|
|

De serie 'De Indianen Reeks' is een creatie van de Nederlandse tekenaar en schrijver Hans Kresse. De serie werd voor het eerst
uitgegeven in 1973. In de verhalen volgt de lezer het wel en wee van de Faraonde, één van de Apache stammen die
leefden in het gebied tussen de Rio Grande en de Pecos rivier.
Hans Georg Kresse (1921-1992) wordt algemeen beschouwd als één van de beste realistische tekenaars ter wereld.
Hij kwam in Amsterdam ter wereld en begon zijn tekencarrière op 17-jarige leeftijd toen hij debuteerde met het verhaal
Tarzan van de Apen. In 1944 ging hij voor de studio van Maarten Toonder werken. Dit resulteerde in de dierenstrip Robby die
in de jaren 1945 en 1946 verscheen in Trouw. Zijn grote doorbraak kwam ook in 1946 en wel met de strip Eric de Noorman.
Zijn liefde voor de Noord-Amerikaanse indianen en hun geschiedenis kwam ook al vroeg tot uiting. In 1946 verscheen namelijk
ook de strip De gouden dolk, over het indiaantje Dahinda Nushka. Hans Kresse tekende vele strips, zoals Kommer en Zorro,
maar hij verzorgde bijvoorbeeld ook de illustraties voor de boeken van Arendsoog.
Maar in 1973 verscheen De Indianen Reeks waarin de lezer deelgenoot gemaakt wordt van de botsingen tussen de indiaanse stammen
en de Spanjaarden.
|

Ergens op een vlakte van wat nu Nieuw-Mexico wordt genoemd, lopen in de 16de eeuw twee verspieders van de Faraonde. Wanneer
zij een groep wolven tegenkomen houdt de jongste van de twee in. De twee krijgers zijn onderweg naar het dorp van de Tsewe's.
Maar Anua, de jongste zoon van de leider Chaka, wil behoedzaam verdergaan. En wanneer ze het dorp bereiken blijkt
waakzaamheid inderdaad geboden. Het dorp is verlaten. Anua zal het dorp doorzoeken om te zien wat er gebeurd is. De tweede
krijger, de ervaren Pashca, maakt vuur om de stam, die hen op enige afstand volgt, te waarschuwen.
In het dorp vindt Anua een pijl die afkomstig is van de Tu-Tsande, een andere Apachestam en erfvijand van de Faraonde.
Maar terwijl zij vuur maken worden de twee verspieders aangevallen door drie vijanden. Anua doodt één van hen. Chaka de
leider van de stam is gealarmeerd door het rooksignaal en komt met andere krijgers het tweetal te hulp. Alle drie de
vijanden worden gedood. De vijanden blijken Togua's te zijn. Omdat het dorp van de Tsewe's verwoest is, houdt de stam
beraad over wat nu te doen. Uiteindelijk wordt besloten om naar het dorp van de Chipiwi's te gaan. En hoewel de oudste zoon
van Chaka, Unda, de voorraden met geweld wil nemen besluit Chaka dat er geruild zal worden. Als teken van goede wil gaat
hij met zijn beide zonen en geschenken vooruit.

Al snel komen ze een groep Chipiwi's tegen. En terwijl Chaka het doel van hun reis uitlegt, valt het oog van Anua op een
mooi meisje van de Chipiwi-stam. Zij blijkt Sapobi te heten en te zijn toegezegd aan de zoon van de medicijnman. Deze
krijger ontsteekt dan ook in woede. Ondanks dit voorval gaan de drie Faraondes naar het dorp van de Chipiwi's.
Hoewel de leider van de Chipiwi's de krijgers vriendelijk ontvangt verandert de toon al snel wanneer de medicijnman
verschijnt. Het leidt er toe dat de Faraondes onverrichter zaken terugkeren naar de stam. Op de terugreis worden ze
aangevallen door krijgers onder leiding van de zoon van de medicijnman. Maar een groep Faraonde krijgers komt hen te hulp.
Omdat er onvoldoende voedsel is voor de komende winter gaan de krijgers van de stam op jacht. Dan komt het moment dat een
handelaar van een zuidelijke stam de Faraonde bezoekt. En van hem horen ze het bericht dat de harige krijgers terug zijn.
Chaka kent deze meesters van de donder. Van de handelaar hoort Chaka ook dat het geheim van de medicijnman van de Chipiwi's
een papagaai is. Dit zal de leider gebruiken om deze vijand tot schande te maken. Bovendien wil hij nogmaals gaan proberen
om handel te drijven. Maar onderweg naar het dorp zien zij in de verte een groep Spanjaarden die in de richting van het
dorp trekken. Aangekomen bij de Chipiwi's blijkt het dorp verlaten. Op de hoofman en zijn dochter Sapobi na. Maar dan
arriveren de meesters van de donder in het dorp.
Een schitterende opening van deze serie. Met het album 'De meesters van de donder' zette Kresse de serie meteen op de kaart.
In een mooi, rustig tempo wordt je deelgenoot van de lotgevallen van de Faraonde stam. Vooral de jonge Anua is nadrukkelijk
aanwezig. Hij blijkt de wijsheid van zijn vader Chaka geërfd te hebben. Zijn oudere broer is meer een heethoofd. De ervaren
krijger Pashca is meer op de achtergrond aanwezig. Ook vanaf het begin is er de aantrekking tussen Anua en het Chipiwi
meisje Sapobi. De serie is zo menselijk. Alles is bijzonder herkenbaar hoewel je de wereld ziet door de ogen van de
Faraonde. Ook het tekenwerk is schitterend. Uitermate verzorgd, tot in detail. Deze reeks is echt een aanrader!
|

