|
|


In 1985 kwam het eerste deel van de serie 'De onthoofde arenden' (Les aigles decapitees) op de markt.
De serie heeft verschillende schrijvers en tekenaars gehad.
Patrice Pellerin werd geboren in 1955 in Frankrijk. Hij schreef de eerste drie delen. In 1982 nam hij de serie
'Roodbaard' op zich. Later legde hij zich toe op de serie 'De havik'.
Jean-Charles Kraehn kwam ook in 1955 ter wereld. Hij studeerde industrieel tekenen aan de École Estienne. Deze
serie was zijn debuut in de strips. Eerst tekende hij de reeks, later schreef hij de scenario's.
Michel Pierret werd geboren in 1951 in België. Hij studeerde aan het Institut National des Beaux-Arts Saint-Luc
de Liège. Hij schreef al eerder scenario's en tekende voor onder meer het blad kuifje. Tegenwoordig werkt hij ook aan
series zoals Hidalgos.
De onthoofde arenden speelt zich af in de periode van de hoge middeleeuwen (±950 - ±1270). De Rooms-Katholieke Kerk
en de Paus hadden in deze periode een grote invloed op het dagelijkse leven. Het is ook de tijd van de kruistochten, de
militaire ondernemingen om het Heilige Land te veroveren. In de periode 1248-1254 werd de zevende kruistocht georganiseerd
door Lodewijk IX van Frankrijk (1215-1270). Het doel was om Jeruzalem te heroveren dat in 1244 in handen van de Saracenen
was gevallen. Naast Lodewijk namen ook drie van zijn broers deel waaronder Alfons, graaf van Poitiers en Toulouse. In deze
periode uit de geschiedenis komen ook de steden weer langzaam op en beginnen de eerste scheuren te ontstaan in het
leenstelsel (of feodalisme). Het was een ingewikkeld systeem waarbij stukken land in leen werden gegeven door hoger
geplaatste adel aan de lager geplaatste, waarbij de koning aan de top van de piramide stond. Van de leenman werd verwacht
dat hij in ruil voor zijn leen beschikbaar was voor diensten aan zijn leenheer. In deze samenleving spelen de avonturen
van 'De onthoofde arenden'.

|

Het is het jaar 1241. Lodewijk IX regeert over Frankrijk. Maar er is onrust. De graven van Berry en La Marche zijn in een
hevige strijd gewikkeld. In de omgeving van Crozenc is een jachtpartij in volle gang. De jagers worden geleid door Ravenaud,
familie en vertrouweling van Enguerran, landheer van Crozenc. Maar het wilde zwijn laat zich niet zomaar pakken. Opgejaagd
rent het dier door een aantal bosjes en komt oog in oog te staan met twee mannen. Het zwijn valt de jongste van de twee,
Hugo, aan. Zijn vriend Sigwald aarzelt geen moment en steekt met een spies het dier dood. Net op dat moment arriveren
Ravenaud en zijn mannen. Zij zien Hugo en Sigwald aan voor stropers waarop maar één straf staat, de doodtraf. Alleen zijn
Hugo en Sigwald niet bereid hun lot lijdzaam te ondergaan. Net op het moment dat de situatie explosief dreigt te worden
arriveert Alix, de dochter van de heer van Crozenc. Zij laat Ravenaud de twee mannen meenemen naar het kasteel van haar
vader. Hij moet zich maar over de zaak uitspreken. En dus volgen Hugo en Sigwald in hun kar het gezelschap. Wanneer zij
de machtige vesting van Crozenc zien is Hugo zeer onder de indruk. Maar de aandacht van Alix wordt getrokken door een
banier die onder die van haar vader wappert. Er werd geen bezoek verwacht. Wie is dan de persoon wiens wapen op de toren te zien is?
Terwijl het gezelschap arriveert, is Enguerran in gesprek met Bertrand, heer van Noyon en hij is tevens baljauw. De broer
van de koning, Alfons, maakt zich grote zorgen. De graaf van La Marche, Hugo van Lusignan, wordt opgehitst tegen Alfons.
Niet in de laatste plaats door de gravin van de Marche, Isabel (de moeder van de Engelse koning). En Enguerran is leenman
van Hugo van Lusignan. Daarom maakt Bertrand zich zorgen dat de vesting Crozenc door Hugo van Lusignan gebruikt zal worden
tegen heer Alfons.

Terwijl het politieke steekspel plaatsvindt worden Hugo en Sigwald opgesloten in een toren waar zich ook de voedselvoorraad
bevindt. Een situatie die vooral Hugo niet zint. Maar Sigwald wijst hem er op dat zij hier zijn voor een andere reden. De
twee willen doordringen tot de bibliotheek van pater Anselmus. In zijn bibliotheek is iets wat de twee mannen zoeken. Met
enige moeite lukt het hen om te ontsnappen en beginnen hun tocht door het kasteel. Alleen blijft hun ontsnapping niet lang
onopgemerkt. Een zoektocht wordt direct georganiseerd. Met enig fortuin blijven zij uit handen van de mannen die Enguerran
op zoek heeft gestuurd. Maar de situatie loopt volledig uit de hand wanneer zij een kamer binnengaan om te schuilen en een
bediende van Enguerran betrappen op het moment dat hij de heer van Noyon vermoord. Deze bediende, Garin, speelt zijn eigen
spel maar begrijpt dat hij zondebokken nodig heeft. En die zijn zojuist de kamer binnengekomen. Een fel gevecht begint,
maar het wordt Enguerran duidelijk dat er een spook uit het verleden is teruggekeerd. Hij hoort de strijdkreet van de
arenden.
Het eerste album 'De nacht van de troubadour' (La nuit des jongleurs) verscheen voor het eerst in 1985 (toen was de titel
De nacht van de troubadours). Het openingsdeel introduceert de hoofdpersonages. Er is Hugo, zoon van Renaud en de eigenlijke
erfgenaam van Crozenc, zijn trouwe vriend Sigwald die de vader van Hugo nog gediend heeft. De mooie Alix, die liever op
jacht is dan de jonkvrouw speelt en haar bediende Ermeline. Het verhaal is pakkend en voert je mee naar de tijd van de
middeleeuwen. Naast flink wat actie zijn er diverse intriges. Hugo is een man die zijn rechtmatige erfdeel wil herwinnen
maar hierin zal worden tegengewerkt door Enguerran. Deze heer van Crozenc is ook nog betrokken bij andere intriges. Hij
lijkt samen te spannen tegen de broer van de koning en dus tegen de koning zelf. Het eerste deel heeft mij zeker geboeid
en smaakt naar meer. Een mooie samenvloeing van feiten en fictie.
|

