|
|


Het eerste deel van 'De drakenorde' (L'Ordre des dragons) verscheen in februari 2009 op de markt. De serie maakt deel uit van
de collectie Geheimen van het Vaticaan.
Jean-Luc Istin is geboren op 01 augustus 1970 in Frankrijk. Hij volgt een studie kunst en gaat vervolgens in militaire
dienst. Na zijn diensttijd begint hij te schrijven aan stripverhalen. Vanaf 1999 werkt hij aan het fanzine Avenir.
Hier leert hij Guy Michel kennen. Met Michel maakt hij de series 'Aquilon' en 'Arthur Pendragon'.
De afgelopen jaren verschenen meerdere verhalen van zijn hand. Zo maakt hij met Thimothée Montaigne
de serie Het vijfde evangelie.
Istin is eveneens bekend van zijn serie 'De druïden'. Zijn verhalen zijn sterk beïnvloed door mystieke elementen.
Denis Rodier is geboren op 24 juni 1963 in Quebec. Al op jonge leeftijd ontdekte hij strips. Asterix en Guust Flater
behoorden tot zijn favorieten. Rodier studeerde begin jaren 80 kunst. In die periode begon hij ook een aantal strips
te tekenen voor de krant Pop Rock. In 1988 beproefde hij zijn geluk bij enkele Amerikaanse uitgevers. Zijn eerste contract
krijgt hij bij DC Comics waar hij meewerkt aan de Batman-annual 'Slade's Demon' uit 1988. Maar zijn meeste werk bestaat uit
het tekenen van Superman voor de reeks Action Comics. In 2000 werkt hij mee aan aan het magazine Safarir.
|

Een expeditie van de Academy of Natural Sciences uit Philadelphia begeeft zich moeizaam door de sneeuw van de Himalaya. Het
is 1930, de expeditie bevindt zich in de Ladakh regio op 7.200 meter hoogte. De groep wordt geleid door de Amerikaanse
professor Harrison, de Duitser Ernst Schäfer is de tweede man van de expeditie. De tocht is gevaarlijk, de dood ligt
constant op de loer, maar alles lijkt goed te gaan. Het gezelschap zet een kamp op in de beschutting van een aantal grotten.
Maar Harrison en Schäfer trekken gezamenlijk verder. Na enige tijd bereiken ze een enorme poort, die waren vermeldt op
de Acre-rollen. Het is de poort van Elleïd. De twee mannen gaan naar binnen en treffen hier een ongelofelijk schouwspel
aan. Binnen zijn gigantische zalen, maar ook veel skeletten met vreemde schedels. Harrison en Schäfer trekken verder
het complex binnen, van de ene verbazing vallende in de andere.
Berlijn, mei 1933. De jonge Eva Wilson kijkt uit het raam van haar woning en ziet tot haar verbazing een bekende op de straat.
het is Elie Strauss, een etnoloog. Maar vrijwel direct voltrekt voor haar gezichtsveld een afschuwelijk schouwspel.
Vanuit een voorbij rijdende auto wordt op Elie Strauss geschoten. De daders gaan er vandoor. Eva snelt naar beneden, maar het
is te laat. De man is dood. Geschokt vraagt Eva zich af wat Elie bij haar woning deed. Waarom werd Elie vermoord? Omdat hij
Joods was? Nee, dat houdt geen steek. Hoewel de vervolging door de opkomende nazi's steeds erger wordt, kan dit niet de
reden zijn.

Het leek wel of Elie uit haar flat kwam. En inderdaad, in haar brievenbus in de hal treft ze een enveloppe aan
met daarop het handschrift van Elie Strauss. "Vertrouw niemand" heeft Elie op de enveloppe geschreven.
In de enveloppe treft Eva een brief aan waarin Elie gewag maakt van een complot. Een samenzwering waarbij Hitler en zijn
nazi's werktuigen zijn van een nog meer sinistere groep. Deze groep wordt geleid door Haushoffer, de grootmeester van de
orde van Thulé. Deze orde werkt in het geheim en jaagt de absolute macht na. Daarnaast is er een krantenartikel en een
sleutel. Volgens Elie de sleutel tot het paradijs. Alle voorwerpen houden verband met elkaar. Omdat Eva het gevoel heeft
dat ze wordt achtervolgd en bespioneerd zoekt ze haar toevlucht bij een goede bekende van haar en Elie Strauss,
Friedrich Rosenberg. In zijn huis leest ze het krantenartikel dat gaat over de expeditie die drie jaar eerder plaatsvond in
de Himalaya en die geen goede afloop kende. Haar gevoel dat ze bespioneerd en gevolgd wordt lijkt Eva niet te bedriegen
wanneer ze aangesproken wordt door ene Ewan MacKennit die informeert naar de spullen van Elie. Maar wat bedoelde Elie met
zijn aanwijzingen? Waar moet ze de antwoorden zoeken? Plots krijgt ze een ingeving en begeeft zich op weg. Het is een weg
vol met gevaren en duistere krachten. Kan Eva de beproeving doorstaan?
Het album 'De lans' (La lance) is een uitermate interessante opening van deze serie. Het verhaal is dik in orde. Het
scenario zit vol met wendingen en aanwijzingen. Als lezer moet je wel bij de les blijven anders mis je het een en ander.
Het tekenwerk van Rodier is grandioos. Fantastische platen waarbij toch aan de details de nodige aandacht is geschonken.
De sfeer die het oproept is er een van avontuur, spanning en mystiek. Tijdens het lezen moest ik onwillekeurig even denken
aan de Indiana Jones films en dan vooral 'The last crusade'. Niet dat het verhaal qua inhoud ook maar lijkt op de speelfilm
met Harrison Ford, maar het draagt hetzelfde sfeerkader. Uitstekende start.
|

