![]() In 1973 verscheen een album waarin Asterix en Obelix weer eens een verre reis zouden gaan ondernemen. Het verhaal verscheen onder de titel 'Asterix op Corsica' (Astérix en Corse).In het dorp van Asterix vindt de herdenking plaats van de gevechten bij Gergovia. Om de dappere strijd van Vercingetorix te herdenken hebben de dorpelingen vrienden uitgenodigd die zich verdienstelijk hebben gemaakt in de strijd tegen de Romeinen. Terwijl de dorpelingen zich voorbereiden op de ontvangst van hun vrienden, bereiden ook de Romeinse troepen zich voor op de herdenking. Zij doen dit op hun eigen manier, namelijk door er vandoor te gaan en pas weer terug te komen wanneer de feestelijkheden zijn afgerond. Zo ook in de legerplaats Babaorum. Maar net op het moment dat de legionairs onderleiding van centurion Cateromanius willen vertrekken, verschijnt er een kleine groep Romeinen met een gevangene bij de poort. Het groepje Romeinen is op pad gestuurd door praetor Sessinquartus, gouverneur van Corsica. Om een lang verhaal kort te maken, laat het groepje Romeinen hun gevangene achter in het legerkamp en vertrekt zelf naar het achterland om de problemen te ontlopen. Angstig wachten de Romeinen de komst van de Galliërs af. Centurion Cateromanius besluit dan maar de gevangene te laten gaan om zo de ergste toorn van de Galliërs te ontlopen. Maar daarvoor is het te laat. De dorpelingen vallen samen met hun gasten het legerkamp binnen en hakken de Romeinen in de pan. Dan ontmoeten ze de gevangene. Zijn naam is Ozewiezewozewiezewallakristallix en hij komt uit Corsica. De Galliërs nemen de Cosicaan mee naar hun kamp waar hij deelneemt aan de avondviering. Tijdens het eten verteld hij waarom hij als een gevangene naar het vasteland is gevoerd. Ieder jaar probeert de Romeinse gouverneur (die voor 1 jaar benoemd is) Corsica kaal te plukken. Maar voordat de gouverneur naar Rome kan vertrekken, halen Ozewiezewozewiezewallakristallix en zijn mannen altijd alles weer terug. Maar de huidige gouverneur heeft het anders aangepakt. Hij heeft Ozewiezewozewiezewallakristallix gevangen laten nemen en heeft hem verbannen. De banneling nodigt Asterix uit om eens op Corsica te komen kijken hoe zij daar de Romeinen te grazen nemen. En dus gaan Asterix en Obelix met de Corsicaan mee naar zijn eiland. Omdat Asterix niet wil dat Obelix zijn trouwe Idefix meeneemt, doet hij zijn hond cadeau aan Ozewiezewozewiezewallakristallix. En zo vertrekken ze naar het eiland in de middellandse zee. In de haven van Massilia (Marseille) wordt een zeeschip geregeld. Natuurlijk blijken dit de piraten te zijn die onze vrienden wel vaker tegenkomen. In het holst van de nacht sluipen de piraten van boord. De volgende ochtend bereiken ze het eiland Corsica. Het blijkt dat niemand van de Romeinen vrijwillig op Corsica zit, behalve de soldaat Janjurcus dan, waardoor de legionairs niet echt gemotiveerd zijn om ook maar een vinger uit te steken. Ongehinderd bereiken de reizigers het dorp van de Corsicaan. Daar blijkt dan dat hun gastheer een vete heeft met een andere Cosicaan genaamd Bagatellix. Waardoor de vete ooit is begonnen is niemand meer echt duidelijk. Maar Ozewiezewozewiezewallakristallix verdenkt Bagatellix ervan dat hij hem verraden heeft aan de Romeinen. Ondertussen probeert de gouverneur van het eiland weg te komen met de buit. Maar er zit hem van alles tegen. Dan besluiten de Corsicanen aan te vallen. Eerst lijkt hun onderlinge wedijver een aanval in de weg te staan, maar Asterix en Obelix openen het gevecht, waarna de Corsicanen ook ten aanval trekken. De uitkomst laat zich raden, de Romeinen verliezen. Dan presteert Asterix nog iets ongekends, hij verzoent Ozewiezewozewiezewallakristallix en Bagatellix met elkaar. Voldaan trekken onze vrienden mét Idefix van het eiland terug naar hun vertrouwde dorp.Ook nu zitten er weer de nodige grappen en toespelingen in het verhaal verwerkt. Bijzonder grappig zijn de vier oude mannetjes die op alles wat zij zien commentaar leveren. De naam van de Corsicaanse leider is afgeleid van een kinderliedje met de naam "Ozewiezewoze". Het is van oorsprong een Creool-Portugees liedje. Vertaald betekent Ozewiezewoze zoiets als "Vandaag is het kind gelukkig". Een tweede naamspelling is in de Nederlandse vertaling ontstaan. De naam van de gouverneur van Corsica is Sessinquartus. Hiermee wordt gerefereerd aan Seyss-Inquart. Deze Oostenrijker werd in 1940 rijkscommissaris voor de nazi's in het bezette Nederland. Op pagina 45 vinden we de volgende verwijzing. Ozewiezewozewiezewallakristallix verteld aan de gevangen gouverneur dat zij alleen een keizer zullen erkennen die zelf Corsicaan is. Hiermee wordt natuurlijk Napoleon Bonaparte bedoeld, die inderdaad Corsicaan was van geboorte. Ook de opmerking van de Corsicaan op bladzijde 38 "Ja! Het is een groot leger" is een verwijzing naar Napoleon. Als een veldheer overziet hij de troepenbewegingen en de opmerking "Groot leger" heeft betrekking op "Grande