In de namiddag, rond het uur van de noene (ongeveer 15.00 uur) nadert een gezelschap van vier ruiters de vesting van Crozenc.
Zij worden direct doorgestuurd naar Enguerran. De heer van Crozenc wacht naarstig op nieuws. Goed nieuws. Maar dat hebben
de vier mannen hem niet te bieden. De twee voortvluchtigen zijn spoorloos. Enhuerran barst in woede uit. Hij scheldt de
vier de huid vol en stuurt ze weer weg. Opnieuw de kou in en dit met de naderende avond. Het valt iedereen in de vesting
die getuige is van het tafereel op, dat Enguerran niet als zichzelf reageert. Maar dan meldt Ravenaud zich bij zijn heer.
Hij heeft nieuws. Eén van de knechten in de vesting heeft één der troubadours herkend. Hij weet het zeker sinds hij de
oudere van de twee heeft zien vechten met de bijl. Het is Koppensneller, de schildknaap van heer Renaud. Nu heeft Enguerran
altijd gedacht dat Koppensneller ook bij de hinderlaag in het heilige land was omgekomen. Hij ontvangt het nieuws met een
schok. Maar dan realiseert hij zich wie de jonge troubadour moet zijn. Het is de zoon van Renaud. En beiden zijn uit de
vesting ontsnapt. Terwijl Enguerran en Ravenaud de vluchtroute van Hugo inspecteren, is Alix aan het pakken. Voor zijn dood
heeft Bertrand de Noyon aan haar vader een brief overhandigd. Zij wordt door vrouw Jeanne, de gemalin van heer Alfons,
ontboden om haar te dienen. Het oogt als een grote eer, maar Enguerran beseft maar al te goed wat de werkelijke grond van
de brief is. Alix is een dwangmiddel om de trouw van Crozenc te verzekeren. Om tijd te winnen heeft hij echter geen keus.
Zijn dochter zal de reis maken, tegelijk met het lichaam van de dode baljauw.

Ravenaud zal Alix begeleiden. Maar zijn aanwezigheid heeft nog een ander doel. Ravenaud moet eerst de abdij van Fongombault
bezoeken en aan de prior (kloosteroverste) een brief overhandigen die Enguerran hem geeft. Ravenaud zal van de geestelijke
een andere brief krijgen uit naam van Lusignan. Die brief bevat de dag en het tijstip van de opstand.
Terwijl deze intrige in gang wordt gezet heeft Sigwald, alias Koppensneller, ook niet stil gezeten. Hij heeft zo zijn eigen
misleidingplan om Enguerran op het verkeerde been te zetten. Hij laat door een vertrouweling een mismaakt lijk afleveren te
Crozenc. De dode heeft dezelfde bouw als Sigwald en draagt zijn kleding. Iedereen is ervan overtuigd dat Koppensneller dood
is. Alleen de jacht op Hugo telt nog. Dit geeft Sigwald de vrije hand. Hij weet precies wat hij wil gaan doen. Dat kan niet
direct van Hugo worden gezegd. Onderweg wordt hij gezien en hoort het nieuws dat Sigwald dood zou zijn. Omdat de twee
kameraden gedurende hun vlucht gescheiden zijn, weet hij niet dat dit een list is. Hij vlucht verder over de ijzige velden
in de winterse kou. Het zal snel nacht worden en hij heeft een schuilplaats nodig. En voedsel.
De tocht van het gezelschap onder leiding van Ravenaud verloopt minder voorspoedig dan gehoopt. Maar het wordt een ramp
wanneer zij in een hinderlaag lopen van Eudes, de bastaard van Cuzion. Hij heeft zijn zinnen gezet op Alix, maar de
jonkvrouw ontsnapt op haar paard. Terwijl achter haar het gevecht losbarst wordt zijzelf gered door Hugo. Gezamenlijk
reizen ze verder. Hugo en Alix bereiken de volgende dag de plaats waar Hugo met Sigwald had afgesproken. En tot zijn
verbazing treft hij zijn reisgenoot hier aan. Maar terwijl Sigwald aan Hugo onthult dat hij niet de zoon is van Renaud,
valt Alix alsnog in handen van Eudes.
Met het verschijnen van 'De erfgenaam zonder naam' (L'héritier sans nom) worden de avonturen van Hugo, Alix en Sigwald
voortgezet. In dit tweede deel wordt meer inzicht gegeven in de personages en de onderlinge verbondheid door familiebanden.
Het verhaal wordt in hoog tempo vertelt met veel dialogen. Zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit. Want die is
prima, Pellerin weet hoe je een verhaal moet vertellen. De onthulling over de herkomst van Hugo is natuurlijk wel een
onverwachte wending in het verhaal. Maar dit maakt het alleen maar interessanter. Gaan de twee troubadours nu voor de
verborgen schat? En hoe loopt het af met de samenzwering? Moet Alix haar lot ondergaan of komt er toch een
ontsnappingsmogelijkheid? Zo zijn er veel vragen voor het volgende deel van deze uitstekende reeks die ook heel mooi is
vormgegeven door Kraehn.
|

Hugo ligt gewond op bed in de abdij van Fontgombault. Hij vertelt aan broeder Saturin wat hij zich van de gebeurtenissen
nog kan herinneren. Terwijl hij van Sigwald vernam dat hij niet de zoon van Renaud is, hoorde de twee mannen Alix gillen.
Beide mannen snelden naar de plek waar Hugo de dochter van Enguerran achterliet. Ze zagen hoe Alix werd meegenomen door de
bastaard en zijn mannen. Hugo wil er alles aan doen om de jonge vrouw te bevrijden. Alleen achtervolgde hij de bastaard en
zijn mannen door de sporen in de sneeuw te volgen. Tot zijn geluk was er geen schildwacht toen hij zijn doel bereikte. Het
lukte hem om het gebouw binnen te dringen en te voorkomen dat Alix door Eudes (de bastaard) werd verkracht. Maar tijdens hun
vlucht werd Hugo geraakt door een pijl en werd weer wakker in de abdij. Van Saturin, die Hugo al kent van sinds hij als
kind in het klooster terecht kwam, verneemt Hugo dat het uitgerekend Ravenaud is geweest die hem van de dood door de mannen
van de bastaard heeft gered. Nadat hij de vesting van de bastaard in Cuzion had verwoest volgde hij het spoor. Ravenaud kwam
met zijn mannen precies op tijd. Hij doodde de bastaard en zijn mannen, maar het is aan Alix te danken dat Hugo niet door
Ravenaud werd opgehangen. Uiteindelijk stemde hij er mee in dat Hugo in de abdij werd verpleegd. Inmiddels zijn een aantal
maanden voorbij gegaan en Alix heeft haar tocht naar het hof moeten vervolgen.