Anua en Panterdoder zijn op jacht voor de stam. De jonge krijger moet nog veel leren, iets wat Panterdoder niet nalaat om
hem in zijn oren te wrijven. Niets lukt tijdens de jacht. En tot overmaat van ramp betrekt de lucht. Er is storm op komst.
De oudere jager besluit dan ook dat het genoeg is en de twee gaan op de weg terug naar de stam. Maar de onweersbui is sneller
dan de twee Faraons en in de open vlakte ondergaan zij het natuurgeweld. Maar tijdens de storm horen de twee jagers nog
iets anders. Een onbekend geluid. Nadat de storm is overgewaaid gaan de twee weer op weg. Plotseling stopt Panterdoder.
Hij heeft sporen gevonden. En deze sporen heeft hij eerder gezien. Ze worden gemaakt door de wonderdieren van de harige
krijgers. Ze besluiten de sporen te volgen wanneer ze plots een groep paarden in alle vrijheid over de vlakte zien draven.
Voor Panterdoder is de situatie duidelijk. Hij weet wat hem te doen staat. Van een bevriende stam heeft hij gehoord dat je
de dieren kunt eten en dus wil hij aanleggen met zijn pijlen. Maar de jongste zoon van het stamhoofd stopt hem. Anua wil
iets anders met de dieren. Hij wil ze vangen, want wat nu als het hen lukt om ook op deze dieren te rijden. Dan zijn ze
sneller dan de wind. Net als de harige krijgers. Maar Panterdoder is niet overtuigd en wil toch schieten, maar Anua jaagt
de paarden weg. En net op dat moment komt het stamhoofd en de vader van Anua, Chaka, met een groep krijgers aan. Onder de
groep is ook de oudste zoon van Chaka.

Hoewel de rest de jonge krijger uitlacht, ziet Chaka wel iets in het plan. Maar voorlopig moet Anua het idee uit zijn hoofd
zetten, want twee krijgers van de stam van Roa komen waarschuwen dat de Togua's hen hebben aangevallen. Hun stamhoofd, Roa,
is gewond. Anua en Panterdoder gaan onderweg naar het dorp van de Chipiwi's om hen ook te waarschuwen. Voor Anua is dit ook
een weerzien met het meisje Sapobi. Hierna keren de twee terug naar hun stam, maar treffen het dorp verlaten aan. Dan klinkt
plotseling een schot. De Faraons gaan op onderzoek uit en zien hoe een paard door een groep wolven wordt aangevallen. Anua
aarzelt niet en verjaagt de wolven. Maar vlakbij ligt ook een man. Een harige krijger denken ze. De man blijkt hun taal te
spreken. Zijn naam is Mes-Tih-Soh en hij is het kind van een Spanjaard en een Indiaanse vrouw. Wanneer ook Chaka verschijnt,
nemen zij de man met zijn paard mee naar de stam. Plotseling verschijnen de Togua's maar de Faraons hebben nu een sterke
bondgenoot. Hij heeft immers een donderstok. In de periode die volgt sluiten Anua en Mes-Tih-Soh een soort vriendschap. En
de man leert de jonge Apache paard te rijden. Zijn droom is werkelijkheid geworden. Samen vangen ze een rijdier voor Anua
en die heeft hij nodig. Want de Togua's hebben Sapobi en haar vader ontvoerd.
Dit tweede deel, 'De kinderen van de wind', verscheen oorspronkelijk in 1973. Het deel wat hier is afgebeeld betreft de
herdruk uit 1978. Het verhaal staat voor een groot deel in het teken van de kennismaking van de Apachen met de paarden
die door de Spanjaarden naar de nieuwe wereld waren gebracht. In dit scenario wordt een mogelijke gang van zaken gegeven
zoals dit zich afgespeeld zou kunnen hebben op de Amerikaanse vlakten. Eenmaal min of meer gewend aan de aanwezigheid van
de paarden moet er wel een Apache op het idee zijn gekomen om ook op deze dieren te gaan rijden. In latere eeuwen zouden
de indianen te paard geduchte tegenstanders zijn voor de Amerikaanse kolonisten en het Amerikaanse leger. Maar zover is
het in dit verhaal nog lang niet.
Opvallend is ook de onderlinge strijd tussen de verschillende stammen, waarbij de Togua's een bijzonder oorlogszuchtige rol
hebben toebedeeld gekregen. Anders dan de stam van Chaka kan dit ontsproten zijn aan de fantasie van Hans Kresse. De
Faraons maken namelijk echt deel uit van de Apache stam. Vanaf ongeveer 1720 leefde deze stam in het gebied tussen
de Rio Grande in het oosten en de Pecos rivier in het westen (in de huidige staat New Mexico). Vermoedelijk zijn
ze later opgegaan in de Mescaleros.
Ook zijn er voorboden van mogelijke conflicten binnen de stam. Vooral de jaloersheid van de oudste zoon komt meermalen
voor het voetlicht. Maar daar staat de vriendschap van Panterdoder voor de jonge krijger tegenover. En natuurlijk het
verschijnen van Mes-Tih-Soh in de serie. Een prachtige voorzetting van de reeks.
|