Armée", de benaming voor het leger van Napoleon. In het album wordt een overigens niet zo positief beeld van de Corsicanen in het algemeen neergezet. Luiheid lijkt wel een verplicht iets. Ook hun (blijkbaar) eindeloze vetes komen ruim aan bod. Het album bevat gelukkig ook weer een terugkeer van de piraten die inmiddels wel een behoorlijk vast onderdeel van de strip zijn geworden. Leuk vond ik ook de vondst van de overijverige soldaat Janjurcus. Tot slot de verwijzing naar Gergovia in het begin van het verhaal. Dit was de plaats waar Vercingetorix in 52 v.Chr. weerstand bood aan de Romeinse legioenen van Julius Caesar. Asterix en het geschenk van Caesar (Le cadeau de César) verscheen in 1974 op de markt en het verhaal vangt ditmaal aan in de achterbuurten van Rome. Midden in de nacht komt er vanuit een kroeg nog het nodige kabaal. Twee Romeinse soldaten vieren het feit dat ze de volgende dag zullen afzwaaien uit het leger na een periode van 20 jaar trouwe dienst. Eén van hen heeft opmerkingen over Caesar en wordt door een nachtelijke patrouille in het cachot gegooid. De volgende ochtend wordt de Romeinse veldheer op de hoogte gebracht, maar waar iedereen verwacht dat hij de soldaat voor de leeuwen zal gooien doet Caesar iets heel anders. Hij geeft hem een geschenk! En wat voor een geschenk, een klein Gallisch dorpje in Armorica gelegen aan de zee.......en omringd door enkele Romeinse legerplaatsen.Maar de ex soldaat, Bacchoinysus, is niet lang eigenaar van het dorpje. Enkele dagen nadat hij het leger verlaten heeft, ruilt hij het eigendomsbewijs voor een maaltijd en wat bier. De nieuwe eigenaar is de herbergier Appendix. Samen met zijn vrouw Angina en hun dochter Coriza vertrekken ze naar hun nieuwe eigendom. Althans dat denken ze. Want eenmaal aangekomen in het welbekende dorpje blijkt het eigendomsbewijs niets waard. Zoals Abraracourcix het uitdrukt: "Men kan niet weggeven wat men niet bezit". Om Appendix toch enigszins schadeloos te stellen, stelt Abraracourcix voor dat hij in het dorp een herberg begint. Maar dat had hij beter niet kunnen doen. Want al gauw blijkt dat Bellefleur en Angina elkaar de macht in het dorp betwisten. Wanneer tijdens de opening van de herberg er een grote vechtpartij ontstaat, zijn de rapen helemaal gaar.Hoewel Appendix het dorp wil verlaten en naar Lutetia wil gaan, weigert Angina toe te geven. En dan gebeurt het onverwachte. Appendix gaat zich kandidaat stellen voor de functie van stamhoofd. En dan begint het spel van het werven van de stemmen in het dorp. De dochter van de herbergier wordt er op uit gestuurd om Obelix te paaien, die wel een oogje op haar heeft. Ook de vishandelaar kiest de kant van Appendix, evenals de bard van het dorp. Panoramix houdt zich wijselijk afzijdig, met de mededeling dat niemand toverdrank krijgt om de ander het dorp uit te werken. Temidden van dit verkiezingsgeweld verschijnt Bacchoinysus in het dorp. Hij wil het geschenk van Caesar terug hebben, wat Appendix weigert. Wanneer de Romein zijn zwaard trekt komt net Asterix binnengelopen en duelleert met de voormalige soldaat. De Gallische krijger wint niet alleen het duel, maar ook de bewondering van Coriza. Wanneer Obelix hier achter komt zijn hij en Asterix eveneens gebrouilleerd. Maar Asterix vertrouwt de situatie met de Romein voor geen meter. Hij probeert hier wel aandacht voor te vragen, maar de dorpelingen gaan helemaal op in hun verkiezingsstrijd. Zelfs bij Panoramix vindt hij geen gehoor. Dan besluit de kleine Gallische krijger om zelf op onderzoek uit te gaan.Hij is onderweg naar het Romeinse legerkamp waar Bacchoinysus zijn heil heeft gezocht. Hier treft hij een oude dienstmaat aan die bijgetekend heeft voor een nieuwe periode van 20 jaar. Als dank is deze oude legermaat nu adjudant. Hierdoor lukt het Bacchoinysus om door te dringen tot de commandant van het kamp, die zich nu genoodzaakt ziet om de drinkebroer te helpen. Terwijl Asterix onderweg is, vliegen er grote stukken steen uit het Romeinse kamp door de lucht. De Romeinen gaan gebruik maken van een grote katapult om het Gallische dorp aan te vallen. Omdat hij geen toverdrank bij zich heeft sluipt Asterix het kamp binnen en bekijkt de situatie vanuit één van de torens die in het kamp staan opgesteld. Wanneer de Romeinen Asterix ontdekken breekt er paniek uit, maar als de Galliër er spoorslags vandoor gaat beseffen de Romeinen dat hij geen toverdrank heeft. Dit sterkt hun vertrouwen in een overwinning. Asterix bereikt het dorp waar net een hevig debat gaande is tussen Abraracourcix en Appendix. Niemand wil naar hem luisteren totdat de eerste stenen in het dorp inslaan. Dan verandert de zaak en treden de Galliërs eensgezind de Romeinen tegemoet en geven het Romeinse leger een pak slaag. Hierna besluit Appendix dat hij alsnog met zijn gezin naar Lutetia vertrekt en de kou is uit de lucht tussen Bellefleur en Angina. Ook Asterix en Obelix leggen het weer bij.Het geschenk van Caesar aan de soldaat brengt