|
|

Jean-Luc Istin is geboren op 01 augustus 1970 in
Frankrijk. Hij volgt een studie kunst en gaat vervolgens in militaire
dienst. Na zijn diensttijd begint hij te schrijven aan stripverhalen. Vanaf 1999 werkt hij aan het fanzine Avenir.
Hier leert hij Guy Michel kennen. Met Michel maakt hij de series 'Aquilon' en 'Arthur Pendragon'.
De afgelopen jaren verschenen meerdere verhalen van zijn hand. Behalve de serie 'Het vijfde evangelie'
schreef hij ook de serie 'De drakenorde' (L'Ordre des dragons). Zijn verhalen zijn sterk beïnvloed door mystieke
elementen.
Thierry Jigourel werd geboren op 17 september 1960 in Lorient, Frankrijk. Hij is journalist, schrijver,
scenarioschrijver en docent. Hij is een specialist in Groot-Brittannië en de Keltische landen. Hij werkt of heeft
gewerkt voor tijdschriften zoals Pays de Bretagne, Histoire médiévale en Histoire antique. Er zijn ook diverse boeken
van zijn hand verschenen. In 2004 maakt hij op het festival d'Univers Celtes kennis met Jean-Luc Istin. Deze kennismaking
resulteert in de huidige samenwerking.
Jacques Lamontagne werd in 1961 geboren in Quebec. Wanneer hij zich op school verveelde, tekende hij personages in
de marges van werkmappen. Al snel tekent hij op het bord afbeeldingen die betrekking hebben op bijvoorbeeld de kerstperiode, Pasen en dergelijke.
Zijn leraren zagen al gauw in dat Jacques Lamontagne een bijzonder tekentalent had. Het was dus de eerste officiële opdracht
van de kleine Jacques, waarvoor hij zich beloond zag met snoep. Buiten schooltijd verslond hij strips. Op latere leeftijd
volgt hij een cursus van drie jaar in de grafische vormgeving aan het College Sainte-Foy. Na zijn afstuderen werkte hij
voor reclamebureaus, maar al snel werd hij freelance illustrator. In de late jaren '90 werd hij gevraagd door een aantal
grote tijdschriften om voor hen te werken. In december 2004 tekende hij voor de uitgever Soleil uit Frankrijk een nieuwe serie,
De Druïden.
|
De serie 'De Druïden' (Les Druides) speelt zich af in de nadagen van de klassieke oudheid, tijdens de overgang naar de
middeleeuwen. Het is een periode van verwarring en ook een tijd waarin talrijke Keltische koninkrijkjes ontstaan. De macht van
het West-Romeinse rijk was tanende. Maar het is ook de tijd dat de Rooms-katholieke kerk haar invloed steeds verder
uitbreidt. Hierdoor ontstaan natuurlijk conflicten, onder meer met de wereld van de druïden. Een van hen is Gwenc'hlan.
Hij leefde in het noorden van Bretagne, een gebied dat toen bekend stond als Dumnonia. De naam is namelijk niet per ongeluk
gekozen. Gwenc'hlan is de bijnaam van een legendarische 6e eeuwse Bretonse druïde en bard genaamd Kian.
Hij was het onderwerp en benoemd auteur van een Bretonse lied genaamd "Diougan Gwenc'hlan"
(Gwenc'hlan's profetie). Dit lied is door Hersart de la Villemarqué in 1839 in zijn bloemlezing Barzaz Breiz opgenomen.
De legende van de 6de eeuwse bard is grotendeels een creatie van de la Villemarqué, maar hij heeft wel gebaseerd op
traditionele Bretonse verhalen.