Drie mannen lopen over de vlakte. Twee Spanjaarden en hun Indiaanse gids. Het drietal is de uitputting nabij. Honger, dorst,
vermoeidheid, desoriëntatie. De vlakte is hun vijand. Alleen de Indiaanse helper, Jusepe, is nog in staat om water te
vinden en voedsel te schieten. De angst regeert bij de conquistadores. Hoe anders is het voor de Faraons en de Chiwipi's.
De stam van Chaka is op bezoek bij hun broeders de Chiwipi's. Maar ook hier ontstaat enig tumult. Want Anua laat Sapobi op
zijn paard zitten. Iets wat de beide leiders van de stammen niet kunnen waarderen. Het is duidelijk dat de beide
jongelingen verliefd zijn op elkaar en niets liever willen dan samen verder te gaan. Maar omdat zijn oudste zoon de stam
verlaten heeft, wil Chaka daar niets van weten. Anua zal hem moeten opvolgen en dient een Faraon vrouw te kiezen. En dus
nemen beide geliefden voorlopig afscheid. De Faraon stam trekt verder en tot groot vermaak gaat Chaka leren paard rijden.
Ook Roa waagt zijn kansen. Maar dan verschijnt de oudste zoon van Chaka op het toneel. Unda wil terugkeren naar de stam,
maar dan dient Mes-Tih-Soh te verdwijnen. Chaka wil hier niets van weten, maar Mes-Tih-Soh besluit zelf te vertrekken. Roa
gaat met hem mee. Het vertrek van de Faraons is van een afstandje gadegeslagen door Otsani, de vogelman (zie het album
'Meesters van de donder') en zijn zoon. De vogelman heeft kwade plannen en wil zijn wraak.

Plotseling ziet de zoon van de vogelman Sapobi lopen. Hij wil haar gevangennemen en terugvoeren naar het dorp van de Chipiwi.
Maar de jonge vrouw laat zich niet zo gemakkelijk gevangen nemen. Haar kreten trekken de aandacht van de passerende
Mes-Tih-Soh en Roa. Het komt tot een gevecht waarbij Mes-Tih-Soh gewond raakt. De stam van Chaka wordt gewaarschuwd met
rooksignalen. Het stamhoofd wil zoon jongste zoon met zijn paard er naar toe sturen. Maar van Anua is geen spoor. Wat hij
wel vindt is een spoor van de Spanjaarden. De vorige dag is Jusepe gedood door een slang. De twee andere, Sanchez en De Luna,
zijn met ruzie uiteen gegaan. Het is De Luna die door Anua gevonden wordt. Maar de jonge Faraon laat zich verrassen en
De Luna gaat er met de paarden vandoor.
Een stuk verderop ontvouwt zich een ander toneel. Unda, die door Chaka is weggestuurd, komt Sapobi en de vogelzoon tegen.
Hij bevrijdt Sapobi, maar wanneer hij hoort dat de vogelzoon Mes-Tih-Soh heeft neergeschoten laat hij hem gaan. Unda wil
op zijn beurt Sapobi terugbrengen. Wanneer zij wegloopt, komt ze de tweede Spanjaard, Sanchez, tegen. De conquistador doodt
Unda. Nu komen de paden samen. Alle personages haasten zich naar het bos waar het drama zich ontvouwt. Ook Unua haast
zich naar de plek des onheils. Kan hij Sapobi redden en de paarden weer bemachtigen?
In 1974 verscheen 'De gezellen van het kwaad' als derde deel uit de serie. Ook ditmaal is het een schitterend verhaal geworden.
De personages zijn inmiddels bekend en worden op een mooie manier verder uitgediept. Er ontstaat nu ook duidelijk een
romance tussen Anua en Sapobi, het doet een beetje denken aan het verhaal van een onmogelijke liefde. Want het stamhoofd
beseft dat het heel lastig zal zijn om het Chipiwi meisje door de stam geaccepteerd te krijgen en wijst een huwelijk
vooralsnog af.
Maar de rode draad in het verhaal zijn de gevolgen van haat, afgunst, hebzucht en verraad. Hans Kresse gaf niet zonder
reden titels aan zijn verhalen. Zo ook ditmaal. Met de gezellen van het kwaad loopt het slecht af. Of dit nu de moordende
en hebzuchtige Spanjaarden zijn of de te trotse en van haat vervulde Unda is, allen kennen een fataal lot. Zij droegen
allen iets van het kwaad in zich en betalen hier de prijs voor.
|

Het zijn moeilijke tijden voor de stam van de Faraons. De bizons zijn niet verschenen, de honger knaagt. Iedere dag rijden
Anua en Mes-Tih-Soh op hun paarden uit. Op zoek naar de bizons. Naar voedsel voor de stam, maar nog steeds zonder resultaat.
Dus ook die morgen trekken de twee er weer op uit. Chaka heeft zojuist een smeekbede gericht tot de levensgever wanneer zijn
zoon en zijn vriend het kamp verlaten. Anua waarschuwt zijn vader. Er is onrust in het dorp. De vrouwen praten onder elkaar,
de mannen zijn vechtlustig. Er broeit iets. En de jonge krijger heeft gelijk. Wanneer Chaka in het kamp terugkeert, treft
hij een groep kiftende mensen aan. Vooral een jonge krijger Geelveer heeft het hoogste woord. Hij vindt dat Chaka niet
langer in staat is om de stam te leiden. De leiding moet in zijn handen overgaan. Chaka vraagt zijn volk om geduld. Maar
het eindbesluit is dat wanneer er ook vandaag geen bizons worden gevonden, de stam naar de bergen zal trekken. De paarden
zullen onderweg als voedsel dienen voor de stam. Hoewel het besluit Chaka bedroeft stemt hij er mee in.
En wanneer Anua en Mes-Tih-Soh die avond terugkeren zonder de bizons gevonden te hebben, worden ook zij op de hoogte
gesteld van het besluit. Een besluit waar beiden natuurlijk problemen mee hebben. Maar Anua legt zich neer bij de wil van
het volk. Maar Mes-Tih-Soh heeft andere plannen. Die nacht sluipt hij naar de paarden. Net op het moment dat hij wil weggaan,
treft hij Anua. De jonge krijger raadt al snel wat het plan is van Mes-Tih-Soh maar kan zijn vertrek niet verhinderen.

