|
|


De serie De Blauwbloezen is een creatie van Louis Salvérius en Raoul Cauvin. Salvérius was de eerste tekenaar van
deze strip en Cauvin verzorgde de scenario's. De serie is geplaatst in het Amerika van de burgeroorlog. De hoofdpersonen zijn
sergeant Cornelius Chesterfield en korporaal Blutch, beiden soldaat in het leger van de noordelijken.
De strip werd voor het eerst op 29 augustus 1968 in Le Journal de Spirou gepubliceerd. Spirou is de Franse uitgave van het
blad dat wij kennen als Robbedoes. Dat dit gebeurde is eigenlijk te danken aan het feit dat de strip van Lucky Luke niet
langer werd uitgegeven door Dupuis. Morris en Goscinny besloten naar Dargaud te gaan met hun zeer succesvolle reeks. Bij
Dupuis werd naarstig gezocht naar een opvolger voor de westernstrip. Dit werden De Blauwbloezen (of Les Tuniques Bleues
zoals hun Franse benaming luidt). Deze eerste verhalen spelen zich nog af in het westen van Amerika. Pas later raken de twee verzeild
in de Amerikaanse burgeroorlog. De eerste versie van De Blauwbloezen is meer een karikatuur qua tekenstijl. Later verandert
dit.
|
De serie werd oorspronkelijk getekend door Louis Salvérius. Hij kwam echter in 1972 te overlijden, toen
hij werkte aan het album 'Outlaw'. Het tekenwerk van de serie werd daarna voortgezet door Willy Lambil.
De twee hoofdpersonages in de serie zijn elkaars tegenpool. Sergeant Chesterfield is op zoek naar roem en wil niets liever
dan de dappere militair zijn die vecht voor het goede en overladen wordt met medailles. Korporaal Blutch daarentegen wil
niets liever dan het geweld ontvluchten (en eigenlijk het hele leger) en vooral geen schrammetje oplopen. Eventueel
deserteren is voor hem een reële optie. Maar sergeant Chesterfield verhindert dit meermaals. Het motto van Blutch is
liever een levende lafaard dan een dode held. Hij heeft zelfs zijn paard Arabesque gedresseerd om net te doen alsof het
getroffen is en zo de deelname aan een aanval te ontlopen. Toch zijn Chesterfield en Blutch vrienden en wagen ze veel,
zoniet alles, om elkaar te helpen.
Maar de serie kent meer personages die vaker hun opwachting maken. Zo is er de volkomen krankzinnige cavalerie officier
kapitein Stark. Hij heeft maar één passie, een cavalerie aanval. De infanterie is beneden zijn waardigheid en met
deze mensen praat hij dan ook niet. Keer op keer laat hij zijn manschappen aanvallen waarbij de afloop de ene keer nog
bloediger is dan de andere keer. Het gebeurt niet zelden dat de volledige afdeling zo'n beetje gedecimeerd is.
Ook de commandant van het 22ste cavalerie, waar Chesterfield en Blutch zijn ingedeeld, komt regelmatig voor. Deze generaal
Alexander belast de twee vrienden meermaals met een gevaarlijke opdracht. En dan is er natuurlijk nog miss Amelie Appeltown,
de grote liefde van Chesterfield. Jammer genoeg voor hem is deze liefde niet wederzijds. Zij is de dochter van kolonel
Appeltown, de commandant van het fort in westen, waar de avonturen van Chesterfield en Blutch ooit begonnen.
Met enige regelmaat duiken er natuurlijk ook historische personen op in de strip. Zo komt Lee voorbij, maar ook Lincoln.
|

In 1972 verscheen het album Wagen in 't westen (Un chariot dans l'ouest). Hoewel dit het eerste album in de reeks is,
waren er al eerder verhalen over De Blauwbloezen verschenen. Deze eerdere verhalen zouden later in albums terecht komen.
Een patrouille van de Amerikaanse cavalerie ligt lui in het zonnetje, wanneer ze opgeschrikt worden door een hoop lawaai.
De patrouille wordt geleid door sergeant Chesterfield en bestaat verder uit korporaal Blutch en de soldaten Tripps en Bryan.
Een andere soldaat wordt achtervolgd door indianen. Het lukt ze om de gewonde collega te redden en naar het fort te brengen.
Eenmaal terug in het fort valt Chesterfield met zijn neus in de boter. Hij komt miss Appeltown tegen, de dochter van de
commandant, op wie hij smoorverliefd is. Hij probeert indruk op haar te maken, maar dit mislukt volkomen.

