![]()
Het album Asterix en de olympische spelen (Astérix aux Jeux Olympiques) verscheen in 1968. Ditmaal gaan onze vrienden
naar de klassieke olympische spelen die in Griekenland werden gehouden.In het kleine Gallische dorpje gaat het er allemaal rustig aan toe. Maar dat is niet het geval in het Romeinse legerkamp Aquarium. Een bode heeft het bericht gebracht dat één van de legionairs, Tullius Torsus, uitgezonden wordt om de Romeinen te vertegenwoordigen op de olympische spelen. De vreugde kreten worden gehoord door een Galliër die net champignons aan het plukken was. Maar Tullius Torses heeft één pech. Wanneer hij aan zijn training bezig is in het bos komt hij Asterix en Obelix tegen. De Galliërs zijn sneller, gooien verder en vechten beter. Wanneer hij weer terugkomt in het kamp is hij volledig gedemoraliseerd. Na een bezoekje van de centurion van het Romeinse kamp, weten onze vrienden waarom de Romeinen trainen in het bos. Maar dan besluiten ze zelf ook mee te gaan doen met de spelen. Nadat ze bepaald hebben dat Asterix en Obelix aan de wedstrijden zullen gaan deelnemen, reizen de dorpelingen af naar Griekenland. Na een bijna ontmoeting met de piraten, komen onze vrienden aan in Athene.
Nadat ze slaapruimte hebben gevonden, gaan de Galliërs een kijkje nemen in de stad zelf. Waar voor ieder de schoonheid
is die hij zoekt.Inmiddels zijn ze Tullius Torses en de centurion uit het kamp Aquarium ook al tegen gekomen. Ze brengen het slechte nieuws van de deelname van Asterix en Obelix over bij de rest van de Romeinse ploeg. Op hetzelfde moment schrijven Asterix en Obelix zich in voor de spelen als....Romeinen. Want alleen Grieken en Romeinen mogen deelnemen aan de spelen. Maar omdat de Romeinen altijd roepen dat de Galliërs overwonnen zijn en dus tot het Romeinse rijk behoren, schrijven onze vrienden zich ook zo in. Na een kleine demonstratie van hun kunnen aan hun "mede" Romeinen, besluiten de laatsten alle dicipline te laten varen en leven er op los. Dit tot grote ergernis van de Grieken die dan ook verhaal komen halen in het Romeinse kamp. Maar dan blijkt dat Asterix en Obelix geen opwekkende middelen mogen gebruiken. De toverdrank van Panoramix is dus uitgesloten. Toch neemt Asterix deel, zonder gebruik te maken van de toverdrank. De wedstrijden worden allemaal gewonnen door de Grieken. Om de Romeinen toch een kans te geven op een overwinning is er een speciale wedstrijd waar alleen zij aan deelnemen. Omdat de Romeinen zeker willen winnen stelen ze de toverdrank en nemen dan deel aan de hardloopwedstrijd. Maar na afloop kan Asterix aantonen dat ze de toverdrank gebruikt hebben. De Romeinen worden gediskwalificeerd en Asterix wint de eerste prijs! Tevreden keren onze vrienden huiswaarts. Asterix heeft zijn palmtak geschonken aan Tullius Torses en de centurion uit het kamp Aquarium. Dankzij deze palmtak komen beiden er goed van af bij Caesar.
De serie was al top toen dit album verscheen. Alle personages zijn getekend zoals dit voor altijd zou blijven. Het valt wel
op dat een aantal personages nog geen naam heeft. Zo valt het op dat Nestorix wel zijn debuut maakt in het album, maar nog
geen naam heeft. Ook heeft hij nog niet de mooie jonge vrouw als echtgenote. Ook de hoefsmid Hoefnix heeft inmiddels zijn
vertrouwde vorm, maar ook zijn naam wordt niet genoemd.
Wat in het album een repeterende grap wordt is die met de bezems. Iedere keer wanneer de Romeinen denken volledig kansloos
te zijn zie je ze vegen met een bezem. Of dit gezien werd als 'minder zijn' weet ik niet, maar de grap wordt een aantal
keren herhaald.Goscinny heeft de olympische spelen als basis gebruikt voor dit verhaal. In het verhaal wordt vooral ook gewezen op de olympische gedachte. Namelijk dat de atleten op een eerlijke manier met elkaar de strijd moeten aangaan.
Obelix wordt verliefd! En niet zo'n beetje ook. Zodra hij Walhalla ontmoet is hij totaal van de kaart. Dit tot grote
hilariteit voor Asterix en Panoramix.