een hoop gedoe voort in het dorp. We krijgen een echte verkiezingsstrijd voorgeschoteld met alles erop en eraan. Kandidaten die elkaar belachelijk maken, het paaien van de kiezers, campagne voeren en zelfs een debat tussen de twee hoofdkandidaten. Het zal geen toeval zijn geweest dat deze punten in het album terecht zijn gekomen. In 1974 werden in Frankrijk dan ook verkiezingen gehouden en de makers hebben zich door hun dagelijkse actualiteit laten inspireren. Ook nu hebben de makers hier en daar nog wat verwijzingen in het album verwerkt. De meest direct herkenbare is natuurlijk de "Z" die Asterix achterlaat op het shirt van de Romein. Hiermee wordt aan een andere fictieve held gerefereerd, namelijk Zorro (die verzonnen is door Johnston McCulley). De naam van de Romein die dit overkwam is Bacchoinysus, een samentrekking van Dionysos en Bacchus, goden van drank en genot. Ook de namen van het gezin van de herbergier zijn verwijzingen. Appendix voor blindedarm, Angina verwijst naar de kwaal angina pectoris en de naam van de dochter, Coriza, is afgeleid van het Franse woord voor niesziekte. Er is wel gesuggereerd dat de drie zijn vernoemd naar kwalen omdat ze het dorp infecteren met een virus van tweedracht. Of dit bij de makers ook zo voor ogen stond weet ik niet, maar het klinkt wel plausibel. Het krijgen van een geschenk na trouwe dienst in het Romeinse leger is overigens een historische juistheid. Nog een verwijzing naar de toenmalige actualiteit is de commandant van het Romeinse kamp. Voor zijn gezicht diende de Amerikaanse president Nixon als model. In 'De grote oversteek' (La grande traversée) uit 1975 maken Asterix en Obelix een wel heel bijzondere reis, zonder dat zij dit zelf beseffen.In het Gallische dorpje breekt een kleine crisis uit. De twee dragers van Abraracourcix zijn ziek geworden na het eten van vis van de dorpshandelaar Kostunrix. Dit leidt tot een woordenwisseling en, onvermijdelijk, tot een knokpartij tussen de dorpelingen. Nadat de gemoederen weer bedaard zijn verteld Panoramix dat hij voor de toverdrank absoluut verse vis moet hebben. Omdat de vishandelaar al zijn vis betrekt uit Lutetia, bieden Asterix en Obelix aan om op zee te gaan vissen. In een oude boot vertrekken de twee vrienden voor de vangst. Ze komen terecht in een stormachtige zee. Tot overmaat van ramp werpt Obelix het visnet letterlijk uit wanneer Asterix daar om vraagt. De twee Galliërs zijn nog op zee wanneer de nacht valt. Die nacht is er een kleine ontmoeting met een ander schip, maar wie dit waren blijft nog onduidelijk. De volgende ochtend is de zee zo glad als een spiegel. Er is geen zuchtje wind. Asterix en Obelix dobberen rond op het water wanneer zij in de verte het overbekende piratenschip ontwaren. Een kort bezoek later hebben de twee vrienden voldoende mondvoorraad. Maar nadat zij opnieuw een storm hebben getrotseerd dobberen de twee rond op de oceaan. Wanneer de honger zijn tol lijkt te gaan eisen bereiken ze land. Maar waar zijn ze? Asterix en Obelix gaan direct op jacht en maken kennis met een voor hen onbekend dier dat niettemin smaakt. Ook een beer kan er nog wel in. Hierna gaan de twee een tukje doen, vanuit het groen gadegeslagen door speurende ogen. Nadat ze weer ontwaken zien de twee voetsporen. Obelix gaat ervan uit dat het Romeinen moeten zijn, maar Asterix is nog niet overtuigd. Natuurlijk zijn de twee bekende Galliërs aangeland in de nieuwe wereld, maar dit beseffen zij niet. Obelix laat zich weglokken door een lokroep van één van de indianen. De rest maakt van de gelegenheid gebruik om Asterix gevangen te nemen. Maar ook Obelix maakt een gevangene en vindt zijn weg naar het indianen dorp. Terwijl Asterix en Obelix zich afvragen met wie zij nu precies van doen hebben worden ze door het stamhoofd uitgedaagd om hun kracht te tonen. Onze vrienden verslaan hun tegenstanders en worden opgenomen in de stam. Zo nemen ze deel aan de jacht. Maar wanneer de dochter van het stamhoofd duidelijk maakt dat zij een oogje heeft op Obelix, achten de vrienden de tijd gekomen om te vertrekken. Diezelfde nacht glippen ze het dorp uit en bemachtigen een kano. Jammer genoeg zinkt de kano, maar ze bereiken wel een eilandje. Tot hun geluk is de drakar van de Vikingen inmiddels ook aangeland bij de kusten van Amerika. Door het ontsteken van een vlam lukt het Asterix om de aandacht te trekken van de zeevaarders. Natuurlijk verstaan zij elkaar niet. De Vikingen, die geleid worden door Christoffelsen, denken dat Asterix en Obelix de bewoners zijn van de nieuwe wereld. En het enige dat onze vrienden willen is aan boord van het schip komen om zo weer richting huis te gaan. Door een gelukkige samenloop belanden ze toch aan boord en worden zij meegenomen naar de thuisbasis van de Vikingen in Denemarken. Daar aangekomen worden ze geleid voor de leider van de Vikingen die geen woord van het avontuur geloofd. Tijdens de maaltijd ontmoeten Asterix en Obelix een gevangen genomen Galliër. Dit