De gewonde soldaat is afkomstig uit Fort Trots, dat belegerd wordt door de indianen. Ze hebben bijna geen munitie meer en
moeten geholpen worden. Commandant Appaltown stuurt sergeant Chesterfield en zijn mannen op weg met een wagon vol munitie.
Al gauw stuiten de vier op problemen, maar wonder boven wonder bereiken ze het fort. Nou ja, fort. De indianen hebben
behoorlijk huisgehouden. Maar dat is pas het begin. Al snel worden de vier door de Comanches omsingeld. De indianen willen
de wapens en munitie hebben. De eerste aanvallen slaan ze af en wanneer het avond wordt, trekken de Comanches zich terug.
Die avond besluit Chesterfield dat hij de munitiewagen in de lucht zal laten vliegen, met henzelf erbij. Maar zodra de
voorbereidingen zijn getroffen en het weer ochtend wordt zijn de indianen verdwenen. Als snel komen ze achter de reden.
Ze hebben huiden geruild met een wapenhandelaar. Alleen hadden ze het hier zo druk mee dat de vergeten zijn het lont uit
te maken en de munitiewagen vliegt de lucht in. Om dit fiasco goed te maken besluit Chesterfield de andere wagen (die van
de wapenhandelaar) op de indianen te gaan veroveren. Maar of dit nu echt een goed idee is?
Het eerste avontuur van Chesterfield en Blutch is zeker amusant. Je kan er prima mee vermaken. Natuurlijk was de serie nog
in opbouw. De tekenstijl was nog niet volledig af. Zo zijn Chesterfield en Blutch nog niet zo gedetailleerd zoals zij later
wel getekend zullen worden. Het album dient dan ook voor een groot deel om de personages te introduceren.
Ook de onderlinge verhoudingen moeten nog verder worden uitgewerkt. In dit album spelen ook Tripps en Bryan nog een rol.
Deze zullen later uit de serie gaan verdwijnen, waarbij de serie zich zal gaan concentreren op de sergeant en de korporaal.
Het verhaal zelf is ook nog enigszins vlak, de grappen worden voorzichtig gemaakt. Toch zijn er in dit eerste album al een
aantal vaste waarden uit de serie terug te vinden. Het begin van de haat/liefde verhouding tussen Chesterfield en Blutch is
in grote lijnen al aanwezig, maar ook zal later verder worden uitgewerkt. Dir album speelt ook nog niet in de omgeving waar
de serie later groot in zou worden, namelijk de burgeroorlog. Nu maken Chesterfield en Blutch nog deel uit van het
garnizoen van het fort in het westen. Deze omgeving zou later wel vaker terugkeren in de reeks.

|

Er is oorlog uitgebroken tussen het noorden en het zuiden van de Vereinigde Staten. Vier soldaten zijn onderweg naar hun
nieuwe eenheid. Het zijn vier oude bekenden, namelijk de soldaten Tripps en Bryan in het gezelschap van korporaal Blutch en
sergeant Chesterfield. het gerommel van de kanonen is hoorbaar en dit brengt Blutch ertoe om zijn eerste poging te wagen er
vandoor te gaan. Natuurlijk verhindert Chersterfield dit. De vier melden zich bij generaal Grant. Deze neemt de sergeant
mee naar de overige officieren. Dan worden de vier overgebracht naar hun nieuwe commandant. De knotsgekke kapitein Stark.
Nog maar net terug van weer een aanval (waarbij al z'n mannen zijn afgeslacht) of hij wil alweer een uitval doen. Er zijn
immers vier nieuwe cavaleristen. Maar gelukkig voor het viertal wordt hem dit uit zijn hoofd gepraat. Wel neemt hij
sergeant Chesterfield mee en laat hem het doelwit zien. Er moet een brug worden veroverd die door een kanon onder schot
wordt gehouden. Die nacht bedenken de vier nieuwelingen een nieuwe strategie. Met een list slagen zij erin om het kanon te
veroveren. Het leger van de unie kan weer oprukken. Maar erg gladjes verloopt het allemaal niet. Nieuwe kanonnen slachten
de infanterie af.