|
Gwenc'hlan... Mijn meester, naar wie al mijn gedachten uitgaan, nu ik verlangend begin uit te kijken naar het ogenblik
dat ik hem zal weerzien in de andere wereld, achter de nevelen...
Doordat de druïdendienst tanende was besloot een man zijn herinneringen, zijn kennis, op papier te zetten. De meeste
druïden waren verdwenen of hadden zich bekeerd. Voor de schrijver is het op schrift stellen van zijn herinneringen
de enige manier om zijn kennis over te dragen aan latere generaties. En zijn herinneringen voeren hem terug naar het
eiland Bréhat, Armorica op het einde van de 5de eeuw. Een groep monniken verlaat de veiligheid van de abdij. Ergens
buiten in de zware storm moet zich nog de jongen Efflam bevinden. Er moet een reden zijn waarom hij niet is teruggekeerd.
Na enig zoeken vinden ze de jongen aan het strand. Op zijn knieën, biddend. En daar is goede reden toe. Want in het
water ligt het onthoofde lichaam van een man. Door zijn borst steekt een staak met hierop opmerkelijke tekens.
Het lichaam bleek dat van een broeder te zijn, Tutgwal. De leider van de abdij ziet zich geplaatst voor een dilema
maar weet dat hij eigenlijk geen keuze heeft. Hij moet raad zoeken bij Gwénolé. Deze Gwénolé is een
oud-leerling van de leider van de abdij en is zeer machtig geworden. Anders dan zijn vroegere meester Budog, is Gwénolé
geen volgeling van Pelagius. Deze Britse monnik was de mening toegedaan dat er niet zoiets bestond als de erfzonde. Een
stelling die door Rome als ketterij werd veroordeeld. En Gwénolé volgt met zijn abdij van Landeweneg de lijn van
Rome.

Na een kort gesprek uit beleefdheid komt Budog tot de zaak waarvoor hij naar Gwénolé is gekomen. Dan blijken er
zich meer moorden te hebben voorgedaan. Drie om precies te zijn. Alle drie de slachtoffers waren monniken, alle drie waren
ze onthoofd en stak een staak door hun borst. Een staak met hierop speciale tekens, Ogams. De heilige schrifttekens die
door de druïden worden gebruikt. Beide mannen beseffen dat de Ogams door willekeurig wie op de stukken hout kan zijn
aangebracht om de druïden in diskrediet te brengen. En dan doet Gwénolé een opmerkelijk voorstel. Waarom
laten ze de zaak niet heronderzoeken door een betrouwbare druïde? Budog kent zo'n druïde uit het verleden.
Zijn naam is Gwenc'hlan. De genoemde man heeft zojuist het feest samonios met de clan beleefd. Maar ditmaal kwam hij in
contact met Morrigane. Deze godin waarschuwt Gwenc'hlan voor de gevaren van de toekomst. Kort daarna komt de boodschapper
van Budog. En samen met zijn leerling Taran begeeft Gwenc'hlan zich op weg. Hij zal flink moeten uitpakken om de waarheid
omtrent de moorden te achterhalen.
Het album 'Het mysterie van de Ogams' (Le Mystère des Oghams) opent deze bijzonder intrigerende serie.
In het begin moest ik even aan de namen wennen, maar daarna las het verhaal als een trein. De clash tussen de opkomende
macht van de kerk in Rome en de neergang van de druïdendienst is door heel het album voelbaar. Maar er is meer dan dat.
Ook binnen de monniken zijn er verschillen van inzicht en is het opletten welke koers gevaren wordt. Het beeld dat uit
de nevelen van die onzekere tijd opduikt is er een van angst, twijfel, intrige, zucht naar invloed en macht. Als een
soort Keltische Cadfael onderzoekt Gwenc'hlan de drie moorden, die op het oog overduidelijk wijzen naar de druïden.
Maar is dit ook werkelijk zo, of is er iets totaal anders aan de hand? Gadegeslagen door zijn leerling volgt Gwenc'hlan
het pad in deze boeiende thriller. In de inleiding van het album melden de makers dat het uiteindelijke doel van het
verhaal is om de lezer te boeien. Geslaagd, tien met een griffel!
|

Gwenc'hlan zoekt zijn oude vriend Budog op. Tijdens een wandeling langs het strand, waar de dode en onthoofde monnik is
aangetroffen, heeft hij iets in het zand gevonden. Wanneer Budog het voorwerp ziet schrikt hij. Het is een medaillon van
de duivel volgens de monnik. Gwenc'hlan begrijpt het niet. Is dit niet het teken van het geloof van Budog?
Dan vertelt Budog de ontstaansgeschiedenis van het teken. Toen het geloof in Jezus Christus zich over Brittanië
verspreidde waren er verschillende interpretaties van het geloof. Dit stoorde Rome. De paus stuurde een speciale afgezant,
Patricius, naar Brittanië. En deze Patricius was niet tot enig mededogen geneigd. Hij riep een geheime groep in het
leven, de 'imperium dei'. Het waren duistere extremisten die iedereen vermoorde die een afwijkende en onafhankelijke
mening had. Het symbool op het medaillon is die van hun orde. De orde imperium dei zou niet meer bestaan maar daar
twijfelt Budog nu aan. Terwijl ze teruglopen naar de abdij vertelt Budog dat Gwénolé hem gevraagd heeft naar
Ys te komen. In de stad van koning Gradlon verblijft hij momenteel en hij maakt zich grote zorgen om de dochter van de
koning, Dahud. Zij laat zich niet bekeren en hangt de oude goden aan. Maar voordat de reis naar Ys kan worden ingezet
heeft Taran een onheilsbode. Er is weer een dode monnik gevonden.

