
In juli 1971 verscheen op de voorzijde van het stripblad PEP een nieuw personage. Dit personage was een creatie van
tekenaar en schrijver Peter de Smet. Het bewuste personage was de hoofdpersoon van een nieuwe humoristische strip genaamd
De generaal.
Peter de Smet werd geboren in juli 1944. In de jaren 60 begint hij te werken in de reclamewereld. Maar het
tekenschap moet al vroeg gekriebeld hebben want in 1967 raadt Bob de Moor hem aan om zijn strip aan te bieden bij het
blad Kuifje. Het was een gagstrip en naar later bleek de oerversie van de strip De generaal. Maar hoewel de redactie van
Kuifje de strip aankoopt, wordt deze nooit in dit blad gepubliceerd. Een jaar later zou het eerste werk van Peter de Smet
gepubliceerd worden. Dit gebeurde echter niet in Kuifje, maar in het blad 't Kapoentje. In dit Belgische stripblad werden
21 afleveringen van de ridderstrip Fulco uitgegeven. Daarna werd de strip afgebroken door de tekenaar zelf. Peter de Smet
keerde terug naar de reclamewereld. In het weekblad Tina verscheen onder meer reclamewerk van hem voor de Postgiro. Toch
moet het tekenen van een strip in het hoofd van Peter de Smet zijn blijven zitten. Een van de bekende tekenaars die hij
kent is de geestelijke vader van Jan, Jans en de kinderen, Jan Kruis. Door deze laatste komt Peter de Smet in 1971 bij
het stripblad PEP terecht. En zo kan de Nederlandstalige wereld in 1971 kennismaken met de op macht beluste hoofdpersoon
van de humoristische strip De generaal. Een kennismaking die de lezers uitstekend bevalt en Peter de Smet zal deze gagstrip
dan ook jarenlang blijven tekenen. Hoewel hij voor deze strip het meest bekend is, was dit niet zijn enige werk. In 1972
begint hij met een nieuwe ridderstrip genaamd Joris PK. Van deze serie zal ook een album verschijnen. In 1974 komt hij met
een andere gagstrip die Fiedel heet en die de avonturen bevat van een niet al te gemotiveerde guerrillero. De serie bestaat
niet lang, maar kan gezien worden als de voorloper van een andere reeks genaamd 'Viva Zapapa'. Ook in de jaren 80 is
Peter de Smet zeer actief. Zo voert hij de redactie van het blad Titanic. In 1985 ontving hij de Stripschapprijs voor
zijn gehele oeuvre. Door ziekte kon Peter de Smet de laatste jaren van leven niet meer tekenen. Hij overleed op
06 januari 2003.
Zoals gezegd verscheen de strip De generaal voor het eerst echt in de openbaarheid in juli 1971. De nieuwe strip sierde zelfs
de voorzijde van de PEP.

In deze eerste versie zien de personages er nog iets ruwer uit, maar de humor is al direct aanwezig. Het basisidee van de
strip zal altijd hetzelfde blijven. De generaal probeert iedere keer de macht te grijpen. Hiertoe moet hij het fort
veroveren waar de maarschalk zich bevindt en deze gevangennemen zodat hij de macht aan zich kan trekken. Onnodig om te
zeggen natuurlijk, maar de pogingen van de generaal stranden iedere keer op de meest bizarre en onbenullige wijze.
Nu is de generaal niet alleen. Hij heeft zich verzekerd van de diensten van een helper, de professor. En hij heeft
één soldaat in dienst. Hoewel deze laatste wel een onwillige helper is. De professor verzint vaak de meest
uiteenlopende machines of komt met een plan om de generaal de macht te bezorgen. Daarnaast komt de generaal vaak aanrijden
in zijn tank, die hem het overwicht moet geven bij de aanval op het fort. Ook de maarschalk staat er niet alleen voor.
Meestal bevindt hij zich in het fort en is in het gezelschap van een sergeant en een soldaat. De soldaat van de maarschalk
wil vaak het vuur openen, maar krijgt hiertoe zelden toestemming. Doorgaans worden de hoofdpersonen van de strip aangeduid
met hun rang of functie. Wat bijvoorbeeld de naam van de professor is of van de soldaat blijkt onbekend. Ook de generaal
wordt (bijna) altijd alleen maar generaal genoemd. Hierop bestaat één uitzondering. In het eerste verzamelalbum
is het verhaal 'De erfenis' opgenomen. Terwijl de generaal rustig onder zijn boom zit te dromen verschijnt de notaris van
de overleden tante van de generaal. En hij informeert of de voornamen van de generaal Jozef Maria Ignatius zijn. De
generaal heeft het een en ander geërfd (waaronder een gloednieuwe tank) maar ook ditmaal loopt het niet goed af voor de
naamgever van de serie.
Nu zouden de gags waarschijnlijk niet zo lang zo leuk zijn gebleven als de al genoemde personages de enige zouden zijn die
in de albums voorkomen.