Omdat er toch iets moet gebeuren voert Grant de nieuwe sergeant dronken en haalt hem over om een gevaarlijke opdracht uit
te voeren. Samen met koporaal Blutch waagt hij een aanval op de kanonnen. Maar dit mislukt en Chesterfield wordt door de
zuidelijken gevangen genomen. In het gevangenenkamp ziet hij echter ineens Blutch opduiken. In het uniform van een
zuidelijke. Wanneer de sergeant ondervraagd wordt weigert hij ook maar iets los te laten, maar Blutch heeft een plan.
Door net te doen alsof hij bereid is informatie te geven, stoppen de zuidelijken hem terug bij de overige gevangenen.
Die nacht helpt Blutch de gevangenen te ontsnappen. Maar midden in hun ontsnapping doen de noordelijken weer een aanval.
Hierbij blaast Chesterfield per ongeluk de o zo nodige brug op. Natuurlijk laat het zich raden wie de brug moeten herstellen.
Natuurlijk het viertal. Maar tijdens de poging strot de brug volledig in en worden ze meegenomen door het water. Ze worden
gevonden aan de oever en nadat ze wat paarden hebben gestolen van een groep indianen voegen zij zich weer bij hun onderdeel.
Maar nog maar net terug of zij krijgen een nieuwe opdracht. Stark is helemaal ingestort. Zij moeten hem naar Fort Bow
brengen. Het fort waar ze vandaan komen. Commandant Appeltown is al op de hoogte. Maar op de rit er naar toe komen de
indianen verhaal halen voor de gestolen paarden. Dit loopt niet goed af en het fort wordt belegerd door de indianen waar
al 47 jaar vrede mee was.
Het scenario van het tweede album 'Van Noord naar Zuid' (Du nord au sud) is al iets uitgebreider dan zijn voorganger. Ook
beginnen de eerste contouren van de vaste waarden uit de serie zich iets meer af te tekenen. Inmiddels is Stark in de serie
gebracht. Dit personage blijft steeds terug komen en vormt de aanleiding tot menige grap in de toekomst. In dit album komen
ook de historische personen generaal Grant (van de noordelijken) en generaal Lee (van de zuidelijken) voorbij. Het is de
eerste keer dat dit in de serie gebeurt. Sergeant Chesterfield krijgt al meer het karakter dat hij later zal hebben. Vol
branie, goedgelovig en altijd bereid om zijn plicht te doen. Ook Blutch wordt iets meer neergezet. Hij doet zijn eerste
pogingen om zich aan het krijgsgeweld te onttrekken. Maar hij is ook sluw. Opvallend is dat in dit tweede album de
personages van Chesterfield en Blutch wel meer worden uitgewerkt, terwijl dit bij Tripps en Bryan niet is gebeurt. De
sergeant en korporaal traden in het eerste verhaal al iets meer op de voorgrond, maar deze trend wordt in dit album verder
doorgezet. Wellicht wisten de makers toen al dat ze met dit tweetal verder wilden.

|

In het kamp van de noordelijken doet luitenant Paterson verwoedde pogingen om een tweetal vrijwilligers te vinden voor een
speciale opdracht. Maar niemand is geïnteresseerd. Zelfs niet wanneer het aanvaarden van de opdracht $1.500 oplevert. Maar
dan komen er een paar nieuwe het kamp binnenrijden. Het zijn sergeant Chesterfield en korporaal Blutch.
Dankzij een "grapje" van twee soldaten en hun eigen hebberigheid tekenen de twee voor de opdracht. Zij moeten door
de linies van de zuidelijken sluipen en alles wat van belang kan zijn vernietigen. Maar als ze gepakt worden betekent dat
maar één ding: de kogel. Maar ze hoeven het niet alleen te doen. Ze krijgen de hulp van twee Mexicanen, Jose en
Pedro. Al snel blijkt dat Pedro een eigen invulling heeft van de opdracht, iets wat Blutch maar matig kan waarderen. Het
komt dan ook regelmatig tot botsingen tussen de twee. De vier voeren diverse aanvallen uit. Maar zodra ze een huis van een
dame bezoeken, blijkt dat Pedro ook wat grijpgrage vingers heeft. Hij heeft een kostbare ketting gestolen. Natuurlijk
probeert Chesterfield het nobele te doen en natuurlijk pakt dit verkeerd uit.

