|
|

In 2008 verscheen bij uitgever Silvester het eerste deel van een drieluik. De serie is getiteld 'Aan het front'
(Le Coeur des Batailles). De serie wordt geschreven door Jean David Morvan met tekenwerk van Igor Kordy.
Jean David Morvan werd geboren op 28 november 1969 in Reims, Frankrijk. Hij studeerde kunst aan het
Institut Saint-Luc in Brussel. Morvan wilde eerst eigenlijk striptekenaar worden, maar al snel realiseerde hij zich dat
zijn ware kracht ligt in het schrijven van verhalen. Tot zijn werk behoren de series Robbedoes en Kwabbernoot, Sir Pyle,
Merlin en 7 Secondes.
Igor Kordey (1957) is een in Kroatië geboren striptekenaar. Hij is in eerste instantie bekend voor zijn werk
aan de serie New X-Men. Kordey werkt niet louter voor Marvel Comics, hij tekent ook (in hoge snelheid) strips voor DC Comics.
Naast deze comics geniet Kordey ook bekendheid vanwege zijn werk aan de serie De verborgen geschiedenis.
|

Straatsburg, begin juni 1940. De tweede wereldoorlog woedt in al haar hevigheid. Toch heeft een Amerikaan, Marvin Selcap, de
oversteek naar Europa gewaagd. Hij is op zoek gegaan naar Blaise Boforlant, een man die grote invloed heeft op het politieke
landschap van zijn tijd. Toch is dit niet de reden dat Selcap de oversteek heeft gewaagd. Niet waarom hij Boforlant bezoekt.
Op een vlooienmarkt in Manhatten, New York, werd zijn aandacht getrokken door een krant die werd uitgegeven tijdens de
eerste wereldoorlog. Het bijzondere was dat de krant in de loopgraven werd gemaakt. Boforlant was degene die de krant
samenstelde en uitgaf. En nu zit hij dus tegenover de man die de krant (met als naam 'Aan het front') heeft bedacht.
Samen met Boforlant neemt Selcap eerst de persoonlijke geschiedenis van de Fransman door. Hoe hij geboren werd in Straatsburg
en dit na de oorlog van 1871 in de handen van Duitsland overging. De vlucht van het gezin naar Frankrijk, de verwondingen
van zijn vader, het lot van zijn broers. Maar onvermijdelijk komt het gesprek op de man die een centrale plaats zou innemen
in de berichtgeving van Boforlant over de gevechten in de loopgraven. Een man genaamd Amaréo Zamaï.

Een man die direct een onuitwisbare indruk maakte op Boforlant. De aantrekking was niet seksueel, hoewel Boforlant affaires
had met mannen. Nee, er was iets anders, meer dan dat. Amaréo Zamaï, afkomstig uit de kolonieën, gekleed in
de nieuwe uitrusting van het Franse leger, leek zich te bewegen alsof niets er toe deed. De man liep over van de energie maar
was ook zo sereen, aldus Boforlant. Het was ook de oplettendheid van Amaréo Zamaï die voorkwam dat het peloton in
een hinderlaag liep. Toch tekent zich een onheilspellende toekomst voor hem af.
|
|
Het album 'De Marne' (La Marne) is het eerste deel van dit drieluik. En het is een schitterend album. Een ijzersterk
scenario van Morvan waarin het verhaal op een rustige, maar zich indringende wijze wordt vertelt.
Het verhaal gaat heen en weer tussen 1940 en 1915. In beide tijdsperiodes krijg je ook echt het gevoel dat alles klopt. Je
bent er echt bij aanwezig. Enorm knap gedaan!
Het tekenwerk van Kordy is ook goed, het levert een aantal schitterende beelden op. Vooral de wijze waarin hij tekeningen
met elkaar verbindt (kijk bijvoorbeeld eens op de pagina's 15 en 18) is heel mooi gedaan. Een geweldige start van deze reeks.
|

Boforlant zoekt Selcap op en biedt hem een kamer aan in zijn woning. Zeker met de dreigende oorlog is dit voor de Amerikaan
het overwegen waard. Hij neemt het aanbod dan ook aan. En zo lopen de twee mannen op 18 juni 1940 door een uitgestorven
Straatsburg. Vrijwel alle burgers zijn geëvacueerd. Een café is nog open. En in de schaduw van de kerk hervatten
de twee mannen hun gesprek over de gebeurtenissen tijdens de eerste wereldoorlog. Na afloop van het gevecht in de loopgraaf
met de vijandelijke troepen, nam Boforlant de leiding op zich van een groep mannen die de gewonden naar de hulppost moest
brengen. Onder hen Amaréo Zamaï. Hoewel de aanwezige politie eerst weigerde om hen binnen te laten was de
aanwezigheid van Amaréo Zamaï, die zich oprichtte, voldoende om toch toegang te krijgen. Tot in detail beschrijft
Boforlant zijn indrukken bij het betreden van de zaal waar de gewonden en stervenden lagen. De stank, de angst, het lawaai,
het kermen en het zagen van botten. Boforlant beschreef het als "de hel". Maar hij ziet ook hoe Amaréo Zamaï
zijn eigen wonden reinigde en zichzelf behandelde. Toen zijn krijgsmakker terugliep naar hun eigen linies volgde hij hem.
Eenmaal weer in hun eigen loopgraaf bestudeert Boforlant de intrigerende soldaat. Op zijn wonden brengt hij een eigen mengsel
aan. Hij volgt zijn eigen ritme.

Hij sliep of was wakker. Amaréo Zamaï verzorgde zichzelf en zijn uitrusting goed, beter dan de anderen dit deden.
De twee mannen betrekken een vooruitgeschoven post. Tussen hen beiden begint zich langzaam aan een band te ontwikkelen. Een
kameraadschap. Boforlant vertelt in zijn loopgraafkrant over de verrichtingen van Amaréo Zamaï. Langzaam aan
begint zijn naam mythische vormen aan te nemen. En niet alleen aan de Franse kant, ook aan de andere kant van het
prikkeldraad begint zijn naam bekend te worden. Wanneer Borforlant en Selcap terug zijn in de woning gaat de oude man verder
met zijn verhaal. Boforlant en anderen komen aan bij het front van Verdun. Hij vertelt de krijgshandelingen tijdens het
beleg van het fort van Vaux en de bijzondere rol die Amaréo Zamaï ook hier weer speelde. Als een van de weinigen
ontkomen de twee uiteindelijk uit het fort. Maar het is ook dan dat Amaréo Zamaï iets doet wat het begin van zijn
problemen inluidt en uiteindelijk ook zijn dood zal veroorzaken. Ondertussen neemt de dreiging in het Straatsburg van 1940
toe. Boforlant en Selcap worden gesommeerd om te vertrekken door een groep Franse soldaten. Iets wat Boforlant weigert.
Ook het tweede deel uit deze serie, 'Verdun', is een ijzersterk verhaal. Moed, vriendschap, onkundigheid, corruptie, het
zit er allemaal in. Het verhaal blijft indringend en de tekenstijl uitstekend. Niet alleen ben ik benieuwd naar de
verwikkelingen in de periode 1914-1918, maar ook wat er te gebeuren staat in 1940 voor Boforlant en Selcap. Het is wachten
op het afsluitende deel.
|
|