En dus vertrekken ze. Het schijnt dat de dorpelingen de schuldigen al gevat hebben. Een gevoel van onheil bekruipt
Gwenc'hlan. En bij aankomst blijkt dit niet zonder reden te zijn geweest. In een blinde wraakzucht en alleen gebaseerd
op onderbuikgevoelens hebben de dorpelingen drie druïden afgeslacht. Overtuigd van hun eigen gelijk, dat alleen
gebaseerd is op vooroordelen, zijn de drie mannen als de daders aangewezen en met stokken doodgeslagen. Wanneer
Budog één van de jongens ondervraagt die de druïden heeft gezien, blijkt het verhaal natuurlijk veel
genuanceerder te liggen dan dat de verblinde menigte had aangenomen. Gwenc'hlan onderzoekt de bodem en komt tot de
conclusie dat er zeven ruiters zijn geweest. Maar het spoor houdt op. Omdat er niets meer te doen viel vertrok het
gezelschap naar de fabelachtige stad Ys. Onderweg vertelt Gwenc'hlan aan Taran het verhaal over Gradlon en een godin uit
het hoge noorden. Duhad zou hun dochter zijn. Een verhaal dat Budog naar het rijk der fabelen verwijst. Hier treffen zij
Gwénolé maar ook de extreem mooie Duhad. Taran valt voor haar als een blok. Ondertussen gelooft Gwénolé
niet aan het bestaan van de imperium dei. Maar in Ys is veel niet wat het lijkt te zijn. En er wacht Gwenc'hlan een
ontmoeting met een geheimzinnige en gevaarlijke vreemdeling.
Ook het tweede deel uit de serie is een bijzonder goed verhaal. In het album 'Ys' (Is la blanche) gaat Gwenc'hlan verder
met zijn onderzoek naar de dode monniken. Het scenario zit overigens niet alleen sterk in elkaar, maar toont ook een stuk
van het menselijke gedrag dat maar al te bekend is. De dorpelingen die louter uit vooroordeel en onderbuikgevoelens een
blinde haat botvieren op de druïden is iets dat helaas vele malen is voorgekomen in de geschiedenis van de mensheid.
Maar het verhaal is ook een spannende voortzetting met een geheimzinnige sekte de imperium dei, een magische invalshoek
met de stad Ys en Dahud, de dochter van Gradlon. Zoals ik bij het eerste deel al opmerkte is dit een geweldige reeks
met fantastische illustraties. Het tweede deel is een uitstekend vervolg.
|

Door zijn onderzoek in de stad Ys leert Gwenc'hlan dat een geestelijke bezig is om een stuk van het manuscript te vertalen.
De eerder vermoordde broeders hebben ook aan delen hiervan gewerkt. Maar wanneer hij deze broeder Thomas vindt is het al te
laat. De geestelijke is dood. En in de kamer treft Gwenc'hlan een man die gehuld is in een mantel met een kap die zijn gezicht
afschermt. Al snel komt het tot een gevecht. Een gevecht dat op daken van Ys wordt voortgezet terwijl de regen neerdaalt
en de bliksemschichten door de lucht flitsen. De geheimzinnige man weet wie Gwenc'hlan is. En hij sommeert hem om de
zoektocht op te geven. Iets wat Gwenc'hlan geen moment overweegt. Tijdens het gevecht vallen beide mannen van het dak
waar zij zich bevinden en met enig fortuin belanden zij op het dek van een schip dat juist onder hen ligt. De gemaskerde
man ziet zijn kans schoon en springt in het water en verdwijnt. Wanneer Gwenc'hlan terugkeert naar de kamer van de vermoorde
monnik treft hij hier prinses Duhad. Dankzij de tussenkomst van Gwenc'hlan heeft de moordenaar zijn werk niet af kunnen
maken. In een verborgen nis vinden zij een kist met hierin de persoonlijke aantekeningen van broeder Thomas.
De broeder was toegetreden tot een geheim genootschap. De leider hiervan heeft Thomas belast met de vertaling van een deel
van het manuscript. Ook Thomas wist niet waar het manuscript vandaan kwam. Maar aangezien hij in staat was om de Ograms te
vertalen toog hij aan zijn taak.