Maar zodra Obelix ook maar begonnen is om zijn liefde te verklaren, ontvangt Walhalla slecht nieuws. Haar verloofde,
Tragicomix, is door de Romeinen ingelijfd bij hun legioenen. Hij wordt naar Afrika gestuurd.
Hoewel Asterix bang is voor de reactie van zijn vriend, houdt Obelix zich groot. Althans waar Walhalla bij is!
Hij beloofd Walhalla dat ze Tragicomix terug zullen gaan halen.Zodra de vrienden het hoofdkwartier van de Romeinen in Condatum (Rennes) hebben bereikt, komen ze te weten dat hij al verscheept is naar Afrika. Hierop besluiten de vrienden dan ook Romeins legionair te worden en zo in Afrika terecht te komen. Zo gezegd, zo gedaan. Zodra de twee vrienden zijn ingelijfd, begint voor hen en de andere rekruten de opleiding. De andere rekruten zijn Tonnic (een Gooth), Vlamix (een Belg), Minitax (een Brit), Tennis (een Egyptenaar) en Plazadetoros (een Griek). Hun opleiding krijgen ze van twee centurions, Hotelterminus en Wattunclus. De beide Romeinen hebben het niet makkelijk met hun rekruten. En omdat Obelix het niet makkelijk heeft met het legereten, haalt hij de kok op z'n eigen manier over om het menu aan te passen. Nadat de opleiding klaar is vertrekken de mannen van het 1ste legioen, 3de cohort, 2de manipel, 1ste centurie naar Massillia (Marseille). Daar gaan ze scheep naar Afrika. De legionairs moeten zelf roeien, maar gelukkig is er ook afleiding onderweg. Ze komen een paar oude bekenden tegen, de piraten. De afloop laat zich raden. Dan komen ze aan en zetten de mannen voet op Afrikaanse bodem. Ze komen aan in het kamp van Caesar die in oorlog is met zijn landgenoot Scipio. Na het kamp te hebben verkend en wat inlichtingen te hebben ingewonnen, komen ze er achter dat Tragicomix gevangen is genomen door de troepen van Scipio. Asterix en Obelix gaan 's nachts op pad en vallen het kamp van Scipio binnen op zoek naar Tragicomix. Bij het aanbreken van de dag vinden ze hem. Omdat ze hem, onbedoeld maar toch, de overwinning hebben bezorgd, schenkt Julius Caesar hen de vrijheid. De drie kunnen terug naar het dorpje. Bij aankomst is er een dankwoord van Tragicomix en een dikke zoen van Walhalla. Obelix is inmiddels over zijn verliefdheid heen. Maar nu heeft Asterix het flink te pakken! Asterix en het 1ste legioen (Astérix Légionnaire) verscheen in 1969 op de markt. Het is absoluut een leuk verhaal. Wie had ooit gedacht dat Obelix nog eens verliefd zou worden. Natuurlijk kon dat niet lang duren. De twee vrienden moeten immers hun handen vrij hebben voor hun avonturen. Nadat in het vorige album veel van de dorpelingen een rol spelen, hebben de makers er nu voor gekozen om de twee vrienden weer gezamelijk een avontuur te laten beleven. Omdat ze het Romeinse leger ingaan, kon ook Idefix ditmaal niet mee. Het hondje blijft achter bij de lieftallige Walhalla. In de Franse editie heet zij overigens Falbala.
Het tweede album dat in 1969 verscheen was Asterix in Hispania (Astérix en Hispanie).Onze vrienden reizen ditmaal naar het Iberische schiereiland. Julius Caesar heeft zojuist het heel Hispania ingelijfd bij het Romeinse rijk. Maar ook nu is er een klein dorpje dat weerstand blijft bieden. Terwijl Caesar onderweg is naar het dorpje om zelf polshoogte te gaan nemen komt hij het zoontje van Paella y Peseta tegen. Hij laat het jongetje direct gevangen nemen. Paella y Peseta is de hoofdman van het dorp dat weerstand blijft bieden. Caesar houdt het jochie als gijzelaar gevangen en laat hem overbrengen naar het kamp Babaorum. Zo gezegd, zo gedaan. Een groep Romeinse soldaten brengt het jongetje over. Gelukkig voor het zoontje van de hoofdman en wat minder gelukkig voor de Romeinen, komen ze in het bos Asterix en Obelix tegen. Na een kort intermezzo, waarbij de Romeinen het onderspit delven, nemen ze het jongetje (die Pepe heet) mee naar hun dorp. Al gauw blijkt dat Pepe een nogal lastig karakter heeft. Hij moet en zal vis eten. Met een gezicht op onweer gaat Obelix een vis halen bij de vishandelaar van het dorp, Kostunrix. Na wat schermutselingen in het dorp (en een zangpartij van Assurancetourix) wordt besloten om Pepe terug te brengen naar zijn vader. Asterix en Obelix "vragen" de Romeinen om wat inlichtingen en leren zo dat zijn dorp in het zuiden van Hispania ligt, in de buurt van Hispalis (Sevilla). Asterix, Obelix, Idefix en Pepe varen eerst een stuk mee met de boot van Kostunrix en komen zo bij het grensgebied tussen Gallia en Hispania. Ze steken de bergen over en komen aan in het vaderland van Pepe. Het viertal reist door Hispania naar het zuiden en ontmoeten een wat vreemde man die het op windmolens heeft voorzien. Maar ze hebben ook een ontmoeting met de Romein die Pepe naar Gallia heeft gebracht, alleen weten ze niet dat ze gezien zijn.