Het volgende doelwit is een trein. De vier laten deze ontsporen, maar helaas voor hen zit de trein ook vol met zuidelijke
soldaten. Toch wagen ze een tweede kans. En ditmaal lijkt het plan te slagen. Maar er komt een tweede trein aan en de
zuidelijken zetten de achtervolging in. Om wat meer snelheid te maken gaan Pedro en Blutch de overige wagons loskoppelen.
Maar hierbij blijft Blutch onbedoeld achter. Toch slagen de vier in hun opzet. Dan besluiten ze in groepjes van twee verder
te gaan en terug te keren naar hun eigen linies. Chesterfield en Blutch bereiken (na wat misverstanden) uiteindelijk hun
eigen troepen. Maar het geld is weg. De twee Mexicanen hebben alles geïncasseerd en laten de twee blauwbloezen fluiten
naar hun geld.
Voor 1.500 dollar extra (Et pour quinze cents dollars en plus) is het derde album uit de serie en verscheen in 1973.
Het is het eerste avontuur van Chesterfield en Blutch zonder de andere blauwbloezen. Ze worden door de linies van de
zuidelijke troepen gestuurd om zoveel mogelijk sabotage te plegen. De karakters van de twee hoofdpersonages liggen nu wel
min of meer vast. Chesterfield wil het nobele doen en de held zijn en Blutch denkt voornamelijk aan het redden van zijn
eigen hachje. Maar de korporaal kan ook niet tegen groot onrecht en vertoont een gewetensvol karakter wanneer het
wreedheden betreft. Het album is zeker een geslaagd avontuur geworden en zit met de nodige grappen. Een vervolg kon dan ook
niet uitblijven.
|

En dat vervolg kwam nog hetzelfde jaar met het verschijnen van het album 'Outlaw'. De noordelijken hebben behoorlijk last
van de overvallen door Mexicaanse bendes. De generale staf beseft dat er iets moet worden gedaan. Zeker nadat de zuidelijken
komen klagen over dezelfde aanvallen door de Mexicanen. De twee kampen sluiten een wapenstilstand om het probleem met de
Mexicanen het hoofd te bieden. Er wordt een plan bedacht. Tot verbijstering van Chesterfield (en tot vreugde van Blutch)
worden de twee oneervol ontslagen voor de ogen van de troepen. Maar al snel blijkt dit maar schijn. Ze hebben een geheime
opdracht om korte metten te maken met de Mexicaanse bende. Om hierin te slagen moeten de twee worden opgenomen door de
vogelvrijen van MacCoy. Dit lukt al snel. Al eerste daad verijdelen ze de levering van slecht vlees aan de indianen. Maar
dan komen ze de Mexicaanse bende tegen van Gonzales. Omdat Gonzales er achter komt dat de indianen zijn geïnformeerd door een
verkenner van het noordelijke leger, ruikt hij onraad.

Chesterfield en Blutch kiezen eieren voor hun geld en gaan er vandoor. Maar niet voor lang. Al gauw vallen ze
in de handen van de bende van Gonzales. Omdat de indianen het zaakje nu ook niet meer vertrouwen, gaan ze mee naar de
schuilplaats van Gonzales. Eenmaal aangekomen moeten Chesterfield en Blutch een machinegeweer aan de praat krijgen die
gestolen is van het leger. Het lukt ze om het geweer onklaar te maken. Maar wanneer de situatie uitzichtloos lijkt, komt de
cavalerie van de noordelijken én de zuidelijken te hulp. Eén van de andere vogelvrijen bleek achteraf een
zuidelijke spion te zijn en deze Mathias is hulp gaan halen. En zo keert de orde van de dag weer terug. De aanvallen
beginnen weer, maar met een kleine aanpassing op verzoek van Blutch.
Dit was het laatste album waaraan Louis Salvérius heeft gewerkt. Het tekenwerk zou hierna worden voortgezet door Willy
Lambil. De serie zelf lijkt zijn vaste omgeving te hebben gekregen. De karaketers zijn nu wel af. Het verhaal in Outlaw is
op zichzelf niet heel spectaculair, maar wel gedegen. De grappen zijn goed geplaatst, het tekenwerk is van een constant
niveau. De reeks is tot wasdom gekomen.
|

Tot groot verdriet van sergeant Chesterfield gaat de kolonel van het fort een aantal weken weg. Nu vindt hij het niet zo
erg dat de kolonel weggaat, maar zijn dochter miss Appeltown gaat met haar vader mee. En de dochter van de kolonel is nu
eenmaal de grote liefde van de sergeant. Natuurlijk lijdt dit tot leedvermaak bij korporaal Blutch. Maar al snel mist niet
allen Chesterfield de kolonel, maar het hele garnizoen. Wat wil het geval? Kapitein Joyce voert in afwezigheid van de
kolonel het bevel. En de kapitein wil zich graag bewijzen. Iets te graag. Dit leidt al snel tot problemen.