De vondst werd meegenomen en samen met Budog en Taran lezen Gwenc'hlan en Duhad de aantekeningen. Nadat de Romeinse
legioenen uit Brittannië waren vertrokken vielen de oorspronkelijke bewoners ten prooi aan de Saksische invallers.
Het pratende hoofd van Talwrc'h leidt de Picten. Hij was ooit een Pictische prins die zich verzette tegen de Romeinen en het christelijke
geloof. Nadat zijn hoofd was afgehouwen werd het door de krijgers meegenomen en bleek het een pratend orakel te zijn
geworden. Omdat er geen veilige plek meer was op het eiland werd het hoofd naar de noordelijk gelegen eilanden gebracht.
Talwrc'h beval dat in ieder geval twee talismans veilig moesten worden verborgen. De bodemloze ketel van Dagda en de lans
van Lugh. De magische lans die nooit doel mist. Dan blijkt dat de lans verborgen is op de plek waar later Ys zou verrijzen.
Nu begrijpt Duhad ook waarom een priesteres haar vertelde dat juist hier de stad moest verrijzen. De lans ligt diep onder
de grond verborgen. De enige manier om het te bereiken is via een deur die maar met één sleutel geopend kan worden. En
het is de sleutel die om de nek van de vader van Duhad hangt. Maar de dood van broeder Thomas roept natuurlijk ook een
heftige reactie op Gwénolé. Hij eist dat er een kerk kan verrijzen in Ys, iets waar Duhad niets van wil horen.
Maar haar aanstaande echtgenoot tracht toch een brug te slaan. En zo gaat het avontuur verder. Terwijl Gwenc'hlan verder
onderzoek doet naar de informatie uit het manuscript gaat de leider van de geheimzinnige orde verder met zijn plan. En
hij heeft hulp. Niet alleen van de Saken, maar ook van iemand die veel dichter bij de groep van Gwenc'hlan staat.
In dit derde deel uit de serie, die de titel 'De lans van Lugh' (La Lance de Lug) draagt, komen langzaam de eerste
onthullingen op gang. Het verhaal wordt vlot vertelt en de handelingen volgen elkaar snel op. Het lukt Istin echter zeer
goed om de spanning vast te houden. Hij slaagt er in om de informatie zo in het scenario te verwerken dat de rode draad
van het verhaal niet verloren raakt in de details. Iets wat je bij andere series nogal eens hebt, maar daar is hier geen
sprake van. Ook voegt hij nieuwe ontwikkelingen toe aan het verhaal. Steeds meer betreedt je als lezer een magische wereld
waarbij er onder de op het oog gewone geschiedenis een verborgen verhaal ligt te wachten. En de makers voeren je op een
spannende manier naar deze ontdekkingen.
|