Zodra de stam merkt wat er is gebeurt, steekt de verontwaardiging op. Hoewel een aantal leden van de stam er op tegen is,
laat Chaka zijn zoon de achtervolging inzetten met de overgebleven paarden. Anua hoopt Mes-Tih-Soh te overtuigen dat het
noodzakelijk is om de bizons te vinden. Maar wanneer de twee elkaar treffen lijkt dit voornemen niet te slagen.
Toch gaat Mes-Tih-Soh akkoord. En zo zetten zij de zoektocht naar de bizons voort. Hierbij krijgen ze hulp uit een
onverwachte hoek. Twee prairiewolven begeleiden hen op hun tocht. Een tocht die er niet eenvoudiger op wordt wanneer
Mes-Tih-Soh in een droge rivierbedding goudklompjes vindt. De hebzucht lijkt toe te slaan bij de vriend van de jonge krijger.
Ondertussen is er in de stam tweespalt ontstaan. Een deel van de stam scheidt zich af en vertrekt met Geelveer, die niets
liever wil dan zich bewijzen. En nog altijd geen spoor van de bizons. Zal de stam uiteenvallen? En lukt het Anua om de
bizons te vinden?
Met het in 1974 verschenen album 'De zang van de prairiewolven' werd de serie De Indianen Reeks door Hans Kresse voortgezet.
Ook ditmaal is het subliem album. Een verhaal over een groep mensen die grote tegenslag ondervinden.
En ook ditmaal tipte Hans Kresse haarfijn aan welke reacties te verwachten zijn binnen een groep wanneer het voortbestaan
ernstig bedreigd wordt. Maar het verhaal is ook de test van de vriendschap tussen de jonge krijger Anua en Mes-Tih-Soh.
Een vriendschap die dreigt te verdwijnen als gevolg van handelingen. Mes-Tih-Soh heeft geen begrip voor het besluit om de
paarden tot voedsel te laten dienen. Een besluit dat min of meer aan de leider van de Faraons is opgedrongen. De hebzucht
die Mes-Tih-Soh ten toon spreidt bij het vinden van het goud vormt een tweede bedreiging. Maar niet alleen voor de
vriendschap. Mes-Tih-Soh lijkt bereidt alle voorzichtigheid te laten varen om vooral maar goud mee te kunnen nemen, zelfs
wanneer hij daarvoor zaken moet opgeven die hem in leven houden. Ook ditmaal is er een jonge krijger (Geelveer) die meent
dat de tijd is gekomen om zijn eigen ambities waar te maken, ook al veroorzaakt dit een scheuring binnen de stam en
verminderen de overlevingskansen. Het album heeft wederom de kenmerken die deze reeks zo onderscheiden. Koppel hieraan het
fantastische tekenwerk van Hans Kresse en je hebt een geweldige serie. Een voorbeeld van de gedetailleerdheid en de
levensechte tekeningen waar de sfeer van afspat, heb ik hieronder opgenomen.


|

In het kamp van de Faraons vindt een vriendschappelijke krachtmeting plaats. De jongens van de stam die door Anua en
Mes-Tih-Soh op de vlakte zijn aangetroffen (zie het album 'De zang van de prairiewolven') nemen het op tegen de jongens van
de stam van Chaka. De zoon van Agotadze valt op en wint dan ook de wedstrijd. Iets wat een jongen van de andere stam niet
kan verkroppen. Het voorval leidt dan ook tot ruzie en zou met een sisser zijn afgelopen. Maar de eerzuchtige Geelveer
bemoeit zich ermee. Het is zijn broertje die na de wedstrijd door het valse spel werd geraakt. Het komt zover dat Geelveer
Chaka provoceert. Uiteindelijk kan Chaka niets anders dan reageren en neemt Geelveer in een greep. Maar wanneer hij de
krijger op de grond gooit komt deze met zijn hoofd op een steen terecht en breekt zijn nek. Hoewel iedereen heeft gezien
dat het een ongeluk was, kan het jonge broertje van Geelveer zijn verdriet en woede niet bedwingen. Hij noemt Chaka een
moordenaar en wil wraak nemen, iets wat de omstanders verhinderen. De jongen zou ook geen partij zijn voor de vader van de
stam. De naasten van Geelveer gaan en rouw en verlaten tijdelijk de stam om hun verdriet te verwerken. Maar de jongen
weigert zich bij hen te voegen en blijft alleen achter op de vlakte. Hij zwerft wat en stuit dan op Mes-Tih-Soh die nog
steeds in de ban is van het goud dat hij eerder heeft gevonden. De jongen slaagt erin om Mes-Tih-Soh bewusteloos te slaan
en er vandoor te gaan met het vuurwapen van Mes-Tih-Soh. Ondertussen komt ook Anua aan bij de rivierbedding waar de roof
zich afspeelt.