De Romein, Claudius, gaat hen vermomd volgen. Er was hem verteld dat wanneer de jongen zou ontsnappen, hem dat de kop zou
kosten. Hij doet dus verwoede pogingen Pepe weer in handen te krijgen. Het lukt Claudius om het vertrouwen van Asterix en
Obelix te winnen en reist met hen mee. Maar aangekomen in Hispalis slaat hij zijn slag en steelt de toverdrank van Asterix.
Samen met de Galliër wordt de Romein in de cel gegooid, want Obelix en Pepe zijn alweer verdwenen. De twee moeten de
volgende dag optreden tegen een stier, een gevecht dat Asterix als toreador wint. Ze krijgen gratie en Asterix gaat op weg
naar het dorp van Pepe. Claudius wordt stierenvechter. Obelix en Pepe zijn al in het dorp dus het avontuur is een succes
geworden. De Galliërs keren weer naar huis teug, waar Obelix tijdens het feestmaal een verrassing in petto heeft, waar de
bard van het dorp vreselijk om moet lachen.Het dorp wordt steeds completer. Zo is dit het eerste album waarin de vishandelaar Kostunrix optreedt. Maar er zitten meer leuke verwijzingen in. Onderweg komen Asterix en Obelix een ridder en zijn knecht tegen. De ridder valt de windmolens aan. Dit is natuurlijk een verwijzing naar de roman De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha, geschreven door de Spaanse schrijver Miguel de Cervantes. Op het einde van het album is nog een verwijzing naar het werk van Shakespeare. De hoefsmid roept tijdens het zingen van Obelix vertwijfeld "Een vis! Mijn koninkrijk voor een vis!". Dit is een verwijzing naar het toneelstuk Richard III met hierin de beroemde quote "Een paard! Mijn koninkrijk voor een paard!". Er worden ook nogal wat clichés over Spanje naar voren gebracht die kennelijk bestonden in de tijd dat het album werd gemaakt. Zo zijn de voorouders van de Spanjaarden lui, trots en snel aangebrand. De mannen hebben allemaal stoppelbaarden en tijdens een ontmoeting met zigeuneurs wordt er tot diep in de nacht gefeest. En de namen zijn natuurlijk ook een vette knipoog naar Spanje en het Spaans. Het jongetje heet Pepe (Spaans voor piet) en zijn vader Paella (de bekende schotel uit de Spaanse keuken) y Peseta (een verwijzing naar de voormalige munteenheid van Spanje, de peseta). Ook is er een verwijzing naar de huidige tijd. Wat te denken van de verkeersopstopping bij de bergen in Zuid-Frankrijk? Hadden ze toen ook al een zwarte zaterdag?
Julius Caesar zit nog steeds aardig in z'n maag met het kleine dorpje in Gallia dat maar weerstand blijft bieden aan de
Romeinen.
Het leidt nu zelfs tot problemen met de senaat. Caesar besluit dat er nu echt iets aan gedaan moet worden, maar wat?
Caesar overlegd met een aantal vertrouwelingen en één van hen komt met het idee om Cassius Catastrofus te sturen.