Een andere broeder genaamd Klikspaan is wel heel geïnteresseerd in het doen en laten van Hugo. Maar Sigwald houdt zich
ook in de buurt op en beschermt Hugo wanneer hij kan. Ondertussen heeft de samenzwering zich doorgezet. De abdij zal een
kant moeten kiezen. De broer van Enguerran is een broeder in het klooster. Het is dan ook zijn broer die Enguerran komt
opzoeken. Maar onder de mannen van Enguerran bevindt zich ook de verraderlijke Eenoog. En hij herkent Hugo. Omdat Enguerran
nog steeds in de veronderstelling verkeert dat Hugo de zoon is van Renaud, geeft hij Eenoog de opdracht om Hugo heimelijk
uit de weg te ruimen. Maar zijn poging mislukt. Het kost wel het leven van Saturin. Wanneer Hugo en Sigwald beseffen wat er
is gebeurd gaan zij gezamenlijk op pad om de moordenaar te vangen. Maar tijdens hun tocht komen ze achter een ander complot.
Men is van plan om de koning te vergiftigen. Nu moeten de twee mannen alle zeilen bijzetten om dit verraad te voorkomen.
Ondertussen nadert de samenzwering zijn climax en een gewapend treffen lijkt slechts nog een kwestie van tijd.
Het derde album in de reeks, 'De gulden sporen' (Les éperons d'or) uit 1988, vormt de afsluiting van een
verhaallijn die zich over de eerste drie albums uitstrekt. Hugo bereikt de status die hij aan het begin nastreefde. De samenzwering tegen de koning bereikt haar
hoogtepunt en de makers schilderen een gemeenschap af waarin berekening een belangrijke plaats inneemt. Berekening in die
zin dat men probeert om de juiste zijde te kiezen zodat bij een overwinning van de gekozen partij de gegeven steun kan
worden verzilverd. Hoewel Hugo en Sigwald vrij nobel en eerlijk handelen, laten zij zich toch ook leiden door het voordeel
dat te behalen valt. Wat dat aangaat is Alix nog het meest oprecht. In het verhaal spelen de gevoelens die Hugo en Alix
voor elkaar hebben zeker een rol, maar tot een innige band komt het niet.
De reeks 'De onthoofde arenden' is een uitstekende serie. Nergens in de eerste drie delen zul je jezelf als
lezer vervelen. Het scenario blijft spannend en boeit, het tekenwerk is prima. Een serie met veel perspectief en een
belofte voor goede nieuwe verhalen.
|

In het jaar 1244 is Hugo al twee jaar heer van Crozenc. Het is twee jaar geleden dat koning Lodewijk de voormalige
troubadour in de adelstand heeft verheven. Voor iedereen is hij de zoon van Renaud, alleen Hugo en Sigwald kennen de
waarheid. En het is deze waarheid die op het geweten van Hugo drukt. Om zichzelf te ontlasten heeft Hugo besloten boete
te doen in de vorm van een bedevaart. Het doel wordt de berg der wonderen (Mont Saint-Michel). Sigwald ziet er het nut
niet van in, maar natuurlijk begeleidt hij Hugo op zijn tocht. Het is een tocht die in anonimiteit wordt afgelegd.
Levend als bedelaars bereiken de twee na een voettocht van twintig dagen hun doel. Hugo brengt zijn dagen door met bidden.
Sigwald heeft zo zijn eigen manier om de dagen door te komen. Maar na tien dagen aanwezigheid op de bedevaartplaats vindt
Hugo het genoeg. Ze zullen terugkeren naar Crozenc. Ditmaal gaat de reis echter niet te voet. De heenreis was al gevaarlijk
genoeg. Hugo heeft de kapitein van het schip Sainte Blandine, meester Yann, bereidt gevonden hen als passagiers mee te
nemen. Er is nog een derde passagier, Harranc van Segré Albizzi. Hij is van Joodse afkomst en is bankier en
rechtsgeleerde. De reis van de Sainte Blandine verloopt jammer genoeg niet voorspoedig. Het schip komt op haar reis naar
Saint-Malo in een zware storm terecht. De bijgelovige bemanning geeft Albizzi de schuld en wil hem te lijf gaan. Alleen het
ingrijpen van Hugo en Sigwald voorkomt erger.

Dan lijkt het lot hen plots toch gunstig gezind. Er wordt een licht op de kust waargenomen. Meester Yann meent dat dit het
licht van Saint-Malo moet zijn en zet koers recht op het lichtsignaal af. Maar het signaal is niet afkomstig van de veilige
haven. Het een val, gezet door strandrovers. De Sainte Blandine loopt dan ook op de klippen en vergaat. Hugo, Sigwald en
Albizzi kunnen ternauwernood het vege lijf redden. Wanneer zij de volgende ochtend de kust verkennen vallen zij in handen
van de strandrovers. Nu zijn dit geen groep ruige kerels, maar een groep jongens en meisjes. De leiding lijkt te zijn in de
handen van een jonge vrouw genaamd Nolwenn. Alleen omdat Albizzi aanbiedt zich en zijn twee reisgenoten vrij te kopen,
ontlopen de drie het lot van de rest van de bemanning. Deze zijn door de strandrovers onthoofd. Nolwenn brengt de
gevangenen naar de schuilplaats. De echte leiding over de groep is in handen van een gevallen geestelijke, broeder Goliard.
De ontspoorde monnik predikt nu zedeloosheid en maakt gebruik van de kinderen die hem volgen. Hij eist een aanzienlijk
geldbedrag voor de vrijkoop van de drie gevangenen, maar Albizzi gaat akkoord. Het is aan Hugo om de losbrief naar
Saint-Malo te brengen en met het geld terug te keren. Hij zal worden vergezeld door Nolwenn. Maar deze jonge vrouw heeft
zo haar eigen plannen. Zeker wanneer ze hoort wat Goliard van plan is en wanneer ze er achter komt wie Hugo echt is.
Met het verhaal 'De ketter' (L'hérétique) wordt een nieuw avontuur van Hugo en Sigwald geopend. Ditmaal is
Jean-Charles Kraehn niet alleen verantwoordelijk voor het tekenwerk, hij schreef ook het scenario. En het moet gezegd
worden, hij heeft er een uitstekend verhaal van gemaakt. Er zitten een groot aantal historische verwijzingen in het
verhaal, die Kraehn via noten ook toelicht. Dit samen met het tekenwerk waarbij hij zich goed heeft voorbereidt, doet het
tijdperk van de middeleeuwen tot leven komen. Een prima voortzetting van deze serie die steeds interessanter lijkt te gaan
worden.
|