En vijf mannen uit het garnizoen deserteren dan ook. Natuurlijk laat kapitein Joyce dit niet over zijn kant gaan.
Omdat hij Chesterfield en Blutch verantwoordelijk houdt voor het punt dat de vijf mannen uit het cachot zijn ontsnapt,
vergezellen de twee de kapitein. De volgende ochtend gaan ze op pad. Maar ze krijgen te maken met opstandige indianen.
Chesterfield en Blutch ontkomen, maar de kapitein valt in hun handen. Wel vinden de twee blauwbloezen hun gedeserteerde
kameraden terug. En gezamenlijk gaan ze de kapitein bevrijden. Dit lukt nog wel, maar ze worden omsingeld door de indianen.
Wanneer alles verloren lijkt komt net op tijd redding uit het fort. Maar wanneer de mannen weer terug zijn in het fort,
blijkt dat Chesterfield en Blutch nu op hun beurt gedeserteerd zijn. Maar waarom eigenlijk?
Het in 1974 verschenen album 'De deserteurs' (Les déserteurs) is het eerste in de reeks met tekenwerk van Lambil. Hij nam
de plaats in van de overleden Salvérius. Het tekenwerk oogt in het begin ietwat onzeker. De figuren lijken wat
simplistischer te worden weergegeven dan in het laatste album. Het is net of Lambil ook aan de serie moest wennen.
Misschien was dit ook wel de reden waarom werd teruggegrepen op belevenissen in Fort Bow en niet, zoals in de voorgaande
albums, op het slagveld van de burgeroorlog. De tekeningen kunnen nu ook wat eenvoudiger blijven. De achtergrond van de
tekeningen is rustiger dan wanneer er hele scènes van cavalerie aanvallen en loopgraven moet worden getekend. Zoals ik al
zei, misschien was dit scenario ook bedoeld om Lambil er in te laten komen. Het scenario is redelijk rechttoe rechtaan.
Goed beschouwd gebeurt er niet zo heel veel. Het idee om desertie als uitgangspunt te nemen is natuurlijk uitstekend. Het
is zowaar eens een keer niet Blutch die er vandoor wil gaan.

|

De Verenigde Staten tijdens de burgeroorlog. De gevechten tussen noord en zuid zijn in volle hevigheid aan de gang.
Om de aanval van de zuidelijken af te slaan, komt de cavalerie van de noordelijken in actie. En dus ook sergenat Chesterfield
en korporaal Blutch. Hoewel de laatste wel enige aansporing nodig heeft. Maar wanneer hij dan los gaat, is het gelijk goed
ook! Maar helaas voor Blutch wordt zijn enthousiasme direct afgestraft. Hij raakt gewond in zijn been en wanneer Chesterfield
hem wil komen redden, vallen beiden in de handen van de zuidelijke soldaten. Samen met andere krijgsgevangenen worden de
twee overgebracht naar het kamp Robertsonville. Eén van de beruchtste gevangenenkampen van de zuidelijke staten.
Maar nog voordat ze in het kamp aankomen, krijgt Chesterfield het al aan de stok met één van de bewakers uit het
kamp: Kakkerlak. Wanneer ze aankomen wordt de commandant van het kamp op de hoogte gebracht. Deze luitenant is net zo erg
als Kakkerlak. Natuurlijk heeft Chesterfield maar één doel en dat is ontsnappen.