Na en kleine demonstratie van zijn talent om tweedracht te zaaien, wordt Catastrofus naar Gallia gestuurd.In het Gallische dorp bereidt iedereen zich voor op het verjaardagsfeest van Abraracourcix. Iedereen kijkt er naar uit, behalve Bellefleur, de vrouw van het stamhoofd. Ze vindt dat hij ieder jaar alleen maar rommel als cadeau's krijgt. Dan meldt Catastrofus zich bij het dorp. Hij heeft een geschenk voor de belangrijkste man van het dorp. Iedereen verwacht dat hij naar het stamhoofd gaat, maar hij geeft de vaas als geschenk aan... Asterix. Dit leidt tot de nodige spanningen in het dorp, want is Abraracourcix nu wel of niet de belangrijkste man in het dorp? Of is dit Asterix, zoals de Romeinen lijken te denken? En dit onderlinge gekibbel is nu net het plan van Catastrofus. In het dorp ontstaat een sfeer van onderling wantrouwen en achterdocht. De tweedracht is gezaaid. Maar zodra Asterix en Panoramix door hebben wat er aan de hand is, gaan ze zelf zorgen dat er een sfeer van wantrouwen ontstaat. Maar nu bij de Romeinen. En ondertussen leren ze hun dorpsgenoten nog een lesje ook! Uiteindelijk loopt het goed af en heeft het dorp toch weer zijn feestmaal. Het album 'Asterix en de intrigant' (La zizanie) stamt uit 1970, maar is een tijdloos album gebleken.
Het scenario geeft heel treffend een aantal niet zulke fraaie menselijke karaktertrekjes weer.De overal voorkomende roddel en achterklap. Iets start als een gerucht, de volgende dikt het nog iets aan en voor je het weet zijn er een hoop toestanden. Terwijl de echte feiten vaak nogal eens iets anders liggen. En dat is nu precies wat de intrigant in het dorpje van Asterix bewerkstelligt. Hij maakt gebruik van de aanwezige jaloezie en toch ook wel wantrouwen om de Galliërs tegen elkaar uit te spelen en op te zetten. En het gegeven is zo herkenbaar hoewel het hier natuurlijk opzettelijk uitvergroot is weergegeven. Iedereen die werkt in een grote groep mensen herkent het gegeven (of binnen verenigingen). Altijd gaan er wel verhalen over anderen en meestal is het niet zo goed wat er verteld wordt. In dit album zien we ook voor het eerst de vrouw van Nestorix, hoewel haar naam niet wordt vermeld. In dit album is ook een grotere rol weggelegd voor Bellefleur, de vrouw van Abraracourcix. Grappig is haar woede uitbarsting dat niemand ooit de geschiedenis van het dorp zal schrijven en het dan de avonturen van Abraracourcix de Galliër zal gaan noemen.
De avonturen van de kleine Galliër werden in 1970 vervolgd met het album Asterix en de Helvetiërs (Astérix chez les Helvetes).In het dorpje maakt iedereen zich een beetje vrolijk over hun chef Abraracourcix. Hij heeft zijn dragers ontslagen en wil eerst dat Asterix en Obelix hun plaatsen innemen. Nadat hij heeft gemerkt dat dit niet echt een goed idee is, neemt hij genoegen met alleen Obelix. Dit tot groot plezier van de inwoners van het dorp. Waar men ook plezier tracht te maken is in het paleis van de Romeinse gouverneur Gaius Delirius. Een orgie is er in volle gang wanneer één van zijn mensen de opbrengst van de belastingen komt brengen. Delirius geeft een deel aan de man en houdt de rest zelf, op drie munten na voor Rome. De lage belastingopbrengst zorgt er dan ook voor dat Delirius bezoek krijgt van een inspecteur uit Rome genaamd Claudius Centus. Omdat de gouverneur begrijpt dat Centus hem in een lastige positie zal brengen vergiftigd hij de speciale gezant van Rome. Die nacht wordt Centus wakker met vreselijke pijnen, maar omdat hij geen vertrouwen heeft in de Romeinse dokters stuurt hij zijn lijfwacht naar een klein Gallisch dorpje om de hulp in te roepen van de daar wonende druïde.