De jongen vuurt het wapen af, maar mist alles en iedereen. Het lijkt er op dat Anua de zaak onder controle
heeft, maar de felle jongen ontdoet zich ook van de jonge krijger en gaat er vandoor.
De jongen kan zijn wraakgevoelens niet van zich afzetten en blijft zwerven. Ditmaal stuit hij op de vogelman (zie vorige
albums). Omdat hij verneemt dat de jongen Chaka wil doden besluit hij hem te helpen. Hij maakt het gif waarin de jongen
zijn pijlen doopt. Nu bezit hij een levensgevaarlijk wapen. Hij besluit in de richting van zijn naasten te trekken. Maar
wanneer hij aankomt bij de schelprivier treft hij alleen nog de doden aan. De Togua's zijn weer op oorlog uit en hebben
zijn familie uitgemoord. Ook Panterdoder, Anua en Mes-Tih-Soh zijn onderweg naar de schelprivier en ontdekken ook de
graven. Ondertussen stuit de jongen op de moordenaars van zijn familie en een ongelijk gevecht begint. Maar plotseling is
daar in de schaduw Roa (zie vorige albums). Zijn been is verbrijzeld door een beer. Maar dan komen de Torgua's ook Anua
en zijn vrienden tegen. Het gevecht ontvouwt zich en Roa ziet de leider van de Togua's. De man die verantwoordelijk is voor
de dood van zijn stam. Zowel Roa als de jongen zijn vervuld van wraakgevoelens, maar er is altijd een prijs.
Het in 1975 verschenen album 'De weg van de wraak' vind ik een veel persoonlijker album van Hans Kresse dan de voorgaande
delen in de serie. Daar waar de eerste delen nog duidelijk geschoeid zijn op de lijn dat het hoofdthema de ontmoeting
tussen de Apachen en de Spanjaarden is en wat hiervan de gevolgen zijn, komt de nadruk steeds meer te liggen op menselijke
emoties en gedragingen. Deze lijn was natuurlijk al voorzichtig ingezet bij de ontmoeting tussen Anua en Sapobi maar dit
was toch meer een ondersteunend element in het verhaal. De verandering werd eigenlijk al ingezet bij het derde deel, het
treedt alleen steeds meer op de voorgrond als leidraad voor de vertelling. Nu zijn de thema's die Hans Kresse in de latere
albums neerzet wel universeel te noemen. Haat, hebzucht, de zucht naar macht, vriendschap en de grenzen die daaraan gesteld
kunnen worden zijn al in eerdere albums gebruikt. Ditmaal is wraak het hoofdthema. En vooral waar wraak toe kan leiden.
Zoals bijna altijd betaalt de wraaknemer een prijs. Nu liet Hans Kresse natuurlijk heel duidelijk het verschil naar voren
komen tussen de wraakgevoelens van de jongen tegen Chaka en de wraak van Roa en de jongen in latere fase tegen de Togua's.
Is de eerste nog een uiting van verdriet en woede die door een kind emotioneel niet geplaatst kunnen worden, de tweede
groep is een gevoel dat velen zullen kunnen begrijpen. Ook nu verwerkte Hans Kresse dit in een mooi verhaal. Maar dat vind
ik toch een kenmerk van deze serie, namelijk een zeer hoge kwaliteit zowel in verhaal als illustraties.

|

Chaka heeft uit de heuvels een zak vol met goud vergaard. Deze "gele steentjes" moeten gaan dienen voor de aankoop van
paarden, wapens en kruit voor de stam van de Faraons. Natuurlijk kunnen de Apachen niet zelf deze spullen kopen, maar
gelukkig is daar nog Mes-Tih-Soh. Gewend als hij is aan de wereld van de Spanjaarden zal hij degene moeten zijn die de
goederen verkrijgt in ruil voor het goud. Maar Chaka herinnert ook de hebzucht van Mes-Tih-Soh toen hij goud vond in een
droge rivierbedding (zie het album 'De zang van de prairiewolven'). En dus krijgt hij een groep mee als begeleiders.
Panterdoder zal het goud bij zich houden. Na enig gedoe over de samenstelling van de groep, vertrekken ze alsnog.
De jonge krijger die van Chaka de naam Hashke Naginta (Moedig stormt hij voorwaarts) heeft gekregen (zie het album
'De weg van de wraak') krijgt ditmaal een ander geschenk. Anua schenkt hem het jonge veulen. Samen trekken ze er op uit om
de jongen te leren paardrijden. Maar de les duurt niet lang, want ze stuiten op een groep Chipiwi indianen. Het is de stam
van Sapobi! Zij zijn op de vlucht voor een groep Spanjaarden. De harige mannen, zoals zij worden genoemd door de indianen,
zijn op zoek naar buit en slaven. (Het verhaal speelt rond 1583 toen een groep Spanjaarden onder leiding van Don Antonio
de Espejo door de regio trok). Sapobi pleit bij Anua om bescherming, iets waar de jonge krijger graag aan tegemoet komt.
Eenmaal terug bij de stam realiseert men zich dat de groep die onderweg is om voorraden te kopen recht in de handen van de
Spanjaarden zal lopen. En dus haasten Anua en Hashke Naginta zich om hun broeders te waarschuwen voor het onheil.