Maar Peter de Smet kwam met meer personages. Een van de meest belangrijke daarvan is de motoragent Dreutel. Dit is wel
een van mijn favoriete figuren in deze strip. Keer op keer doet deze agent zijn uiterste best om de generaal te arresteren
om zo aan zijn chef te laten zien dat hij de beste motoragent is van het korps. Maar zoals de pogingen van de generaal
op de meest bizarre dingen standen, zo lopen ook alle poging van de motoragent steevast op niets uit. Sterker nog, keer op
keer ligt hij (en zijn motor met hem) in de kreukels. En dus moet Dreutel zijn droom om de roodkoperen fluit van verdienste
te bemachtigen weer een weekje uitstellen. Het lijkt voor Dreutel ook niet uit te maken of hij als agent in dienst is of
inmiddels een andere baan heeft. Wat hij ook doet en wat hij bij zich heeft, bijna bij ieder grap ligt Dreutel weer in de
kreukels. Terwijl dit vaak niet de bedoeling lijkt te zijn van de generaal lijkt de overijverige agent het ongeluk aan te
trekken en is hij het slachtoffer van het een of het ander. Natuurlijk ziet zijn baas nooit de echte toedracht maar ziet
deze alleen het resultaat. Namelijk dat het politiekorps weer een motor heeft verspeelt.
Naast Dreutel en de andere die al genoemd zijn, komen er nog meer personen voor. Zo is er op het einde van de meeste
verhalen de cipier die de generaal en zijn gezelschap opsluit in de cel. Ook komen er familieleden van de hoofdpersonages
in de strip voor. Te beginnen met die van de generaal.

In het tweede verzamelalbum verschijnt in het verhaal 'En de generaal' opeens de opa van de hoofdfiguur. Zijn opa noemt
zichzelf Speedy Donderbal en zal zijn jochie (zoals hij de generaal noemt) even de macht bezorgen. Maar mislukte pogingen
zitten blijkbaar in de familie want ook ditmaal loopt de inspanning op niets uit en verdwijnt het hele gezelschap in de cel.
De opa van de generaal zal ook in andere afleveringen zijn opwachting maken. Ook de moeder van de generaal komt in de strip
voor. Deze doortastende vrouw hoort dat haar kind keer op keer de macht tracht verwerven maar dat de maarschalk deze wens
in de weg staat. Dus besluit moeder te haar zoon te helpen. En het lijkt zelfs te gaan lukken. Maar dankzij een slimmigheid
van de maarschalk belanden ze allemaal alsnog in de cel. Er is ook familie van de professor die regelmatig in de verhalen
voorkomt en wel zijn rondborstige nichtje Truus. Zodra zij op het toneel verschijnt lijken alle mannen iedere aandacht te
verliezen en gapen zij naar het familielid van de professor. Een bekende uitspraak van Truus is die van
"Malle jongen".
Naarmate de strip vorderde verschenen er weer nieuwe personages. Sommige hebben een eenmalig optreden andere keren later
weer eens terug. Een opvallend punt in de serie is het eendje dat soms op de pet van de generaal te vinden en andere keer
is het dier weer afwezig. En dat de generaal vindt dat de macht gegrepen moet worden is wel duidelijk, maar dan wel door
hem. In het tweede album heeft hij ineens een Britse concurrent die het fort met de grond gelijk wil maken. Maar daar wil
de generaal dan weer niets van weten en neemt hij het op tegen de Engelsman.
Tot en met 1996 zijn er van de strip De generaal 14 albums verschenen. Door de jaren heen is de strip niet wezenlijk
gewijzigd, maar opmerkelijk vind ik wel dat de strip ook nooit ging vervelen. Wat dat betreft een groot compliment voor
de maker van de strip. Want het zal niet meevallen om meer dan 20 jaar lang grappen te verzinnen die niet alleen werken
en ook grappig blijven maar dit te doen binnen het kader dat eigenlijk vanaf het begin is vastgelegd. Voor mij is
De generaal altijd een van de leukste Nederlandse strips gebleven.