Panoramix aarzelt geen seconde als hij de vraag krijgt van de Romeinse soldaat. Samen met Asterix en Obelix vergezelt hij
de soldaat naar het paleis van de gouverneur in Condatum (Rennes).De druïde heeft al gauw door wat er aan de hand is. Hij kan Centus helpen, maar daarvoor moet hij een verse edelweiss hebben. Dit kleine bloemetje dat ook wel zilverster wordt genoemd groeit hoog in de bergen in Helvetia (Zwitserland). Terwijl Panoramix de zieke Centus meeneemt naar het dorp, gaan Asterix en Obelix richting de eeuwige sneeuw op zoek naar het vereiste bloemmetje. Van de kant van gouverneur Delirius kunnen zij alleen maar tegenwerking verwachten. Hij heeft er namelijk geen enkel belang bij dat de twee Galliërs slagen in hun missie. Delirius doet dan ook een beroep op de hulp van zijn oude makker gouverneur Diplodocus, die zijn paleis in Genova (Genève) heeft. Diplodocus moet ervoor zorgen dat Asterix en Obelix het edelweiss niet bemachtigen. Zodra hij het bericht ontvangt zet hij zijn soldaten aan het werk. Ondertussen zijn Asterix en Obelix het meer bij Genova overgestoken en hebben hun intrek genomen in de herberg van Biotix. Diezelfde nacht nog komen de Romeinse soldaten op bezoek, maar Biotix weet hen de herberg uit te werken. Direct daarna brengt hij Asterix en Obelix naar de bank van zijn vriend Zurix. Na enige kleine problemen brengen de twee vrienden de nacht door in een kluis. De volgende dag gaan Asterix en Obelix, geholpen door Biotix en achtervolgt door de Romeinen, op zoek naar het bloempje. Ze krijgen ook de hulp van een groep oude strijders. Maar omdat Obelix ervoor heeft gezorgd dat het fonduefeest wat sneller ging, onder meer door alle wijn in één keer op te drinken, moet hij nu over de bergen heen worden geholpen. Dit brengt Asterix op het idee om iedereen met touwen aan elkaar te verbinden en zo de berg te gaan beklimmen. De beklimming krijgt ook nog een onwillige deelnemer in de vorm van een Romeinse soldaat. Maar Asterix slaagt in zijn opzet en vindt het edelweiss. De twee vrienden vinden hun weg terug naar het dorp waar Panoramix de zieke Centus geneest. De speciale controleur uit Rome rekent af met Delirius en Centus mag als Romein zowaar deelnemen aan het feestmaal van de Galliërs. Ook nu hebben Goscinny en Uderzo weer een kostelijk album afgeleverd. Het zit weer vol met grappen en verwijzingen en ze laten niet na alle stereotyperingen uit de kast te halen. Wat te denken van de eeuwige schoonmaakwoede van de Zwitsers, een land dat bekend staat om zijn onberispelijke imago (in ieder geval was dit in 1970 nog wel zo). Ook een aantal namen zijn hier verwijzingen naar zoals Biotox (denk aan een bekend wasmiddel). Maar ook het gerenommeerde bankgeheim van de Zwitsers moest natuurlijk in het album voorkomen, de bankier heet niet voor niets Zurix (een verwijzing naar Zürich waar zich veel Zwitserse banken bevinden). Ook de verwijzing naar het verhaal over de legende Wilhelm Tell kon natuurlijk niet ontbreken. Leuk is het stukje waarin de jongen met de appel op zijn hoofd staat terwijl Asterix de pijl en boog aanlegt.
Julius Caesar is het meer dan zat dat onze vrienden in het welbekende dorpje maar weerstand blijven bieden aan de Romeinse
heerschappij. Daarom heeft hij een nieuw plan bedacht.
Hij heeft de jonge architect Bouwus Campus opdracht gegeven om een project uit te werken voor nieuwbouw om het dorp van
de ons bekende Galliës heen. Op die manier zullen de opstandige dorpelingen gedwongen worden om de levensstijl
van de Romeinen over te nemen.Campus vertrekt vol goede moed naar Gallia en begint in het bos met de metingen voor de Romeinse lusthof. Maar al snel maakt hij kennis met Asterix, Obelix en vooral Idefix. Omdat Campus toch wil doorwerken eist hij bescherming van de Romeinse soldaten. De leider van het kamp Aquarium, centurion Calenetus, wordt gedwongen hem te helpen, maar wel onder de voorwaarde dat er 's nachts wordt gewerkt en in absolute stilte. Dit leidt tot een aantal komische situaties en omdat Asterix het niet vertrouwd gaan hij en Obelix de volgende nacht een kijkje nemen in het bos. Met de hulp van een toverdrank van Panoramix laten de Galliërs de volgende ochtend alle gerooide bomen weer opnieuw groeien. Zo blijft het bos net vol als altijd. Omdat hij niet tegen toverkunst kan vechten, moet Campus het hierna maar alleen opknappen van Calenetus. Dit blijft de jonge architect proberen, maar zelfs na een aantal nachten is hij niets opgeschoten. Om van de Romeinen af