leidt tot grote verwarring onder de Vikingen én tot een vechtpartij waar de drie gebruik van maken om te ontkomen. Met een vissersboot ontkomt het drietal. Op de terugreis naar hun dorp vangen ze een lading verse vis. Panoramix kijkt peinzend over de oceaan uit wanneer hij van het bestaan van het land hoort dat Asterix en Obelix hebben bezocht. Maar dit duurt niet te lang, want die avond wordt de goede afloop gevierd met een feestmaal.Ook nu weer een album vol met verwijzingen. Zo ziet de indiaan op pagina 23 de contouren van de stars and strips van de latere Verenigde Staten. Een dubbele symboliek zit in de tekening waarin Asterix afgebeeld wordt als de Statue of Liberty die in de haven van New York te zien is. De dubbele symboliek zit hem natuurlijk in het punt dat het vrijheidsbeeld aan Amerika is geschonken door Frankrijk. Eenmaal bij de Vikingen zijn er wat verwijzingen naar het overbekende werk van Shakespeare Hamlet. Zo verzucht de leider van de Vikingen "er is iets rots in mijn koninkrijk". Dit is een verwijzing naar een regel uit Hamlet uit gesproken door het personage Marcellus "Something is rotten in the state of Denmark". Een overbekende quote is natuurlijk de opmerking van Christoffelsen op pagina 47 "zijn of niet zijn. dat is de vraag", hiermee verwijzend naar een uitspraak van Hamlet in het gelijknamige stuk "To be, or not to be, that is the question". De naam van Christoffelsen is natuurlijk afgeleid van Christoffel Columbus. Deze Christoffelsen doet ook nog de uitspraak "Een kleine stap voor een mens, maar een grote sprong voor de mensheid" op pagina 36 van het album. Hiermee heeft Goscinny gerefereerd aan de historische woorden van Neil Armstrong die de woorden "That's one small step for a man, one giant leap for mankind" uitsprak op 21 juli 1969 toen hij als eerste mens voet zette op de maan. De inbreng van de Vikingen in het scenario heeft betrekking op Leif Eriksson, een viking uit IJsland, die wel geldt als de ontdekker van Amerika. Leif Eriksson ontdekte Amerika in het jaar 1000. Goscinny heeft hem nu meer toegeschreven aan Denemarken, omdat dit de kans bood om de quotes van Shakespeare te gebruiken uit Hamlet. Het toneelstuk, geschreven tussen 1600 en 1602, speelt zich af in Denemarken, waar Hamlet een prins is wiens vader is vermoord. De Romeinse troepen die gelegerd zijn in de kampen rondom het dorpje geloven het zo langzamerhand wel. Van de Galliërs kunnen ze toch niet winnen, dus nemen ze er het hun gemak van. Zelfs de nieuwe troepen die arriveren nemen, nadat zij als verjaardagscadeau voor Obelix hebben gediend, snel deze houding over. En dat is een doorn in het oog van Julius Caesar. Er moet iets aan gedaan worden. Omdat de gevestigde orde niet in staat is om met ideeën te komen, doet de Romeinse leider een beroep op de jonge Caius Adolescentus. Zijn plan: leer de Galliërs de bekoring van goud, van bezit. Dan zullen zij het te druk hebben om te vechten. Om zijn plan ten uitvoer te brengen krijgt Adolescentus onbeperkt krediet van Caesar. Eenmaal aangekomen in Gallia brengt Adolescentus zijn plan ten uitvoer. Hij koopt een menhir van Obelix, wiens verschijnen in het kamp de nodige onrust veroorzaakt onder de legionairs. Adolescentus vraagt aan Obelix om zoveel mogelijk menhirs te maken die hij tegen stijgende prijzen zal aankopen. Omdat hij het toch wel aantrekkelijk vindt om veel geld te verdienen heeft Obelix geen tijd meer voor Asterix en Idefix. Hij moet zelfs een dorpsgenoot inhuren om voor hem op everzwijnen te jagen. Omdat Adolescentus de productie van menhirs nog steeds niet genoeg vindt, vraagt Obelix dorpsgenoten om hem te helpen met het houwen terwijl andere dorpsgenoten voor hem gaan jagen. Allemaal tegen betaling in sestertiëns natuurlijk. Het plan van Adolescentus lijkt te gaan werken. De dorpelingen raken in de ban van (veel) geld verdienen. Vriendschappen komen onder druk te staan. Wanneer Obelix ook nog eens allerlei luxegoederen kan kopen en de rest van de dorpelingen dit lijdzaam moeten aanzien zijn de rapen natuurlijk helemaal gaar. Iedereen wil nu een graantje meepikken. Nestorix beklaagd zich over het feit dat zijn vrouw nu geen tijd meer voor hem heeft en volgens hem een oogje op Obelix heeft. Dit terwijl zijn vrouw nooit naar een andere man heeft gekeken. Iets wat Panoramix altijd verbaast heeft. Dan gooit Asterix de knuppel in het hoenderhok en adviseert andere dorpelingen om ook menhirs te gaan maken. Obelix heeft ineens concurrentie gekregen. Ondertussen is Adolescentus terug gegaan naar Rome om hier de verkoop van de menhirs te organiseren. Ook dit lijkt goed te gaan, totdat de Romeinen zelf ook menhirs gaan produceren. Evenals de Grieken, de Egyptenaren en ga zo maar door. De menhirmarkt stort volledig in en ze raken de stenen aan de straatstenen niet meer kwijt. Om niet volledig failliet te gaan stuurt Caesar Adolescentus terug naar Gallia waar hij bekend maakt geen menhirs meer te kopen. Ondertussen is Obelix