Het is donker. Een paard met twee personen op zijn rug nadert Saint-Malo de I'isle. Het tweetal houdt even halt. Het zijn
Hugo en zijn kersverse echtgenote Nolwenn. Na een afmattende rit van twee dagen hebben ze eindelijk hun doel bereikt. Hugo
wil de stadspoort bereiken voor deze dichtgaat. En dus rijden ze op een draf naar de donkere stadswallen. Maar plotseling
is er een angstaanjagend geluid. Een groep Bordeaux doggen, die na het sluiten van de poort buiten lopen om de schepen te
beschermen, vallen Hugo en Nolwenn aan. Het vermoeide paard probeert zo snel mogelijk vooruit te komen. Maar de doggen
zijn sneller. Nu de honden even afgeleid zijn rennen Hugo en Nolwenn naar de poort. Ze moeten één van de honden doden
om het vege lijf te redden. Maar dan gaat de poort op een kier en worden ze de stad binnengelaten. Jammer genoeg is het
doden van de honden strafbaar en het tweetal wordt in de kerker opgesloten. Hugo vertrouwt de brief bestemd voor
Helias van Boisboissel toe aan de kapitein van de militie, Butgual. Hij drukt de man op zijn hart dat het een zaak van
leven en dood is dat de heer van Boisboissel de brief krijgt. Maar Butgual aarzelt en hij toont de brief de volgende dag
een het hoofd van de politie, Sance van Ghistelles. Nadat hij de inhoud heeft gelezen ruikt hij een buitenkans. Hij neemt
de brief mee naar zijn tante, Eudiline Lieuzel. Een inhalige en gewetenloze vrouw die haar neef graag bespeelt door hem
zo nu en dan een glimp van haar lichaam te tonen. Ze is getrouwd met Imbert Esclau Kieuzel, een machtige reder maar een
zwakke echtgenoot. Eudiline was al tegen de komst van Albizzi en nu ziet zij haar kans schoon om te handelen.
Ondertussen is ook Maltraves in de stad aangekomen en hij heeft zo zijn eigen plannen met het losgeld. Omdat het al snel
duidelijk is dat Hugo en zijn jonge vrouw worden tegengewerkt moeten ze handelen. Dankzij het ingrijpen van Nolwenn komen
de twee weer op vrije voeten. Een race tegen de klok begint. Want hoeveel tijd hebben Sigwald en Albizzi nog?

Het album 'Saint-Malo de l'Isle' uit 1991 is het eerste waar Michel Pierret aan meewerkte. Kraehn bleef zich bezighouden met
het scenario en Pierret nam het tekenwerk over. Ook ditmaal ben ik zeer gecharmeerd van het verhaal. Nolwenn blijkt toch
minder berekenend te zijn dan het vorige deel zich liet aanzien. Ook het einde van het verhaal herbergt een verrassing
in zich. Hoewel je al lezende wel aanneemt dat het goed af zal lopen, was het toch verrassend. Het tekenwerk van Pierret
is ook prima. Wat ik heel leuk vind zijn de detals van de middeleeuwse steden. De tekening waar Eudiline met een verkoop
bezig is en haar man net aankomt, is daar een mooi voorbeeld van. Maar door het hele verhaal is er oog voor de juiste
details waardoor je echt een sfeer krijgt die refereert aan de middeleeuwen. Tot nu toe een reeks waar ik veel plezier
aan beleef.
|

Het voorjaar van 1245 in de streek Occitanië (het huidige Languedoc in het zuiden van Frankrijk). Na een aantal
bloedige kruistochten tegen de in deze streek levende Katharen is er een relatieve rust over de streek gekomen. De regio
werd definitief Frans bezit na de onderwerping van Raimond VII, graaf van Toulouse. In deze streek ligt ook het kasteel
van Peyrepertuse. Roger van Castelnau is de heer van het kasteel dat hij bewoond met zijn ziekelijke zoon Willem, bijgenaamd
Willem de holle. Maar het kasteel herbergt ook een oude bekende. Een jonge vrouw, de nicht van Roger van Castelnau, leeft
sinds drie jaar bij haar familie. Haar oom heeft het kasteel van koning Lodewijk toevertrouwd gekregen, nadat het
geconfisqueerd werd van een verslagen Occitaanse heer. Haar naam is Alix. Het is de wens van haar oom dat zij met zijn
zoon Willem trouwt. Maar Alix verafschuwt de jongeman. Hij, op zijn beurt, voelt zich vernederd dat Alix hem afwijst. Het
huwelijk is ook de reden dat Alix nooit de brieven gekregen heeft die Hugo een aantal jaren geleden aan haar geschreven
heeft. Althans tot nu toe. Roger van Castelnau heeft Alix de brieven gegeven die hij al die jaren bewaard heeft. En Alix
wil onmiddellijk een antwoord sturen aan Hugo met hierin de smeekbede of hij haar uit de greep van haar oom wil halen.
Natuurlijk heeft Roger van Castelnau geen edele bedoelingen met zijn opmerkelijke handelingen. Nadat Alix haar brief heeft
geschreven en haar bediende Ermeline een boodschapper heeft gevonden, gaat het schrijven naar het kasteel van Crozenc.

Hugo is verheugd dat hij na zoveel jaren een bericht van Alix ontvangt. En dat is iets wat Nolwenn zeker niet ontgaat.
Wie is die Alix waar Hugo zich zo over opwindt? Om een antwoord op die vraag te krijgen gaat zij een visje uitgooien bij
Ravenaud. De ridder blijkt Nolwenn zeer toegedaan te zijn en hij vertelt haar over de geschiedenis uit het verleden
(zie eerdere albums uit de reeks). Omdat Hugo vastbesloten is om Alix te bevrijden, ziet Nolwenn zich genoodzaakt een
overeenkomst met Ravenaud te sluiten die met Hugo mee zal gaan. Hij moet verhinderen dat Hugo slaagt in zijn opzet.
Indien nodig moet Ravenaud Alix doden. In ruil hiervoor is zij bereidt om de minnares van Ravenaud te worden. Maar Hugo
mag niets overkomen. En zo vertrekt het gezelschap. Tijdens de reis piekert Ravenaud hoe hij het aan zal pakken en
ontwikkeld zo zijn eigen ideeën. Hij wil Nolwenn voor zichzelf en ook het heerschap van Crozenc. Misschien bevindt de
gevaarlijkste tegenstander voor Hugo zich niet in het kasteel dat zijn reisdoel is.
Het zesde deel uit de serie 'De onthoofde arenden' is simpelweg getiteld 'Alix'. Het betekent de opening van een nieuw
vervolgverhaal in de reeks. Hugo en Nolwenn hebben een soort verstandshuwelijk dat niet bestand is tegen het verschijnen
van Alix in hun leven. Jaloezie, verraad en wantrouwen kenmerken het verhaal. Nolwenn die bang is haar positie te verliezen
en samenspant tegen het plan van Hugo. Ravenaud die door verraad zijn eigen positie wil verbeteren. Het wantrouwen en de
blinde woede van de boeren die Hugo op zijn tocht tegenkomt. Vrijwel iedereen is gemotiveerd door eigen belang, zo ook de later
in het verhaal opduikende jongen Conan. Maar ook dit verhaal is goed geschreven en geeft antwoord op de vraag wat er
van Alix geworden is. Hoewel het tekenwerk niet altijd even vast is, stoort dit mij geenszins. De personages blijven
zeer herkenbaar en het verhaal voert je mee naar een nieuw avontuur.
Oh ja, het kasteel van Peyrepertuse bestaat echt.
|