te komen brengt Asterix een amfoor toverdrank naar de slaven die het werk doen. Dit in de hoop dat zij dan in opstand komen en het werk neer zullen leggen. Die opstand komt er wel, maar de slaven de afspraak dat ze worden vrijgelaten wanneer het eerste perceel boomvrij is. Omdat dit maar niet wil lukken, vraagt de leider van de slaven aan de Galliërs om hen het werk te laten afmaken. Zo gezegd, zo gedaan. Er ontstaat een kale plek in het bos waar het eerste Romeinse gebouw verrijst. Wanneer de eerste Romeinse bewoners van de lusthof arriveren, ondervindt het dorp direct de gevolgen. De dorpsbewoners gaan mee in de levensstijl van de Romeinen. Zij passen hun handel aan op de nieuwkomers. Omdat Asterix ziet dat het allemaal dreigt te lopen voert hij samen met Obelix een plan uit om één van de kamers van het nieuwe gebouw leeg te krijgen. Nadat dit is gelukt zorgen ze ervoor dat de bard van het dorp, Assurancetourix, zijn intrek neemt in het pand. Na één "zang"sessie stroomt het gebouw leeg. Campus gooit de bard eruit en de Romeinse legionairs vestigen zich in het gebouw. Maar de Galliërs laten het niet over hun kant gaan en maken korte metten met de legionairs én het pand. Hierop gooit Campus het bijltje erbij neer en het bos neemt weer bezit van de locatie. Ook het album 'Asterix en de Romeinse lusthof' (Le domaine des dieux) uit 1971 is een verhaal is de beste traditie van Asterix. In dit album komen weer een aantal thema's aan bod. De opstand van de slaven en de onderhandelingen die de centurion met zijn mannen moet voeren zijn een verwijzing naar de politieke situatie in Frankrijk van begin jaren 70. De Franse regering en de werkgevers jadden toen nogal wat te stellen met de vakbonden, vandaar de stakingen en de onderhandelingen. Meer in het algemeen heeft Goscinny het voortschrijden van de samenlevingen in het verhaal verwerkt. Dit wordt mooi geïllustreerd door het verdwijnen van het natuurlijke landschap (het bos) dat plaats moet maken voor de uitbreiding van de bewoning. Een van de eerste plaatjes uit het album toont het oude dorp dat volledig ingebouwd is in de nieuwbouw. Maak een ritje door Nederland en je komt veel van dit soort situaties tegen, waarbij een oude dorpskern volledig is opgeslokt door de uitbreidingen van naburige steden. Overigens is de quizmaster in het circus (wanneer een Romein een appartement wint) natuurlijk een karikatuur. In dit geval van Guy Lux die in jaren 70 een bekende Franse tv-persoonlijkheid was.
Asterix en Obelix bevinden zich in Rome. Asterix is bijzonder ontstemd door de wijze waarop ze in de stad der steden terecht
zijn gekomen. Een zich schuldig voelende Obelix sjokt er achteraan. Want wat is er gebeurd?Bellefleur en Abraracourcix brachten een bezoek aan Lutetia. Als stamhoofd had Abraracourcix zijn twee beste mannen als lijfwacht meegenomen: Asterix en Obelix. Bellefleur staat erop dat ze ook een bezoek brengen aan haar broer Homeopatix. Nu kunnen Abraracourcix en Homeopatix elkaar niet luchten of zien. De welgestelde Homeopatix doet dan ook niets anders dan te wijzen op zijn maatschappelijke positie, Abraracourcix doet niets anders dan mopperen en wijn drinken. De spanning tussen de twee zwagers loopt steeds verder op maar bereikt zijn climax wanneer Abraracourcix begint te bluffen en zegt dat hij er wel eens voor zal zorgen dat Homeopatix een ragout te eten zal krijgen gekruid met de laurierbladen van de lauwerkrans van Caesar. Een aangeschoten Obelix valt en zijn stamhoofd bij, tot ontzetting van Asterix. En zo komt het dat beide vrienden door Rome lopen. Nadenkend over een manier om het paleis van Julius Caesar binnen te komen en daar de lauwerkrans te bemachtigen. Een frontale aanval lijkt geen goed idee. Van de toverdrank wordt je wel heel sterk,maar het maakt ze niet onkwetsbaar. Er zal een andere manier gevonden moeten worden door de twee Galliërs.
Dan valt hun oog op een man die het paleis uit komt wandelen. Ze nodigen hem uit voor een drankje en proberen aan de
weet te komen hoe het komt dat hij wel het paleis in kan.
De man is één van de vele slaven van Caesar. De slaven van Caesar worden altijd gekocht bij Tifanus, een
luxe-slavenhandelaar. Dit brengt Asterix op een idee. Ze gaan op zoek naar de slavenmarkt en vinden daar Tifanus.
De twee Galliërs bieden zichzelf te koop aan in de hoop zo het paleis binnen te komen. Na wat ongeregeldheden, worden
Asterix en Obelix dan ook gekocht. Alleen niet door de inkoper van Caesar, maar door Claudius Capsonus.