alweer op zijn schreden terug gekeerd. Nadat ze eerst onderling een partijtje hebben geknokt wenden de dorpelingen zich tot de Romeinen met de bekende gevolgen. De rust keert weer in het dorp en dit wordt gevierd met een groot feestmaal.Het verhaal in 'Obelix & Co' (Obélix et compagnie) uit 1976 is een parodie op het kapitalisme. Jammer genoeg is dit nog steeds een actueel onderwerp. De kredietcrisis van de afgelopen tijd is een uitvloeisel van hetzelfde mechanisme waar Goscinny en Uderzo in hun verhaal voor waarschuwen. De zucht naar steeds meer geld, steeds meer materiele welvaart. Dat veel belangrijkere zaken in het leven hieraan worden opgeofferd, wordt door velen als niet belangrijk beschouwd. Iedereen wil een graantje (of zelfs heel veel graantjes) meepikken uit de ruif. Dat lessen uit het verleden niet zijn geleerd blijkt wel uit het hardnekkige blijven bestaan van de bonuscultuur. Verder zijn er in het verhaal ook weer allerlei grappen en verwijzingen opgenomen. Op pagina 6 van het album dragen twee legionairs een dronken collega de poort uit. De afgebeelde dragers zijn karikaturen van Uderzo (voorste drager) en Goscinny (achterste drager). Maar bij de Romeinen zijn nog wel meer bekende gezichten te onderscheiden. Zo zien we op bladzijde 27 Laurel en Hardy afgebeeld als Romeinse soldaten. Iets waar je makkelijk overheen leest is te vinden op het laatste plaatje van pagina 36. Onder de namen van de beide makers van het album is een verwijzing opgenomen dat dit het 1.000ste plaatje is dat is getekend in de serie van Asterix. (bron laatste opmerking:site Asterix bij de Bataven) Het album Asterix en de Belgen (Astérix chez les Belges) verscheen in 1979 en is het laatste album uit de serie waar Rene Goscinny een actieve bijdrage aan had. Hij overleed op 5 november 1977 op 51 jarige leeftijd aan een hartaanval. Met zijn dood verdween een geweldenaar op het gebied van de strips.Zoals altijd gaat het leventje in het dorp van onze Gallische vrienden z'n gangetje. Dan komt het bericht dat er nieuwe Romeinse troepen aankomen. Asterix en Obelix moeten polshoogte gaan nemen. Maar wanneer ze een Romein tegenkomen in het bos is deze zelfs blij hen te zien. De troepen komen net terug van een tiendaagse veldtocht tegen de Belgen. Ze zijn hier om een beetje bij te komen. Wanneer de twee vrienden met dit bericht terug komen, ontploft Abraracourcix zowat. Het stamhoofd belegt een speciale dorpsvergadering, maar niemand ligt er echt wakker van. Nou ja, behalve Abraracourcix natuurlijk. Hij is vooral in zijn eer aangetast omdat Caesar gezegd heeft dat de Belgen de dapperste zijn van alle Gallische stammen. Maar omdat dit verder niemand interesseert, trekt het stamhoofd alleen naar het land der Belgen. Niet helemaal alleen, op verzoek van Panoramix vergezellen Asterix en Obelix hem op zijn tocht. Nadat het drietal de grens is overgestoken, maken zij al snel kennis met de Belgen onder leiding van Vandendomme de Nerviër. Tussen de twee groepen Galliërs ontstaat al gauw een wedstrijdje. Wie kan het meest efficiënt een Romeins kampement kort en klein slaan. Het Belgische stamhoofd heeft al snel door dat hij hierbij Abraracourcix gemakkelijk op de kast krijgt. Vandendomme nodigt onze vrienden uit voor het eten in hun kamp. Tot groot genoegen van Obelix voldoen zij meer dan aan de verwachtingen. Maar tijdens het eten ontstaat een ruzie tussen Vandendomme en Abraracourcix. Wie is nu de dapperste? Ze besluiten tot een wedstrijd waarbij beiden het eens zijn dat niemand minder dan Julius Caesar zelf de arbiter zal zijn. De vreemde wedstrijd begint. En zowel de Belgen als de Galliërs proberen zoveel mogelijk overwinningen te halen. Zelfs de piraten komen onder vuur te liggen. Dit alles leidt ertoe dat Caesar op de hoogte wordt gebracht. In de Romeinse senaat leidt het tot felle debatten. De Galliërs worden het wachten op Caesar een beetje beu, maar dan komt het bericht dat de Romeinse leider in Belgica is aangekomen. Asterix en Obelix gaan naar het kampement van Caesar om hem op de hoogte te brengen van de wedstrijd en hem te vragen of hij op een bepaalde plaats aanwezig kan zijn als scheidsrechter. Dit leidt natuurlijk tot een woede uitbarsting bij Caesar die alle opstandelingen in de pan wil hakken. Het komt tot een veldslag tussen de Romeinen en de Belgen. Caesar heeft troepen erop uitgestuurd om via een omtrekkende beweging de Belgen ook in de rug aan te vallen. Maar gelukkig komen deze troepen de drie Galliërs tegen. En van een aanval komt dan niets meer in. Uiteindelijk vluchten de Romeinen van het slagveld. Blijft natuurlijk de vraag over: wie is er nu de dapperste? Volgens Caesar zijn ze allemaal even gek en hij keert terug naar Rome. De Galliërs nemen afscheid en aanvaarden de tocht naar huis.In het album zitten een aantal verwijzingen, die alom met België in verband worden gebracht. Zo zien we een optreden van Manneken Pis, in het album op de plaats waar ooit eens Brussel zal verrijzen. Een