Dit lijkt net op tijd te lukken. Maar een groep Spanjaarden die in de buurt zijn merken de paarden op. Er zit niets anders
op dan Mes-Tih-Soh alleen de Spanjaarden tegemoet te laten treden. Hij moet ze zien te overtuigen dat hij alleen is. Hoewel
de leider van de groep eerst weinig gelooft van het verhaal, moet hij zich er toch bij neer leggen. Zijn mannen kunnen geen
andere mensen vinden in de omgeving. En dus rijdt Mes-Tih-Soh met hen mee. Van de leider van de Spanjaarden verneemt
Mes-Tih-Soh dat zij op zoek zijn naar een groep opstandelingen onder leiding van ene El Lobo. De Faraons zijn ondertussen
weggeslopen en lijken te ontkomen. Maar dan vallen er schoten. Hashke Naginta aarzelt niet en rent naar de plek waarvan hij
denkt dat hij daar zijn paard aan zal treffen. Panterdoder, Anau en de rest van de groep haalt hem ternauwernood weer in.
Gezamenlijk trekken ze de richting op waar de schoten vielen. Er ligt een dode Spanjaard op de grond maar ook vinden ze
Mes-Tih-Soh. Precies op dat moment verschijnen opnieuw Spaanse soldaten en de Faraons rennen voor hun leven. Ze krijgen
echter hulp uit een onverwachte hoek. El Lobo en zijn mannen verjagen de Spaanse soldaten. En zo staat de stam van de
Faraons oog in oog met El Lobo. Een grote, gespierde en indrukwekkende man met een zwarte huidskleur. Maar zij komen ook
tot de ontdekking dat Mes-Tih-Soh en Panterdoder ontbreken. Waar zijn ze en waar is het goud gebleven?
Het album 'De welp en de wolf' sluit direct aan op de gebeurtenissen uit het vorige album. Chaka, die nog in rouw is,
stuurt een groep krijgers onder leiding van Panterdoder op een reis om middelen te verkrijgen waarmee de stam sterker zal
worden. Maar ook nu dreigt er gevaar. De Spaanse veroveraars komen weer terug, belust op rijkdommen en slaven. Voor het
eerst komen de Faraons in aanraking met een neger. De grote (en naar later blijkt) vriendelijke El Lobo. Hij is een
ontsnapte slaaf. De groep die hij aanvoert zijn ook allen ontsnapt aan het Spaanse juk. Hans Kresse schildert in dit
verhaal de wreedheid waarmee de Europeanen zich in die eeuwen over de gehele wereld manifesteerden. Moord, roof, mensenhandel.
Alles was toegestaan om zichzelf te verrijken.
|

Het is avond. De groep Faraons en de mannen van El Lobo overzien de slachting die is aangericht. De grond ligt bezaaid met
doden. Maar waar Panterdoder ook zoekt, nergens vindt hij de zak met goud. Het valt Mes-Tih-Soh op dat er één
Spanjaard ontbreekt bij de doden. De leider van de groep, de man met een lap voor zijn ene oog, een man genaamd Aguirra is
nergens te vinden. Blijkbaar heeft hij de slachting wel overleefd. En Mes-Tih-Soh vermoed dan ook dat Aguirra er vandoor is
met het goud. Panterdoder is het hier mee eens. Hij gaat dan ook direct op zoek naar sporen. Want Aguirra mag de wereld
geen deelgenoot maken van zijn kennis dat er in het gebied van de Faraons goud te vinden is. Dit zal een horde Spanjaarden
aantrekken. En dat is een bedreiging voor de stam. En dus zet de ervaren krijger de achtervolging in op een manier die
alleen Faraon krijgers kunnen. Zijn vertrek wordt door de Mesties met lede ogen aanschouwd. Een kleine woordenwisseling met
El Lobo is dan ook het excuus dat hij zocht. Zogenaamd zeer verontwaardigd en beledigd verlaat Mes-Tih-Soh de groep en
begint zijn eigen achtervolging van Aguirra. Ondertussen vordert de achtervolging van Panterdoder voorspoedig. Het spoor dat
hij volgt wordt steeds verser. De Faraon loopt in op de Spanjaard.