In zijn huis maken ze al snel een vijand, Exsloverus. Deze slaaf is bang dat Asterix en Obelix zijn plaats willen innemen.
Hij doet er dan ook alles aan om van hen af te komen. Wanneer Asterix en Obelix op een gegeven moment een bericht naar
het paleis van Caesar moeten brengen ziet hij zijn kans schoon.
Exsloverus beschuldigt de Galliërs ervan dat ze Caesar wilden vermoorden. Omdat ze daardoor in het paleis worden
opgesloten, laten Asterix en Obelix zich gevangennemen. Die nacht gaan ze op zoek naar de lauwerkrans van Caesar. Omdat ze
deze niet vinden, laten ze zich veroordelen om voor de wilde dieren te worden geworpen in het circus. Dit in de
veronderstelling dat Caesar (en zijn lauwerkrans) daar ook zullen zijn. Wanneer dit niet lukt, ontsnappen ze uit het
circus. Bij toeval komen ze Excloverus op het spoor en laten hem de lauwerkrans van Caesar vervangen door iets anders.
Hij is hiertoe in de gelegenheid omdat Excloverus de lauwerkrans van de Romein mag vasthouden tijdens diens triomftocht.
Zo gezegd, zo gedaan. Asterix en Obelix keren naar hun dorp terug met de lauwerkrans die wordt gebruikt voor de ragout.
Wanneer Homeopatix zich ook nu laatdunkend uitlaat, krijgt hij van Abraracourcix een oplawaai.Het album Asterix en de lauwerkrans van Caesar (Les lauriers de César) stamt uit 1972. De onderlinge kift en het gebluf tussen de twee zwagers vormt de aanleiding voor het nieuwe avontuur. Ook alcohol speelt hier wel een rol in, vooral Obelix is een aantal malen flink tut. De grappen in het album zijn geweldig. Vooral het deel waar Asterix en Obelix in het huis van Claudius Capsonus verblijven, vind ik kostelijk. De grap op het eind "zingt u ook?" snap je alleen als je ook de andere albums kent.
In 1972 verscheen ook het album 'Asterix en de ziener' (Le devin). Boven het bekende dorpje is een onweer van jewelste
losgebarsten. Alle vooraanstaande dorpelingen zijn samengekomen in de hut van stamhoofd Abraracourcix. Hoewel de
Galliërs voor weinig bang zijn, hebben ze wel de angst dat de hemel naar beneden zal vallen. Alleen Asterix lijkt het
hoofd koel te houden. Wat hem betreft is het gewoon een zwaar onweer en als Panoramix aanwezig zou zijn, zou deze het met
hem eens zijn zo betoogt hij. De druïde is naar de jaarlijkse vergadering in het maretakkenbos.Dan kondigt zich ineens een reiziger aan, die om onderdak vraagt. Het stamhoofd verleent hem dit uiteraard. Tijdens de maaltijd maakt de reiziger, die Xynix heet, kenbaar dat hij een ziener is. Zieners zouden de toekomst kunnen lezen uit verschillende bronnen, zoals dieren. Ook nu is Asterix niet onder de indruk, in zijn ogen is Xynix gewoon een bedrieger, maar de overige dorpelingen zijn daar nog niet zo zeker van. Zodra Xynix het dorp verlaat, komt de vrouw van het stamhoofd, Bellefleur, stiekem achter de ziener aan. Met wat mooie praatjes windt hij haar om zijn vinger en hij installeert zich in het bos. Om er zeker van te zijn dat Asterix hem niet tegenkomt (en verjaagt) manipuleert Bellefleur haar man om Asterix en Obelix in het dorp te houden voor de veiligheid totdat Panoramix terug is. Zo heeft ze vrij spel om de ziener te raadplegen. Maar al gauw gaat de informatie over de ziener in het bos als een lopend vuurtje door het dorp. De ene na de andere dorpeling raadpleegt hem en voorziet hem van luxe artikelen. Dan is Obelix het zat en gaat toch het bos in, maar ook hij laat zich inpalmen. Nu is Asterix het beu en trekt het bos in. Hij komt op de plek waar de ziener zou moeten zijn, maar er is niemand. De tegelijk gearriveerde Bellefleur denkt dat Asterix de ziener heeft verjaagd, maar er is iets heel anders aan de hand.