ander punt dat hierop wijst is de verwijzing naar de (Brusselse) spruitjes. Een andere hint naar het roemrijke verleden van België: op pagina 39 zien we Eddy Merckx afgebeeld als koerier. De veelvoudige tourwinnaar draagt zelfs een geel getinte trui. Maar er zijn ook andere gastoptredens. Zo komen we op pagina 31 Jansen en Janssen uit Kuifje van Hergé tegen. En op pagina 47 zien we natuurlijk een verwijzing naar het schilderij Boerenbruiloft van Pieter Bruegel. En de veldslag tussen de Romeinen en de Belgen lijkt verdacht veel op de slag die ooit in Waterloo is geleverd door Napoleon. Maar in het album zijn ook een aantal beroemde quotes van Julius Caesar te vinden. Zo op pagina 30 "Ik zal komen, ik zal zien en ik zal overwinnen!". Dit is een verwijzing naar "Veni vidi vici" (Ik kwam, ik zag, ik overwon). Een andere is te vinden op pagina 35, ditmaal uitgesproken door een officier van Caesar, maar in werkelijkheid aan hem toegeschreven: "Alea jacta est" (De teerling is geworpen). De opmerking "Van al deze volkeren zijn de Belgen het dapperst." wordt overigens daadwerkelijk aan Caesar toegeschreven. Hij heeft dit laten opnemen in zijn Commentarii de Bello Gallico. Dit is de populaire naam voor zijn werk Commentarii Rerum in Gallia Gestarum (Commentaren op de gebeurtenissen in Gallië). Dit is door Julius Caesar geschreven over zijn verovering van Gallië. In 1979 verscheen het eerste album uit de Asterix serie dat door Albert Uderzo werd geschreven en getekend na het overlijden van Rene Goscinny. Het album droeg in Nederland de titel 'De broedertwist' (Le grand fossé), in België werd het uitgebracht onder de naam 'De diepe kloof'. Waarom er in dit geval gekozen is voor twee benamingen voor één taalgebied is mij niet bekend. In Gallië ligt een dorpje dat veel lijkt op dat van Asterix. Maar dit is schijn. Daar waar de bewoners van het welbekende dorp een grote samenhorigheid kennen, worden de inwoners van het andere dorp gescheiden door een diepe kloof. Zowel figuurlijk als letterlijk. De bewoners van het linkerdeel van het dorp worden geleid door Tournedix, die van de rechterkant door Segregationix. Beiden betwisten elkaar het leiderschap van het gehele dorp. De zoon van Tournedix, Comix, wijst zijn vader op de schande die de kloof is voor het dorp. Aan de andere kant wijst de dochter van Segregationix, Fanzine, haar vader op hetzelfde. Maar Segregationix heeft ook een adviseur, Arsenicummix, die zijn leider probeert te beïnvloeden voor zijn eigen gewin. Arsenicummix wil zelf de leider worden van het gehele dorp en trouwen met Fanzine. Na de zoveelste confrontatie tussen beide groepen (die natuurlijk weer op niets uit loopt) komt Arsenicummix met een plan voor zijn leider. Als het hem lukt om het gehele dorp onder het gezag van Segregationix te krijgen, wil hij de hand van Fanzine. Hiertoe wil hij de hulp inroepen van de Romeinen. Hoewel hij eerst aarzelt, gaat Segregationix akkoord. Maar gelukkig heeft Fanzine alles afgeluisterd en laat zij een bericht sturen aan Comix. Diezelfde avond klimt Comix via een touwladder omhoog naar het raam van Fanzine en verneemt van het plan. Nadat hij met zijn vader heeft gesproken, gaat hij op weg naar het dorp van een oude vriend van zijn vader, Abraracourcix. Natuurlijk krijgt Comix hulp en samen met Panoramix, Asterix en Obelix gaat hij terug naar zijn dorp. Ondertussen heeft Arsenicummix de hulp van de Romeinen verworven, door te beloven dat zij de dorpelingen van het linkerdeel als slaven mogen hebben. Maar zodra Segregationix verneemt wat er is afgesproken weigert hij, met als gevolg dat de dorpelingen van het rechterdeel gevangen worden genomen. Fanzine is ontkomen en roept de hulp van Comix in. Maar dankzij een list van Asterix worden de dorpelingen bevrijdt. Jammer genoeg heeft Panoramix een toverdrank laten slingeren die een persoon het recente verleden laat vergeten. En dit drankje valt in handen van Arsenicummix. Hij gebruikt het om de Romeinen opnieuw voor zijn karretje te spannen. Het lukt Arsenicummix ook nog om 's nachts een ketel toverdrank te stelen. Hij geeft dit aan de Romeinen, maar de combinatie van verschillende toverdranken heeft een vervelende uitwerking voor de Romeinen. Nadat ze door de Galliërs verslagen zijn, kiezen ze het hazenpad. Maar Arsenicummix heeft Fanzine ontvoerd. Maar het lukt Comix om haar te redden. Comix en Fanzine gaan trouwen en Comix wordt het nieuwe stamhoofd. Zo komt er een einde aan de tweedeling.De reacties na het verschijnen van dit album waren wisselend. Het album is natuurlijk niet helemaal te vergelijken met de vorige 24 avonturen. Het vakmanschap van Rene Goscinny als scenarioschrijver ontbrak nu eenmaal. De een vond het album niets, de ander vond het een goede zet om door te gaan. Ikzelf vind het album zeker niet onverdienstelijk. Natuurlijk mis ook ik de scherpte van Goscinny in het verhaal en de dialogen. Toch is Albert Uderzo er in geslaagd om een geslaagd verhaal af te