Hugo is uit zijn benarde positie bevrijdt door de jonge Conan. Samen trekken ze verder in de richting van Peyrepertuse.
En uiteindelijk bereiken ze hun bestemming. Ze komen aan in het dorpje Duilhac dat net onder Peyrepertuse ligt. Op de berg
in de verte ligt het indrukwekkende kasteel. De plaats waar Alix vastgehouden wordt. In het kasteel vinden verbouwingen
plaats. Het fort moet vergroot worden. En dit is voor Hugo een kans om onopgemerkt het fort te kunnen betreden.
Samen met Conan zal Hugo gaan werken op de bouw om zo een beter inzicht te krijgen hoe het fort bewaakt wordt en een
middel zoeken om met Alix in contact te komen. En haar te bevrijden. Hugo beseft dat de kansen niet groot zijn, want
hij is alleen met Conan. In Crozenc heeft Ravenaud ondertussen verteld dat Hugo gedood zou zijn. Een bericht dat Nolwenn
en Sigwald maar moeilijk kunnen aanvaarden. De oude vriend van Hugo zal een groep gaan leiden op zoek naar Hugo. Nolwenn
is zeer ontdaan, want ze heeft nooit de dood van Hugo gewenst. Wel wilde ze dat Ravenaud de bevrijding van Alix zou
verhinderen. Zij vormt immers een bedreiging voor de positie van Nolwenn. Maar de verraderlijke Ravenaud heeft de
afspraken iets anders ingevuld en meent nu Hugo gedood te hebben. En dus vertrekt een gezelschap onder leiding van
Sigwald, ook Ravenaud is meegegaan. Omdat Sigwald Ravenaud totaal niet vertrouwt geeft hij een van de mannen, Anselmus,
de opdracht om goed op Ravenaud te letten.

Doordat Sigwald in de buurt van het dorp waar Hugo gedood zou zijn inlichtingen inwint, komt hij er achter dat de heer
van Crozenc nog in leven is. Nu blijkt dat Ravenaud gelogen heeft laat Sigwald hem vastbinden. Sigwald beschuldigd
Ravenaud ervan Hugo in de steek te hebben gelaten. Natuurlijk ontkent de verrader elke beschuldiging, maar hij beseft
wat er zal gebeuren zodra ze Hugo terugvinden. Dat zal zijn einde zijn. Die avond houden de mannen krijgsberaad. Een
deel van de mannen gaat met Sigwald mee. Hij rekent er op dat Hugo doorgegaan is in de richting van Peyrepertuse. Aan
Anselmus is de opdracht Ravenaud als gevangene terug te brengen naar Crozenc. De volgende ochtend gaan de twee groepen
uiteen. Maar al snel ziet Ravenaud kans om Anselmus te misleiden en te doden. Hij vlucht voor de overige mannen via de
rivier. Ook hij trekt nu naar Peyrepertuse. Ondertussen hebben Hugo en Conan hulp gekregen. Conan heeft vriendschap
gesloten met een meisje uit het fort. En zij zorgt ervoor dat Alix een brief van Hugo krijgt. Maar ook Roger van Castelnau
en zijn sadistische zoon Willem hebben een medestander gekregen. Ravenaud is in het fort aangekomen en biedt zijn diensten
aan. Iets waar Roger graag gebruik van maakt. Een gevaarlijk kat en muis spel gaat zich voltrekken.
Het verhaal 'De gevangene van de slottoren' (La prisonnière du donjon) verscheen in 1993. Kraehn vertelt het verhaal
op een gedegen manier. Hugo is in een minderheidspositie en moet zich dus van een list gaan bedienen om de door hem
beminde Alix te kunnen bevrijden. Het verhaal ontvouwt zich op verschillende plaatsen. Hugo, Sigwald, Alix, Ravenaud,
allen vormen een onderdeel van deze boeiende vertelling, waarbij je dan weer eens de een volgt en dan weer de ander.
Het verhaal vormt aan de ene kant een afsluiting, doordat een van de personages voorgoed uit de reeks verdwijnt.
Aan de andere kant vormt dit deel een tussenstuk. Na de gebeurtenissen in het zuiden van het land zal hierna de rol
van Nolwenn belicht gaan worden. Spannende en onderhoudende serie.
|

Hugo is teruggekeerd in Crozenc na het avontuur in Occitanië. Maar eerst heeft hij een trieste taak te verrichtten.
Zijn metgezel en vriend Sigwald heeft het laatste avontuur niet overleefd. Met dichtgeknepen keel en een zwaarmoedig hart
volgt Hugo de ceremonie in de kleine kerk. Het is de wens van Hugo dat Sigwald zal rusten in dezelfde kerk als waar zich de
relieken van Renaud bevinden. Wanneer de bel van de kerk luidt komt de menigte de kerk uit. Vanaf een afstand wordt de
gang van zaken gadegeslagen door Nolwenn. Bij zijn terugkeer had Hugo haar zonder enige uitleg in de toren laten opsluiten.
Sindsdien had zij hem niet meer gezien. Maar daar komt nu verandering in. Nolwenn wordt opgehaald door twee bewakers en
voor Hugo geleidt. Maar ook nu spreekt de heer van Crozenc niet. Hij laat het woord voeren door een geestelijke.
De jonge vrouw wordt ervan beschuldigd Ravenaud van Cuzion te hebben beïnvloedt. Door haar gevoelens voor hem te
tonen zou Ravenaud zijn eed als ridder hebben verzaakt en zich tegen zijn heer hebben gekeerd. Maar Hugo wil geen
rechtspraak spreken omdat hij teveel bij de zaak betrokken is. Dit wil hij overlaten aan zijn leenheer Alfons van Poitiers,
de broer van de koning. Maar de grootste klap moet nog komen voor Nolwenn. Tot nu toe heeft zij gedwee de geestelijke
aangehoord. Maar wanneer zij hoort dat Hugo zich van haar zal laten scheiden wanneer Nolwenn schuldig wordt bevonden,
reageert de jonge vrouw.