Xynix is meegenomen door een groep Romeinse soldaten van de legerplaats Petitbonum. Hij wordt daar voorgeleid aan de
commandant, centurion Claudius Bombastus. Deze centurion heeft grote plannen en dan vooral voor zichzelf. Hij gaat Xynix
gebruiken om de Galliërs te beïnvloeden. Hij laat de rasbedrieger de dorpelingen wijs maken dat ze hun dorp moeten
ontvluchten omdat de goden dampen uit de helse diepten over het dorp zullen laten komen. De dorpelingen geloven zijn
verhaal en verlaten het dorp. Nou ja, bijna allemaal. Asterix gelooft er helemaal niets van en blijft in het dorp. Na
enig aandringen en de keuze van Idefix blijft ook Obelix in het dorp. Xynix gaat terug naar het kamp om te melden dat het
plan is gelukt. Het Romeinse leger trekt vervolgens het lege dorp binnen. Bombastus stuurt vervolgens een koerier naar Rome
om tegen Caesar te zeggen dat nu heel Gallia onderworpen is. Terwijl dit plaatsvindt, komt Panoramix terug van zijn
bijeenkomst. Asterix verteld hem wat er is gebeurt en de druïde besluit om de Romeinen én zijn dorpsgenoten een
lesje te leren. Hij vervaardigt een brouwsel dat een walgelijke stank over het dorp laat drijven. Hierop trekken de
Romeinen zich terug. Maar ook de bard van het dorp Assurancetourix neemt de stank waar en informeert de dorpelingen, die
nu helemaal geloven in de voorspelling van de ziener.Maar dan komt Panoramix hen uitleggen wat er echt aan de hand is en de dorpelingen keren weer terug naar hun woningen. Toch zijn niet alle dorpelingen ervan overtuigd dat de ziener overal naast zit. Vooral Bellefleur heeft er moeite mee om de positieve toekomstvoorspelling naast zich neer te leggen. Dan komt Asterix met een plan om de ziener te verrassen. Als dit lukt kan het geen toekomstvoorspeller zijn, want dan zou hij al van het plan weten en zich niet laten verrassen. Maar natuurlijk worden Xynix en de Romeinen volkomen verrast en in de pan gehakt. Na terugkomst treffen de Galliërs de speciale afgezant van Caesar in het dorp. Na een pak slaag sturen ze hem naar de legerplaats waar Bombastus wordt gedegradeerd tot gewoon legionair. Xynix wordt het kamp uitgestuurd en vervolgd zijn duistere weg. Hoewel Bellefleur blijft hopen dat er toch iets van de voorspelling waar is vieren de Galliërs de goede afloop met een groot feestmaal. Centraal in dit album staat natuurlijk de goedgelovigheid van mensen in het algemeen en de waarschuwing dat het gevaar altijd loert dat anderen hiervan misbruik zullen maken. Dat dit geen loze waarschuwing is, blijkt wel uit de dagelijkse actualiteit. Sla een krant op, lees het nieuws op Internet of bekijk een programma als 'Opgelicht' en je weet genoeg. Aan de andere kant waarschuwen de makers van het album er ook voor dat wij ons ook wel eens heel makkelijk laten paaien door mooie praatjes. En vaak zijn die praatjes echt te mooi om waar te kunnen zijn. Natuurlijk is het altijd makkelijker gezegd dan gedaan en zijn er lieden die wel op een hele slinkse manier gebruik maken van anderen. Je zult het zeker niet altijd kunnen voorkomen, maar proberen het te voorkomen moet je natuurlijk wel altijd. Maar goed, genoeg moraal, het album zelf. Het blijft natuurlijk ook een leuk album om te lezen. Alleen al de naam van de ziener Xynix zegt natuurlijk al genoeg over zijn kwaliteiten als toekomstvoorspeller en lezer. Zieners bestonder overigens in de oudheid echt. Aan hen werden allerlei gaven toegekend. Ze worden ook wel helderziende of paragnost genoemd. Wel grappig is dat de ziener op pagina 9 van het album verwijst naar een tekening van een vrijstaand huis. Dit huis is gemodelleerd naar het echte huis van Uderzo. In het album ook nog een verwijzing naar Rembrandt van Rijn verwerkt. Op pagina 10 ontleed de ziener een vis. De compositie van deze tekening heeft Uderzo afgeleid van een schilderij van Rembrandt en wel 'De anatomische les van Dr. Tulp'.
Nog een opvallend puntje: op het strand valt de bard van het dorp, Assurancetourix, uit tegen de hoefsmid. Meestal is dit andersom. Wat ook opvalt is dat Goscinny de goedgelovigheid in het dorp laat beginnen bij de vrouwen. Deze (en met name Bellefleur) houden er ook het langste aan vast. Misschien had hij wat slechte ervaringen maar of dit nu echt zo is?? Ik weet het niet hoor. Ook mannen kunnen behoorlijk goedgelovig zijn. |