De Karpaten in Roemenië. Het is 1465. In de besneeuwde bergen wacht een man op de ruiter die langzaam nadert. De wachtende man
overhandigt de ridder een kist waarvan de inhoud duidelijk van groot belang is voor de twee mannen. Plots worden de mannen
aangevallen. De man op het paard, Ridder Vormouth, slaagt er in eerste instantie in om te ontkomen. Maar zijn paard struikelt
en Vormouth wordt snel ingehaald door prins Vlad. Deze laatste eist het reliek van Vormouth. Maar deze weigert en springt
met het reliek de afgrond in.
Een colonne raast door de bergachtige Sinaïwoestijn in Noord-Afrika. Het is 1942 en het Duitse militaire konvooi is
met een speciale missie belast. De militaire leiding van het konvooi is in handen van oberleutnant Weitland. Maar in zijn
commandovoertuig bevinden zich nog twee andere personen. Zij zijn belast met het eigenlijke doel van de missie. Schäfer,
gestoken in een militair uniform, weet het doel van de expeditie. Hierin zal hij ondersteund worden door een mooie Italiaanse
vrouw, Daria Fulci. Wanneer het konvooi aankomt bij het Sint-Katharina klooster wordt halt gehouden. Dit wordt uitvalsbasis voor
de expeditie. Schäfer en Fulci, ondersteund door een groep ss-ers, trekken er op uit. Weitland blijft achter in het
klooster en bespreekt de gebeurtenissen kort met zijn vertrouwde ondergeschikte, korporaal Vormouth.

De tijdelijke afwezigheid van Schäfer biedt Weitland de mogelijkheid om de kamer van de geleerde te onderzoeken. Want
ook de luitenant tast in het duister over het doel van de expeditie. Jammer genoeg is de tijd te kort, want de achtergebleven
ss-ers bewaken de kamer met argusogen. Nadat Schäfer en zijn gezelschap zijn teruggekeerd wacht de luitenant die avond
een verrassing. En zeker geen onaangename. De jonge Italiaanse ligt in zijn bed te wachten. Ze maakt duidelijk niet
geïnteresseerd te zijn in een relatie, maar wel in seks. Iets waar Weitland geen nee tegen zegt. Schäfer en
Daria Fulci blijven de bergen verkennen, terwijl Weitland achterblijft met raadsels. En dus gaat hij verder op onderzoek
uit. Zo leert hij de geschiedenis van Eva Wilson kennen en het verhaal dat zij een magische lans heeft gebruikt. Van Daria
Fulci leert Weitland dat de Drakenorde een splintergroep is van de Orde van de Draak, gesticht door Milos Obilic, een
Servische ridder. Oorspronkelijk bestond de orde uit twaalf ridders, maar ze nog steeds actief. En dat lijkt te kloppen.
Maar ondertussen heeft Schäfer weer een poort gevonden. Maar dit is niet het enige wat ze vinden. Er is iets duisters.
Samen met Schäfer, Daria Fulci en een aantal soldaten onderneemt Weitland de tocht naar de berg.
Een uitstekend vervolg op het eerste deel van de serie. De Keltische invloeden die het werk van Istin kenmerken zijn ook nu
weer volop aanwezig in het tweede deel getiteld 'De berg van Mozes' (Le mont Moïse). Ook zijn de invloeden van de
Indiana Jones films nog steeds aanwezig. Maar deze combinatie geeft het iets spannends en avontuurlijks. Echt een verhaal
dat je op je gemak gaat zitten lezen. Rodier tovert wederom schitterende composities op het papier en geeft het verhaal soms
iets duisters mee. Net de juiste sfeer.
|