Omdat Kakkerlak ervan overtuigd is dat hij last krijgt met Chesterfield stopt hij de sergeant in eenzame opsluiting. Maar
al gauw heeft Kakkerlak het ook aan de stok met Blutch. Die eindigt rap in het hok bij Chesterfield. En zo beginnen de twee
aan hun eerste ontsnappingspoging. Het is de eerste van velen. Geen middel blijft onbeproefd, geen methode ongeschuwd. Maar
ook voor de zuidelijken wordt het een prestige kwestie. Ze zullen de wil van de sergeant en de korporaal breken.
En vele, vele pogingen later lukt het Chesterfield en Blutch zowaar. Ze hebben de hand kunnen leggen op uniformen van de
zuidelijken en gaan er vandoor. Met een deel van de bewakers in de achtervolging. Na een aantal problemen bereiken ze hun
eigen linies waar ze direct in een gevangenenkamp worden gegooid als krijgsgevangenen. Niemand gelooft namelijk dat ze tot
de noordelijke troepen behoren. Wanneer ze uiteindelijk ook Kakkerlak in dit kamp tegenkomen (hij is door de noordelijken
gevangengenomen) is de maat vol. En weer gaan ze er vandoor. Wat ze niet weten is dat de generale staf inmiddels beseft dat
ze twee van hun eigen mannen hebben opgesloten. Nu ze er vandoor zijn gegaan, scheelt het weinig of ze worden van desertie
beschuldigd. Maar gelukkig het allemaal goed af en gaan de twee de rangen van de noordelijken weer versterken. Back to
business as usual.
Absoluut een leuk album. Het deel 'De nor in Robertsonville' (La prison de Robertsonville) verscheen in 1974. Na het wat
onwennige begin van Lambil in het vorige deel lijkt hij zijn draai te hebben gevonden. De twee helden keren dan ook weer
terug naar het toneel van de burgeroorlog. Ditmaal wordt het element van het krijgsgevangenschap aangestipt. De kostelijke
pogingen van de twee om te ontsnappen zijn geweldig. Het is natuurlijk het klassieke beeld dat hoort bij de gevangen
genomen soldaat. Er zijn er altijd een aantal die zich er niet bij willen neerleggen en proberen te ontsnappen (denk maar
aan de tv-serie Colditz, weliswaar in een andere setting, maar toch). Leuk is natuurlijk ook de inbreng van Kakkerlak. De
serie heeft nog steeds flink wat humor en vooral de interactie tussen Chesterfield en Blutch wordt steeds beter in de
dialogen.
|

Blutch baalt! Het 22ste cavalerie heeft een nieuwe officier gekregen. Het is de knotsgekke kapitein Stark (zie ook 'Van
noord naar zuid'). En omdat de korporaal van plan was om heel oud te worden, doet hij bij de eerste de beste charge net
alsof hij getroffen wordt door een kogel. De verontruste sergeant Chesterfield valt natuurlijk nog wel steeds aan. Maar
wanneer de terugtocht wordt geblazen, zeer tegen de zin van Stark, stopt hij bij de gevallen korporaal.
En dit is iets wat Stark maar onzin vindt, wat weer de woede van Chesterfield opwekt. Zozeer zelfs, dat hij uit de cavalerie
stapt. Maar daar heeft hij al snel spijt van. Zeker wanneer hij tot de ontdekking komt dat Blutch natuurlijk helemaal niets
mankeert. Vol met ergernis meldt de sergeant zich bij de infanterie. Maar daar wordt hij snel gevolgd door Blutch die
door Stark is betrapt op zijn stervende zwaan act.