Het duurt dan ook niet lang voordat Panterdoder zijn doel in het zicht krijgt. Maar Aguirra beschikt nog over zijn wapens.
De sluwe krijger weet dat hij voorzichtig moet zijn. Zijn kans lijkt te komen wanneer de Spanjaard besluit te rusten bij een
beekje. Aguirra beseft niet dat Panterdoder in zijn buurt is. Maar het verschijnen van Mes-Tih-Soh gooit roet in het eten.
Aguirra laat de Mesties in de val lopen en alleen het tijdig verschijnen van Panterdoder verkomt dat Mes-Tih-Soh het leven
laat. Maar Aguirra heeft zich wel meester gemaakt van het paard van Mes-Tih-Soh. Het tweetal moet nu te voet de achtervolging
inzetten. Hun voordeel is wel dat Aguirra zijn wapens in de verwarring heeft moeten achterlaten.
De situatie wordt echter gevaarlijker en een stuk minder overzichtelijk. Er duiken andere groepen Spanjaarden op. Zij zijn op
slavenjacht. En de een na de ander probeert zich meester te maken van het goud. Ook nu vallen er snel doden door de hebzucht.
Het is in deze omstandigheid dat Panterdoder er alles aan moet doen om het goud terug te krijgen en er voor te zorgen dat
niemand ontkomt. En wat zal Mes-Tih-Soh doen? Kan hij de lokroep weerstaan? Of is Panterdoder gedwongen om zijn woord aan
de leider van de stam te houden en moet hij ook Mes-Tih-Soh doden?
In 'De gierenjagers' wordt het verhaal opgepakt waar het vorige album eindigde. Ditmaal zijn Panterdoder en Mes-Tih-Soh de
centrale personages. Maar daar waar de Faraon oprechtheid vertegenwoordigd en alleen probeert om de belangen van zijn stam
te dienen, daar worstelt Mes-Tih-Soh met zichzelf. Beïnvloedt door zijn verleden voelt ook hij de aantrekking van het
goud. Waartoe hebzucht kan leiden is zeer duidelijk. De Spanjaarden deinzen voor niets terug om zelf een fortuin aan goud
te bemachtigen. Ze moorden indien dit gevraagd wordt. Niet alleen de mensen die ze tegenkomen lopen gevaar, ook onderling
is een hevige strijd uitgebroken. Een manier van handelen die Panterdoder tegen de borst stuit en hij ook niet begrijpt.
Zijn zorg is die van het collectief van zijn stam. De Spanjaarden handelen vanuit de individuele behoefte. En Mes-Tih-Soh
zit er precies tussen. Hij zal moeten kiezen. Ook nu weer een uitstekend vervolg.
|

Panterdoder, Anua en één van de mannen van El Lobo lopen over de vlakte, ergens in het grensgebied van het huidige
Mexico. Het tijdstip dat de krijgers zullen terugkeren naar de stam van de Faraons breekt bijna aan. Terwijl het drietal
pratend verder loopt worden ze vanaf een afstandje gadegeslagen. Een man sluipt een stuk verder en gaat liggen. Hierbij
maakt hij een geluid wat Panterdoder opvalt. Op hun hoede, met hun pijl en boog in de aanslag, nadert het drietal de man.
Tot hun verbazing is het een blanke man. Wanneer ze vragen wat hij daar doet antwoord hij dat hij een ontsnapte slaaf is
en vraagt om hulp. Hoewel ze het zaakje niet vertrouwen besluiten ze de man geblinddoekt mee te nemen naar de schuilplaats
van El Lobo. Maar dit hadden ze beter niet kunnen doen. Want zodra de Spaanse commandant van één van zijn
verspieders hoort dat de man door de Faraon krijgers is meegenomen lacht hij in zijn vuistje. De man is een Spaanse spion,
er op uitgestuurd om de schuilplaats van El Lobo te vinden en aan de Spaanse troepen kenbaar te maken. Wanneer de man voor
El Lobo wordt gebracht dist hij een verhaal op alsof hij uit de mijnen is ontsnapt en hij op de vlucht is. El Lobo besluit
dat de man bij hen kan blijven. Wanneer hij eenmaal zit te eten zoekt Mestisoh contact met hem. In het hoofd van de Mesties
zit nog steeds de gedachte aan het goud. Hoewel de man eerst niet met Mestisoh wil praten verandert hij direct van mening
zodra Mestisoh een hint laat vallen dat hij goud heeft.

De man is nu een en al oor. Gezamenlijk lopen ze een stukje bij het kamp vandaan. Ondertussen wordt de jonge Faraon, die
aangeduid wordt als welp, overvallen door de mededeling dat de
krijgers zullen terugkeren naar de stam. En dat is iets wat de welp absoluut niet wil. De volgende ochtend is hij dan ook
verdwenen. El Lobo belooft de jonge krijger naar de groep van Anua te brengen zodra hij zich vertoond. Ook Mestisoh besluit
niet met de krijgers mee terug te keren. Heimelijk heeft hij besloten om samen met de Spanjaard zijn geluk te beproeven met
het goud dat hij bij zich heeft. Terwijl de krijgers wachten op het verschijnen van El Lobo horen zij schieten. Zij haasten
zich naar de plaats waar geschoten werd. Hier vinden ze een stervende Mestisoh. Hij heeft zich laten verrassen door de
Spanjaard. Nadat ze de dode begraven hebben gaan de krijgers verder. Maar ze stuiten als snel op de Spanjaarden en een
gevecht volgt. Anua raakt gewond en bevindt zich in het gezelschap van Panterdoder. Van de anderen geen spoor. Een van de
andere krijgers is dodelijk gewond maar bereikte Chaka. Zodra de leider van de stam hoort wat er is gebeurt besluit hij
zijn zoon te gaan zoeken. En zo gaat Chaka in de richting van Anua en de anderen. Maar het Spaanse net begint zich te
sluiten om El Lobo en zijn mannen. Kunnen Anua en de zijnen nog gered worden?
Het achtste album uit de serie verscheen in 1979 en draagt de titel 'De prijs van de vrijheid'. En de prijs die betaald
wordt is uitermate hoog. De Spanjaarden zijn vastbesloten het verzet van El Lobo en zijn mannen te breken.
De druk wordt opgevoerd, de gevechten nemen toe evenals het aantal Spanjaarden dat over de vlakte rijdt. Het zijn de eerste
contouren van de geschiedenis zoals die zal gaan ontvouwen op het Amerikaanse continent. De toenemende aanwezigheid van de
Europeanen en de onvermijdelijke strijd met de indianen die daar uit voortvloeit. Aan beide kanten zijn doden te betreuren.
De Spanjaarden die omkomen zijn verder anoniem, maar aan de kant van de indianen en El Lobo zijn de personages wel bekend.
Zoals gezegd de prijs is hoog die betaald wordt om vrij te zijn en te blijven. Mestisoh verliest uiteindelijk toch zijn
leven aan de hebzucht. El Lobo omdat hij zijn herwonnen vrijheid niet wil opgeven. De welp volgt uit loyaliteit. Na deze
verliezen keren de Faraons terug naar hun stam. Bittere ervaringen rijker. Voor de indiaanse stammen in de nieuwe wereld
zouden er nog velen volgen.

