Een oudere man staart over een vlakte. Achter hem wacht een jong gezin enigszins ongeduldig
bij een koets. De man van het gezin sommeert zijn vader dat het tijd is om te gaan. Maar er is een reden dat de oude man
juist over deze vlakte kijkt. In zijn hoofd ziet hij beelden. Beelden van veertig jaar eerder. Beelden uit de tijd van
Napoleon. Een groep soldaten te paard beweegt zich over de vlakte, deze vlakte. Dan volgt de man het gezin van zijn zoon
en het gezelschap komt aan bij een herberg. Weer aarzelt de oude man. Zijn blik dwaalt over het uithangbord. Tranen, die
hij verbergt voor anderen, stromen over zijn wangen. Het gezelschap stapt de herberg binnen. Het is er rustig mensen zitten
aan tafeltjes met elkaar te praten. Maar de oude man stapt meer binnen dan de herberg, in zijn hoofd stapt hij wederom het
verleden binnen. Dezelfde herberg, een ander tafereel. Het is luidruchtig. De soldaten van Napoleon amuseren zich in de
herberg met drank en vrouwen. Alle aandacht gaat naar de man die zojuist binnenkwam. Het is Marcel Godart bijgenaamd
'de Belg'. En hij heeft nieuws. Beieren is gevallen. De Oostenrijkers hebben een oorlogsverklaring afgegeven. Zijn nieuws
is natuurlijk aanleiding voor gespreken. De Kemphaan zegt blij te zijn, hij was het wachten beu. Volgens de Belg is Daney
weer eens aan het opscheppen. De blik van Godart tracht een andere kameraad te ontwaren. Hij zoekt de oude, door anderen
even vaak aangeduid als 'Ik was erbij'. Hij vindt Guillebeau zittend op de trap. Hij is somber, zegt slechte voorgevoelens
te hebben. Ervan overtuigd te zijn dat hij ditmaal het einde van de gevechten niet mee zal maken.

De Belg tracht zijn strijdmakker enigszins op te monteren. Dan valt zijn blik op een medaillon die Guillebeau hem voorhoudt.
Hierin zit een afbeelding van een vrouw. Het is niet de vrouw van de ouwe, maar zijn dochter. Guillebeau wil dat Godart
het kleinood bij zich steekt zodat het niet in de handen van de vijand valt wanneer 'Ik was erbij' sneuvelt. Zijn dochter
heeft hij nooit meer terug gezien, maar heeft nooit zijn liefde voor haar verloren. Godart wil dat hij ophoudt sentimenteel
te doen, maar de ouwe stuurt hem weg. Hij merkt op dat Godart blij moet zijn dat hij hem niet vraagt haar terug te vinden.
Veertig jaar later staat de oude man op dezelfde plek op dezelfde trap. Hij draait zich om en zegt dat hij hem heeft
teruggevonden. Want het is Marcel Godart door wiens ogen naar het verleden wordt gekeken. De Belg is terug op de plek die hij
veertig jaar eerder bezocht heeft als soldaat van Napoleon. Een andere tijd, een andere wereld. Maar Godart heeft een
belangrijke reden om terug te keren naar deze plek. Het is zomaar een sentimental journey. Hij heeft een doel.
Er moeten rekeningen uit het verleden vereffend worden. Een duister verleden met sinistere geheimen. Geheimen over jaloezie,
hebzucht maar bovenal moord. En de doden moeten hun recht krijgen.
Ook het verhaal '1809 - Wenen zien of sterven!' (1809 - Voir Vienne ou mourir!) is weer een uitstekend album geworden.
Michel Dufranne en Alexis Alexander brengen je als lezer terug naar de slagvelden uit de tijd van Napoleon. Ook ditmaal
beleef je de gevechten en het wel een wee van de mannen door de ogen van de soldaat. Het is via dit perspectief dat je als
lezer deelgenoot wordt gemaakt van de gruwelijke strijd. En dat de strijd gruwelijk is en was (en altijd zal zijn) blijkt
wel uit het lot dat onder meer Kemphaan treft. De verzorging van de gewonden was in die tijd nu niet bepaald zachtzinnig.
Maar het verhaal is veel meer. Het verhaalt ook van een drama waarbij onschuldigen nodeloos worden getroffen. Een lot
dat de Belg zich aantrekt en vele jaren later kan wreken. Het is de combinatie van de zoektocht naar de dader die de Belg
veertig jaar later onderneemt en de flashbacks die naar die dag hebben geleidt die het album een geweldige dynamiek geven.
Dit is echt een uitstekende serie.

|
|