En dus proberen de twee het als zandhaas. Maar echt een succes kan het niet worden genoemd en de bevelvoerende officier
slijt ze al heel snel aan de artillerie. Maar daar zou hij nog een beetje spijt van krijgen. Niet dat hij ze als soldaten
mist, maar de twee bakken er zo weinig van als artillerist dat ze hun eigen troepen onder vuur nemen. En dus is het weer
tijd om te verkassen. Dan maar een poging als hospikken (een absoluut dieptepunt volgens Chesterfield). Maar ook dit blijkt
geen succes. En dus worden ze weer overgeplaatst. Chesterfield en Blutch komen terecht bij de Amerikaanse marine!
De twee krijgen nu te maken met de strijd op het water. Al gauw blijkt het leven in de marine ook niet echt een zegen. De
vloot van de noordelijken is behoorlijk verouderd en vormt geen partij voor het gepantserde schip van de zuidelijken. Dit
schip, de Merrimac, zaait dood en verderf onder de schepen van de noordelijken (zoals de twee blauwbloezen al snel
ondervinden). Maar de noordelijken laten zich niet uit het veld slaan en komen zelf ook met een gepantserd schip genaamd
de Monitor. Chesterfield en Blutch monsteren aan en nemen deel aan de slag tussen de beide schepen die onbeslist eindigt.
Wel wordt Blutch (tot grote frustratie van Chesterfield) onderscheiden voor zijn moed. Maar blijven de twee nu op het water?
Gelukkig niet! Ze worden uit de marine gehaald door Bryan die hen terug haalt naar de cavalerie omdat het 22ste opnieuw
moet worden gevormd. En dus vallen de twee weer aan, maar de één met wat meer enthousiasme dan de ander.
Voor het zevende album uit de reeks raken Chesterfield en Blutch verzeild in de Amerikaanse marine. 'De blauwe groentjes'
(Les bleus de la marine) verscheen in 1975. Samen met de twee blauwbloezen doorlopen we delen van het noordelijke leger om
uiteindelijk terecht te komen op het water. Hier nemen de twee deel aan de slag tussen de Monitor en de Merrimack.
De zeeslag (die eigenlijk de 'Battle of Hampton Roads' heet maar vaak wordt aangeduid als 'the Battle of Monitor and
Merrimack') werd over twee dagen uitgevochten. De slag vond plaats op 8 en 9 maart 1862 in Virginia, in de buurt van de
Chesapeake Bay. Het was de eerste confrontatie tussen twee schepen die allebei met ijzer waren beslagen. Het rechtstreekse
duel tussen de twee schepen eindigde onbeslist. Het is voor het eerst dat de makers een dusdanig authentiek gegeven in het
album hebben verwerkt. Het scenario zelf is overigens dik in orde. Door de toevoeging van de confrontatie tussen de beide
schepen is het scenario zelfs sterker geworden. Het is een concept dat zij later vaker zullen herhalen.

|

Sergeant Chesterfield bezoekt het veldhospitaal. Op zoek naar korporaal Blutch. Hij heeft Blutch zien vallen, maar al snel
is duidelijk dat de korporaal natuurlijk niets mankeert. Op aandringen van Chesterfield melden de twee zich weer voor
dienst bij kapitein Stark. Het 22ste cavalerie doet weer een uitval en wordt volledig gedecimeerd. Kapitein Stark valt
zelfs in handen van de vijand. Alleen Chesterfield en Blutch ontkomen.

Het enige geluk dat de noordelijken hebben is dat de tegenstander niet beseft dat er nu helemaal geen cavalerie meer is. Maar
zodra de zuidelijken dit beseffen zijn de noordelijken weerloos tegen de bewegelijke cavalerie van de tegenstander. Daar moet
dus iets op verzonnen worden. Gelukkig is het antwoord voorhanden. Vanuit Europa hebben de noordelijke staten een aantal
voorwerpen ontvangen, waaronder een luchtballon. Zo uit de keuken van de gebroeders Montgolfier. Vanuit de luchtballon
kunnen twee mannen alle troepenbewegingen van de zuidelijken observeren en deze doorgeven naar de grond. Op die manier is
iedere aanval te ondervangen. Er is echter maar één klein probleempje. Niemand wil met de luchtballon omhoog.
Maar dan komen Chesterfield en Blutch in beeld. Het gevolg laat zich raden. De twee kunnen omhoog met de luchtballon. Nu
gaat dit op zich wel goed, ze hebben alleen wat probleempjes met hun eigen generale staf. Wel slagen ze erin Stark te bevrijden.
Ook het album 'De hoogvliegers van de cavalerie' (Les cavaliers du ciel) uit 1976 is weer een degelijk avontuur geworden
van de twee blauwbloezen. Het scenario voldoet aan de verwachtingen, waarbij de karakters van de twee hoofdrolspelers op de
gebruikelijke wijze worden ingezet in het verhaal. De onderlinge vriendschap tussen Chesterfield en Blutch ligt inmiddels
vast in de verhaallijn. Ook Stark begint een vast gegeven te worden in de serie. Ook nu hebben Cauvin en Lambil gebruik
gemaakt van een historisch gegeven. Gedurende de Amerikaanse burgeroorlog zijn daadwerkelijk luchtballonnen ingezet voor
observatiedoeleinden. Maar waarschijnlijk waren de gevolgen voor de eigen troepen wel wat gunstiger dan met onze twee
helden.
|