|

De Faraons zijn onderweg naar hun stam. Terwijl ze over de vlakte lopen ziet Anua in de verte een aantal paarden staan. En
natuurlijk komt het in zijn hoofd op om de dieren te vangen. Maar er dreigt ook gevaar. Op een nog grotere afstand zijn een
groep indianen in gevecht met Spanjaarden. Eén van hen vlucht al vechtend in de richting van de plek waar de Faraons
zich verborgen houden. Moeten zij proberen om de vreemde krijger te helpen? Een vraag die nog gecompliceerder wordt daar de
krijger duidelijk een Togua is. Deze stam is de aartsvijand van de Faraon. Panterdoder gaat direct achter de Togua aan.
Maar de andere Faraons worden gezien door de Spanjaarden die hen dan ook dadelijk aanvallen. Hiermee is het probleem
opgelost of de Apache krijgers afzijdig blijven. Zij gaan het gevecht aan. Drie Spanjaarden worden gedood of gewond.
Terwijl de Europeanen zich terugtrekken, maakt Anua van de gelegenheid gebruik om zich hun paarden toe te eigenen.
Inmiddels is Panterdoder teruggekeerd bij de groep. De Togua ligt gewond in de bosjes, de Spanjaard die achter hem liep
is dood. Wanneer de Faraon de plaats bereiken blijkt de Togua zich te hebben verplaatst. Hij heeft het zwaard van de dode
Spanjaard in handen en wil het gevecht aangaan. Maar zijn verwondingen verhinderen dit en hij zakt bewusteloos ineen.
De groep wil vertrekken en de Togua in eenzaamheid laten sterven. Maar Chaka heeft andere plannen. Het is niet de minste
Togua die zij in handen hebben. Het is Pantassah, het stamhoofd der Togua's. Wanneer zij hem in leven houden, hebben de
Faraons een nuttige gegijzelde in handen.

En dus worden de bevelen van het stamhoofd der Faraons uitgevoerd. De krijgers vervoeren de gewonde Togua naar een veilige
plaats waar hij verpleegd wordt. Dit tot afschuw van Pantassah, die niets liever wil dan deze schande uitwissen met de
dood van Chaka. Maar wanneer hun gevangene voldoende herstelt is, gaan de Faraons enkele weken later verder met hun tocht.
Anua heeft nog steeds een paard en gaat vooruit. Maar wanneer hij bij de plaats komt waar zich het kamp van de stam
bevindt, wordt hij geconfronteerd met een verschrikkelijk schouwspel. De stam is uitgeroeid. Al snel zijn de Faraons er
achter wie de stam heeft aangevallen. Het waren de Togua's van Pantassah. De overige krijgers willen hem nu direct doden,
maar Chaka weerhoudt hen. Niet alle stamleden zijn gedood. De vrouwen zullen zijn weggevoerd en Pantassah is zijn
wisselgeld om hen weer vrij te krijgen. En dus volgen zij het spoor van de Togua's. Maar wanneer ze bij de stam komen
blijkt een grote, zwaarlijvige man de leiding op zich te hebben genomen. Hij wordt Witte Stier genoemd. Geheel tegen de
verwachting van Pantassah in, laten de Faraons hem toch in leven. En wanneer Chaka en Panterdoder in de handen van de Togua's
vallen, beveelt hij de stam hen te laten gaan. Maar Witte Stier negeert zijn gebod. Pantassah wil nu met geweld de twee
bevrijden, maar hij te verzwakt om dit gevecht te winnen. Samen met zijn zuster verlaat hij het kamp. Maar er is nog
één Faraon op vrije voeten, Anua. En zo ontstaat een onwaarschijnlijke samenwerking. Pantassah en Anua verzinnen
een plan om de twee Faraons te bevrijden en af te rekenen met Witte Stier.
Het in 1982 verschenen album 'De eer van een krijger' is het laatste deel dat zou verschijnen. Een vervolg is helaas nooit
tot stand gekomen. En dus zullen we nooit weten of de dappere jonge krijger Anua zal slagen in zijn opzet om de vrouw van zijn dromen,
Sapobi, te vinden. Uiteraard is het zeer jammer dat Hans Kresse geen vervolg heeft gegeven aan deze fantastische serie. Met
De Indianen Reeks heeft hij echt een monumentale goede reeks neergezet. In 2001 verscheen nog wel een deel dat werd
uitgegeven door de Stichting Hans G. Kresse. Dit (onvoltooide) verhaal heeft als titel 'De lokroep van Quivera'. Voor zover
ik weet verscheen het deel in een oplage van 500 stuks. Het is een veelgezocht werk onder stripliefhebbers.
|
|