Het is 1896. In Londen is de vergadering van de Drakenorde. Zeven personen telt de vergadering. Zes van hen zijn mannen,
één van hen is een vrouw. Zij heet lady Darmanson en zij vertelt over het visioen dat zij gehad heeft. Een visioen
dat haar is toegefluisterd door de Eerste. Binnen veertig jaar zullen de aanhangers van Thulé een complot smeden en
een oorlog ontketenen zoals de wereld nog nooit gezien heeft. Miljoenen zullen sterven, het Hebreeuwse volk zal vertrapt
worden onder hun zwarte laarzen. Een medium, een marionet zal hun gids zijn. Een gek, opgezweept door de uitspraken van die
van Thulé. En tijdens die oorlog zullen ze proberen de Eerste te vernietigen. De plaats waar deze aanval zal
plaatshebben is de Mozesberg, het jaar 1942.
1933, het huis van Elie Strauss. Goebbels en Schäfer vinden de resten van de twee wezens die Eva Wilson aanvielen. Het is
voor Goebbels duidelijk dat Eva in het bezit is van de lans. En dus volgt Schäfer de sporen van Eva. Het bos in,
geleidt door de honden die het spoor van de jonge vrouw hebben gevonden. Maar dan is er een lichtflits in het bos en
Schäfer eindigt bij de rand van een klif. Geen spoor meer van Eva Wilson. Waar kan de jonge vrouw gebleven zijn?

Blind, verward en angstig loopt Eva door een ruimte. Dan klinkt plots een stem. Een stem die haar naam noemt. De stem is
van de eigenaar van de lans. Lug is een van de vele namen die hij door de eeuwen heen heeft gekregen. En de stem vraagt
Eva om hulp, hulp om de stem te beschermen tegen vijanden. Ondanks alle inspanningen vindt Schäfer geen spoor meer van
Eva Wilson. Ze lijkt van de aardbodem verdwenen te zijn. Maar in de spullen van de dode Elie Strauss heeft Schäfer wel
het nodige gevonden. Een kaart van de verborgen werelden van Ierland en een stuk correspondentie. En vooral die
correspondentie interesseert Schäfer. Het gaat over een codex die een zekere Mahmoud Samiah gevonden zou hebben. En
dus vertrekt Schäfer in opdracht van Goebbels naar het land van de Nijl. In Caïro blijkt het niet moeilijk om
deze Mahmoud Samiah te vinden. De nazi officier die Schafer begeleidt doodt direct de mannen in het gezelschap van Samiah.
Schäfer kan over de codex beschikken, maar Samiah wil dat Schäfer ervoor zorgt dat een vijand van Samiah gedood
wordt. Maar Schäfer is niet de enige die geïnteresseerd is in de codex. Ook Sir Mackennet is in de Egyptische
hoofdstad en volgt Schäfer. Er volgt een gesprek tussen beide mannen en MacKennit waarschuwt Schäfer dat hij
zal moeten kiezen tot welk kamp hij behoort. In Parijs onthult Schäfer de inhoud van de codex voor de leden van de
Drakenorde. Het stuk verwijst naar een strijd tussen wezens die mensen engelen zouden noemen. De jaren gaan voorbij, de
nazi's veroveren grote delen van Europa. De wereld raakt in brand. En het is in die periode dat Schäfer in 1942 in
het gezelschap van Weitland en Daria Fulci de Mozesberg betreedt. Hier worden zij tegemoet getreden door een jonge vrouw
met een lichtende lans. Nadert de eeuwige strijd tussen goed en kwaad de ontknoping?
Het album 'De eerste' (Le premier) is het derde deel uit de serie De Drakenorde. En in dit deel vallen veel van de puzzelstukjes
op hun plaats. Het verhaal gaat eerst terug naar eerdere jaren en begint weer wanneer Eva Wilson blind is geworden en met de staf
in haar hand het bos inloopt. Het gaat dus verder waar het eerste deel ophield om op die manier de tussenliggende jaren
te vertellen. De afsluiting van het tweede deel komt halverwege het album aan bod. Het is een goede en interessante manier
om het verhaal te vertellen. De rol van MacKennit wordt ineens duidelijker, maar zeker het personage van Schäfer komt
uitgebreidt aan bod. Hij is niet de willoze marionet, maar een man met twijfels. Een man die zoekt naar de waarheid en
niet naar macht. Hij vormt de spil waar het eerste gedeelte van het verhaal om draait. Jean-Luc Istin heeft een mooi verhaal
geschreven over de strijd tussen goed en kwaad, engelen en demonen. Wederom complimenten voor Rodier voor de grandioze tekeningen.
Is dit het laatste deel? Ik hoop van niet.

|
|