In 1976 verscheen 'De grote patrouille' (La grande patrouille). Dit album is een eerbetoon waarin de eerste korte verhalen
samen zijn gebracht van De Blauwbloezen die door Louis Salvérius zijn getekend. Aan de tekenstijl is duidelijk te zien
dat we hier te maken hebben met de allereerste verhalen. De Blauwbloezen bestaan nog uit vier mannen die vaak voorkomen
in de verhalen. Het waren kameraden die samen op patrouille gingen, vochten tegen de indianen en soms ook tegen elkaar.
We zien hoe de eerste ontmoeting plaats vond van sergeant Chesterfield en de liefde van zijn leven (maar helaas voor
hem niet die van haar), miss Appletown.

In het album zitten vooral korte verhalen en een paar langere. Sommige personages blijven in de serie terugkomen, zoals de
kolonel, maar anderen verdwijnen uit beeld na de eerste verhaaltjes. De allereerste verhalen stammen uit 1968. Salvérius werkte toen nog op het Dupuis tekenbureau.
In zijn weekenden werkte hij aan de verhalen. pas toen hij zelfstandig aan de slag ging, had Salvérius de tijd om de
langere avonturen te gaan tekenen.
Al vanaf het eerste begin is er de strijd tussen Chesterfield en Blutch. De sergeant is al een beetje zoals we hem kennen,
altijd zijn plicht willen doen maar ook altijd willen schitteren. De verhalen waarin hij indruk probeert te maken op miss
Appletown (wat natuurlijk consequent mislukt) vind ik extra leuk. Ook Blutch heeft al zijn basistrekken. Hij zit zeer tegen
zijn zin in het leger. De kortere verhalen hebben sowieso meer kracht. Waarschijnlijk omdat de reeks eerst nog verder
ontwikkeld moest worden om langere verhalen aan te kunnen. Je kan in dit album duidelijk zien dat de serie is begonnen met
korte grappen. Dit is een verschijnsel wat meer voorkomt bij humoristische strips. Een ander voorbeeld daarvan is
Guust Flater, die ook eerst met korte grappen werd geïntroduceerd. Het
album is zoals gezegd vooral ook een ode aan Louis Salvérius en ik ben blij dat het ook is uitgebracht. Het had zeker
niet mogen ontbreken.
|

Het album 'Blauw en uniformen' (Des bleus et des tuniques) uit 1976 is het tweede album dat een eerbetoon inhoudt voor de
eerste tekenaar van de serie, Louis Salvérius. Ook nu bevat het album een aantal korte verhalen uit de beginperiode
van De Blauwbloezen. In de verhalen is de ontwikkeling van de strip al duidelijk waarneembaar. Er zijn verhalen bij waarin
Chesterfield en Blutch al min of meer lijken op de versies die later altijd getekend zullen worden. In andere gevallen is
duidelijk dat de figuren nog volledig tot ontwikkeling moeten komen. Naast Chesterfield en Blutch zijn ook Tripps en Bryan
al snel van de partij. Ook de kolonel van Fort Bow komt al vroeg in de verhalen voor.
Kijkend naar de tekenstijl in de
verschillende verhalen, lijken de personages in het verhaal 'Overweldigend succes' nog veel meer op cartoon figuren.
Blutch loopt ook nog anders. Ook de grappen lijken meer aan te sluiten bij die welke waarneembaar zijn in tekenfilms dan
dat het 'echte' blauwbloezen grappen zijn. Daar bedoel ik mee dat het effect meer gezocht wordt in de wisselwerking en
handelingen tussen de personages dan met de omgeving. Een goed voorbeeld vind ik, is wanneer Bryan de sergeant mag
terugslaan. Na de klap wordt Chesterfield op één plaatje tandloos afgebeeld. Dit zie je ook wel terug bij
Tom en Jerry films. Later zal dit in de Blauwbloezen niet meer voorkomen.
Ook de lengte van de verhalen verschilt. Het openingsverhaal en het laatste zijn langer. Waarschijnlijk was toen al
besloten om over te gaan tot albumvullende verhalen met De Blauwbloezen.
|
|
|
Het album bevat in totaal vijf verhalen.
• Blauw en uniformen;
• Overweldigend
succes;
• Blauwen in 't groen;
• Blauwbloezen met
verlof;
• Lente in de prairie.
|
|
|