Want wat niemand weet is dat Nolwenn zwanger is. Zij is zwanger met het kind van Hugo. Maar na een korte aarzeling spreekt
Nolwenn niet verder. Althans dat lijkt zo. Maar plotseling rukt zij zich los van haar bewakers en spreekt een vloek uit
over Hugo en Alix. Die avond zit Hugo somber in zijn kamer. Dan wordt de deur geopend en komt de jonge Conan binnen (zie
de vorige twee albums). Vrouwe Alix vraagt een audiëntie. Enigszins verbaasd vraagt hij Conan om de vrouw waar
hij zoveel van houdt binnen te laten komen. En als snel verzoekt hij Conan om te verdwijnen. De twee geliefden kunnen niet
langer weerstand bieden en brengen de nacht samen door. Maar ook spreken zij over het lot van Nolwenn. Hugo maakt duidelijk
dat hij haar dood niet wenst, maar dat de kans bestaat dat Alfons haar ter dood veroordeeld. Hugo zal alles doen om dit
te voorkomen. Maar het lot dat de jonge vrouw dan wacht is ook niet benijdenswaardig. Zij zal haar dagen moeten slijten
in een klooster. Dit is iets wat Alix zich erg aantrekt. Daarom verlaat zij gedurende de nacht de bedstee en gaat naar
Nolwenn en helpt de vrouw om te ontsnappen. De volgende dag biecht Alix op wat zij gedaan heeft. Hugo is wel enigszins
bezorgd maar door zijn hervonden liefde voor Alix maakt hij er weinig woorden aan vuil. Bovendien heeft hij nog iets
anders aan zijn hoofd. Over enkele dagen zal hij het kasteel van Ravenaud in handen leggen van Anselmus (zie de vorige
twee albums). De bezittingen van Ravenaud komen nu Hugo toe. Het lijkt een eenvoudig klusje, maar niets zal minder waar
blijken te zijn. En dan ligt ook het verleden van Hugo nog op de loer.
Met het album 'Het teken van Nolwenn' (La Marque de Nolwenn) komt het verhaal over Hugo in een nieuwe fase terecht.
Er is definitief afscheid genomen van Sigwald en dus staat Hugo er nu echt alleen voor. Hoewel Alix is teruggekeerd
neemt zij niet de plaats van Sigwald volledig in voor wat betreft vertrouwelijkheid. Hugo heeft immers een geheim,
hij is niet de echte zoon van Renaud en heeft dus feitelijk ten onrechte de titel heer van Crozenc. Nu was dit iets wat
Sigwald natuurlijk wist, maar Alix weet niet beter of Hugo is de rechtmatige troonopvolger. Ook is er veel aandacht voor
het personage van Nolwenn. De jonge vrouw heeft nooit de bedoeling gehad om Hugo fysiek kwaad te berokkenen maar door de
handelingen van Ravenaud is Hugo nu (enigszins weifelend maar toch) haar tegenstander geworden. Dan is er natuurlijk ook
de zwangerschap van Nolwenn. Zij draagt het kind van Hugo. Voor de toekomst is dit een interessante verhaallijn die nu
alvast is aangeboord. Gedwongen door omstandigheden zoekt Nolwenn bescherming bij Ravenaud, zonder dat zij gevoelens voor
hem koestert. En ze is zich er van bewust dat het keren van de kansen gevolgen heeft voor de positie van haar kind. Dit
wordt het anker dat haar koers bepaald, ook wanneer ze de echte afkomst van Hugo verneemt.

|

Na de aanval van Hugo op Cuzion is Ravenaud er in geslaagd om te ontsnappen. Hij is er vandoor gegaan in het gezelschap van
Nolwenn. Eenmaal terug in Crozenc stuurt Hugo manschappen uit om Ravenaud te zoeken. Er wordt een beloning uitgeloofd voor
een ieder die informatie heeft waardoor de nu vogelvrije ridder gevangen genomen kan worden. Maar even hard zal Hugo
optreden tegen iedereen die Ravenaud hulp biedt of onderdak geeft. Deze personen zullen aan de strop eindigen. Zo luiden
de waarschuwende woorden van de mannen die uit naam van Hugo op zoek zijn naar Ravenaud. Deze boodschap wordt ook herhaald
in de nederzetting bij de versterking van ridder Guédin. Maar wat de boodschappers van Hugo zich niet
realiseren is dat Guédin onderdak biedt aan Ravenaud en Nolwenn. Het lukt hem ternauwernood om de mannen van Hugo te
misleiden, maar het is duidelijk dat het te gevaarlijk is om hier langer te blijven. Ravenaud heeft Guédin wel
het geheim van Hugo vertelt. Dit sterkt de oude ridder in zijn overtuiging om het tweetal te helpen. Hij geeft hen een
som geld en een stel verse paarden. Die nacht laat hij ze zo stil mogelijk vertrekken. Maar het vertrek is niet onopgemerkt
gebleven. Een knecht van de oude ridder heeft het tweetal gezien en hun namen gehoord. En omdat er een grote beloning is
uitgeloofd begeeft de knecht zich naar Crozenc.

Maar Hugo heeft nog een ander probleem. Alix heeft haar gezelschapsdame, Ermeline, met Hugo horen praten. Hugo is in groot
gevaar omdat Ravenaud het geheim van Hugo kent. En dan hoort Alix dat Hugo niet de zoon is van Renaud. Dit drijft een wig
tussen de twee geliefden. En het duurt niet lang voordat het tot een uitbarsting komt. Geëmotioneerd vraagt Hugo
of Alix hem wil vergeven. De jonge vrouw is niet zozeer getroffen doordat Hugo niet de echte zoon van Renaud is, maar
eerder dat hij zijn geheim niet met haar gedeeld heeft. Maar nu de waarheid in de openbaarheid is tussen de twee lijkt
de lucht tussen hen ook geklaard te zijn. Nadat Hugo heeft vernomen wie Ravenaud onderdak heeft verschaft haast hij
zich naar het huis van Guédin. Na enige dwang en dreigen leert Hugo dat Ravenaud in het gezelschap is van Nolwenn en
dat beide vertrokken zijn met een grote som goud. Maar wat Ravenaud van plan is blijft nog in nevelen gehuld. Terwijl
zich dit allemaal voordeed heeft Ravenaud het meeste goud begraven. Nolwenn had hij gebonden achtergelaten. Nu begeven
beide zich naar de schuilplaats van een bekende bendeleider, Harribert Snijneus. Het lukt hen om ongedeerd in het kamp
van Harribert en zijn rabauwen te komen. Want Ravenaud heeft een plan waarbij hij hulp nodig heeft. De enige die bij
de hertog van Poitiers zijn woorden kan ondersteunen dat Hugo een bedrieger is, is de man die het echte kind van Renaud
gedood heeft. Het is de oom van Alix, Roger van Castelnau. Om hen te dwingen om de waarheid te onthullen wil Ravenaud
een zoon van de oom van Alix ontvoeren. Zijn leven in ruil voor de getuigenis. Maar om deze zoon, die Oulfaut heet,
gevangen te nemen heeft Ravenaud de hulp nodig van Snijneus. Hij biedt een grote hoeveelheid goud. Maar dit vindt
Snijneus niet voldoende. Hij wil ook Nolwenn hebben. Zonder aarzeling offert Ravenaud de jonge vrouw op die in handen
valt van de bendeleider. Snijneus verkracht Nolwenn en besluit dat zij zijn nieuwe gezellin is. Maar dit valt niet in
goede aarde bij zijn oude gezellin, Liegarde. Wanneer deze vrouw tracht zich van Nolwenn te ontdoen moet zij vluchten
voor haar leven en valt uiteindelijk in de handen van de mannen van Hugo. Nu hij weet wat Ravenaud van plan is probeert
Hugo hem voor te zijn. Ondertussen is Nolwenn ontsnapt uit het kamp van Snijneus, maar valt vrijwel direct in handen
van een andere rabauw, Draaikont. Ook hij misbruikt de jonge vrouw die beseft dat niemand op wie zij dacht te kunnen
vertrouwen haar ook werkelijk zal helpen. En dus gaat zij voorlopig een verbond aan met Draaikont met de bedoeling
hem zo snel mogelijk te lozen. Hoe zal de toekomst zich gaan ontvouwen en welke loop zullen de levens van de
hoofdrolspelers krijgen?
In dit nieuwe deel van de serie, met als titel 'De gijzelaar' (L'Otage), vinden een groot aantal gebeurtenissen plaats.
Allereerst wordt duidelijk dat Alix nu weet dat Hugo helemaal niet de zoon is van Renaud. Nu weet Ravenaud dit natuurlijk
ook en de contouren van een politiek steekspel beginnen vorm aan te nemen. Een steekspel waarbij Alix zich achter Hugo
stelt. De rol van Alix in de serie is inmiddels aan het afnemen. Hoewel haar personage in het begin nog een belangrijk
aandeel had in de gebeurtenissen, is zij nu slechts sporadisch in het verhaal aanwezig. Hoe anders is dit met het
personage van Nolwenn. Na de rol van Hugo is zij op dit moment in mijn ogen van groot belang voor de wijze waarop het
verhaal vorm neemt. Als personage is Nolwenn ook een interessante toevoeging in het verhaal, zeker ook omdat zij niet
tot een bepaalde partij behoort. Zij reist dan weliswaar met Ravenaud, maar dit doet zij alleen omdat de omstandigheden
haar eigenlijk geen andere optie bieden. Ik vind haar personage dan ook zeker niet tot de echte schurken behoren. Door
de serie heen is zij eerder iemand die nogal wat klappen van het leven krijgt, zich veel moet laten welgevallen en
probeert te overleven. Toen Hugo voorbij kwam zag zij in hem een mogelijkheid op een beter leven en zij was hem zeker
niet vijandig gezind. Door omstandigheden, die zij wel heeft laten beginnen maar die buiten haar bedoeling een geheel
andere wending kregen, is zij in ongenade gevallen. Het is een personage waarvoor ik zeker sympathie heb. Heel anders
dan het personage van Ravenaud die alleen uit is op zijn eigen gewin en positie verbetering. Nadat dit jammerlijk heeft
gefaald zoekt hij wraak om de wraak en schuwt daarbij geen middel en offert een ieder die dit doel dichterbij kan brengen.
Kraehn schildert rustig verder aan een uitstekende serie hierbij ondersteund door het tekenwerk van Pierret.