Terwijl Gwenc'hlan en Taran in de grot onder de stad Ys het gevecht aangaan met zijn handlangers, snelt prins Gurvan
omhoog. Trede na trede snelt de minnaar van Dahud omhoog met in zijn handen de magische lans van Lugh. Hij slaat geen
acht op de waarschuwingen van Gwenc'hlan. De druïde waarschuwde dat het verwijderen van de lans uit de ruimte het
evenwicht zou verstoren. De stad Ys zou zo ontdaan worden van haar bescherming tegen de woeste oceaan. Dan is hij boven.
Gurvan loopt met zijn trofee een zaal in. Maar hier wordt hij opgewacht door prinses Dahud. Zij begrijpt dat haar minnaar
haar bedrogen heeft, gebruikt heeft om zijn doel te bereiken. Een gevecht ontaard. Gurvan meent dat hij haar aan kan.
Heeft hij haar immers al eens niet eerder verslagen? Maar hij maakt een kolossale fout. In het eerste gevecht heeft
slechts een deel van Dahud verslagen, maar nu wordt hij geconfronteerd met haar goddelijke deel. Het is nu een gevecht dat hij
verliest en waarbij hij de hoogste prijs betaald. Ondertussen stijgt de oceaan en de stad Ys wordt overspoeld. Een schouwspel dat
door Budog en zijn helper Mawdez vanaf een kleine sloep wordt gadegeslagen. In de stad zoekt Gwénolé ook naar
een uitweg. Zijn oog valt op een groot houten kruis, volgens de geestelijke een teken van God. Maar ook Gwenc'hlan en
Taran moeten in de onderaardse gewelven van de stad vluchten voor het woedende water. Dankzij de vindingrijkheid van
Gwenc'hlan bereiken zij ongedeerd de oppervlakte. Hier treffen zij Gwénolé die de ramp ook heeft overleefd.
Maar vele inwoners van Ys waren niet zo gelukkig. Van Dahud en haar vader Gradlon ontbreekt elk spoor.
Nadat de aangespoelde doden zijn begraven bestuderen Gwenc'hlan, Taran, Budog en Mawdez het zesde manuscript. Het verhaalt
over de reis van de reuzenstenen door de magische klanken van de harp van Myrdhin. Als een graf voor honderden Britse doden
door de handen van de Saksen. De kring bestaat echt, zo weet Gwenc'hlan. Volgens het manuscript vallen de stralen van de
ondergaande zon bij de winterzonnewende op een bepaalde steen. Deze steen zal een plan onthullen. En dus trekken Gwenc'hlan,
Taran en Mawdez samen met enkele monniken naar Brittannië. Budog blijft achter in de abdij. Terwijl het gezelschap in
hun boot het kanaal oversteekt heeft Gwénolé in Redones (Rennes) een ontmoeting met een hoge geestelijke van de
kerk uit Rome. Het is hier dat de opdracht wordt gegeven om alle uitingen van geloof die niet stroken met de leer van Rome
te laten verdwijnen. Te beginnen met de orde van de Druïden. Gwenc'hlan en Taran hebben nog weet van de bijeenkomst
maar vermoeden al wel dat hun orde slachtoffer zou kunnen gaan worden. Maar eerst zijn er andere zaken waar zij zich op
moeten concentreren. Hun reis brengt hen naar het legendarische kasteel van Tintagel en voert hen naar de kring van de
reuzenstenen waar zij een zeer bijzondere ontmoeting hebben.

In dit vierde deel uit de serie De Druïden, met als titel 'De kring der reuzen' (La Ronde des géants), wordt
het vasteland verlaten en maakt het verhaal de oversteek naar Groot-Brittannië. Ook ditmaal verweven Jean-Luc Istin
en Thierry Jigourel meerdere elementen en presenteren zij wederom een intrigerend en bovenal spannend verhaal. Er is nog
geen enkele sprake van een vermindering in de kwaliteit van het verhaal. Integendeel zelfs. Door het oversteken van het
kanaal gaan nu ook de legendes over koning Arthur, zijn raadsheer Merlijn en het kasteel Tintagel deel uitmaken van het
verhaal. Ook Stonehenge doet zijn intrede. Dahud lijkt uit het verhaal verdwenen te zijn maar in haar plaats komen nu de
Britse mythes en legenden, hoewel Istin en Jigourel dit zeer interessant invullen. Ook de politieke koers van de vroege
kerk komt aan bod. Het tekenwerk van Jacques Lamontagne is ook nu weer uitermate goed en toont een hoge mate van
vakmanschap. De vormgeving van de steden, de personen, de natuur. Alles is even goed. Ook de uitdrukkingen op de
gezichten tonen zeer veel detail. Kijk bijvoorbeeld eens naar de verandering in oogopslag van het wezen dat Gwenc'hlan en
Taran ontmoeten bij de reuzenstenen op bladzijde 31. In een woord geweldig. Maar dat geldt eigenlijk voor de hele reeks
tot nu toe.

|

Nadat Taran in het woud zwaar gewond was geraakt heeft Gwenc'hlan met zijn gekwetste leerling de tocht gemaakt naar het
eiland Mona. Ze vertrokken in een kleine sloep terwijl de zee woest op en neer deinde. In zijn koortsdroom valt Taran
steeds dieper de oceaan in. Hij ziet vreemde wezens met vrouwelijke vormen. Is dit zijn einde? Maar een stem roept zijn
naam. Het is een krachtige stem. Taran opent zijn ogen en kijkt naar het gezicht van zijn leraar. Gwenc'hlan vertelt hem
dat zij het beoogde eiland hebben bereikt. Een monnik, broeder Brieg, heeft Taran verzorgd. Hij is er in geslaagd de jongen
aan de dood te ontrukken. Volgens de ervaren druïde zullen de gebeurtenissen grote veranderingen in Taran teweegbrengen.
Hij was dood en is teruggehaald, hij heeft de andere kant gezien. Nadat Taran weer in slaap is gevallen gaat Gwenc'hlan
naar buiten. Hier wacht broeder Brieg op hem. De twee lopen al pratend naar de rand van een klif. Volgens broeder Brieg
zijn Gwenc'hlan en Taran welkom om te blijven. Maar Gwenc'hlan vertelt dat dit niet kan. Aan de overzijde van het water
wacht de rest van het gezelschap op hun terugkeer. Zij moeten verder. Maar dit kan pas nadat Taran genezen is. Tijdens zijn
herstel leert Taran veel van Broeder Brieg. Hij beseft nu wat zijn lot in het leven moet zijn. Die van genezer, heler van
de gewonden en zieken.