leveren. Het valt ook niet mee om in de voetsporen van Goscinny te treden, het vergelijk zal altijd gemaakt worden. Maar helemaal fair is dit niet (hoewel ik dit natuurlijk zelf ook deed). Op de keper beschouwd is het gewoon een leuk verhaal met een groot aantal grappen en diverse verwijzingen. Dat het scenario minder sterk is dan de vorige albums doet daar voor mij niets aan af. En verwijzingen zitten er genoeg in. Het verhaal zelf gaat over een dorp dat in tweeën wordt gedeeld door een gegraven kloof. Maak van de kloof een muur, verplaats het geheel naar het Duitsland van de koude oorlog, en je bent in Berlijn ten tijde van de Berlijnse muur. Toen het album verscheen was deze tweedeling er nog steeds. Een andere verwijzing die iedereen natuurlijk direct opvalt, is die van de nachtelijke scène, waarbij Comix naar het raam van Fanzine klimt. Dit komt regelrecht uit Romeo en Juliet van Shakespeare. Wat ook direct in het oog springt, is dat Comix vrij realistisch getekend is in plaats van de (voor de serie) normale karikatuur. Waarom Uderzo hiertoe besloten heeft, is mij niet bekend. Maar er zitten meer dingen in het verhaal. Dit begint al op de eerste pagina. Segregationix zegt daar "Het dorp, dat ben ik!". Dit is een regelrechte verwijzing naar een uitspraak van de Franse koning Louis XIV (1638-1715), bijgenaamd de zonnekoning. De uitspraak "Ik ben de staat" (L'état, c'est Moi) werd lang aan hem toegeschreven. Dit is echter waarschijnlijk niet juist. Volgens historici hebben juist zijn tegenstanders dit gezegd om zijn absolute macht weer te geven. Hoe het ook zij, de uitspraak in het verhaal slaat hier wel op. De compositie van de tekening zelf is afgeleid van een beroemd schilderij waarop Louis XIV staat afgebeeld. Een ander punt dat opvalt, zijn de broeken van de dorpelingen. Gedurende de scheiding hebben de bewoners van het linkerdeel horizontale strepen en die van de rechterkant verticale. Nadat de eenheid hersteld is, dragen alle inwoners rood-wit geblokte broeken. Dit om de eenheid weer te geven. Ook zitten er verwijzingen in naar de politiek. De linkerkant (de socialisten en de arbeider) tegenover de rechterkant van het spectrum (de liberalen en het kapitalisme). Op pagina 7 verzucht Segregationix dat Tournedix de inwoners een G.A.O. heeft beloofd. Een Gallische arbeidsovereenkomst. Dit is een dikke verwijzing naar de C.A.O.'s die wij allen kennen. Zelfs de everzwijnen beginnen de Romeinen te gebruiken als middel om aan de Galliërs te ontkomen. Wanneer ze opgejaagd worden, snorren ze een patrouille op om de Galliërs af te leiden. Wanneer dit Caesar ter ore komt besluit hij dat het tijd wordt dat er wordt ingegrepen. Hij ontbiedt Caius Commissarus, het hoofd van zijn geheime politie, en eist dat deze met een plan komt. Caius Commissarus wil een agent inzetten die ook een druïde is, Nulnulnix. Hij moet achter het geheim van de toverdrank komen. Om contact met Rome te houden, krijgt Nulnulnix een gedresseerde vlieg mee. Op hetzelfde moment in het welbekende dorp, maakt Panoramix een sombere indruk. Maar deze verdwijnt op slag wanneer er een Phoenicisch schip aankomt met koopwaar. Alleen is deze koopman, Epidemaïs, de bestelling van de druïde vergeten. Nadat hij over de schok heen is, verteld Panoramix dat hij een belangrijk onderdeel van de toverdrank niet meer heeft. Deze had hij besteld bij Epidemaïs. Het onderdeel is aardolie. Ook Nulnulnix is inmiddels in het dorp aangekomen en nadat hij verneemt dat Asterix de verre tocht zal maken om de aardolie te vinden, biedt hij "spontaan" aan om mee te gaan. En zo vertrekken Asterix, Obelix en Nulnulnix met het Phoenicische schip naar het Midden-Oosten. Via de vlieg wordt Rome geïnformeerd en ieder Romeins oorlogsschip is op zoek naar de Galliërs. Nu kunnen ze de schepen op zee nog wel aan, maar het lukt ze niet om een haven in het Midden-Oosten binnen te lopen. Uiteindelijk zet Epidemaïs hen af op de kusten van Judea, volgens Obelix het beloofde land. Al gauw reizen de drie samen met Josef Ahasveros, die ook onderweg is naar Jeruzalem. Na enkele dagen lopen bereiken ze de stad, maar ze vernemen dat de Romeinen op zoek zijn naar drie Galliërs met een klein hondje. Er is dus een list nodig om Jeruzalem binnen te komen. Maar die avond gaan ze eerst eten en dan slapen in een dorpje genaamd Bethlehem. Die nacht gaan ze terug naar Jeruzalem om onder de dekking van het nachtelijke duister over de muur te klimmen. Maar toont Nulnulnix zijn ware aard en probeert de Romeinen te alarmeren. Een mep van Obelix doet wonderen en ook de toegesnelde Romeinen krijgen een pak slaag. Josef brengt hen naar Samson Brutus, de koopman. Hier zouden de vrienden aardolie moeten kunnen kopen. Maar helaas hebben de Romeinen alle voorraden verbrand en is er geen druppel aardolie meer te krijgen in Jeruzalem. Er zit voor Asterix en Obelix niets anders op dan naar de bron van de aardolie te reizen in Mesopotamië. De hulp van Samson Brutus brengt hen naar de