|

Hugo is door Roger van Castelnau gevangen gezet. Nadat Ravenaud de zoon van Roger als waarborg gevangen heeft laten nemen
werden zijn eisen ingewilligd. Hugo beseft dat hij uit de gevangenschap zal moeten ontsnappen en begint in te spelen op de
hebzucht van zijn bewakers. En zijn plan slaagt. Althans het slaagt bijna, want Hugo had er op gerekend met een bewaker te
moeten afrekenen nadat hij uit het kasteel van Castelnau ontsnapt zou zijn. Maar deze bewaker, die door Hugo 'mooie jongen'
wordt genoemd, heeft een kompaan meegebracht. En deze man, die Dikarm wordt genoemd, zal niet makkelijk te verslaan zijn.
Maar voorlopig is het eerste probleem opgelost. Hugo is weg uit de greep van Roger van Castelnau. Ravenaud is nog ontwetend
over de ontsnapping van de heer van Crozenc. Hij bevindt zich in Poitiers waar hij heer Alphonse had gehoopt te kunnen
spreken. Echter deze is op zijn domein in Isle-de-France en het is niet bekend wanneer hij terugkeert. Maar Ravenaud
bepleit zijn zaak alvast bij de baljauw. Een man die zich gekrent voelt door de manier waarop Hugo hem recent behandeld
heeft (zie deel 9 van deze serie). Ravenaud heeft een bondgenoot gevonden. En terwijl Ravenaud zijn plannen smeed probeert
Hugo zijn beide bewakers om te praten. Er is helemaal geen goud, nou ja, dat is er wel maar dan in zijn kasteel. Hij stelt
voor dat beide mannen in zijn dienst treden, want terug kunnen ze niet meer. Mooie jongen wil er niets van weten, maar
wanneer hij Hugo wil doden kiest Dikarm de kant van de heer van Crozenc. En zo keert Hugo in vrijheid terug op zijn
kasteel en in de armen van Alix. Maar het probleem over zijn afkomst blijft. Ook Nolwenn heeft problemen. Zij is de handen
van een rabauw gevallen. Wanneer zij echter een stadje bereiken lukt het haar om zich van hem te ontdoen. Eenmaal alleen
gaat zij op zoek naar het goud dat Ravenaud begraven heeft. Hoewel ze niet precies weet waar dit ligt weet ze wel waar ze
ongeveer moet gaan zoeken. De pionnen staan op het bord. Het gevaarlijke eindspel gaat een aanvang nemen.

Het 10de deel uit de serie, met de titel 'De erfgenaam van Crozenc' (L'héritier de Crozenc), vormt in zekere zin een
afsluiting van de eerste periode verhalen over de lotgevallen van Hugo. De afkomst van Hugo staat centraal in dit deel.
Zal hij in staat zijn om zijn titel, zijn eigendommen en zijn geluk met Alix te behouden. De intriges van Ravenaud zijn
uitermate gevaarlijk voor Hugo. Net als de vorige delen slaagt Kraehn er in om met een prima scenario op de proppen te
komen. De personages die vaart geven aan het verhaal, naast Hugo zijn dit natuurlijk Nolwenn en Ravenaud, krijgen ieder
een deel toebedeeld waarbij de verhaallijn ervoor zorgt dat de personages op het beslissende moment tezamen komen. Ook
het tekenwerk van Pierret is in dit deel weer heel goed. Hij laat de periode waarin de verhalen geplaatst zijn zeer
levendig op het papier tot leven komen. Zoals gezegd vormt dit deel eigenlijk een soort afsluiting van de rode draad
die door de serie liep. Ik ben zeer benieuwd hoe de makers de avonturen van Hugo, Alix, Nollwenn en anderen voort zullen
zetten.

|

Het is november 1247. De hele nacht regent het boven het grondgebied van Crozenc. Het kasteel is dan ook in stilte gehuld.
Maar dan schiet Alix met een luide kreet waker. Deze is zo hard dat Hugo er wakker van wordt. Alix had een nachtmerrie.
Sinds Hugo bekend heeft gemaakt dat hij zal deelnemen aan de nieuwe oproep voor een kruistocht, heeft zijn gemalin vaker
deze nachtmerries. Dromen waarin Hugo de dood vind in een van die verre landen. Maar zover is het nog niet. Het leven
van de heer van Crozenc neemt vooralsnog zijn gewone gang. Die dag moet Hugo recht spreken in een geschil tussen twee
ridders wiens zwaarden hem toebehoren. De twee mannen zijn broers. De broers hebben een geschil over het eigendom van
velden, maar de onenigheid gaat verder dan de velden. De broers haten elkaar al lange tijd. Maar het huwelijk van
Adhemar met Nollwenn, waardoor hij meester van Cuzion werd, heeft de haat van zijn broer Gaucher verder aangewakkerd. En hoewel
Hugo na zijn rechtspraak hen beveelt om vrede te sluiten, maakt hij zich weinig illusies over de werkelijke gevoelens van
de broers. Er is echter nog een zaak die te bespreken valt. Op het grondgebied van Cuzion brengt een wolf grote schade
aan. Het is de taak van Adhemar hier iets aan te doen. Tot op heden zonder veel succes. En hierdoor maakt Hugo zich zorgen
want de boerenbevolking begint al te fluisteren dat de wolf een duivels beest is.