En zijn nieuw verworven vaardigheden worden eerder op de proef gesteld dan verwacht. Er wordt een gewonde jongen
binnengebracht door een groep broeders. Omdat broeder Brieg afwezig is, kijkt men naar Taran. Kan hij de jongen helpen?
Een proef waar Taran voor slaagt. Hij kan de jongen helpen. Hij was gewond door een pijl in zijn schouder en nu hij bijkomt,
vertelt hij kort wat er is gebeurt. Er zijn schepen van de Scoti (Schotten) in een baai. Gwenc'hlan besluit naar de baai
te gaan om te zien wat er is gebeurd. Het wordt hem al snel duidelijk. Hij ziet twee leden van de geheimzinnige orde die
het gezelschap achtervolgen. Zij hebben zich ditmaal verzekerd van de hulp van de Scoti, maar zijn wel leiders met harde
hand. De man die de pijl afschoot betaald met zijn leven. Dit kan de achtervolgers immers verraden. Zodra het maar even
mogelijk is gaat het gezelschap weer verder. Zij komen in het gebied waar de Picti de scepter zwaaien. Een woest volk.
Hun krijgers versieren zich met blauwe tatoeages. En het duurt dan ook niet lang eer zij met de Picti in aanraking komen.
Maar merkwaardig genoeg lijkt de leider hen te verwachten. Het blijkt namelijk dat zij hetzelfde reisdoel zullen hebben.
Vikingen hebben het dorp van de Picti overvallen en hun heilige steen van het lot meegenomen. En deze vikingen komen van
Ailbi (IJsland). En dus is er een verbond. Het gezelschap krijgt nog meer deelnemers. Want op de reis naar Ailbi ontmoeten
zij broeder Brandaan. Een geestelijke die de vikings van Ailbi goed kent. Het is een gevaarlijke onderneming, maar niemand
schrikt hiervoor terug. Ondertussen krijgt Gwénolé steeds meer te maken met de op macht beluste leiders van zijn
kerk. In een droom meent hij eerst de Heilige Maagd te zien, maar die gestalte vervaagt en verwordt tot Dahu. De jonge
vrouw die verdween met haar stad Ys. Gwénolé komt steeds meer tot de overtuiging dat hij zich niet wil mengen
in de politiek van zijn kerkelijke leiders. Een politiek die niet de idealen van zijn geloof uitdraagt maar een politiek
voor de verwerving van macht. Ook Gwénolé bevindt zich op een kruispunt in zijn leven. Net als het gezelschap
dat de reis naar Ailbi maakt.
De serie wordt voortgezet met 'De steen van het lot' (La Pierre de destinée). In dit deel minder fantasy dan in de
vorige delen, maar meer gericht op het verweven van lang vervlogen verhalen en legendes. Denk bijvoorbeeld aan de
verwijzing naar Brandaan van Clonfert, bijgenaamd de Zeevaarder. Het geheel ademt een veel aardser sfeer uit.
De Scoti en de Picti komen regelrecht uit de geschiedenisboeken, dit geldt ook voor de vikingen die zich op IJsland hadden
gevestigd. Voor de mogelijk onverklaarbare zaken wordt een meer alledaagse verklaring aangereikt (bijvoorbeeld de droom
van Gwénolé). Ook het onverzoenlijke karakter van de kerk in die tijd wordt sterk voor het voetlicht gebracht.
Er wordt een politiek gevolgd die de meest trouwe volger doet afschrikken. Ook wordt nu meer iets meer licht geworpen
op de geheimzinnige orde, het is die van Esus. De serie had natuurlijk wel een deel als dit nodig. Hiermee voorkomen
de makers dat de serie een te sterke fantasy inslag krijgt. En hoewel ik vind dat het karakter iets wijzigt ten
opzichte van de vorige delen boeit het verhaal net zo sterk als de vorige delen dit deden. Hoe zullen de lotgevallen
van Gwenc'hlan verder gaan? Dat ligt in een , hopelijk niet zo verre, toekomst.

|
|