rand van de woestijn. Deze moeten zij oversteken om in Mesopotamië te komen. En helemaal ongevaarlijk is het niet. Iedereen is met iedereen in oorlog en onze vrienden worden dan ook meermaals onder vuur genomen. Wanneer het er slecht uit begint te zien (tijdens de beschietingen is de watervoorraad geraakt) vindt Idefex een oliebron. De twee Galliërs beginnen nu aan de thuisreis. Ze gaan naar de havenstad Tyr, daar moet Epidemaïs zijn met zijn schip. Maar aankomen in de stad blijkt dat het schip van Epidemaïs de grond in is geboord. Dus regelen Asterix en Obelix op hun eigen manier een nieuw schip. Ze "lenen" er eentje van de Romeinen. Maar voordat ze vertrekken brengt Asterix nog een bezoek aan Nulnulnix en Caius Commissarus, die ook in Tyr zijn. Hij brengt ze aan boord van het schip en de reis begint. Tijdens de reis lukt het Nulnulnix om de aardolie in zee te gooien en Asterix beseft dat zijn tocht is mislukt. Het dorp zal worden ingenomen door de Romeinen! Maar wanneer ze thuis aankomen, worden net de legioenen van Caesar in de pan gehakt. Wat blijkt? Panoramix heeft ontdekt dat wortelsap net zo goed is, dus de reis was eigenlijk niet nodig geweest. Nadat hij van de schok is bekomen, stuurt Asterix aan Caesar een cadeautje. Nulnulnix en Caius Commissarus in een surprise verpakking. Hun volgende optreden is in het circus en onze vrienden genieten van het feestmaal.Ook ditmaal weet uderzo een leuk album af te leveren. Het verhaal in De Odyssee van Asterix (L'Odyssée d'Astérix) brengt onze vrienden ditmaal naar het Midden-Oosten. Zij bezoeken onder meer Jeruzalem en Mesopotamië, wat nu een deel van Irak en Syrië is. Ook nu worden er veel knipogen gegeven naar de huidige tijd, maar ook naar beroemde gebeurtenissen uit de regio in het verleden. Herkenbaar voor iedereen is natuurlijk Nulnulnix. Een toespeling op de beroemdste geheim agent uit de filmgeschiedenis, namelijk 007, oftewel James Bond. Het uiterlijk van de spionerende druïde is dan ook afgeleid van Sean Connery, die als eerste de Britse geheim agent vertolkte. Maar er zitten meer karikaturen in het album verwerkt. Zo is de Franse acteur Bernard Blier gebruikt om Caius Commissarus gestalte te geven. En diende de Franse acteur Jean Gabin als basis voor de procurator van Rome in Judea, Poreus Pilarus. Maar in het album is nog een bekende te onderkenen. Dit is René Goscinny. Hij komt terug in het album als Saul Petri, de hulp van Samson Brutus, die Asterix en Obelix naar de rand van de woestijn brengt. Albert Uderzo heeft dit album dan ook opgedragen aan de overleden schrijver van de reeks. Voor zijn overlijden had Goscinny al met het idee rondgelopen om een avontuur van Asterix te doen plaats vinden in het Midden-Oosten. Dit durfde hij echter niet goed aan. Uderzo bracht het idee wel in de praktijk. Met het maken van dit album maakte hij ook een eerbetoon aan René Goscinny. Wat ook grappig is, betreft het heroptreden van Epidemaïs. Deze Phoenicische koopman kwam ook al voor in het album Asterix de Gladiator. Een heel andere toespeling in het album heeft betrekking op whisky. Op pagina 17 van het album laat Nulnulnix Panoramix een drankje drinken uit Caledonia (Schotland). Ook de opmerking over het toevoegen van water of ijs is amusant. In het album steekt Uderzo natuurlijk ook wel de draak met de talloze conflicten die in het Midden-Oosten werden (en worden) uitgevochten. De scène met de verschillende groepen die Asterix en Obelix onder vuur nemen zegt natuurlijk genoeg. Een eigentijdse verwijzing staat op pagina 45 wanneer Nulnulnix de olie over boord werkt en de vogel opmerkt: "Nee hé! Beginnen jullie nu al?". Denk aan olie en de zee en we kennen allemaal genoeg voorbeelden waar dit op betrekking kan hebben. Omdat het verhaal zich afspeelt in het oude Palestina, zijn er ook nogal wat toespelingen op de Bijbel. Dit zie je bijvoorbeeld op pagina 29 wanneer de Galliërs in Judea aan land gaan en Obelix zegt: "Daar is het beloofde land, Asterix!". De overnachting is een stal in Bethlehem behoefd uiteraard geen toelichting. Op pagina 32 wordt de muur van Jeruzalem beklommen waarbij Nulnulnix nogal lawaai maakt. Hij krijgt een mep van Obelix die daarbij zegt dat het afgelopen moet zijn met het geweeklaag. Hiermee wordt gerefereerd aan de klaagmuur in Jeruzalem. Ook het stukje op pagina 35 waar Poreus Pilarus zijn handen wast en dit eeuwige gewas op de zenuwen van Nulnulnix werkt, is een verwijzing. En wel naar Pontius Pilatus, de praefectus van Judea, dat toen binnen het Romeins gezag viel. Het wassen van de handen wordt vaak gelijkgesteld met het afwijzen van iedere verantwoordelijkheid. Pilatus wees ook alle verantwoordelijkheid af. Dit is te vinden in Matteüs 27,24. Toen Pilatus zag, dat niets baatte, maar dat er veeleer oproer ontstond, nam hij water, wies zich de handen ten aanschouwen van de schare en zeide: Ik ben onschuldig aan zijn bloed; gij moet zelf maar zien, wat ervan komt.(bron:www.bijbelgenootschap.nl) |