En deze laatste opmerking alarmeert broeder Nicolaas, de vertegenwoordiger van de kerk. Hij is een fel aanhanger van de
inquisitie en laat geen mogelijkheid onverlet om de greep van de kerk over de bevolking te versterken. Maar Hugo heeft nog
een volgende mededeling. Drie jaar eerder besliste koning Lodelijk de negende het kruis aan te nemen en nu maakt Hugo
bekend dat hij en zijn ridders de koning zullen volgen op de kruistocht. En deze mededeling ontlokt direct een scherp
protest bij Nolwenn, want zij wil niet dat haar man deelneemt aan de onderneming. De opmerking is zo scherp dat broeder
Nicolaas haar een boetedoening laat doen. Wanneer Nolwenn, die niet in de boetedoening gelooft maar beseft dat haar
positie dit nu eenmaal vereist, op haar knieën de kapel van de heilige Nicodemus bereikt treft zij een dode priester
aan. Duidelijk aangevallen door de al beruchte wolf. Het is een nieuwe fase in de mythe over de wolf van Curzion. Maar
wel een mythe die wat menselijke hulp krijgt.
Het elfde album uit de serie, 'De wolf van Curzion' (Le loup de Cuzion), vormt een tussenverhaal. De vertelling vormt de
overgang naar een nieuwe verhaallijn. Een waarbij de kruistocht waaraan Hugo deel zal gaan nemen, zeker een prominente
rol zal hebben. Maar eerst dit avontuur. Hoewel het verhaal duidelijk geschreven is als een brug naar nieuwe belevenissen,
is het zeker geen slecht verhaal. Het is meer een middeleeuwse thriller waarbij Hugo de rol van de speurder op zich neemt.
Het scenario zit uitstekend in elkaar en boeit van begin tot eind. Het tekenwerk voegt ook nu weer iets extra's toe.
Je voelt als het ware de koude waarin het verhaal zich afspeelt, met hier en daar tekenwerk die de spanning van het
verhaal zeker verhoogt. Prima deel uit de reeks De Onthoofde Arenden.
|

De kruistocht die door Lodewijk IX wordt geleidt vertrok in 1248 vanuit Aigues-Mortes. De tocht bracht hen naar Cyprus,
waar de kruisvaarders zich nog steeds bevinden. In april 1249 wordt in het koninklijk paleis in Nicosië een toernooi
georganiseerd. Vele ridders zijn al afgevallen. Twee deelnemers strijden in de finale om de eindzege: de eer en een
zitplaats naast de mooie Alienor van Lusignan tijdens het banket wat die avond zal worden gehouden. De twee laatste
deelnemers zijn Diego de Navarees en Hugo van Crozenc. De tegenstander van Hugo staat bekend om zijn kracht en dus moet
Hugo de strijd anders aanpakken. Door zich slim te gedragen tijdens het gevecht komt Diego ten val. Woedend eist hij dat
het gevecht op de grond wordt voortgezet want de heer van Crozenc gebruikte tactieken die de Saracenen gebruiken. Maar
koning Lodewijk is gecharmeerd van de snedige repliek die Hugo zijn tegenstander geeft en roept de Fransman uit tot winnaar
van het toernooi. Wanneer Hugo zich die middag voorbereidt op het banket meldt zich een onbekende man met een donkere
huidskleur zich bij zijn tent. Hij zegt een Christelijk ridder te zijn genaamd Guy de Valicouleurs. Zijn donkere tint
komt doordat zijn vader een vrouw uit het heilige land huwde. Guy werd tot slaaf gemaakt toen het kasteel van zijn vader
in handen van de Saracenen viel. Op zijn rug draagt hij het brandmerk van een slaaf.

Guy zegt ontsnapt te zijn en kostbare informatie te hebben over de zwaktes van de stad Jeruzalem. Handig wanneer de
kruisvaarders deze stad willen aanvallen. Voorlopig geeft Hugo de man het voordeel van de twijfel en brengt hem voor Hugo
van Lusignan, graaf van La Marche. Nadat hij in het verleden had deelgenomen aan een mislukte opstand ging het kasteel van
Crozenc voor acht jaar over in andere handen. Hugo wil natuurlijk de leen van Crozenc behouden en heeft zich daarom onder
het banier van de graaf van La Marche geschaard en niet onder die van Alphonse van Poitiers zijn huidige leenheer.
De graaf wil het kasteel eigenlijk in handen geven van zijn bastaardzoon, maar de troef die Hugo nu heeft voorkomt dit.
Tijdens het banket merkt Hugo duidelijk dat Alienor van Lusignan, de nicht van de graaf, meer wil dan een praatje. Iets
waar Hugo weinig bezwaar tegen lijkt te hebben. Maar hij beseft niet dat de bastaardzoon van de graaf iedere zwakheid zoekt
van Hugo die hij kan uitbuiten om zo toch de hand te leggen op Crozenc. Niemand realiseert zich echter dat er iets anders ook nog
speelt. Iets wat uiteindelijk een bedreiging kan vormen voor het leven van Lodewijk IX.
Met het verhaal 'De slaaf' (L'esclave) uit 1998 neemt een nieuwe fase uit de serie een aanvang. Hugo is met koning
Lodewijk IX meegereisd om deel te nemen aan een kruistocht. En het beeld wat Kraehn en Pierret neerzetten is er een die
al vaker naar voren is gebracht. Zo'n onderneming was verre van eensgezind en vrome redenen speelden vaak geen rol. Het
ging vooral om invloed, macht en het verwerven van rijkdom en aanzien. Ook in dit avontuur zijn de intriges en is het
verraad niet van de lucht. Hugo lijkt er overigens geen moeite mee te hebben om een scheve schaats te rijden binnen zijn
huwelijk, maar ook dit was in die dagen gewoon. Dit deel betekent weer een aanvang van een langer lopend verhaal en het
begin is veelbelovend voor het vervolg.
|
|